donderdag 30 oktober 2014

Gebakken peren


I.

Amusante bekentenis van een lezer die zijn gesigneerde en genummerde PICAROS-album inderdaad in een Melinex-zakje bewaart (‘vanzelfsprekend’, voegt hij er eigenwijs aan toe):

‘Eind jaren negentig gekocht voor vijftigduizend BEF wat destijds iets meer was dan mijn netto maandinkomen.’

Ik betaalde minder, daarover straks meer. Met andere woorden: we gaan het vandaag over de kale, zakelijke kant van het verzamelen hebben - en daarvoor kijken we, op een niet-inhoudelijke manier (haak gerust af, beschaafde lezer...!), naar die honderd exemplaren van de tirage de tête van PICAROS.

Ik zet er in dit geval bewust niet bij: gesigneerd en genummerd, want er bestaan (naast de exemplaren die dubbel gesigneerd zijn) zowel genummerde & ongesigneerde exemplaren en exemplaren die ongenummerd & ongesigneerd zijn. In dat laatste geval gaat het om een voorraadvondst waarmee je met een beetje handigheid scabreuze dingen kunt doen (Attention ! De fausses numérotations et signatures « Hergé » existent pour ce titre! waarschuwt stripventer Philippe Dognon in een vier jaar oude veilingcatalogus).

II.
Dezelfde Dognon biedt een genummerd & ongesigneerd exemplaar aan op eBay:


Nummertje 96, keurig in de verpakking, voor de vaste prijs van € 9.900,-. Geen handtekening, maar wél een uniek en genummerd pakpapiertje: de ongelukkige verzamelaar die daar gevoelig voor is (lees: compleetheid nastreeft), zal tandenknarsend zijn banksaldo moeten checken.

Nummertje 95 werd nog wel uitgepakt en gesigneerd en ging vorige maand onder de hamer bij Catawiki:


Schatting van de veilingmeester: € 11.000 - € 15.000. Hoogste bod: € 8.500. Als het inderdaad voor die prijs is verkocht, is dat minder dan dat hetzelfde album in 2010 opbracht bij een veiling in Parijs: € 9.772.

Van de eerste eigenaar, professor in de letteren Michel Covin, weten we dat hij in 1976 een kruiperig briefje naar Hergé stuurde. Als antwoord kreeg hij bovenstaand exemplaar op de deurmat: gratis, gesigneerd en met bijbehorend schrijven (dat ontbrak op de Catawiki-veiling):


Tikkeltje vileine opmerking van de genereuze Tekenaar:

Non, vous n’êtes pas le dernier des goujats!

‘Goujat’ laat zich onder andere vertalen als vlegel, hebberd en bedelaar…

III.
De tirage de tête van PICAROS heeft nogal een doorloop. Bij Artcurial gingen in zeven jaar tijd elf verschillende exemplaren onder de hamer (de twaalfde ligt gereed voor de komende novemberveiling). Het kostbaarste exemplaar was in 2012 goed voor bijna € 33.000. Dat is ruim dertig (30) keer meer dan de 6.000 Franse francs die ik er in ongedwongener verzameltijden voor neertelde. Maar zo’n bijzondere boodschap boven de signatuur heb ik nooit op de kop kunnen tikken:

À mon cher Bob de Moor, ce résultat d'une joyeuse et amicale collaboration

De meester bedankt de knecht voor zijn inspanningen en de lezer zit met de gebakken peren. Laten we er niet omheen draaien: alleen verzamelaars honoreren zo weinig kwaliteit met zoveel geld.


dinsdag 28 oktober 2014

Haagse Haddock


Mailtje van Scudder die stilstaat bij de dood van Marnix Rueb en zich een persbericht herinnert van het Hergé Genootschap, van eind maart 2005. Fragment daaruit:

Er is een aantal jaar in het diepste geheim aan gewerkt, maar nu is eindelijk een wens van vele Haagse leden van het Hergé Genootschap in vervulling gegaan. Kuifje is vertaald in het dialect van Den Haag, ook wel de taal van Haagse Harry genoemd. Vertaald is ‘Cokes in Voorraad’, in het Haags: ‘Cauks in Voâhraad’. Het spreekt voor zich dat Marnix Rueb, de vader van Harry, aan de vertaling heeft meegewerkt.

Over die medewerking hoefde Rueb volgens het persbericht niet lang na te denken. Over pagina 49 van ‘Cokes in voorraad’ merkt hij op:

‘Daarop is Haddock duidelijk Haagse Harry avant la lettre!’

Eens!


De presentatie van het boek vond volgens het persbericht ‘morgen’ plaats, klokslag 11 uur in het gemeentehuis van Den Haag. Bij zo’n datumaanduiding moeten natuurlijk alle alarmbellen gaan rinkelen...

En inderdaad, ook in de nieuwste veilingcatalogus van Artcurial zullen we dit Kùifie-album niet tegenkomen:




Met dank aan Scudder die dit konijn uit de hoed toverde.


Donderdag: de kale, zakelijke kant van verzamelen

maandag 27 oktober 2014

Platte exercitie


Naar Brussel voor De betovering van het alledaagse, de grote overzichtstentoonstelling van Turner Prize-winnaar Mark Leckey. Veel valt er te prietpraten over de doelen en de drijfveren van de Britse kunstenaar (over zijn ‘immer aanhoudende interesse in hoe technologie verlangens, herinneringen en fantasieën creëert’ bijvoorbeeld) maar ik ben domweg gefascineerd door zijn rare obsessie voor Felix de Kat.

In de industriële expositieruimte van Wiels, de voormalige bierbrouwerij Wielemans-Ceuppens, pakt Leckey uit met een levensgroot, intimiderend opblaasexemplaar:


Minder betoverend was daarna een bezoekje aan het afgestofte stripmuseum in de ook al zo keurig aangeharkte Zandstraat. Stripplaten exposeren blijft toch een saaie (en letterlijk: platte) exercitie, onverschillig de thema’s die je eraan vastknoopt en ongeacht de 3D-snuisterijen die je er tussendoor strooit.

De vitrine met het inspiratiemateriaal van Hergé maakte het op de valreep allemaal net iets minder gelikt:


Het weggegleden kaftje van ‘Moscou sans voiles’ deed me uitbundig gissen naar de doelen en drijfveren van de curator.

donderdag 23 oktober 2014

Berlijnse Harry


Omdat het de geboorte- én sterfmaand is van Harry Frommermann, oprichter van deze close harmony boyband avant la lettre…


…frommelen we op deze grijze dag ‘Les gars de la marine’ van de Comedian Harmonists dit blog binnen.

Waarna we achteloos een klaar lijntje kunnen trekken naar deze liederlijke zuipschuit:


Het populaire liedje* is afkomstig uit een al even populaire film:


Advertentie uit december 1931 voor de première van ‘Le Capitaine Craddock’ in de Gaumont Palace-cinema in Parijs, een art-deco paleis met vijfduizend plaatsen.

Dat is nogal wat:


Overigens is ‘Le Capitaine Craddock’ de Franse filmversie van de Duitse kraker ‘Bomben auf Monte Carlo’. Daarin zingt Hans Albers het nogal Duitse origineel van ‘Les gars de la marine’:


‘Das ist die Liebe der Matrosen’… Tegenwoordig onschuldiger dan ‘Les gars de la marine’ wat een geuzennaam is voor de fanatiekste aanhangers van Marine Le Pen.


*) Haddock zingt een gekende variant (C’est nous les gars... in plaats van Voilà les gars…) net als bijvoorbeeld Jane Birkin in haar gruweluitvoering van de song uit 1984.

dinsdag 21 oktober 2014

Thermoregulatie


Zoals we evenmin klaar zijn met het wasgoed dat vorige week in Brussel onder de hamer ging:


Richtprijs € 1000 – 1.500. Status: onverkocht. Volgens D. een misser die is toe te schrijven aan de verkeerde invalshoek van het veilinghuis:

‘Die kwibussen legden de nadruk op de dédicaces, terwijl het belangrijkste verkoopargument natuurlijk het ingedroogde transpiratievocht had moeten zijn!’

Wie de aanbiedingstekst goed leest, bespeurt inderdaad de gerede kans (vijftig procent!) dat de zweetplekken van Victor Hubinon zélf zijn. Onder de hamer ging dus niet ‘een gesigneerd T-shirt’, maar een...

...T-shirt met het excretie-residu voortspruitend uit de thermoregulatie van de lichaamstemperatuur van (vermoedelijk) de tekenaar van Driepoot en Baba. (Verkocht voor € 4.300 aan een Japanse verzamelaar).

Overdreven? Nee hoor, morsigheid is alleszins goed verkoopbaar. Op dezelfde veiling ging dit wél met succes onder de hamer:


Vijfhonderd euro voor het dampende kadaver van De Zwarte Rotsen.

maandag 20 oktober 2014

Storing


Met die televisie zijn we dus nog niet klaar:


Want hoezo: niet modern? Een lezer wees me op de vooruitstrevende techniek: wél een stroomdraad, geen antennekabel. En desalniettemin: een haarscherpe kleurenontvangst!

Ik moest aan de Supercolor Tryphonar denken die toch ooit een tikkeltje méér plaats in beslag nam...


...en, zoals we weten, een iets mindere beeldkwaliteit bood:


Amper vijftien jaar later is zelfs in het hart van de jungle, in het kamp van de Picaro’s, zoiets als een antenne niet noodzakelijk voor een uitstekende analoge kleurenontvangst:


‘Televisie? Hier? Dan moeten ze wel een generator hebben…’ roept Kuifje onnozel.

Enfin, muggenzifterij, ik weet het. Additioneel commentaar van diezelfde lezer:

‘…en het allerlelijkste plaatje uit Picaro’s staat natuurlijk niet op pagina 2, maar op pagina 53 bovenaan, over de volle breedte…’

Ik ben geneigd hem gelijk te geven, maar ga zijn ‘voorkeur’ hier niet afbeelden. Trek gerust één van die honderd genummerde en gesigneerde PICAROS-albums uit het zuurvrije Matla-zakje van Melinex-polyester en oordeel zelf.

vrijdag 17 oktober 2014

Een vlammend octium


I.
Uitnodiging voor de officiële presentatie van de autobiografie van een oude kennis, de cineast R. Tikkeltje curieus, want dat boek staat hier onofficieel al drie jaar in de kast. Bovendien is het alweer twee jaar en drie maanden geleden dat R. (bekend van de kaskraker Schatjes) met krakende stem de gasten toesprak op zijn eigen crematie.
Zijn bijnaam was ‘De Bruut’ (hij kon nogal vervelend doen tegen schmierende acteurs) en dat is meteen ook de titel van zijn erg bittere memoires waarvan de eerste zin luidt:

Wie bij de Nederlandse film werkt kan niet zonder psychiater.

Toch was deze R., in de stoet van hele en halve gekken die hier de deur plat liepen, best een duldbare gast. Jammer dat hij zich in dit aangrijpend slecht geschreven boek als een pias te kijk zet.

II.
Onderwijl was ik eindelijk begonnen aan de biografie over die andere bruut: ‘Onklare Lijnen’ van Nick Garcia, een vuistdikke uitgave waarin volgens de achterflap...

‘...een vlammend octium en een exactheid van beschrijving volmaakt samengaan’.

Van ‘octium’ had ik nog nooit gehoord, maar de eerste alinea gaf wel ongeveer een idee in welke richting ik het moest zoeken:



III.
Met name de slachtofferrol van mevrouw Hergé wordt door Garcia breed uitgemeten. D. zond me de scan van een pulpromannetje van Leo Livorno dat hij tijdens lezing van ‘Onklare Lijnen’ onder handbereik had...

‘...om mezelf in hemelsnaam wijs te maken dat de geschiedenis een ander verloop heeft gekend’:


‘Let vooral op het glaasje,’ beval D. ‘Vat 69?’

Ik keek ernaar met gemengde gevoelens.

woensdag 15 oktober 2014

Stelletje verlopen bladluizen!


Jansen en Janssen gaan onderuit, najaar 1935:


Jansen en Janssen gaan onderuit, najaar 1975:


Veertig jaar zijn verstreken en je moet toch wel een verlopen bladluis zijn - en een wormstekige aardpeer bovendien - als je zó suf de langverwachte terugkeer van je titelheld aankondigt. De ouderwetse slapstick van Jansen en Janssen, de wezenloze blikken van Kuifje en Haddock... Waar is de fonkeling, waar is het Avontuur?

De kranige lezer die het Weekblad toch opensloeg, kreeg dit voor de kiezen:


Mijn favoriete lelijkste plaatje uit PICAROS. Alles en iedereen is hier, geesteloos en met vergauwelozing van de verhoudingen, op de kaderlijn geplaceerd, inclusief de kapitein op zijn ongelukkige De Moor-beentjes en de televisie op de modernistische voet.

Over dat televisietoestel is vaak opgemerkt dat het ‘te modern’ is voor het decor van Molensloot. Maar zo modern was het apparaat toen al niet meer. Vijf jaar eerder werd het gepresenteerd op een beurs in Parijs:


Wie in 1975 de visite wilde imponeren met een modern tv-toestel én flink in de slappe was zat, kocht vanzelfsprekend dit supermodel van Nordmende: de Spectra SK2 Color de Luxe Studio:


Een groot kleurenscherm met daaronder drie zwart-witmonitoren om tegelijkertijd naar vier (4) programma’s te kunnen kijken. Verdisconteerd met de inflatie kostte dat geintje zomaar € 12.000,-. Mooi is anders, maar geldt dat voor PICAROS niet evenzeer?


dinsdag 14 oktober 2014

Etiquette voor striplezers (2)


Luimig mailtje van D. die zich afvraagt of dit smoezelige T-shirt nog met goed fatsoen is te dragen:


Volgekalkte kloffie met dédicaces van Franquin, Hubinon, Paape, Peyo, Roba, Francis, Deliège, Mittéï, Walthéry, Will, Tillieux, Seron, Dany, Lambil en Mitacq (bij volmacht). Gemaakt in 1973, op de verjaardag van Hubinon. Afgelopen zondag onder de hamer in Brussel met een richtprijs van € 1.500,-.


Mijn S. adviseert: voorbehandeling met HG-vlekkenverwijderaar en daarna in de kookwas op negentig graden.

maandag 13 oktober 2014

Etiquette voor striplezers


Omdat ik gisteren een lelijke snijwond opliep bij het trancheren van een oude haan, beperken we ons vandaag tot een greep uit de mailbox. Vraag van een modebewuste A la recherche-lezer die worstelt met de etiquette:

Hoe draagt men op informele bijeenkomsten een Kuifje-album bij zich zónder uit de toon te vallen?

Laten we eens kijken naar de bijgesloten foto:


Zo hoort het dus niet.

Verticaal gevouwen album geschoven in de binnenzak van een casual jack van ontwerper Marc Jacobs. Dat populaire high fashion-jasje heeft half cultureel Amsterdam in de kast hangen - ik ook, moet ik bekennen, dus kan ik eenvoudig illustreren waar de pijnpunten liggen.

Ten eerste: in tegenstelling tot het pochet, kent een Kuifje-album slechts één correcte wijze van vouwen:


Altijd met het omslagbeeld naar buiten.

Daarmee zijn we er nog niet, want de tweede gouden regel luidt: altijd stof in stof.


Dat wil zeggen: alleen albums dragen uit de eerste, ongekartonneerde reeks met linnen rug. Waarmee PICAROS (zie foto 2) dus is uitgesloten - iets waarover we niet al te zeer hoeven treuren.
Grofweg kunnen we dan nog onderscheid maken tussen een extraverte, wat agressievere dracht (rood linnen) en een zonniger, meer rationele dracht (geel linnen).

Tot slot nog dit:


Exemplaren van de Petit Vingtième nimmer gevouwen in de binnenzak, maar altijd aandachtig nonchalant opgerold in de linker buitenzak. Niet iedereen let even goed op deze details* en toch zijn ze van essentieel belang bij het maken van een goede indruk.

*) Daarom vinden stripbeurzen over het algemeen plaats in sport- en veehallen.

donderdag 9 oktober 2014

Bravo, Monsieur Hulot!



Tati in voorraad - ode van Johan de Moor aan Jacques Tati die vandaag zijn 107de verjaardag viert. De Franse komiek is inmiddels dement als een oude postbesteller - en misschien zelfs wel dood - maar desalniettemin is zijn verjaardag een goede aanleiding om hem het universum van Hergé binnen te loodsen. Bijvoorbeeld met dit beeld uit zijn film Trafic :


Cartooneske verbeelding van een auto waarvan de bestuurder bovenop de remmen staat.

Bij Tati schiet een DS dan de lucht in, bij Hergé houdt een veel lichtere Deux Chevaux nog net contact met het wegdek:


Een synthese van beide afbeeldingen treffen we aan bij Theo van den Boogaard:


Let overigens op het wat vreemde KRAAAKKK! waarmee de klank van dit toch niet geringe ongeval wordt nagebootst. Qua lulligheid doet het zeker niet onder voor deze klassieker:



dinsdag 7 oktober 2014

maandag 6 oktober 2014

Keuzes



I.
The morning after het smartelijke slotgala van het Nederlands Film Festival bezichtigden we een woning in de Utrechtse binnenstad. Half serieus, half nieuwsgierig – in Utrecht woon je voor een tikkeltje minder in een heel huis aan een gracht.
Maar aan het vierhonderd jaar oude pand lag het ten slotte niet, wél aan dat water. De Nieuwegracht is niet meer dan een beekje en de hevige stilte die erboven hing, greep me bij de strot. Evengoed en even akelig kon je hier aan je eind komen als in het Bois-des-Pauvres.

II.
Wat deed die Jacobs in dat verrekte domein, twintig kilometer verwijderd van Brussel, behalve wegkwijnen?

Veel aannemelijker dan Philippe Goddin (in LIGNES DE VIE) schetst Benoît Peeters (in FILS DE TINTIN) de schade die het uiteengaan van Jacobs en Hergé in 1947 bij het tweetal teweegbracht. Hun samenwerking leek net zo voorbestemd als de ontmoeting van Georges met Tchang – en in dit geval niet alleen in retrospectief. De man van de beweging (Hergé) en de man van het statische beeld (Jacobs). Hoe (ver)blind was de tekenaar van Kuifje dat hij de aanvulling en de synergie zo makkelijk opgaf? Goddin strijkt de plooien glad met de opmerking dat Kuifje de botsing van twee sterke persoonlijkheden maar moeilijk zou hebben overleefd.

En toch.

Wát als Hergé zijn zogenaamde sterkte had durven afzwakken om deze logische levenslijn in stand te houden? Wat zou de verhalende en grafische vluchtroute zijn geweest van VOL 714 met het koppel Hergé/Jacobs aan boord? En hoeveel dynamischer was het lijkstijve SATO geworden als Jacobs het gemaakt had in de nachtelijke uren aan de Louizalaan?

III.
‘Wat als we gewoon een bod doen?’ mijmerde S. op de terugreis naar Amsterdam.
Ik durfde daar geen antwoord op te geven.
Je kunt haarscherp de foute keuzes van de ander waarnemen en interpreteren en tegelijkertijd de ogen dichtknijpen voor het eigen feilen.

woensdag 1 oktober 2014

zaterdag 27 september 2014

Miraculeuze leuterkoek


I.
Terug van vakantie trof ik in mijn werkkamer een monsterlijke boekenkast gevuld met… Ja, met wát eigenlijk?
‘Zijn dat Kuifje-albums?’ vroeg S. onthutst. ‘Waar komen die ineens vandaan?’
De verbazing was wederzijds. Tot het kwartje viel.
Mijn verzameling.
Helemaal vergeten!

II.
Bon, het jachtseizoen is weer geopend – en dit najaar met het vrolijke kletspraatje van de Brusselse verzamelaar die achter een meubelstuk in zijn huis een originele plaat uit SCEPTRE vond (‘apparue, comme par miracle’, noteerde Le Figaro deze week, als betrof het de openbaring van Onze-Lieve-Vrouw van Lourdes).

De Belg was het bestaan van dit kleinood ‘volledig vergeten’.

III.
‘Dit is een stukje geschiedenis,’ zegt Eric Leroy, expert van het gewiekste veilinghuis Artcurial. Dat valt niet te ontkennen – de plaat verscheen in een ver verleden, op 20 april 1939 in Le Petit Vingtième.

De rest van Leroys klakkeloos overgenomen beweringen is prijsopdrijvende leuterkoek alsmede propaganda voor de stripveiling van Artcurial in november. De plaat gaat daar onder de hamer met een richtprijs van € 200.000 - 300.000 . Zeker niet te hoog, beweert Leroy, want deze originele pagina bevat immers ‘de belangrijkste passage’ in het verhaal (waarin Muskar concludeert dat hem slechts drie dagen resten om de scepter te vinden en zijn troon te redden). Ook noemt Leroy de plaat ‘extra zeldzaam’ door het optreden van Jansen en Janssen (‘Tintin et les Dupondt sur la même planche est une rareté aux enchères’).

IV.
Leroys leuterkoek moet toch vooral verhullen dat er stilistisch eigenlijk niks op deze vondst te beleven is:


SCEPTRE staat vol met iconische scènes*, maar deze ‘belangrijkste passage’ behoort tot de saaiste pagina’s van het album. En misschien wel de lelijkste. Zie de koning eens met zijn laarsjes stijfjes balanceren op het kaderlijntje van het eerste plaatje. En kijk eens naar de onhandige perspectiefwisseling die Hergé inzet (derde plaatje) om bij Muskar goed zichtbaar het zweet te laten uitbreken. Het is ongeïnspireerd haastwerk, een overgangspagina om het avontuur op stoom te houden.

En bijna zou ik zeggen: terecht vergeten.


*) Kijk eens hoe het plezier afspat van de voorafgaande pagina:





Woensdag verder

maandag 1 september 2014

Zondagavond 31 augustus, 21.58 uur



Kleine dood in een hotelkamer in Venetië. De vrouw van de verzamelaar retoucheert de lijntjes in haar gezicht en de verzamelaar zelf zapt verveeld langs de beeldlijnen van tweehonderd televisiekanalen. Rai Uno, BBC2, Rete 4, TeleFriul, France5, TVM. En dan pijlsnel terug naar France5.

Want mille milioni di tuoni e fulmini di Brest!, zagen we daar niet in een flits de bedrukte snuit van Germaine Kieckens?

Het is de aankondiging van episode 10 in de reeks Une Maison, Un Artiste, vanavond met een royaal bezoek aan het bloemrijke optrekje van de Hergéetjes in Céroux-Mousty.
‘Ga je mee?’ vraagt de wijnrood afgeklede S.
De uitzending begint over een klein kwartier.
‘Ik denk dat ik nog een uurtje hier blijf,’ murmel ik. ‘Het eten is niet goed gevallen.’
‘We moeten nog eten, komediant,’ klinkt het hardvochtig. En met een driftige druk op de knop wordt het venster op de wereld – mijn wereld - gesloten.

De Gaulle zei het al eens, met een slag om de arm: ‘Les Italiens ne sont pas tous des cons’ – Italianen zijn niet allemaal klootzakken, maar ze eten zo verrekte laat dat de cultuur eronder lijdt.



Beste & trouwe A la recherche-lezer, vergeef me mijn vrijmoedigheid. Ik vier nog even vakantie. Hier verder op maandag 29 september.

maandag 30 juni 2014

De gevaarlijke grotemensenwereld



I.

Business Only Jets’ – uit het formidabele filmarchief van Britsh Pathé. Marsmuziek stuwt de geavanceerde zakenjet de lucht in, waar een typemachine, een bakelieten telefoon en een rekenlineaal (!) het moderne plaatje een tikkeltje ontwrichten. De Vlucht 714-ingrediënten zijn in elk geval amper over het hoofd te zien.

II.
30 juni – vandaag is het precies 47 jaar geleden dat de Congolese (en tamelijk onfrisse) politicus Moïse Tshombe ontvoerd werd in een gekaapte zakenjet:


Inspiratiebron voor Hergé? Nee, want ‘Vlucht 714’ verschijnt op dat moment al in het Weekblad. Maar een link met de Tekenaar lijkt wel te bestaan. Schrijft althans A la recherche-lezer René Norenburg die me op deze kwestie wees. Hij herinnert zich hoe hij eind jaren zestig als kind naar de promotieposter van ‘Vlucht 714’ aan de muur staarde. Norenburg:

Keer op keer bekruipt mij het gevoel dat ik iets in huis heb gehaald, dat niet meer eigen is aan mijn wereld met Kuifje & Bobbie, maar dat komt uit de gevaarlijke grotemensenwereld.

III.
De Kuifje-complotteur die zich deze zomer wil verdiepen in een pikante affaire (‘Een van de onopgeloste politieke misdaden van de twintigste eeuw’), moet ook dit filmpje bestuderen…


 

… en zich afvragen: wie is toch die geheimzinnige Pierre Davister?

IV.
Zelf vlieg ik er even tussenuit. Vanaf eind augustus zoeken we hier weer verder naar de Verloren Kuifje.

Voor spoedgevallen en noodverbandjes kunt u als vanouds bellen met de praktijk van zuster Fanny, tst. 421.

Bovenal wens ik u een deksels goede zomervakantie.




donderdag 26 juni 2014

Restauratie



‘Zoals klompen vroeger als bloempot dienden of speculaasvormen een haard versierden… werden stripplaten uit hun oorspronkelijke functie ontheven.’

Fragment uit een artikel over ‘de restauratie van een klassieker’ (en dan gaat het over De fantastische avonturen van Corentin Feldoé, van Paul Cuvelier). D. stuurde me de link en het paginanummer (43) naar de Striperfgoedspecial van het Vlaamse tijdschrift Faro.

Aardig verhaal, maar mijn aandacht werd nadien vooral getrokken door de vier pagina’s die ervóór liggen: ‘De donkere achterkant van een idool’, over – inderdaad – Willy Vandersteen en zijn morsige alter ego Kaproen. De aanleiding: het volledige onderzoeksrapport naar de oorlogsjaren van Vandersteen staat sinds een week online. Het blazoen van de Antwerpse volksjongen behoefde overigens geen renovatie, want zoals de auteur van het overzichtsartikel besluit: Het icoon was duidelijk sterker dan de smet.

dinsdag 24 juni 2014

Ik wist het!




maandag 23 juni 2014

Gedeformeerd (2)


Met de trein naar Zwitserland, voor een bezoek aan Art Basel. De beurs wordt ook wel aangeduid als ‘de Olympische Spelen van de internationale kunstmarkt’. Waarbij het wedstrijdelement nogal diffuus is en niet elke tak van sport toegelaten.

Voor wie zoetjesaan en tegen beter weten in is gaan geloven in de slimme marketingpraatjes van Artcurial c.s.* moet Basel een ontnuchterende reality check zijn. De negende kunst is er slechts aanwezig in het hoofd van de gedeformeerde liefhebber. Die stelt zich op voor een doek van Dewasne…


… en denkt aan Hergé:


Meer dan in Zürich (bij psychiater Riklin) zou de getroebleerde Tekenaar verlichting hebben gevonden in Basel. Het aanbod is er zo overweldigend dat vrijwel al zijn oude voorliefdes beschikbaar zijn: Poliakoff, Fontana, Noland, Rosenquist...

Van die laatste rekende Hergé in 1972 twee zeefdrukken af bij galeriehouder Leo Castelli in New York. De tekenaar was een van de eregasten op een internationaal stripcongres en had een paar uur eerder een onderonsje gehad met zijn Braziliaanse collega Maurício de Sousa:


… de onvermoeibare producent van tientallen stripkarakters die ook de kinderjaren van Ronaldinho verstripte. Waarmee we in elk geval één voorzichtige verwijzing naar het WK dit blog hebben binnengesmokkeld!


*) ‘Steeds duidelijker wordt dat het beeldverhaal wordt ingekapseld door het kunstestablishment.’

donderdag 19 juni 2014

Improvisaties



Coole jas, mooie schoentjes ook, rafelig bankje. Jazzpianist Horace Silver, gisteren overleden, op het studioalbum 6 Pieces of Silver. De opnames voor deze Blue Note-klassieker (met onder andere Donald Byrd en Hank Mobley) dateren van 10 november 1956*. Veertig jaar later componeert Silver het catchy ‘Serenade to a Teakettle’, geïnspireerd door, het zal niet verbazen, het fluiten van een theeketel.

ZWARTE ROTSEN, pagina 34, het fluiten van een held:


De jonge avonturier als hansworst… Dat dit album soms op een viering lijkt van ‘the uncool’ hebben we hier al eerder geconstateerd. Het absolute diepte-/hoogtepunt treffen we aan op pagina 12, tweede strook:


Bestudeer aandachtig deze prent en probeer dan een antwoord te geven op de volgende vraag: is dit Kuifje... of zien we hier Dirkjan in een Kuifje-tenue?


*) ‘De Zaak Zonnebloem’ is dan net verschenen en het zal nog (exact!) een jaar duren vooraleer Hergé bij zijn Germaine opbiecht dat hij muziek buiten de deur maakt met het inkleurstertje Fanny.

maandag 16 juni 2014

Wolfsklem revisited


Met die wolfsklem waar onze held zijn fragiele been in plaatst (in ÎLE NOIRE) zijn we dus nog niet klaar. Want ja, waarde lezer uit Dilbeek, dat de jonge Hergé er in juli 1937 ook een Petit Vingtième-omslag aan wijdde, zag ik geheel over het hoofd:


Er ontglipte me nog iets, een akkefietje dat zich afspeelt tussen deze twee plaatjes (KRISTALLEN BOLLEN, pagina 40):


Hier ontbreekt de cliffhanger zoals die verscheen in Le Soir, van 24 juli 1944:


De kapitein, hij zou toch niet…?


Jawel, zien we op 25 juli 1944. Een wolfsklem. Ook hij. En zijn zogenaamde vriend Kuifje lacht hem doodleuk uit!

De wolven, dat waren de Nazi’s, en dus zijn er wat vergezochte theorietjes over waarom Hergé vijf dagen na de aanslag op Hitler een wolfsklem laat dichtslaan… Maar daar gaan we onze vingers niet aan branden.


Donderdag verder.