donderdag 30 april 2009

De voorlezer (2)


Bon, de film is dus een draak, tenminste volgens een ontstemde S. (‘De violen streken en ze bestreken de gehele film’). Aan het boek heb ik nochtans goede herinneringen en bij herlezing springen de vele rake observaties en gedachten weer in het oog.

Ik denk, kom tot een conclusie, houd die conclusie vast in de vorm van een beslissing en merk dat het handelen een zaak is die op zichzelf staat en op de beslissing kán volgen, maar niet hoeft. Vaak genoeg heb ik in de loop van mijn leven dingen gedaan waartoe ik niet had besloten, en dingen niet gedaan waartoe ik wél had besloten (…)

Mijn besluit om afscheid te nemen van mijn Hergé-verzameling is inmiddels een jaar oud. Ik bedoel dat ik toen dat besluit heb genomen. Maar verder?

(Maandag verder)

woensdag 29 april 2009

Licence to collect


Het bloed kruipt waar het niet gaan kan. Ondanks mijn bedenkingen toch maar weer de volmacht verlengd waarmee ik voorlopig een volledig door Nick en Fanny geautoriseerde Kuifje-verzamelaar blijf.

dinsdag 28 april 2009

Zwarte rotsen


Maar niet álles was vroeger beter, herinnert Joan Collins (alias superbitch Alexis uit Dynasty) zich in een Britse talkshow. “Wat we nu de Hollywood smile noemen, dus met bleekgel op je tanden een half uurtje onder de UV-lamp, was toen een kwestie van goed poetsen. En weet je, de meeste mannen vonden dat verwijfd. Veel kerels waar ik een beetje plezier mee wilde maken, hadden – nou ja – een car crash smile. And usually the car was burned…”

maandag 27 april 2009

De voorlezer (1)


Dat Kate Winslet in The Reader onder andere wordt voorgelezen uit een Kuifje-album - zoals ik ergens las - lijkt me geen goede reclame voor de film. In de bestseller van Bernhard Schlink reciteert de jonge protagonist niets minder dan Oorlog en Vrede en, vele jaren later, de Odyssee van Homerus. Wat met Tolstoj begon, eindigt met Primo Levi en Elie Wiesel. De analfabete Hanna - onwaarschijnlijke bedgenote en voormalig kampbewaakster - heeft zichzelf in de gevangenis leren lezen en zoekt ten slotte verlossing in de slachtofferliteratuur van de concentratiekampen. Hergé aan de basis plaatsen van die ontwikkeling is natuurlijk een typische Hollywood-streek. Maar ironisch is het wél: de geplaagde tekenaar zomaar een plekje geven in een moreel drama over de oorlog.

vrijdag 24 april 2009

”Picarros”



- En zal ik ’m voor u inpakken of verslindt u ’m ter plekke?

Vergeten gruwelen uit de jaren zeventig: middenstanders die met Mecanorma®-wrijfletters het publieke domein vervuilden.

donderdag 23 april 2009

Er stond sterke bries


En dan mijmeren we maar weer eens over de constellatie waarin De Moor de Man is die de Meester voorbijstreeft.
24 april 1976*). In een zalencentrum in Apeldoorn ontkent de knecht met kracht zijn dominante bemoeienissen met PICAROS. De onthulling dat hij de voorbije jaren in het diepste geheim gewerkt heeft aan DE BIGOTUDO’S slaat daarna in als een bom. Een Kuifje zonder Hergé! Het album verschijnt in 1978 en de rest… is geschiedenis.
Enfin.
De Moor bleef de man van de niet-ingeloste verlangens zoals hij eigenlijk ook nimmer de verlangens van zijn lezertjes kon inlossen. Maar in de eerste aanzet liet hij nooit een steek vallen. Ik bedoel:


*) Datum en locatie zijn niet uit de lucht gegrepen. Op deze dag, drieëndertig jaar geleden, verdedigde Bob de Moor (in een zaal vol muisstille leden van Het Stripschap) de kwaliteiten van PICAROS. Het album dat ik daarna door hem liet signeren, heette COKES IN VOORRAAD. Ik was een puber met een uitgesproken mening.

woensdag 22 april 2009

Nogal wat De Moor


Is het u ook opgevallen, schrijft een A la recherche-lezer naar aanleiding van mijn bijdrage van afgelopen vrijdag, dat er nogal wat De Moor op de markt is de laatste tijd?
Nu is mij, afgezien van mijn piepende respiratie, de voorbije weken niet zo heel veel opgevallen.
Maar De Moor...
In zekere zin berucht is het pakketje proefschetsen van zijn hand dat lange tijd een zwervend bestaan leidde. Onbetamelijk geprijsd studiemateriaal voor HET HOL VAN DE WOLF, een gelikt avontuurtje (laat dat maar aan Jacques Martin over) van de kreukvrije Guy Lefranc. Het gedateerde album heeft nog amusementswaarde door de moeite die De Moor zich getroost om een jong stel te portretteren: de pijprokende Roy en zijn popperige zuster Belinda:
Over de onhandige fysionomie van Belinda (panel rechts) laat ik me maar niet uit. Kijk vooral eens langere tijd naar Roy (links). Het hoofd is zo slordig op zijn schouders geplaatst dat ik me in gemoede afvraag: waar zat De Moor - die zo graag Kuifje wilde tekenen - eigenlijk met zijn eigen hoofd?

dinsdag 21 april 2009

Soundtrack


Wat is de volmaakte soundtrack bij JUWELEN? Met die kwestie zeilen we monter de binnenwateren van de tintinologie binnen. Iets van Gounod of Rossini mag dadelijk (want: te ontegenzeglijk) naar de prullenbak worden verwezen. Kind of Blue van Miles Davis komt daarentegen aardig in buurt. En ik noem die klassieker niet zomaar. Stripfactotum Claude Moliterni bekende ooit het openingsnummer So What te beschouwen als de ideale metgezel in het meest ambitieuze werk van Hergé. Luister naar de eerste, aftastende pianoakkoorden van Bill Evans, de omcirkelende bewegingen van bassist Paul Chambers, de stoïcijnse respons van Miles Davis (én Cannonball Adderley én John Coltrane) en het is moeilijk te geloven dat het anti-avontuur op Molensloot zich langs vloeiender lijnen kan ontvouwen.

Hoewel.

Liever nog is me het fenomenale In a Silent Way van dezelfde Miles Davis. Het is een transitiealbum (Davis’ uitgesproken overstap naar jazz fusion), net als JUWELEN waarin waarin Hergé de zekerheden van het beeldverhaal definitief overboord lijkt te zetten. Allicht dat ze daarom zo’n vanzelfsprekend en additioneel koppel vormen.

Davis ging verder op de ingeslagen weg en kwam al na zes maanden met de geweldige dubbelaar Bitches Brew. Op de opvolger van JUWELEN moest voordien een half decennium worden gewacht. Hergé zette al even geweldig in, maar VLUCHT 714 bleek na de openingssequentie op het vliegveld een mislukte (lees: halfslachtige) compositie. Met geen mogelijkheid kan ik er een soundtrack bij bedenken.

maandag 20 april 2009

Willen is kunnen


Idee-fixe van de verzamelaar: nu wordt er verzameld voor later. De vreedzame oude dag is het luchtkasteel waarin de vangst eindelijk met méér dan een oppervlakkige aandacht kan worden verschalkt.
Maar als er onverhoeds geen later meer blijkt te zijn, en het nu alleen nog maar de worsteling omvat om in leven te blijven, wat is zoiets triviaals als een verzameling dan nog waard?

Wel, voor wát het waard is: zelfs op de momenten dat ik werkelijk dacht dat ik zou stikken, heb ik geen moment gedacht dat die rotboekjes me gestolen konden worden. Mijn longen lieten me verschrikkelijk in de steek, maar de rug bleef recht!
Kinderachtig heldendom natuurlijk, maar toch.
Willen is kunnen, dat wist ook de chef van de Eekhoornpatrouille, Georges Rémi alias Leergierige Vos.

vrijdag 17 april 2009

Wonderen


En zo werd een ontdekkingsreis naar de begeerte van de verzamelaar een overlevingstocht naar de vertrouwde (zuurstofrijke) wereld. Op dit nimmer gewenste pad bleek de gedachte aan Frank Wolff onherroepelijk. Alleen een wonder kan me nog redden - Hergé veroordeelde de geplaagde ingenieur tot een sprong in het luchtledige en distantieerde zich vele jaren later bijna grimmig van de paapse (hem opgedrongen) stupiditeit van diens zelfmoordbriefje.

En wat mij betreft...

D. probeerde woensdagavond een door Bob de Moor gesigneerde (en van een aandoenlijke boodschap voorziene) VAARWEL HERGÉ aan me te slijten.
Ik heb ‘Nee’ gezegd.
Hij drong niet aan.
In het daaropvolgende kwartier luisterde ik naar zijn vrolijke gezemel over de verkrampte markt zónder naar adem te hoeven happen.
Zie, dat zijn zomaar drie (3) wonderen.

woensdag 4 maart 2009

Tsjoek-Tsjoek


Je kunt op vele manieren je vijftigste verjaardag vieren. Daarvan is wakker worden terwijl je longen gestaag vollopen met bloed, de minst feestelijke.
Maar dit is geen medisch blog.
En toch.
De verantwoording die hier al driekwart jaar naast staat, blijkt in onaangename zin profetisch. Met een gehalveerde vitale longcapaciteit bén ik inmiddels een Tsjoek-Tsjoek van de Karpaten.

Voor zuurstof ging Hergé, anderhalf jaar voor zijn dood, naar het Lago Maggiore. Bittere ironie: de lucht zat in de tekeningen, niet meer in de tekenaar. De geplaagde verzamelaar is thans in de huid van de meester gekropen en voelt aan den lijve wat het is: happend naar adem snakt hij naar een klare lijn.

dinsdag 10 februari 2009

Vogels


Griep? Dat had ik gedacht. Psittacosis. In goed Nederlands: de papegaaienziekte. De A la recherche-lezer mag voor 1 keertje zélf ironische verbanden leggen met het oeuvre van Hergé. En toch: ik heb niets met vogels. De hoofdpijn laat zich chemisch onderdrukken, de koude rillingen niet, de pijn in nek en schouders zijn gekmakend, maar we komen terug. Even geduld nog. We komen terug.

vrijdag 23 januari 2009

Facsimile (3)


Rest alsnog de vraag wat D. in vredesnaam met die partij facsimile’s wilde aanvangen?
Hij wil daar geen antwoord op geven.
Het is, volgens hem, ook irrelevant, want: ‘Met die kerel die dat spul aanbood, viel niet te onderhandelen. Hij begon op bijna 10 mille, wat zó volstrekt belachelijk is, en zei steeds: dan doe ik jou een plezier en doe jij mij een plezier.’

Vooruit, om dat laatste moet ik gniffelen. Ik denk aan al die handelaren die mij ooit ongevraagd een pleziertje wilden doen. Ze duiken nog weleens op in kwade dromen.

donderdag 22 januari 2009

Voor Yves


Hoewel niet door het ziekenfonds vergoed, mag het detoxifierende bouquet van de Château Kragliedin niet worden onderschat.

Facsimile (2)


Bepaald niet hypothetische kwestie: men onttrekt op God-weet-wat-voor armzalige wijze 250 albumreplica’s aan de markt. Daarmee creëert men schaarste. En, weten we, hoe schaarser iets is, hoe hoger de prijs. Hoge prijzen zijn schaars. Alleen aan schaarste is nooit gebrek, en daarom is het voor iedereen zoveel hij wil beschikbaar.*)

*) De schaarste-paradox is een vondst van Battus alias Piet Grijs alias Hugo Brand Corstius. Los hiervan: wie kunstmatig schaarste creëert, maakt de weg vrij voor speculatie. Nu kan men met vastgoed tegen een fatsoenlijk rendement speculeren. Maar met de facsimile’s van Casterman? Kruimelarij, ik schreef het al. Veel gedoe en inspanning voor (als het allemaal meezit) een winst van een paar honderd euro. Dat is pathetisch, zéker als je je niet te slijten waar daarna in bulk alsnog moet zien kwijt te raken.

dinsdag 20 januari 2009

Verzamelaars onder elkaar


‘Vast en zeker,’ vermoedt de zus van S., ‘ontmoet je een hoop interessante mensen.’
‘Och,’ zeg ik. En ik denk aan mijn met voorsprong duurste aanschaf: de L'île Noire uit 1938 waarin Hergé heel curieus (ik merkte het al eerder op) tweemaal zijn signatuur en een boodschap plaatste: in 1957 en in mei ’68.
Voorafgaand aan die aderlating waren er de nogal uitputtende, telefonische onderhandelingen met een Vlaamse verzamelaar die precies wist hoe bijzonder zijn aanbieding was. Nadat we het eens werden over de prijs (over zijn prijs) wilde hij afspraken maken over de betaling en verzending. Ik stelde voor om het album persoonlijk af te halen.

Hoopte ik weer eens op een goed gesprek? Verzamelaars onder elkaar? Moest ik dan niet beter weten, inmiddels?

A. woonde in de Vissenbuurt in Gent (‘Je pakt best eerst de Forelstraat’). De bel weigerde. Aarzelend klopte ik op de deur. Er klonk geschuifel, gerammel van een sleutelbos. Drie sloten gingen van het slot. De vrouw die me aanstaarde, zag er in haar morsige badjas uit als een drenkeling die alle hoop had laten varen.
‘Ik kom voor… uw man?’ waagde ik te zeggen.
Ze zuchtte, draaide zich naar het overvolle vestibuletafeltje waarvan ze een plastic tasje griste.
Een stapeltje kranten gleed op de vloer.
Terwijl ze het tasje in mijn handen drukte, ontsnapte haar opnieuw een diepe zucht. Ze knikte en sloot, zonder een woord te hebben gezegd, de deur.
Ik haalde de envelop met het Belgische bankpapier uit mijn binnenzak en duwde hem door de brievenbus, voorzichtig en erop bedacht dat ik de vrouw van de arme A. met deze handeling niet te zeer vermoeide.

maandag 19 januari 2009

Facsimile (1)


Wat had ik dan verwacht? Dat D. zich koest hield als een kiezelsteen? Zaterdag werd hij uit het ziekenhuis ontslagen. Diezelfde avond bederft hij de broeierige introductie van Clouzots Le salaire de la peur. S. zet ontstemd de dvd-speler op pauze. En D. beklaagt zich in mijn mobiele telefoon over het woord kruimelaar.
‘Zo ken ik je niet,’ zegt hij . ‘En ik meende toch te weten dat je mij beter kende.’

Is met zijn appendix ook zijn laconieke levensinstelling verwijderd?

Ter verdediging schermt hij met details. De partij facsimile’s waarvan hij een overname besprak, omvatte in totaal bijna 250 albums waaronder een onevenredig hoog aantal EENHOORNs en RACKHAMs.
Ik wil het helemaal niet horen.
Ik zeg dat het me niet interesseert.
‘Wat zit je nou eigenlijk dwars?’ werpt hij me voor de voeten.
Maar het ambigue gevoel van teleurstelling kan ik onmogelijk in een paar zinnen vangen.
S. wordt ongeduldig en tovert de bevroren Yves Montand met een druk op de afstandsbediening weer tot leven.
‘Ik moet erover nadenken,’ houd ik de boot af.

vrijdag 16 januari 2009

Kleine ingreep


D. ging onderuit op de dag dat hij langdurig had onderhandeld over de overname van een curieus omvangrijke partij facsimile’s.
Hij wrijft over zijn buik. ‘Die pijn! Ik dacht, dit is het nu.’
Ik vermoed de hand van God.
Onze Lieve Heer houdt niet van kruimelaars. En wat is het gesjacher met die albumreplica’s nu méér dan een armetierig soort knopen- en kralenhandel?

donderdag 15 januari 2009

Déjà lu


Op bezoek bij D. die na een uit de hand gelopen blindedarmontsteking een spoedoperatie heeft ondergaan. Zijn gezicht is grijs als gebruikt afwaswater.
‘Hoe gaat het?’ vraag ik bezorgd.
‘Slecht,’ zegt hij monter.
‘Maar met mij gaat het slechter,’ beweert zijn buurman wiens gipsen benen in een stellage van kettingen en buizen bungelen.
‘Niet naar luisteren,’ gebiedt D. die zich iets omhoog beweegt. ‘Met mij gaat het werkelijk slecht.’
‘Geen sprake van,’ is de zekere reactie naast hem.
Beiden krijgen de slappe lach.
En voor deze mislukte kropdragers heb ik twee uur in de auto gezeten.

dinsdag 13 januari 2009

Bobbie zag niet alles (2)


Of course Tintin's gay. Ask Snowy, kopt The Times. Het bewijs? Snowy saw everything...
Zeker nooit COKES IN VOORRAAD gelezen?
Dit zou weleens het meest uitgesproken homoseksuele album van Hergé kunnen zijn, tenminste: voor wie het per se zo ervaren wil. De veelbetekenende blikken die Kuifje op zijn vriend Haddock werpt, zijn hier niet meer op de vingers van één hand te tellen. En zie eens hoe onze jonge held aan de kaartentafel knus tegen de kapitein hangt…! Voor een parallel met de seksueel ambivalente Matt Damon in The Talented Mr. Ripley hoef je geen roze bril op te zetten.
En dan.
Pagina 58.
Eerste strook. Eerste plaatje.
Kuifjes ogen verslinden voor de zoveelste maal het object van zijn affectie. De jaloerse Bobbie springt woedend tegen hem op. En wat doet zijn baasje?
Juist...
Bobbie zag niet álles.

maandag 12 januari 2009

Bobbie zag niet alles (1)


Mailtje van een dagbladjournalist. Of ik mijn medewerking wil verlenen aan een telefonisch interview ‘over de homoseksualiteit van Kuifje’. De alinea die daarop volgt, geeft een deprimerend beeld van de werkwijze van sommige verslaggevers:

‘Ter afronding van mijn artikel zoek ik nog een citaat waarin iemand liefst met een aansprekelijk (sic!) voorbeeld aangeeft dat Kuifje inderdaad wel homo moet zijn. Eventueel kan ik je een aantal voorbeelden van een dergelijk citaat mailen. Als je je in een van deze citaten kunt vinden wil je misschien hier je naam aan verbinden, dan kan verder telefonisch gesprek ook achterwege blijven. Scheelt jou en mij weer tijd! Het spreekt uiteraard vanzelf dat ik de naam van je blog in mijn stuk zal noemen.’

Op deze brutaliteit is eigenlijk maar één antwoord mogelijk.
Flikker een eind op.
Maar het winterweer stemt me prettig mild. En dus. Klik. Prullenbak.

vrijdag 9 januari 2009

Lang is de spijt


Hardnekkige angstdroom: alles van de hand doen en blijven zitten met de spijt van wat nooit is geweest, maar wel had kunnen zijn.
De CIGARES die ik toen niet heb gekocht.
Keurig album met signatuur en een ingeplakte polaroid waarvan de kleurbalans was verschoven naar rood-bruin en het contrast goeddeels verdwenen. En toch: de Tekenaar die ingespannen zijn krabbel zette, bleek nog eenvoudig te herkennen.
Maar de prijs was te hoog en de verkoper te onvriendelijk om mee te onderhandelen. En dat de spijt juist niet zou verbleken, daar kwam ik pas veel later achter.

donderdag 8 januari 2009

Kwestie van vertrouwen


J. die ons tijdens de jaarwisseling zijn appartement in Central Brooklyn aanbood, heeft een jaloersmakende collectie oude jazz op vinyl. De originele Prestige-persing van Sonny Rollins’ Saxophone Colossus schurkt zich achteloos tegen de zeldzame Blue Note-box met de fifties sessies van de geweldige (en geweldig onderschatte) Hank Mobley aan. Als er iemand is die snapt dat J. niet wil dat zijn gasten met hun tengels aan dit kostbare materiaal zitten, ben ik het.
Hij had een vriendelijk briefje kunnen neerleggen.
Dat deed hij niet.
Domweg heeft hij de rubber snaar uit zijn platenspeler gehaald.
Na deze ontdekking voelen we ons prompt de gewantrouwde zigeuners die gedoogd worden op het domein van Haddock. Voor straf breken we J.’s wijncollectie aan. Zijn kurkentrekker heeft hij niet weggestopt.

woensdag 7 januari 2009

Leuke dingen


Goed.
Goede voornemens.
Goede voornemens zijn cheques die je int bij een bank waar je geen rekening hebt lopen.
Hier moet ik voorzichtigheid betrachten, want S. meent dat ik me te veel verschuil achter citaten. Toepasselijke citaten weliswaar, maar toch: citaten.
‘Of je hebt het er gewoon niet meer over,’ zegt ze met een afwijzende blik op haar gezicht. ‘Of je maakt waar wat je jezelf hebt beloofd. En van de opbrengst doen we leuke dingen.’

Het is Nieuwjaarsdag. We snoepen van bruschetta in café 2, de lunchruimte van het MoMa, het Museum of Modern Art in Manhattan. S. heeft van haar agent premium tickets gekregen voor de Broadway-adaptatie van The 39 steps. Eerder al zagen we Cedar Walton enthousiast zijn piano mishandelen in de legendarische Village Vanguard-jazzclub. Zouden we tijd hebben dan haalden we nog bagels in Dropsie Avenue of bezochten we elders in dit onmetelijke land een conservenfabriek. Maar voor S. is het niet genoeg. Als ik mijn verzameling verkoop, beweert ze doodleuk, kunnen we leuke dingen doen.

(Boudewijn Büch sprak in dit verband ooit ostentatief en gezwollen over het ‘saldo-axioma’. De waarde van een collectie speelt zelden een rol bij het afscheid nemen ervan, simpelweg omdat de eigenaar het geld niet direct nodig heeft. ‘Alleen als ik aan de grond zit, zou ik kunnen overwegen mijn hele boekencollectie te verkopen,’ zei Büch. Als een bankroet de enige dwingende reden is om afscheid te nemen van mijn Kuifje-albums, biedt het crisisjaar 2009 goede hoop.)

maandag 22 december 2008

Kerstreces


Voldoende cokes in voorraad om van de kolenkachel een behaaglijk hoogoventje te maken. Maar de losse flodders zijn op! De A la recherche-lezers wens ik goede feestdagen. Vanaf 7 januari keer ik hier weer terug.

vrijdag 19 december 2008

Een avond in Céroux-Mousty (2)


Januari 1959. De gordijnen zijn open op Céroux-Mousty. De tafellamp waartussen zo slordig een lichtschakelaar is gefriemeld, staat hier nog op een meubel aan de wand. Op zeker moment zullen Georges en Germaine zich gaan storen aan het gebrekkige leeslicht. De lamp verhuist dan naar de tafel achter de bank, stroomdraad wordt provisorisch aan het plafond bevestigd. Het is, denk ik, deze volkomen nonchalance die tekenend is voor de vertwijfeling van Hergé.
En niet heel veel later gaan de gordijnen dicht.

donderdag 18 december 2008

Originelen


De kerstpost brengt ook een lange mail van V. waarin ontkend wordt en gedreigd, gesmeekt en besmeurd. Ik heb de juiste laarzen niet meer om opnieuw in het slijk te stappen. Bovendien kun je duisternis niet met duisternis bestrijden.
Alleen het licht kan dat.
En dus:

Tekenaar: ‘En, hoe lopen mijn originelen?’
Galeriehouder: ‘Wel, ik heb goed nieuws en slecht nieuws. Ik had contact met iemand die zich afvroeg of je een auteur bent wiens werk na zijn dood duurder wordt. Toen ik dat bevestigde, kocht hij meteen alles wat ik van je in huis had.”
Tekenaar: ‘Perfect! Geweldig! En wat is het slechte nieuws dan?’
Galeriehouder: ‘Het was je huisarts.’

woensdag 17 december 2008

Zien is kopen (2)


Maar allicht dat ‘zien is zuchten’ enkele vondsten adequater omschrijft. Want wat in hemelsnaam te denken van de vijf ingelijste buitentekstplaten uit LOTUS BLEU? Ik identificeerde ze als knappe reproducties, maar het bleken wel degelijk de originele allbumpagina’s. Ze zaten in ragfijn gedetailleerde profielen achter ontspiegeld en UV-werend glas.
‘Duidelijk van een liefhebber,’ zei D. zonder een spoortje ironie.
Ik was geneigd hem gelijk te geven, hoewel ik het beeld van een stanleymes dat door de ruim zeventig jaar oude klassieker sneed niet uit mijn hoofd kon zetten.
Misschien is destructie in de liefde ook geen tekortkoming, maar ten slotte een uiting van werkelijke passie.

dinsdag 16 december 2008

Zien is kopen (1)


‘Houdt het dan nooit op?’ zegt S. die zich geestdriftig de rol aanmeet van Rachel Stein. Beschuldigende vinger als de loop van een percussiepistooltje richting het pakje op tafel.
Maar ik heb niets besteld.
Het blijkt de kerstgroet van D. die een genereuze greep heeft gedaan in zijn afdeling Onverkoopbare Waar. Het plakboek met Petit Vingtième-omslagen waarover hij deze zomer nog resoluut beweerde: ‘Zien is kopen’, is feestelijk verpakt in cadeaupapier met zwierende kerstmannetjes. Het zijn 51, deels gevouwen, omslagen: de hele jaargang 1935, met tientallen fraaie Lotus Bleu-illustraties. Enkel de voorplaat met de verongelukte koningin Astrid ontbreekt.
Ze zijn keurig afgescheurd en stellig met evenveel aandacht ingeplakt. Maar met een primitief soort beenderlijm, vrees ik. Groezelig bruin is de nieuwe, overheersende steunkleur.
‘Hij weet wel wat ie weggeeft,’ zegt S. meesmuilend.
D. weet óók dat ik het niet over mijn hart zal krijgen dit geruïneerde verleden weg te gooien. Ik gun hem dat pleziertje.

maandag 15 december 2008

In het land van Kant


B. die te veel gedronken heeft en nu, kauwend op zijn sigaret alsof het bubblegum is, weerbarstige filosofische moppen vertelt. Zijn favoriete grappen behelzen de botsing tussen analytische a priori uitspraken en synthetische a posteriori uitspraken. Welkom in het onpeilbare universum van Kant! Maar leg er een Klare Lijn in en het inzicht dient zich zintuiglijk aan:

X: ‘Wat was die Hergé toch een geweldig tekenaar hè?’
Y: ‘Ja hallo! Als ik zo kon tekenen was ik net zo goed als hij hoor!’

vrijdag 12 december 2008

Een avond in Céroux-Mousty (1)


Georges en Germaine in hun huis op het landgoed Céroux-Mousty. Let op de bungelende elektriciteitsdraad die via het plafond naar de veel te grote tafellamp wordt geleid. Onachtzaam is er een lichtschakelaar tussen gefrommeld. Let vooral op het dessin van de gordijnen, identiek aan die van de bank. Het is 1959. De Aanjager van De Klare Lijn wordt geplaagd door verstikkende nachtmerries. Ik kijk naar deze foto en meen te begrijpen waarom.

donderdag 11 december 2008

De zaak V. (slot)


Allicht dat geld niet gelukkig maakt, maar men lijdt tenminste ietwat behaaglijker. En toch: het bedrag dat de weduwe van O. kreeg geboden voor de verzameling van haar man was een oncomfortabel lachertje.
‘Bel die kerel maar af,’ zei ik. ‘Hij wil je een poot uitdraaien, zoveel is zeker.’
Alleen al het enige aanwezige album dat buiten O’s strikte verzamelgrenzen van de vooroorlogse uitgaven viel, maakte van V.’s overnamesom een grijpstuiver. De édition alternée van L'Oreille cassée (uit ’44) is, laten we zeggen, geen alledaagse verschijning, zéker niet in zo’n piekfijne staat.
Dat V. zich er niet zomaar bij neerlegde, vernam ik - tot mijn afschuw - een paar dagen later.

O’s vrouw vertelde hoe ze hem in één keurig zinnetje had willen afwimpelen. V. was even stil geweest, had haar toen een ijzig Maar we hebben afspraak! toegebeten en de hoorn erop gegooid. De rest van de dag bestookte hij haar met telefoontjes waarin hij haar soms smekend en dan weer dreigend vroeg op haar besluit terug te komen. Ten slotte had ze de stekker eruit getrokken.

’s Avonds stond haar kwelgeest opnieuw voor de deur, wéér met een bosje bloemen en ditmaal met de verzekering dat hij slechts zijn excuses kwam aanbieden. Ze liet hem binnen. Daar verontschuldigde hij zich en zei ook dat hij nu bereid was iets meer geld te bieden, ook al uit respect voor haar overleden echtgenoot.
Ze weigerde en verzocht hem te vertrekken.
Hierop viel hij zo onbeheerst tegen haar uit (‘Zo gaan we toch niet met elkaar om?!’) dat ze, volledig van streek, in tranen was uitgebarsten. Hij zei slechts dat dit toch allemaal niet nodig was, dat hij net als haar man een liefhebber was en dat die zéker zou hebben ingestemd met deze transactie. Pas toen ze had geschreeuwd dat ze de politie zou bellen als hij niet vertrok, stapte hij, met tegenzin, op.
O’s vrouw bekende me: ‘De rest van avond zat ik bevend op bank. Ik wilde die rotboekjes zo snel mogelijk kwijt.’*)

*) V.’s schaamteloze optreden (het initiaal is overigens willekeurig gekozen) kreeg later op een veiling nog een dubieus staartje. Om juridische redenen mag ik daar niet over schrijven. Misschien durft hij dat zelf nog eens. Hij heeft immers een uitstekende pen. In het dagelijkse leven is hij journalist.

woensdag 10 december 2008

De zaak V. (5)


De weduwe van O. had op geen slechter moment kunnen bellen. Een week eerder stonden we aan het graf van ‘kleine grote man’. Het zoontje van S’ broer was door een neuroblastoom, een tumor in het zenuwstelsel, uit het leven geblazen. In de aula werd ‘Dikkertje Dap’ gedraaid (...rode laarsjes voor de regen...), buiten lieten zijn schoolgenootjes, dreumesen nog, honderd witte ballonnen op in een onbewolkte lucht.
En binnen was alles van ijs.
De Kuifje-albums taxeren van een overleden verzamelaar was het laatste waar ik me toe kon bewegen. Dit was zo’n miserabel moment waarop de zingevingvraag werd ingehaald door de bittere vaststelling dat niets er werkelijk toe deed.
Maar O’s vrouw volhardde in haar verzoek. Ze voelde zich geïntimideerd door een opkoper die zich ongevraagd had opgedrongen en haar een bedrag had geboden waarover ze haar twijfels had. Kon ik niet..?
S. zegt vaker dan me lief is dat ik geen ruggengraat heb, maar ik geloof niet dat het als verwijt bedoeld is.
En dus, in de trein.
Twee jochies renden opgewonden heen en weer. Toen ik besefte wat ík aan het doen was - mij ergeren aan twee jochies die opgewonden heen en weer renden - beende ik naar het toilet waar ik moest huilen. Zo verschrikkelijk huilen.

dinsdag 9 december 2008

De zaak V. (4)


Zo kan ik mezelf aanpraten dat ik subtiele grenzen stel aan de reikwijdte van mijn collectie. Maar O. was de ware meester in de beknotting van zijn begeerte. Enkel de vooroorlogse albums. Van Soviets tot Sceptre: een straffe en eerlijk gezegd nogal onbevattelijke inperking.
Ik wist niet dat hij dood was.
‘Het is allemaal ook zo snel gegaan,’ zei zijn vrouw.
Al kort na zijn overlijden werd ze gebeld door iemand die niets dan lof had voor de verzameling van haar man. Hij waarschuwde haar ook voor de aasgieren die weldra bij haar op de stoep zouden staan. Had haar man haar een richtsnoer verschaft voor de bestemming van zijn collectie? Nee? Zou hij dan eens langs mogen komen voor een discrete inventarisatie en een vanzelfsprekend vrijblijvend bod?
Ze had vriendelijk geweigerd. Twee dagen later belde hij weer. Opnieuw wimpelde ze hem af. De derde keer stond hij zomaar voor de deur met een bos bloemen. Ze toonde zich verbaasd, maar stemde ermee in dat hij een blik wierp op de collectie. Hij gedroeg zich uiterst hoffelijk en schreef na twintig minuten een bedrag op een papiertje waarvan ze behoorlijk had opgekeken. Zoveel?
‘Ik ben aardig voor u,’ had hij beweerd. ‘Misschien kunt u ook aardig voor mij zijn en vandaag de knoop doorhakken?’
Toen ze antwoordde dat ze er op z’n minst een nachtje over wilde slapen, antwoordde V. (want over hém gaat het hier) dat zijn bod dan niet meer zou gelden. Maar hij wilde best een uurtje gaan wandelen in de buurt en dan terugkeren.
Zijn plotselinge haast gaf haar een onplezierig gevoel.

maandag 8 december 2008

Igor


Ten slotte geef ik niets om mode, maar S. stáát erop dat ik met haar terugkeer naar The House of Victor & Rolf: een uitputtende overzichtstentoonstelling van de Jansen en Janssen van de Nederlandse modewereld. Er is een poppenhuis met 55 porseleinen poppen die exacte kopieën dragen van de jurkjes van het modeduo. Er zijn ook toneelkijkers om vast te kunnen stellen dat hier een oude confectieregel met voeten wordt getreden (‘Draag nooit kleren die je kat in paniek brengen’). Allengs draai ik de kijker richting publiek waar het oculair blijft haken aan een schommelende aktetas. De hand eraan is lichtgeel, als perkament. De arm leidt naar een kalend hoofd met een hoornen bril waarachter een afatische blik. Victor noch Rolf, dit is Igor Wagner! Wat brengt hém hier? Bontje uitzoeken voor de Milanese nachtegaal?

donderdag 4 december 2008

Lot 376 (3)


Eigenlijk zou het hier over Wim Beeren moeten gaan, over een wonderlijke lunch en over mijn faux pas daarbij om de voormalige museumdirecteur van het Amsterdamse Stedelijk lastig te vallen met een opgewonden verhaal over de kostbare aanschaf van een schets van Hergé. Beeren leek niet bijster geboeid, maar later die middag kwam hij er onverhoeds op terug: ‘Geloof je nu werkelijk dat de kunstwereld een mallemoer geeft om die memorabilia?’
Enigszins beledigd wierp ik tegen dat het hier dus wél om Europees cultureel erfgoed ging, om een roestvrijstalen icoon. Maar Beeren wuifde mijn bezwaren weg met de constatering dat die iconische waarde aan corrosie onderhevig was, want: ‘niet generatie-overschrijdend’. Hij betoogde dat de mensen die opgegroeid waren met Kuifje nu op plekken in de samenleving bivakkeerden waarin zij hun jeugdheld levend konden houden en hij verwees expliciet naar eindredacteuren in de klassieke media. ‘Geven zij het stokje door dan verdwijnt de aandacht en verbleekt jouw zogenaamde icoon. Ik heb het al te vaak en te veel met zogenaamde eeuwigheidsklassiekers zien gebeuren.’

Dat was in het najaar van het 1998. Beeren is inmiddels alweer acht jaar dood. Geloofde ik hem (of: wilde ik hem geloven)? Als gezegd: eigenlijk zou het daarover moeten gaan. Maar S. roert zich. Ze mist de contemplatie uit de begindagen van dit blog. ‘Je maakt nu kabaal terwijl ik je stilte veelzeggender vond.’
Ik zeg dat ik de zaken weer ouderwets ga aanpakken.
‘Heus?’ vraagt ze.
Ik zwijg duidelijke taal.

Volgende week: hoe een veilinghuis met een ‘prijsgarantie’ de markt manipuleert én het schrijnende slot van De Zaak V.

woensdag 3 december 2008

Lot 376 (2)


Dan is allicht de betere vraag: is de prijs die betaald is voor de gouache van AMERIQUE reëel? De zeseneenhalve ton euro was voor het veilinghuis in elk geval een teken dat het werk van Hergé aansluiting vindt bij de wereld van de vermogende kunstcollectioneurs. Wie er overigens specifiek op let, komt die observatie na elke (geslaagde) veiling in talrijke persberichten in dito variaties tegen.
Met vooropgezet oogmerk?
Natuurlijk.
Een veilinghuis zal alle middelen aanwenden om de dagwaarde van zijn kavels omhoog te jagen. En speculeren op een zonnige toekomst in het walhalla van de gevestigde kunst kan daarbij - op korte termijn althans - zeer lucratief uitpakken.


Moulinsart/Studio’s hebben ondertussen om een andere reden baat bij inkapseling door het kunstestablishment. Het consolideert een positie die op dit moment allesbehalve vanzelfsprekend is. Nu moet men telkens weer strijd leveren om een tekenaar van een reeks waarvan het laatste complete deel tweeëndertig (32) jaar geleden verscheen, in de belangstelling te houden. Ik heb op deze plek mijn bewondering voor die ondoenlijke missie niet verzwegen. Evenmin doe ik dat met het zorgelijke besef dat al die inspanningen vergeefs zullen blijken. Een oud-museumdirecteur en tevens een van de invloedrijkste personen in de Nederlandse kunstwereld opende jaren geleden met een terloopse en tamelijk bruuske opmerking mijn ogen.

dinsdag 2 december 2008

Lot 376 (1)


Maar is het kunst?
D. vindt zo’n vraag irrelevant. En bovendien: ‘Geef toe dat het een bewijs is van bitter weinig verstand antwoorden te vinden op vragen waarop geen antwoord te geven is.’
Hij zal bedoelen: antwoorden die hem als handelaar niet welgevallig zijn.
Ik ben het dus niet met hem eens en stel de vraag opnieuw: is lot 376, de gouache van Tintin en Amérique, in maart van dit jaar afgehamerd op € 650.000 (exclusief het opgeld), kunst? Het veilinghuis noemde het in zijn catalogus in elk geval een Pièce de musée. Sublime maar dat is, als gezegd, vooral slimme en overigens onbeduidende marketingtaal.


Van Hergé’s fraaie omslagschildering valt in het gunstigste geval te zeggen dat het afgeleide kunst is, lees: een verzamelobject. Dat is natuurlijk geen schokkende constatering, maar het is wel relevant. Domweg betekent het dat de waarde van datgene waarop ik dertig jaar met hart en hoofd heb gejaagd, een zeepbel is. Maar daarover morgen meer.

maandag 1 december 2008

Alibi


Lief mailtje van de robuuste zus van S. die in de Canadese offshore werkt. Bij haar laatste bezoek verdroeg ze geduldig een rondleiding door de collectie. ‘Wat een offers moet je niet brengen om zoiets bij elkaar te krijgen? ’ schrijft ze. Correct is natuurlijk: ‘Hoe buitensporig moet je niet zijn in je koopzucht…?’ Maar dáárvoor kan ik mezelf niet op de borst kloppen. Een offer brengen daarentegen, dat is een heldendaad. Och, hoe nobel ik toch ben in mijn odyssee naar de volmaakte verzameling…

vrijdag 28 november 2008

De zaak Z.


En waarom eigenlijk, fluister ik in de hoorn (S. heeft ongebroken oortjes), zou ik tweehonderd euro neertellen voor een German Research in World War II met verminkt stofomslag terwijl het ongeschonden exemplaar al twintig jaar in mijn bezit is?
Opnieuw de treiterende stilte die benadrukt dat D. te goed mijn gebreken kent.
Een week later ligt Hergé’s historische inspiratiebron weer op tafel, in belabberde staat ditmaal maar mét een boodschap van auteur Leslie Earl Simon.
Hij mag er nog even blijven liggen.
En dan.
De meeste lezers zetten hun boeken in hun boekenkast. De meeste schrijvers zetten hun boekenkast in hun boeken. Ook daarom benijd ik de Tekenaar.

donderdag 27 november 2008

De zaak V. (3)


De Verweesde Collectie is voor veel liefhebbers een niet te versmaden prooi. Maar toen D. me eens geestdriftig meetroonde naar de flatwoning van een overleden verzamelaar, was het niet de begeerte, maar de vertwijfeling die me deed duizelen. De compacte reeks Franstalige albums (en er zaten aantrekkelijke stukken tussen) schreeuwden niet om een nieuwe eigenaar. Ze bezongen hun ten slotte nutteloze samenzijn - alsof de dood van hun beheerder een bewijs inhield van de eigen, volstrekte betekenisloosheid. Waarom zou ik in godsnaam denken dat het zinvol was om deze boeken te verplaatsen?
Ontdaan nam ik me voor om nooit meer dit soort postume ontdekkingsreizen te ondernemen. Maar hebberigheid is hardnekkig als een parasiet.
Twee jaar later maakte ik, in soortgelijke omstandigheden, kennis met V. die al dagenlang schaamteloze onderhandelingen bleek te voeren met een onwetende nabestaande. En ook toen nam ik me iets voor - dat ik mezelf genadeloos zou afstraffen als ik ooit zo’n criminele inhaligheid zou vertonen.

woensdag 26 november 2008

Spiegel


Na jaren weer eens de Utrechtse Verzamelaarsbeurs bezocht waar de mannen van het Hergé Genootschap de voorpagina van een Le XXe Siècle in een ordinair lijstje hebben gefrommeld. Honderd euro lijkt me toch slightly overpriced - om het zachtjes en zwanger van Angelsaksische ironie uit te drukken.
Maar daar kom ik niet voor.
S. wil haar werkkamer in een nieuw jasje steken, een ernstig gevalletje van sixties look. Niet toevallig zit ze net in de prille productiefase van een televisiefilm over de allereerste drive-inshows (in ’67).
Met de opgewonden pas van een strandlopertje drentelt ze om een kunststoffen stoel van Verner Panton.
‘Wat vind jij?’ vraagt ze ten slotte.
De blik in haar ogen is een spiegel van mijn verzamelaarsziel.
Godbewareme, denk ik. En verzwijg ik, zoals ik de laatste tijd te veel voor haar achterhoud.

dinsdag 25 november 2008

Veiling (6)


‘Dus dít is wat jij onder op eieren lopen verstaat?’
Verbazing springt uit een diepe bontkraag. De blauwbekkende B. lijkt op olieboer Payne die het expeditieschip Aurora voor zijn neus ziet opstomen. Hij zet flink de vaart in zijn bedenkingen: ‘Doodleuk beweren dat die harteloze neef al jaren loopt te leuren met zijn brieven en dat de weduwe van Hergé ze uiteindelijk, via de moedwillige omweg van een veiling, zélf heeft gekocht… Dat is…’
‘Dat is niet helemaal juist,’ pruttel ik. Maar op het terras voor ons café sneeuwt ook de nuance onder.
B. schudt zijn hoofd en neemt een bruuske trek van zijn shag. ‘Je bent een olifant die roereieren bakt in de porseleinkast,’ besluit hij.

maandag 24 november 2008

Veiling (4)


Wat dan nog rest zijn de uitslagen op maandagochtend. De winnaars: neef Georges die met veel geruis ‘een pagina in zijn leven omslaat’ en aldus voor het verkwanselen van privé-post 90.000 euro opstrijkt. Nog een winnaar: het veilinghuis Artcurial dat niet enkel een plezierig hamerprijsje ophengelt, maar vooral ook zijn rol als prestigieuze vendupartij bestendigd ziet. Grote verliezer: de levenslang weifelende Hergé wiens intiemste gedachten harteloos worden overgeleverd aan een publiek prijzencircus.
Tot slot: ook zonder een mastertitel in de micro-economie kun je constateren dat het toch weer vooral de jongens en meisjes van Moulinsart en Studio’s Hergé zijn die bij deze openbare verkoop terloops garen spinnen.

Vraag: moet je dan wél een cynicus zijn om dat ‘terloops’ te schrappen en te vervangen door ‘doelbewust’?

Veiling (5)


‘Ik heb’, zegt neef Georges in een interview met Le Soir, ‘contact opgenomen met Fanny Rodwell en gezegd dat ik die brieven niet wilde behouden. Ik kreeg geen antwoord.’ Voor een partij die altijd en overal bóvenop zit, is dat zwijgen natuurlijk nogal curieus. Tenzij…

Ik herinner me hoe Marc Chervel, Frans ontwikkelingseconoom, in 2001 refereerde - en niet zonder bewondering - aan de Fondation Hergé (zoals de Studio’s destijds heette) als ...een succesvolle autoproducent wiens laatste nieuwe model vijfentwintig jaar geleden van de band rolde... In die contradictie schuilt een klein Wirtschaftswunder. Of is het domweg de uitkristallisering van een geniale marketingtechniek?

Lastig te volgen? Laten we ons dan wagen aan een reconstructie bij benadering (bij gebrek aan een kritische beschouwing in de pers). De 60-jarige neef benadert de 74-jarige weduwe met een voluptueus pakket brieven, foto's en schetsen van haar ex-man. De weduwe wikt en weegt. Het is, nogmaals, onaannemelijk dat men bij de Studio’s geen interesse heeft in deze hoogstpersoonlijke correspondentie. Maar allicht dat men onmiddellijk de publicitaire potentie herkent. Een onderhands handjeklap met Georges jr. lijkt dan uitgesloten, want heeft amper nieuwswaarde. Een publieke veiling daarentegen vervult in alle opzichten de kritieke corporate mission van Moulinsart en de Studio’s: het kunstmatig in leven houden van een stripheld waarvan het laatste avontuur inmiddels ruim 30 jaar geleden in druk verscheen.

Ten onrechte wordt over free publicity gezegd dat ‘de waarde ervan niet in geld is uit te drukken.’ Dat is niet helemaal waar. Op basis van aandachtsruimte kan elk professioneel mediabureau een kosten/baten-analyse maken. De media-aandacht van de afgelopen week voor het merk Kuifje (zelfs de HuffPo, het door en door Amerikaanse politieke blog The Huffington Post, pakte flink uit met het veilingnieuws) vertegenwoordigt een marketingwaarde van vele, vele miljoenen. Daarbij valt de 90.000 euro die ‘anoniem en telefonisch’ (!) werd geboden in het niet. De weduwe c.s. heeft het, kortom, weer slim gespeeld. Dat is overigens geen cynische conclusie. Diep in mijn hart deel ik met econoom Chervel de bewondering voor een bedrijf dat zijn onmogelijke missie telkens met zoveel zwier vervult.

vrijdag 21 november 2008

Veiling (1)


Un ensemble de 136 lettres inédites d'Hergé, ainsi que des photos et croquis réalisés par le créateur de Tintin, ont été vendus 90.000 euros (sans les frais), vendredi à Paris, lors d'une vente aux enchères de la maison Artcurial. *

* Bron: Le Soir, 21.11.2008, 19:55

Veiling (2)


Kunstgrepen in overvloed om de prijs van een veilingstuk te manipuleren. Het sollen met de pedigree is wijdverbreid en doet ten minste een beroep op de fantasie (en allicht dat ik me er daarom wel mee kan amuseren).
Een pedigree is de stamboom van een kunstwerk, maar ik ken een verzamelaar (tevens zeer fervent bezoeker van veilingen) die consequent over een ‘stappenteller’ spreekt. De stamboom, mits integer opgesteld, geeft immers aan in hoeveel stappen men bij de Oervader is. Laten we zeggen dat het een Klare Lijn is die loopt van de kunstenaar naar de laatste eigenaar van het stuk. De bottle neck schuilt in dat bijzinnetje: ‘mits integer opgesteld’. Het kan namelijk buitengewoon lonend zijn om met de afkomst te sjoemelen. Een indrukwekkende pedigree vertroebelt al snel het onderscheidingsvermogen van de potentiële koper (Kan me niet schelen wat het kost, dit is zó bijzonder, ik moét dit hebben!). Bovendien verleent het een vervalsing de schijn van authenticiteit.

Veiling (3)


Slimme verkopers (en lees hier vooral ook: veilinghuizen) gebruiken de pedigree als marketingtool, een mooi verhaal dat free publicity genereert en dus de belangstelling voor een kavel aanwakkert en de prijs opdrijft.
Marketeers creëren waarde, ze maken ons wijs dat de tomatensaus voor over de spaghetti ambachtelijk gemaakt wordt in het fabriekje van een gezellige troep Toscaanse omaatjes. Dat mogen ze straffeloos vertellen. Evengoed mag een veilinghuis beweren dat een gouache van de voorplaat van een Kuifje-album ‘in de jaren dertig door de tekenaar is geschonken aan een oud vrouwtje en vervolgens vijftig jaar is opgeborgen geweest in een koffer op zolder’. Dat maakt het aantal stappen tussen de Kunstenaar en de laatste twee eigenaren (een verzamelaar en een buitenlandse zakenman) klein en het stuk dus extra aantrekkelijk. Bovendien is het een anekdote die de media graag overnemen.

We moeten het alleen niet klakkeloos geloven.

Want circuleerde ‘Tintin en Amérique’ niet al in de jaren zeventig in verzamelaarskringen? D. kan dat in elk geval bevestigen. En hoe zit het eigenlijk met die 136 brieven van Hergé die zijn gelijknamige neef vanavond onder de hamer bracht? De veilingcatalogus meldt alvast: nooit eerder op de markt gezien. Het verhaal achter kavel 31 is aanlokkelijk. ‘Nu ik zestig ben, wil ik deze pagina weleens omslaan,’ verklaart Georges Rémi jr. die gretig door de dagbladen wordt geciteerd.

Maar wacht nou eens. En die dozen dan met ‘unieke correspondentie’ die eind jaren negentig onderhands werden aangeboden? Die ik indertijd in een tijdsbestek van minder dan een jaar twee (2) maal kreeg aangeboden (waarvan eenmaal door D. die ‘een bemiddelingsdienst verleende aan een Franse tussenpersoon bij de verkoop van onder meer ruim 125 brieven’)? Ruim 125 brieven? Wilde Jr. de bladzijde al eerder omslaan? Of had Philippe Goddin misschien met open venster en tijdens een licht briesje zijn archiefwerkzaamheden verricht?



Binnenkort: Hoe verkoop je een album dat voor minder dan 25 duizend euro op de markt is voor meer dan € 60.000?


Stoppen met Kuifje (7.1)


Tijdens de jaren van de laatste Argentijnse militaire dictatuur hebben veel mensen hun boeken in wc-potten en in badkuipen verbrand en hele verzamelingen achter hun huis begraven. Ze waren evident gevaarlijk geworden. De mensen maakten een keus tussen de boeken en hun eigen leven en werden zo hun eigen beul.*

B. die me ruggengraatloosheid verwijt omdat ik, ondanks alles, nog steeds niet ben gestopt. Met een blonde Maredsous en een irritante onbuigzaamheid filosofeert hij over de aard van de dictatuur die mij zal dwingen afstand te doen van mijn collectie. Het totalitarisme als laatste redmiddel voor de verzamelaar die maar geen afscheid kan nemen.
Maar linksom of rechtsom, welk schrikbewind zal zich nog opwinden over het geesteskind van Hergé?
‘Elk schrikbewind,’ zegt hij ten slotte. ‘Ga maar na. Despoten gruwen van transparantie. De Klare Lijn is dus een natuurlijke vijand en hun eerste slachtoffer.’
Ik denk aan de antieke, geëmailleerde Engelse badkuip waar S. op de Zavel verliefd op werd en die zij zichzelf, heel genereus, cadeau deed. We kunnen er met zijn tweetjes in, maar verdomd: als het erop aankomt, is hij veel te klein.

* Uit: Het papieren huis, Carlos María Domíngues

donderdag 20 november 2008

De zaak V. (2)


Hoe sluw en schaamteloos V. ook opereert in de piste der collectioneurs (volgende week meer daarover, ik laat me niets meer aan hem gelegen liggen), juridisch kon ik hem eenvoudig van me afschudden. Hij wist zijn beschuldigingen domweg niet hard te maken. Om dezelfde redenen moest ik overigens, bij die ándere conflictpartij, de preventieve censuur van een dading accepteren. Zuur, maar niet onoverkomelijk.

S. kon zich uiteindelijk vinden in mijn weerzin voor De Rechtmatige Eigenaar. Wat bleef was haar misnoegen dat voortvloeide uit de oeroude wijsheid dat gestolen goed nu eenmaal niet gedijt. Of, zoals ze aan de overzijde van de oceaan durven beweren: ill-gotten goods seldom prosper (nochtans zaten de Indianen daar dus wél met de gebakken peren, iets wat het bleekgezicht Hergé maar moeilijk kon verkroppen. Maar dat is een ander verhaal).

Het compromis waarmee de huiselijke vredespijp werd gerookt, was: niet teruggeven, wel wegdoen. D. gaat bemiddelen bij de verkoop, de opbrengst zal ik op rekening storten van Artsen Zonder Grenzen - lichtjes tegenstribbelend, ongetwijfeld, maar het goede doel is in dit geval de prijs van een goede relatie. Mijn suggestie om het geld dan maar over te maken naar de Stichting Eekhoornopvang (toch een biologische verzamelaarssoort bij uitstek) heeft S. al afgewimpeld met een vinnig ‘Komediant!’
Ze zei wat Germaine Kieckens dacht.
Maar dat zeg ik niet.

dinsdag 18 november 2008

De zaak V. (1)


Volgens S. begint eerlijkheid pas bij twijfel aan de eigen eerlijkheid. ‘Nu klop je jezelf op de borst voor je oprechtheid terwijl het dat nou juist níet is. Het is pseudo-fatsoen. Nep.’
Minus die omhaal van woorden: ze vind me een hypocriet. Opbiechten dat een schets uit mijn verzameling van diefstal afkomstig is, ontslaat me niet van de plicht de gestolen waar terug te geven aan de rechtmatige eigenaar. Zonder die handeling van berouw, zegt ze onheilspellend, hoef ik niet te rekenen op absolutie.
Maar ik vertik het om deugdzamer te zijn dan mijn krachten toelaten.
‘Teruggeven?’ antwoord ik verontwaardigd. ‘Aan die adder?’

Verzamelaars kunnen wreed zijn in hun hebzucht. Zonder bezitsdrang is er geen collectie, maar hoeveel menselijkheid ben je bereid in te leveren bij het binnenhalen van de prooi? In zijn inhaligheid is V. een roofdier waarvoor het advies geldt: Benaderen op eigen risico.
S. schudt meewarig haar hoofd en zegt wat ze al eerder zei: ‘Hou het nou toch gewoon klein. Zo erg is hij vast niet.’
En ik zeg: ‘Hij is nog erger. Luister…’

maandag 17 november 2008

Schrijnende melancholie


‘Maar waar zijn de… poppetjes?’
Schaapachtig lachje, alsof, nee, omdat ze zich schaamt voor die vraag.
Er zijn geen poppetjes.
Er is de gietijzeren vitrine met Het Eerste Album - een kraakheldere mise-en-scène: de verzamelaar met zijn belangrijkste vangst als rugdekking. Maar het is kansloos. Dit meisje hoopte op een manshoge maanraket, minstens, en liever nog een polyester Kuifje uit de Galerie Fourcart om het kader mee af te bakenen. Mijn witte handschoentjes zullen haar teleurstelling niet wegvagen.

S. kent haar moeder, een kunstenares waarvan het altijd moeilijk is vast te stellen of ze gekleed is voor een vernissage of voor een operatie. ‘Ze doet een filmopleiding,’ zei S. ‘Ze wil afstuderen met een Honigmann-achtige documentaire over verzameldrift en bezitsdrang. Ik heb gezegd dat ze jou mag bellen.’
Dat ‘Honigmann-achtige’ vond ik interessant. En ook wel aanmatigend, voor een student. Heddy Honigmann maakt zeldzaam grondig geresearchede films: schrijnende juweeltjes over melancholie. Ik ben slechts gematigd melancholiek - bij lange na niet toereikend om er mijn ‘verzameldrift en bezitsdrang’ mee te verklaren.

De jonge filmmaakster besluit haar draaiboek aan te passen en dirigeert me naar een bankje in het Vondelpark. Benen verkrampt over elkaar, AU PAYS DES SOVIETS op schoot. Langdurig tuurt ze in de viewfinder van de camera en lijkt ten slotte tevreden. Dan vraagt ze, misschien wel om het ijs te breken: ‘Denkt u dat hij nog eens een nieuw boek maakt?’
Het duurt even voor de volle betekenis van die vraag tot me doordringt.
Verbluft schud ik mijn hoofd. ‘Ik denk het eigenlijk niet. Hij is…’
‘Zonde hoor,’ walst ze over me heen. ‘Terwijl hij toch zo geweldig kan tekenen.’
Het klinkt als een verwijt.
En ik val haar bij: ‘Ach ja, een lamzak, dat is het!’
Het schrijnende heeft ze alvast in de vingers. Nu de research nog.

zaterdag 15 november 2008

Bemachtigen & bezitten


Wie niet van kopen houdt, wordt nooit verzamelaar. Het verwerven is de cruciale fase in het verzamelproces: daar en dan moet het beste werk (…) worden bemachtigd en een passende prijs betaald. Het kopen is voor sommigen zelfs het hoogtepunt in het verzamelproces dat door niets anders is te evenaren - zelfs niet door het bezit van een begeerd stuk.*


* Citaat uit Iets wat zo veel kost, is alles waard van kunstcritica Reneé Steenbergen. Haar vuistdikke onderzoeksrapport naar de motieven van verzamelaars lijkt me een significant vertrekpunt voor de herstart (aanstaande maandag) van A la recherche… Let op de termen ‘bemachtigen’, ‘passende prijs’, ‘bezitten’: daarover gaan we hier de komende weken (ofschoon verstrikt in het wurgkoord van de dading) eens opgewekt uitweiden. Wie overigens nu reeds de pijn van de begeerte wil voelen, bladert door deze al even dikke veilingcatalogus. Schenk vooral aandacht aan twee kavels. Lot 31: een verzameling van 136 brieven die Hergé schreef aan zijn Germaine. De verwachtingen zijn hoog (€ 15.000 - 20.000) en de toevoeging Du jamais vu sur le marché is zeer betwistbaar (maar daarover later meer). Lot 614 omvat schetsen voor VLUCHT 714 en heeft in de kavelbeschrijving de slimme lokroep Pièce de musée waarmee openlijk gelonkt wordt naar een herhaling van de prijsexplosie van dat andere zogenaamde museumstuk: de gouache van AMERIQUE, in maart van dit jaar. Ook daar kom ik op terug.

donderdag 6 november 2008

Korte samenvatting


Bon, men stelde dus een dading voor.
Bij D., die deze kwestie geamuseerd volgt (S. ergert zich groen en geel aan zijn laconieke telefoontjes) riep dat geen vragen op. De term is dan ook in jure Vlaams als maar zijn kan.

Niet dus.

Ik noteerde al eerder mijn onnozelheid op het juridische vlak. Mijn monter facturerende advocaat verklaarde dat de dading in wezen niets meer is dan een schikking, zij het dat déze dading voortvloeit uit het Belgische burgerlijk wetboek en dus toch iets méér is dan althans de Nederlandse schikking.
‘Begrijpt u?’

Wees overigens niet bevreesd, beste A la recherche-lezer, een kurkdroog exposé à la Alfredo Topolino (abrupt afgebroken door een ferme explosie…) zal u bespaard blijven. Korte samenvatting van het voorafgaande: ik heb middels het tekenen van een contract een geschil beslecht met een partij wiens naam ik bijgevolg op deze plek en ook elders in geen geval mag noemen. Ik mag ook niet de namen van personen noemen waarvan ik redelijker wijze mag aannemen dat via hen de naam van de partij herleidbaar is die ik niet mag noemen. Dit geldt overigens ook voor bijvoorbeeld (geografische) situaties en voorwerpen. Evenmin mag ik de suggestie wekken dat ik aan de dadingspartij refereer in een weliswaar geanonimiseerde doch gespecificeerde beroepsomschrijving.

Hoewel ik er mijn krabbel onder heb gezet, wil ik toch even wijzen op de laatste afspraak: die is, mild gezegd, nogal krankzinnig. In praktijk mag ik het hier bijvoorbeeld hebben over ‘een zekere organisator’, maar niet over ‘een zekere ■■■organisator’! Verlaag ik me toch tot zulk wangedrag dan geeft Artikel 2053 van het Wetboek mij het nakijken.
Het laatste woord over dit juridische akkefietje?
Ja.
Of nee, natuurlijk niet. Ook zonder getuigschrift van de scouting ken ik zoiets als een persoonlijke eer. Zwijgen is in dit geval niet om aan te horen. Ik zal op eieren moeten lopen, maar vanaf maandag 17 november vervolg ik hier mijn reis.

maandag 27 oktober 2008

Bitter



Als verzamelaar neemt hij enkel datgene in zijn collectie op,
dat de harmonie ervan niet kan verstoren.
*)

*) Uit een geschrift van Aleksej Maksimovitsj Pesjkov, beter bekend als de Russische schrijver Maksim Gorki. Vertaald betekent Gorki overigens zoiets als de bittere, of de verbitterde. En dat is te navrant om niet op terug te komen. Ik kóm daar op terug. En A la recherche... komt terug. Ergens in de eerste of tweede week van november… que le grrrand crrric me crrroque!