zaterdag 27 mei 2017

De ontrafeling van het mysterie-Hergé (1)


I.
Wie is hij toch, die geheimzinnige, Algerijnse Hergé? Terwijl het kwik naar tropische temperaturen steeg, knoopte ik een zakdoek om mijn hoofd en schoffelde door veertien digitale jaargangen van een Noord-Afrikaans studentenblaadje – op zoek naar een aanknopingspunt.

Maar niets.

Het dwarse Alger-Étudiant dweept in elk nummer (en ver voorbij de grens van het betamelijke) met het magnifieke talent van ‘notre cher camarade’ Hergé’. Maar even consequent blijft de echte naam van de tekenaar ongenoemd.

II.
Hoe zit het ook alweer met de signatuur van ‘onze’ (de Belgische) Hergé? In 1923 tekent hij een enkele keer onder eigen naam:


Een gewichtige krabbel, welbewust in de stijl van Benjamin Rabier:


We weten dat de Tekenaar er niet heel tevreden mee was (‘Te gekunsteld’) en tevens signeert met het sobere GR. Op zoek naar een ‘transcription euphonique’ (dixit Philippe Goddin) van zijn initialen, verwerpt hij het kreupele ‘Géhère’ en kiest uiteindelijk voor het vliedende Hergé.

Bewandelde de Algerijnse Hergé deels dezelfde denkpiste?

III.
Ik besluit mijn zoekactie maar eens over een andere boeg te gooien. Is deze onbekende Hergé niet te ontmaskeren door simpelweg in het colofon van de Alger-Étudiant te speuren naar een medewerker met de initialen R en G?

Een nieuw obstakel dient zich meteen aan: het Algerijnse studentenblad ontbeert zo’n lijst van medewerkers. Er is slecht een redactieadres, de directeur wordt genoemd en de redactiesecretaris…

Maar vanaf december 1926 heeft die redactiesecretaris een opvallende naam:


René Giraud. RG. Is Giraud Hergé? Nooit gedacht dat ik deze krankjorume vraag nog eens zou stellen!

Giraud schrijft over sport. Hij dicht. Maar niets wijst erop dat hij ook tekent.

IV.
Met de zoekterm ‘collaborateur’ speur ik verder in de jaargangen van de Alger-Étudiant. Ruim honderd treffers, tientallen namen… en dan, juist als ik pieker over nieuwe invalshoeken:


Eind januari 1935: de oud-medewerkers René en Pierre Gilles betreuren de dood van hun vader. René Gilles. RG. Hergé?

Ik weet het, het zegt nog niets verder, maar een andere treffer is toch wel veelzeggend:


‘Camarade’… Hoe vaak heb ik dat inmiddels niet gelezen?

De nieuwe zoekterm ‘René Gilles’ levert daarna amper treffers (2) op en geen hard bewijs dat deze René Gilles ook daadwerkelijk Hergé is. Pas als ik - nogal hulpeloos - verder zoek op enkel de voornaam (‘René’), ben ik ten slotte heel even sprakeloos door mijn eigen stommiteit.

(Maandag verder)

woensdag 24 mei 2017

Het raadsel van de Algerijnse Hergé


I.
Omslagtekening van Hergé voor ‘Le Boy Scout’, maart 1926:


Omslagtekening van Hergé voor ‘Notre Rive’, september 1927:


De Boyscout-Hergé is onze Hergé, maar de Rive-Hergé is dus een andere Hergé, een tweede (of juist een eerste, zoals ik hier gisteren beweerde) – in elk geval eentje wiens klare lijnen nimmer meer zijn opgemerkt. Je zou zeggen: een geweldige ironie van de geschiedenis...

II.
Het is toch ook wel kras dat dit nu boven water komt! Ik kan me niet herinneren dat ik er ooit iets over las. In de wereld van Hergé zal deze ontdekking inslaan als een bom, nou, ja, als een flinke zevenknaller.
(Dixit Jan Aarnout Boer, voorzitter van het Hergé Genootschap)

III.
Wie bladert door nummers van het tijdschrift ‘Notre Rive’ uit de jaren twintig (dat kan hier) stuit op een tiental sfeervolle rubrieksvignetten. Gesigneerd: Hergé. Opgepast: niet onze Hergé!

Onder andere voor de rubriek Kunst en Letteren:


Voor de wetenschapspagina:


Voor de Parijse Kroniek:


En voor de Noord-Afrikaanse nieuwtjes, waarbij het op deze specifieke pagina moeilijk is om niet aan het SOVIETS-avontuur van die andere Hergé (de ‘onze’) te denken:


IV.
Maar wie is nu die geheimzinnige Algerijnse Hergé die in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw illustratiewerk verricht voor verschillende lokale tijdschriften? In elk geval is het iemand die niet vies is van een mystificatie. Een van zijn bijdragen aan het studentenorgaan ‘Alger-étudiant’, een curieuze ‘poème inédit’, ondertekent hij als volgt:


Marcel Arnac? De Marcel Arnac?

Het duurde even voor het tot me doordrong dat de Algerijnse Hergé hiermee slechts aangeeft dat hij nogal pesterig in de huid is gekropen van de legendarische Franse striptekenaar en komiek. Een pastiche. Het past in de sfeer van de ‘Alger-étudiant’ dat een evenknie lijkt van het tegendraadse, Amsterdamse studentenblad Propria Cures. Ook hier is de lijst van medewerkers niet misselijk. In de jaargang van 1934 zien we zelfs hem even opduiken:


V.
Terwijl de Belgische Hergé furore maakt, verdwijnt de Algerijnse Hergé uit het zicht. Ik probeerde de vinger op zijn levenslijn te leggen, maar strandde halverwege de jaren dertig. Een enigma...

Hergé zelf, onze Hergé, reist op 23 mei 1957 vanuit Antwerpen via Casablanca, Rabat en Oran naar Algiers. Een uitstapje voor zijn vijftigste verjaardag. Zou hij, zwervend door de straten van de Algerijnse hoofdstad, de woning zijn gepasseerd van zijn vergeten naamgenoot?

Wordt vervolgd!

dinsdag 23 mei 2017

De eerste (en echte) Hergé woonde in Afrika


Wat hebben we hier?


Les Chiens Écrasés, zoiets als: De Verbrijzelde Honden. Rubrieksvignet in een ruim negentig jaar oud tijdschrift dat ik aantrof in een Franse database (een link volgt hieronder). Gesigneerd: Hergé.

Ja? En?

Nou, dat is beslist geen Hergé! En bovendien: de jonge Georges Remi signeerde zijn werk voor het eerst in december 1924 met zijn achterstevoren geschreven initialen. De tekening die we hierboven zien, stamt uit… december 1923.

Ontnuchterende ontdekking na enig speurwerk: terwijl de jonge Georges in Brussel nog piekerde over een mooie artiestennaam (Geo? GR?) publiceerde in een Franse kolonie een tekenaar al minstens een jaar zijn werk onder de naam Hergé. We vinden zijn tekeningen onder andere terug in het Algerijnse studentenblad Alger-étudiant, zoals hier op het omslag:


Deze eerste en enige echte Hergé blijkt een zeer gewaardeerd medewerker die karikaturen maakt van lokale politici:


…en ook literaire reportages schrijft die hij zelf (in dit geval een tikje ongelukkig) illustreert:


Voor wie nieuwsgierig is (of vreest voor de gek te worden gehouden): meer van zijn werk voor Alger-étudiant is hier online te raadplegen in de Gallica, de digitale bibliotheek van de Bibliothèque nationale de France.

Zoek in deze omgeving meteen even op Notre Rive, het ‘Grand magazine de l’Afrique du Nord’ waarvoor deze Grote Onbekende met de Vertrouwde Naam al eens een omslag heeft getekend:


In 1929 wijdt het magazine een hele pagina aan zijn werk:


Enfin, niet alleen Kuifje en Tintin zijn allesbehalve origineel (hoewel de advocaten van Moulinsart dat deze week weer eens betwisten), zelfs de signatuur van hun geestelijk vader blijkt een gevalletje hergebruik...

maandag 22 mei 2017

Een vreselijke verdrinkingsdood in 1958


Drinken we een glaasje Vat69* op Hergé die vandaag, in besloten kring, zijn 110de verjaardag viert.

Hier zien we de tekenaar in 1958…


…en we kunnen wel raden waar hij a) zo geconcentreerd naar kijkt en b) aan denkt:


A) Naar de olievaten op het iconische COKE-omslag, en
B) Aan de vraag of hij, ten gunste van het dramatische beeld, de boel mag besodemieteren.

Voor de oplettende lezer van COKE komen die vaten niet uit de lucht vallen, zie de cliffhanger op pagina 33:


We weten hoe het dan verder gaat:


De bemanning is gevlucht, de schuit staat in de fik, Haddock vloekt, maar onze held merkt heel kordaat op dat er fluks een vlot moet gebouwd:


Vaatje links, vaatje rechts, planken ertussen, touwtje erom – gepiept in een half uurtje! Met die oplaaiende vlammen is dat beslist een tikkeltje ongeloofwaardig. Maar de omslagtekening van het album vergt uiteindelijk een grotere suspension of disbelief:



In de keurige kruissjorringen om de vaten, herkennen we de padvinder Hergé. Niettemin heeft hij een onmogelijk vlot geconstrueerd, nu met beide vaten aan één zijde. Zijn helden hadden - quidquid id est – al in 1958 moeten verzuipen.


*) Opmerkelijk toch dat een gecompliceerd personage als Hergé telkens weer teruggreep naar zo’n goedkope, vluchtige whisky zonder een spatje complexiteit...

vrijdag 19 mei 2017

Kuifje op het keukenblad


Desondanks weten ze bij Millon Belgique ook hun haveloze waar fraai te fotograferen:


Witte ondergrond, zwarte achtergrond en een perspex blokje waardoor het kavel lijkt te zweven (probeer dan maar eens niet aan de leviterende monnik uit TIBET te denken…).

Vergelijk dat eens met de vertederend hulpeloze albumpresentaties op eBay.

Très chique op rood velours:


Op damast:


In een passe-partout:


Op het natuurstenen keukenblad:



Voor het doorgezeten leer:


In bed:


Mooi ruggetje, druilerig dekbedovertrek:


In de badkamer:


Zonder partner:


Mét partner:


Met hond:


Baasje krijgt het er warm van:



woensdag 17 mei 2017

Ondertussen, op de stortplaats


Poepoe, wat ruikt het hier muf...


Ah! Kavel 162 op de online stripveiling van Millon Belgique. De bijsluiter meldt: ‘Mauvais état’, maar ergens vermoedden we al zoiets.

Korte samenvatting van het voorafgaande: Millon Bruxelles fuseerde eind vorig jaar met Banque Dessinée. Dat ging gepaard met een opgewonden persbericht waarin snorkend en snoevend de operationele en geografische synergie van de nieuwe veilingcombine werd bezongen:

La première maison de ventes franco-belge MILLON BELGIQUE permettra ainsi à sa clientèle, acheteurs et vendeurs, de bénéficier des atouts et des moyens des grandes maisons internationales et de valoriser leurs biens là où le marché l’exige, de Paris à Genève via Bruxelles.

En vervolgens sta je dan als trotse medewerker heel secuur* dit te fotograferen:


Niettemin schuilt er denk ik wel een slimmigheidje in de aanbieding. Immers, in de schaduw van zulke brol is elk ander album minstens ‘Etat moyen’…:


…hoewel je ook bij dit kavel…:


...maar beter gewoon op je eigen ogen kunt vertrouwen.

Blijft de vraag waarom la première maison de vente franco-belge hieraan per se haar vingers wil bevuilen.


*) Vrijdag meer daarover...

maandag 15 mei 2017

Nog iets gebeurd, mijnheer Hergé?





*) Voor JAB, die iets zoekt in een boek waarin hij niets zal vinden.

vrijdag 12 mei 2017

De koude weemoed van de reporter


Met S. naar de Jeff Cowen-expositie – fotograaf die er niet voor terugdeinst zijn afdrukken te bleken, met verf te bekladden en te scheuren om bij de kijker dromerigheid en melancholie op te roepen. Die gewenste gemoedstoestand wilde maar niet bij me indalen. En we weten allemaal wat de dokter dan zegt: forceren helpt niet.

Een tikkeltje onbevredigd verlegde ik mijn aandacht naar een andere expositie in een andere ruimte: zwartwit- en sepiafoto’s van het 19de-eeuwse Egypte:


Door de leegte op veel beelden bekroop me gaandeweg de gedachte dat ik keek naar een ouverture. Reusachtige decorstukken die waren klaargezet opdat het avontuur kon beginnen.

Ja, straks ging het allemaal gebeuren.

En daar was ie, de weemoed rispte op als een zure boer na een te grote maaltijd. Ik kneep S. in haar hand om mezelf er van te vergewissen dat nu niet alles alweer voorbij was.

Plaatje!


BIJOUX, pagina 40. ‘Quelle nostalgie’ zegt de op Molensloot verstrikte Kuifje terwijl hij luistert naar de muziek van de zigeuners. Maar nostalgie naar wat? Naar de tijd dat ook hij ongebonden over de wereld zwierf en nog echte avonturen beleefde?

Er schuilt een mooie vervreemding in het plaatje, die historicus en stripprofessor Andrei Molotiu* nog verder op het spits drijft:


Links zien we onze held in een medium shot en we zouden kunnen vermoeden dat zijn gezicht wordt uitgelicht door het kampvuur van de zigeuners. Maar rechts, in deep-focus, zien we dat de afstand daarvoor te groot is:

…we are thereby led to reconsider the previous two panels, realizing now that the light on Tintin’s face was the cold blue of the moon, not the orange of the fire, and understanding that the hero does not share after all in either the literal or the figurative warmth of the Romany community.

Er volgen nog twee ‘avonturen’ waarin het koude maanlicht voortdurend schijnt.


*) In het hier eerder genoemde The Comics of Hergé: When the Lines Are Not So Clear.

woensdag 10 mei 2017

Een grijze maand, 110 jaar geleden


Laten we niet vergeten dat we op dit ogenblik door de 110de geboortemaand van Hergé tippelen. Katharine Hepburn (12 mei 1907) en Daphne du Maurier (13 mei) plaveiden het pad, de Dag van de Verlossing (22 mei) deelde onze toegenegen Tekenaar met Laurence Olivier en vier dagen nadien werd de wereld verblijd met John Wayne. Beslist geen slechte oogst voor een voorts slaapverwekkende maand in de kronieken van de planeet Aarde!

Drie dagen vóór het kleine wurm in Etterbeek het licht aanschouwde, publiceerde The New York Herald deze virtuoze droomsequentie:


Ja, Georges, daar schommel je dan in je onbeduidende wiegje in een grijs milieu waarin alles kraak noch smaak is. Wat kun jij straks nog toevoegen aan dit overweldigende meesterschap?

Mooi, je laat je niet uit het veld slaan:


Bijna een kwart eeuw later is dit beslist een euh… beginnetje.

Overigens blijk je net zo lomp in de omgang met wilde dieren als je pionierende collega in Brooklyn*:


Of zullen we het gewoon inspiratie noemen?




*) Winsor McCay, geestelijk vader van Little Nemo, overleed in de middag van 26 juli 1934. Amper vijf dagen later werd Fanny Vlaminck geboren – maar dat is een ander verhaal.