vrijdag 17 februari 2017

Kuifje onder de loep (99)


Vervolgen we onze facultatieve collegereeks over de verkleedpartijen in het universum van Hergé met deze fraaie dubbele plaat uit de Weekblad-publicatie van AFFAIRE TOURNESOL:


Onze helden zijn er - vermomd als afgezanten van het Rode Kruis - inmiddels in geslaagd Zonnebloem te bevrijden uit handen van de ZEP, de geheime politie van Bordurië:


Op de achterbank van deze (door Jacques Martin op de Facel Vega gebaseerde) Bordurische cabriolet ontwaren we Haddock die zich een valse baard heeft aangemeten zónder zijn eigen baard af te scheren. Dat is niet alleen zéér risicovol, maar ook erg jammer omdat ons nu een blik op een gladde Kapitein wordt onthouden.

Achter het stuur zien we een besnorde Kuifje, met bril en in een blauwgroen pak. Let ook even op zijn kapsel met de perfect symmetrische middenscheiding. We kennen deze haarsnit vooral van deze onfrisse snuiter:


Maar terug naar het Avontuur! Dat heeft, zoals we weten, een vervelende wending genomen met het slippen van de vluchtauto:


Gelukkig, onze helden leven nog…:


…maar ongeschonden zijn ze beslist niet. De klap was zó enorm dat Kuifje achtereenvolgens zijn bril, zijn afzichtelijke kapsel, zijn jasje, zijn das én zijn witte overhemd met hoge boord is kwijtgeraakt. Wat rest zijn bretels en zijn authentieke bovenkleding die blijkbaar al die tijd ónder zijn vermomming zat...

Hier hapert niet zo zeer het narratief als wel de afstemming met het aannemelijke. En er dient zich nóg een probleem aan. Uitgerekend dit plaatje vormt immers de basis voor het albumomslag. De tekenaar zou zijn held daarop dus moeten afbeelden met bretels en een lange broek…


Hergé durft het niet aan en kiest, zoals we zullen zien, voor een geforceerde oplossing.

Opnieuw het tweede plaatje, nu uit de albumversie:


Kuifje kleedt zich nu om achter het stuur. Tijdens een wilde achtervolging! In een bocht! Wat een kerel!


En daar zien we hem in zijn vertrouwde kloffie. De bretels zijn weg, de lange broek ook. Dat onze held ook weer zijn pofbroek aan heeft, komt omdat enkele pagina’s eerder de vermomming is aangepast: van blauwgroen kostuum naar bruin pak met, heel pienter, een plusfour.

Hier laten we het even bij. Na de pauze onderzoeken we de vraag wat de antithese tussen maskerade en ontmaskering ons leert over Hergé’s opvattingen van identiteit, individualiteit en authenticiteit.


Ik ben tot 27 februari afwezig. Liefhebbers kunnen tussentijds teruggrijpen op een klein aantal lessen dat nog steeds online beschikbaar is, waaronder de geruchtmakende lezing over de Drevel van Loeria en het populaire college over narratieve concepten.

woensdag 15 februari 2017

Prematuur prototype



Gedonderjaag met een maquette (in DE ZAAK ZONNEBLOEM), ruim vóór het bioscooppubliek dit tafereel voor de kiezen kreeg:


Auric Goldfinger naast zijn gedetailleerde maquette van Fort Knox (1964). Op het web wordt vrolijk geparlevinkt over de volstrekte zinloosheid van dit enorme model. Maar natuurlijk vooral aardig om te weten is dat Hergé al in 1955 iets tekende dat pas heel veel jaren later gemeengoed werd:

Deze [Goldfinger-]set zou het prototype worden voor alle volgende Bond-films. Het beeld van de schurk die aan de hand van een architectuurmodel zijn snode plannen om de wereld te veroveren smeedt. Juist omdat het een maquette is en de snoodaard daar bovenuit torent, wordt die in zijn zelfbeeld als oppermachtige met de hand aan de knoppen gesterkt.

... schrijft film- en architectuurliefhebber Erik Kersten.

Het is ook, vervolgt Kersten, dit beeld dat te zien is als een indirecte maar venijnige kritiek op de maakbaarheid van de wereld die de architectuur in zijn algemeen, en het modernisme c.q. functionalisme speciaal, voor stond. Net als de schurken smeden de architecten plannen om de wereld te scheppen naar hun (boosaardige?) visie.

Wat ons toch ook weer bij E.P. Jacobs en diens ZWAARDVIS-avontuur brengt: liet de kwaadaardige heerser Basam-Dandu een maquette van de wereld bouwen alvorens hij die in vuur en vlam zette?

maandag 13 februari 2017

Vooruitwijzing naar een catastrofe


Naar Art Rotterdam waar niets me werkelijk bij de kladden greep, maar waar de onverschilligheid gelukkig ook achterwege bleef. De dame met de satijnen Kalashnikov (gevuld met sesamzaad) was prettig ontregelend na de witter dan witte reliëfs van gewezen lieveling Jan Schoonhoven. Zélfs voelde ik een lichte tinteling bij het nieuwe werk van Sebastian Utzni…


… die oude comics verzamelt ‘which seem to anticipate the destruction of the World Trade Center’. Voor wat het is (de facto andermans kunstje achter museumglas) zijn de prijzen sky high, maar daar moeten we niet te kinderachtig over doen. De kunstenaar slaat munt uit zijn reputatie – ik vind dat gewiekst.

Plaatje!


‘La catastrophe annoncée’, zoals semioloog Pierre Fresnault-Deruelle het noemt* – de vernietiging van een maquette als vooruitwijzing naar de aanslagen van 9/11. Over de onnavolgbare bochten waarin Hergé zich wringt om de exacte locatie te verhullen, laat de gepensioneerde hoogleraar zich overigens niet uit:


‘Een enorme stad aan de andere zijde van oceaan waarvan het nutteloos is om de naam te noemen.’

Collega Jacobs hield zich tien jaar eerder ook al op de vlakte:


In Bombay, Rome, Parijs en Londen laat hij met zichtbaar plezier gruwelijke vuurstormen woeden, maar hier tekent hij slechts slappe rookwolkjes. De wolkenkrabbers van de Nieuwe Wereld lijken onbeschadigd, de gele horden hoeven slechts de lift naar de bovenste etage te pakken (‘Up to the roof, young boy!’) om hun vlag te hijsen.


*) In de boekuitgave ‘Hergé ou la profondeur des images plates’

vrijdag 10 februari 2017

Een bijzonder beroerd einde


Bon, een tikkeltje schuldig voel ik me wel na het afserveren van het Jules Verne-vehicle Vynález zkázy als ‘malle film’.

De Tsjechische rolprent blijkt een aantal jaren geleden gerestaureerd en de nieuwe trailer laat overduidelijk en erg fraai zien (KLIK !) …


…wat in het vuile promotiefilmpje uit 1958 amper nog waarneembaar is. De regisseur wekt geraffineerd de oude Verne-gravures van Édouard Riou en Léon Benett tot leven (zoals Jacques Tardi dat zestien jaar later deed met zijn IJSDEMON) en won er de Grote Prijs van het Wereldfilmfestival op de Expo 58 in Brussel mee:


Tot groot ongenoegen overigens van de critici die de Orson Welles-klassieker ‘Touch of Evil’ gepasseerd zagen door iets wat toch vooral werd beschouwd als een werk van ‘uitsluitend virtuoze studiohandigheid’.

Ik zag nog iets over het hoofd:

In de [oude] trailer van The Fabulous World of Jules Verne ontdekte ik op 1.35 zelfs een kapitein Haddock (alleen de trui klopt niet)...

…schrijft PERDU-lezer Rob van Essen.


Het is acteur Frantisek Slégr en het loopt in deze film bijzonder beroerd met hem af*.

*) Zie het (helaas niet opgelapte) slotfragment - en let vooral op de plezante explosie (BOEM !).

woensdag 8 februari 2017

Wonderen in Mystimation !



Fragment uit de Tsjechische Jules Verne-potpourrie ‘Vynález zkázy’ (beter bekend als The Fabulous World of Jules Verne). En ja, ik moest hierbij vanzelfsprekend aan de Eenhoorn denken, maar óók aan de met touw gezekerde klimmers in TIBET.

Over Hergé en zijn mosterdpot gaan we het verder niet hebben. Bekijk toch vooral de trailer (KLIK !) van deze malle film* uit 1958 (‘The first motion picture produced in the magic-image miracle of Mystimation!’) en hef het glas op Verne. Als de wetenschap hem het eeuwige leven had gegeven, vierde de sciencefictionpionier vandaag zijn 189ste verjaardag.


*) ... en let op de dito fietsscènes. Regisseur is de invloedrijke animator Karel Zeman, ten diepste bewonderd door niet de minsten uit zijn vak: Ray Harryhausen, Terry Gilliam, Tim Burton, Wes Anderson...

maandag 6 februari 2017

Wie draaide zijn wasjes ?



Hergé in zijn studio, 1975. Vergeet de albums, die kennen we nu wel. Let op de kekke lichaamshouding:


Gekanteld bekken, hangende schouder, wat is hier aan de hand? Heeft de Tekenaar recentelijk naar West Side Story gekeken of doet hij een Belmondootje? Fanny (41) heeft ’t maar getroffen met deze viriele 68-jarige!

In 1973 legde André Soupart de Tekenaar vast in dezelfde ruimte die toen, met donkere werken van Appel en Mortier aan de wand, alleszins drukkender was:


Twee jaar later zijn die doeken in hun afschuwelijke gouden lijsten dus ingeruild voor een, gok ik, Gaston Bertrand (eerste foto links) en een Jan Dibbets.* Zeker wat dat laatste werk betreft, een ommezwaai waar ik mee instem.


*) Alleen de pantalon van Hergé lijkt in die jaren onveranderd. Hoeveel wasbeurten heeft die inmiddels ondergaan? En wie draaide au fond zijn wasjes? Droogstoppel Philippe Goddin laat die belangrijke kwestie in zijn biografie onbeantwoord. Ik houd het, voorlopig, op Fanny: zij moet in elk geval hebben uitgeblonken in het scheiden van de kleuren.

donderdag 2 februari 2017

Bliksemfriet


Ook mij begon het allemaal m’n strot uit te komen, maar deze Trump-beschouwing kon ik nog wel smaken:

‘It seems Trump’s approach to eating, like everything else he does, is first and foremost reliant on speed rather than enjoyment.’

Onmogelijk immers om hierbij niet aan die andere miljardair te denken:



John Archibald Pump spoelt zijn ‘bliksemfriet’ weg met ‘blitzkoffie’ en laat dit voorafgaan door (hier niet zichtbaar) ‘acceleratorsoep’.

Prachtig vrij vertaald allemaal: de Tekenaar zelf dient slappe ‘frites rapides’ en dito ‘café minute’ op. Hij laat dat overigens voorbijkomen op een ‘tapis roulant’ (een lopende band) wat de vertaler dan weer een tikkeltje te letterlijk neemt (‘een roltapijt’).

Enfin, voor Pump is het, zoals bekend, een galgenmaal: een paar minuten nadien ligt hij verkoold naast zijn private racebaan. Haastige spoed komt voor de val - iets om in deze onstuimige tijden niet te vergeten.

dinsdag 31 januari 2017

Wie sluiten we uit?


Om het defaitisme de kop in te drukken, stapte ik dit weekend in de trein naar Brussel. Een bezoek aan de Brafa-kunstbeurs leek me een beproefd antidotum tegen de overdosis realiteit van de voorbije dagen. Maar evengoed las ik onderweg een interview over het zeer actuele ‘vetting’: wie mag erin, wie sluiten we uit?

Bernard Blondeel, voorzitter van het toelatingscomité van de Brafa:

‘Een doorlichting (of ‘vetting’) moet de kwaliteit van de aangeboden werken en dus van de beurs zelf hoog houden. Voorbeelden van werken die we zouden weigeren: een schilderij dat te veel gerestaureerd is, een beschadigd object, een object dat in een periode na de oorspronkelijke creatie werd hersteld, een anoniem werk of een werk met weinig decoratieve waarde, een foute toeschrijving of een niet-authentieke handtekening, een lithografie waarvan de oplage niet gekend is.’

Later, in de mikmakstand van de Belgian Fine Comic Strip Gallery (naast de branduitgang) vroeg ik me nochtans af in hoeverre Blondeel zich gehouden had aan zijn eigen richtlijnen:


Beeltenis van een beschadigd object: de stuurse bakkersdochter Germaine Kieckens is zó braaf en onhandig neergezet dat de decoratieve waarde op de ernstige beursvloer de facto nul is.

Overigens was het een interessante beurseditie en bleef ik vooral voor dit doek lang drentelen…:


… en niet alleen omdat de maker enige tijd een favoriet was van Hergé.

‘Obsession’ (1919) van Frits Van Den Berghe, die hier zijn vrienden Gust en Gusta De Smet portretteert in een moment van groot verdriet en stress. Een paar maanden eerder hebben zij hun 20-jarige zoon verloren bij de grote treinramp in Weesp:


Veel in dit werk van de Vlaamse meester is evident: het witte tafellaken als doodskleed, de zwarte stoel helemaal rechts die leeg zal blijven. Maar wat me werkelijk raakte, is de afstand die Van Den Berghe schildert tussen de bozige vader op de voorgrond en de kwetsbare moeder op de achtergrond. Als die afstand blijft, mislukt de rouw omdat je elkaar erin kwijtraakt en zijn de lege handen ten slotte onverduurbaar.
Ik dacht aan S. en - zoveel jaar geleden inmiddels - aan haar verlossende handreiking en moest heel even vechten tegen de tranen.

woensdag 25 januari 2017

Etnische uitglijders


Een uitgeweken vakkennis van S. sleepte ons mee naar een voorvertoning van I Am Not Your Negro. Onthoud die titel - de documentaire (over de plek van Afro-Amerikanen in de samenleving) is zó goed gemaakt en zó aangrijpend dat ik bijwijlen naar lucht moest happen.

In de openingssequentie stuiteren oude en nieuwe raciale clichés over elkaar heen en is het onmogelijk om ook niet heel even aan het vroege werk van Hergé te denken:


Kleurplaat voor Pacha-chicorei die deze week wordt aangeboden op de Brafa-kunstbeurs.

A COLORIER – TE KLEUREN, dat is beslist geen uitnodiging die we aantreffen op het origineel van SOVIETS! Maar let vooral op de stereotype kwibus die het koffiesurrogaat presenteert (en over zijn hoofd morst). De Tekenaar heeft hem, om etnische uitglijders te voorkomen, alvast gitzwart ingekleurd.

De plaat dateert overigens uit 1935, een jaar waarin ze bij Pacha de Vlaamse kranten wekelijks voorzagen van nogal buitenissige reclameteksten op rijm:


Zonder een échte koffie achter de kiezen laat de portee hiervan zich amper doorgronden...

maandag 23 januari 2017

Gebelgd door het Rodwell-filter



‘Dat doen ze toch wel goed,’ zei S. - met een afgunst die géén vakantie vierde. We verbleven in het hotel waar John Belushi zich 35 jaar geleden met een speedball (een intraveneuze cocktail van cocaïne en heroïne) om zeep hielp en staarden verwonderd naar de beelden van een propere snaak in Kuifje-tenue. Als een onbetekenend independent televisiestation in LA nieuwswaarde toedicht (lees: twintig seconden zendtijd verspilt) aan de inkleuring van een antiek Europees stripalbum is er euh… niets aan te merken op je talent voor geslepen promotie!

‘Jawel,’ gromde ik. ‘Dát doen ze toch wel goed. En dat is ook precies het enige.’ Verder deed ik er maar het zwijgen toe. Het gaf geen pas te klagen over het opportunistische kleurenpalet van SOVIETS in een stad die de color grading heeft omarmd. Gooien ze in Hollywood niet overal een kleurfiltertje over om de kijker in de juiste stemming te brengen?

Gebelgd door het Rodwell-filter slofte ik met S. naar de bar voor een late night supper. De kaart vermeldde zowel een perverse frietvariant (‘met truffel en parmezaan’) als een kale portie Brussels sprouts.
Ik snoof.
Negenduizend kilometer van huis en ik moest, verduveld, aan de gordijnstof van Hergé denken... I guess happiness is not a state you want to be in all the time*.


*) Dixit John Belushi.

woensdag 21 december 2016

Doorzien & afgedaan



Waarde lezer, ’t is gedaan. Gegroet en vaarwel 2016 - annus mirabilis, vooruit, laten we het daar ruimhartig op houden. En, vrij naar Haddock: Nooit was ik aldus in de diepste weemoed gedompeld!

Ik knijp er even tussenuit alvorens de tiende jaargang binnen te rollen (verder in de tweede helft van januari).

Voor spoedgevallen en hechtpleisters kunt u als vanouds contact opnemen met de Kuifje-kliniek in de waterburcht van ridder Fanny (toestel 421). Maar ik wens u toch vooral een jaarwisseling in goede gezondheid!

maandag 19 december 2016

Te zware lading


Met S. naar Utrecht om ons te vergapen aan Broadway 14th day, 18 minutes after dusk van Craigie Horsfield – fotografisch beeld van de resten van de Twin Towers, verwerkt in een wandtapijt van bijna negen meter breed:


Vier jaar geleden zagen we dit Ground Zero-kunstwerk voor het eerst in het harde licht van de Kunsthalle in Basel. Op de Horsfield-expositie in het Centraal Museum hangt de tapisserie in gedempt licht en klinkt een sombere soundscape. Dubbel effectbejag met een karig rendement: de waarachtige beroering van de eerste kennismaking blijft uit.

Het sluitstuk van de expositie in Utrecht is me nu liever:


Een dik geweven diptiek van twee neushoorns in gevangenschap. De maker verlangt dat we wegdromen in hun berustende blikken, maar hoe kon ik niet óók aan een van de fraaiste platen uit CONGO denken?


Het is 7 mei 1931 en Kuifje blaast met een veel te zware lading dynamiet een neushoorn op. Let vooral op de natuurlijke souplesse in het tweede plaatje – zowel van de Tekenaar als van de aan de tak bungelende held.

Te zware ladingen zijn overigens beslist niet incidenteel in de wereld van Hergé:


Voormalig kolonel Diaz brengt een heel vat tot ontploffing (in OREILLE) waar een lading van ongeveer 1/10 al ruim voldoende is*.

En omdat de grens tussen fictie en werkelijkheid diffuus is, verplaatsen we ons nog even naar het ground zero van een strand in Florence (Oregon, VS). Daar vindt in 1970 het beruchte Exploding Whale-incident plaats: men tracht er een dode potvis op te ruimen door er twintig dozen dynamiet in te proppen. Een militaire veteraan oppert voorzichtig dat twintig staven meer dan genoeg zijn, maar naar deze passant wordt vanzelfsprekend niet geluisterd. De gevolgen zijn euh… vettig en blubberig:


KLIK! voor het liveverslag.


*) Lezen we in wat we inmiddels definitief de leukste Hergé-uitgave van dit jaar mogen noemen: ‘Duizend bommen, geweren en granaten - Een overzicht van wapens, artillerie, munitie en vormen van geweld in de albums van Hergé’ van Jan Aarnout Boer en Hans Bijman.

donderdag 15 december 2016

Onderwijl in het ravijn


Alcazar-momentje op het Leidseplein waar ik een oud War Child-collega tegen het lijf loop – teruggekeerd uit Hangzhou omdat de Chinezen weigerden zijn werkvisum te verlengen. ‘Feitelijk ben ik het land uitgezet,’ vertelt hij met bedremmelde grijns. Mij lijkt dat er eentje voor de bucket list.

Ik ben nooit een land uitgezet. Ooit werd mij dwingend verzocht een bruiloft te verlaten, maar aan het oprakelen van zulke geschiedenissen kleven risico’s. Na de eerste verrassing wil men weten van de hoed en de rand en wordt het hoe dan ook schrijnend.

Aan de bar van de Kring meten we de levenden voor elkaar uit – het raamwerk van gemeenschappelijke vrienden en kennissen – om uit te komen bij wat Doeschka Meijsing ‘het afwerken van de dodenlijst’ noemde. Het valt me mee, er zijn geen verrassingen.

Later verkassen we naar het restaurant van de sociëteit dat sinds een verbouwing de akoestiek heeft van een ravijn. Bij de steak frites verhaalt mijn oud-collega over zijn aanwezigheid bij een intieme uitvaart waarover mij was bericht dat deze in stilte heeft plaatsgevonden. De gekrenktheid is daarna groots en infantiel en laat zich slechts met veel wijn onderdrukken.

Plaatje!


Hergé, begin jaren dertig. Veel te jong nog, want kijk eens goed in zijn ogen. Doe het niet, jochie, doe het niet!

dinsdag 13 december 2016

Schrikken van je eigen onomatopee


Onze held maakt het de Kapitein gemakkelijk, in BIJOUX:


Vijf jaar na het COKE-avontuur kunnen we constateren dat Haddock nog steeds hetzelfde, treiterende telefoontoestel heeft. Of is het beestje getemd?


Links de agressieve hoornspringer in COKE, rechts het toestel met een hoorn die niet van zijn plek lijkt te branden. Er wordt voortdurend gebeld in BIJOUX, maar de Tekenaar heeft paal en perk gesteld aan het hoornspringen door het toestel telkens in een zeer strak kader te persen. Kijk maar eens:




Ineens wordt duidelijk waarom de betreurde Peter van Straaten zo’n hekel had aan het tekenen binnen kaders!

Toch ziet de zorgvuldige lezer nog steeds een eigenzinnig telefoontoestel. In plaatje 1 doet ‘ie wat ‘ie moet doen: trillen en rinkelen. In plaatje 2 zien we hem schrikken van zijn eigen onomatopee. En plaatje 3 is beslist mijn favoriet: een roerloos toestel naast een onomatopee die schrikt van zichzelf!

Enfin, we kunnen de borst vol adem zuigen en vannacht weer tevreden in bed stappen. Het is gezien. Het is niet onopgemerkt gebleven.

maandag 12 december 2016

Een agressieve hoornspringer


Verbazen we ons op deze verfoeilijk grijze maandagochtend over deze kleurrijke plaat uit COKE:


Verschenen in het Weekblad op 12 december 1956, vandaag precies zestig jaar geleden.

Haddock lijkt ontspannen in bad te liggen, maar kijk eens goed naar de oncomfortabele leefomstandigheden waarmee hij zichzelf kwelt. Wie zet er nu recht tegenover zijn badkamer een salontafeltje met zo’n enorme telefoon?


En waarom duldt een miljonair met een bewezen kort lontje een toestel in huis dat zó heftig rinkelt dat de hoorn er een treiterig luchtsprongetje van maakt?


Man, je had allang Nestor eropuit kunnen sturen voor een klantvriendelijker model!

Overigens piekerde ik over de technische haalbaarheid van dit soort agressieve hoornspringers* toen mijn oog viel op de dossierkast waar de detectives voor staan en waarmee Hergé een kantooromgeving suggereert:


De handigheid van dit soort ladenmeubels (geïntroduceerd op de Wereldtentoonstelling van Chicago in 1893) is dat de gebruiker zich voorover kan buigen en met zijn vingers door de archiefstukken kan ‘wandelen’. Dan moet je beslist geen laden hebben die zich boven je hoofd bevinden, zoals op het bureau van Jansen en Janssen. Heus, dat slaat nergens op.


*) Ga maar na: het toestel moet blijven rinkelen als de hoorn is losgesprongen, vervolgens moet die hoorn telkens weer precies op de haak vallen én daarbij de verbinding niet verbreken. Een maanraket of een Zwaardvis ontwikkelen is, vermoed ik, een eenvoudiger opgave.

vrijdag 9 december 2016

Tegen een lijn aan tekenen



Overigens waagde hij zich ook eens aan een klassieke strip, begin jaren zeventig – naar verhaaltjes van Yvan Delporte die daarvoor heel gewiekst Edgar Poe en Arthur Conan Doyle in de blender stopte. Peter van Straaten (die gisteren overleed) was snel uitgekeken op zijn held Llewelyn Fflint:

“Ik heb er de grootste moeite mee gehad, met dat striptekenen, want ik moest in kaders werken, wat ik helemaal niet gewend was. Ik ben niet gewend tegen een lijn aan te tekenen. Het is echt een apart vak, striptekenen, en een vak dat ik absoluut niet ambieer. Het is het ergste slavenwerk dat er is.”

donderdag 8 december 2016

De afschuwelijke last van de Tijd



De post bracht de cd-uitgave van The Céroux-Mousty Sessions, een welkome remaster van het klassieke (en vrijwel onvindbare) Hergé & Hergée-album uit 1959. Ik heb hier eerder over het muzikale erfdeel van Georges Remi geschreven*, maar deze vocale sessies met zijn toenmalige echtgenote Germaine Kieckens zijn beslist van een heel ander kaliber - broeierig, intens en bij vlagen zelfs ongemeen vijandig.

In essentie ontvouwt zich hier in amper een half uur speeltijd het psychologische drama van twee zielen die voortdurend hun zang synchroniseren tot een agressief duet. Muzikaal stroomt het en stokt het, precies zoals heftige Italiaanse emoties op straat.

Al in het openingsnummer (Truth or illusion) valt op hoe subliem de zang van Kieckens is: rijk in de hoogte, fraai in de frasering en innemend in de (schaarse) zachte passages. Heel soms hoor je haar worstelen met haar coloraturen en precies dát maakt haar zo intrigerend: muzikaal zo kwetsbaar, bijna ondermaats en tegelijk zo energiek en met zo veel inzet, dat je toch geen moment van haar wil missen.

Over Remi ben ik, na deze hernieuwde kennismaking, iets minder enthousiast. Zijn arpeggio gespeelde snaarplukken op de gitaar zijn loepzuiver, maar in zijn zang laat hij steekjes vallen. Met name in het verrukkelijk valse You want to dance with me, angel tits? klinkt hij nasaal en heeft veel moeite met de hoge noten. Hierdoor kan hij niet geloofwaardig zijn woede of frustratie uiten. Het resultaat is dat hij een nogal weke indruk achterlaat.

Overigens, wie aandachtig luistert, ontdekt in het slotnummer een heuse ‘easter egg’: het is Remi die op de achtergrond in bittere ernst citeert uit een gedicht van Charles Beaudelaire: ‘Wees altijd dronken… om niet de afschuwelijke last van de Tijd te voelen… Bedrink je… Voortdurend!’


*) Korte besprekingen van onder andere de albums ‘Jewels’ en ‘Flight 714’ staan hier.

dinsdag 6 december 2016

Ongemerkt heengegaan



Oud en verbitterd – en een tikkeltje clownesk: de Kuifje die Boucq tekende voor de A SUIVRE-herdenkingsuitgave uit 1983. Klikkend van dia naar dia overziet onze held zijn leven waarna hem een akelig einde wacht.

Een lezer tipte me gisteren dat de échte Kuifje pas dertig jaar later overleed. ‘De cirkel is rond,’ schrijft Allard Krings. ‘Hergé is inderdaad de zoon van Kuifje!’

En verdomd... KLIK !

maandag 5 december 2016

Gotlib & Van Kampen


Het leven is te kort om in herhaling te vallen, maar voor Marcel Gotlib maken we vandaag een uitzondering:


Jean Solé, Gotlib en Jacques Lob in 1982. Gotlib is hier als enige in het wit – in veel niet-westerse landen een kleur die symbool staat voor transformatie en de dood. In die zin is het beslist een eerste vingerwijzing naar het onverwachte overlijden van de tekenaar, gisterochtend!

Met de hoedjeszwaaiende Solé tekende hij in de jaren zeventig, op tekst van Alain Dister, de onnavolgbare reeks ‘Pop & Rock & Colégram’ waarin we onder andere een door Slagerij van Kampen gesponsorde Patti Smith als Bianca Castafiore tegenkomen:


Maar goed, en reprise:


Alexis, Gotlib en Loup bespreken het nieuwe nummer van Fluide Glacial, april 1977. Marcel Gotlib voert in dit filmpje het hoogste woord, maar (noteerde ik hier vier jaar geleden enthousiast): ga vooral naar 03.15 minuut en kijk eens hoe schatplichtig de tekenaar is aan Gabin, Belmondo en Delon bij het opsteken van zijn rokertje. Le cool!