maandag 23 september 2019

‘RHAAH!’ brult het monster van Hergé


Ik gebruikte de vluchtige vrijdag om de bezem door de literatuur te halen, maar omringd door torenhoge stapels letteren werd het allengs een laf schuiertje en ten slotte trof S. me in de leesfauteuil, verdiept in de obscene avonturen van legionair Richard Klinkhamer.

Gehoorzaam als een hond’, bijna veertig jaar oud inmiddels. En wat maakten ze toch een lelijke boekomslagen in die tijd! Later zou de auteur zijn vrouw met een breekhamer de hersens inslaan en begraven onder zijn tuinhuisje. Daarover schreef hij een erg slecht boek (‘Woensdag gehaktdag’), maar zijn debuut staat nog overeind. Oorlog, geweld, onzalig engagement van een onfrisse hoofdpersoon, afgetopt met het soort weemoed dat bij een bepaald soort mannelijkheid hoort. Mooi slot ook:

‘Niets is er veranderd, een gewijzigd decor, een herhaling alles, op een aarde die lacht nog weent.’

Plaatje!


Sapristi de sapristoche, gewoon weer een nieuwe poging om drie ton binnen te harken met een prent van Hergé! Maar ditmaal is ‘origineel’ ook echt origineel en zijn de bloedvlekken van de Tekenaar ingeruild voor zijn bloeddorstige creatie Ranko.

Omslagtekening voor de Petit Vingtième van 10 februari 1938 en kavel 118 op de stripveiling van Daniel Maghen, 11 oktober in Parijs.

Ranko mocht twee weken later nog een keertje PV-lezertjes de stuipen op het lijf jagen:


‘Pauvre Milou!’

La belle et la bête, the beauty and the beast, dat kennen we nu wel:


Maar zo eenduidig is het niet.

‘RHAAH’ brult Ranko en nog voor hij daar ‘LOVELY!’ aan kan toevoegen, antwoordt het teefje Milou met een luid en doodsbenauwd ‘WOUAH’:


In de eerste Nederlandstalige editie houdt Bobbie het op een lullig ‘Waf!’:


Leuke veilingcatalogus overigens (KLIK!), met flink veel fijne plaatjes uit een weemoedig stripverleden.

donderdag 19 september 2019

Hoogmoed & bloeddorst in het veilinghuis


Een bittere lach en een traan, gisteravond aan de rue du Faubourg Saint-Honoré in Parijs:


De resultaten van Piasa’s Art + Design-veiling waarin ook de met bloed besmeurde overtreksels van ÉTOILE figureerden. Check op kavel 60 voor de opbrengst – die staat er niet tussen, want: onverkocht.

Een soortgelijke kopie vond amper een jaar geleden ook geen koper. En daar was de richtprijs met € 170.000 – 200.000 zelfs de helft lager.

Was het dus hoogmoed of gekkenwerk bij het Parijse veilinghuis om met deze ÉTOILE-stroken te sturen op een richtprijs van € 300.000 – 400.000? Of dacht men heus met een paar aan Hergé toegeschreven bloeddruppels...


...de hoofdprijs binnen te kunnen hengelen?

Werp overigens vooral nog even een blik op de resultatenlijst, met name op het wonder van kavel 2:


Bij dit fraaie ‘Atelier au feuillage avec personnage’ van Sam Szafran, meester van het pastelkrijt, had het veilinghuis wél de wind in de zeilen. Richtprijs: € 120.000 – 180.000. Afgehamerd op € 604.200, bijna vier keer over de kop! Voorzichtige verklaring: de kunstenaar overleed vijf (5!) dagen geleden:


Op de foto zien we hem, op een moment décisif, aan het oor knagen van Henri Cartier-Bresson.

Trouwens, wat een prachtige naam, de geur van een oud Dupuis-album walmt me tegemoet: Sam Szafran tegen de diamantbende (ijzersterk gevolgd door: Sam Szafran en het mysterie van de Sapristi-sigaar).

En voor dit oudere werk van Szafran (L’escalier, 54 rue de Seine) was Hergé vermoedelijk als een blok gevallen:


De vader van Kuifje had niet alleen de ergste nachtmerries over het beklimmen van trappen, hij deinsde, zagen we hier eerder, er niet voor terug een doek met traptredenmotief aan de wand van zijn Studio te hangen.

dinsdag 17 september 2019

Deconfiture van de verzamelaar


Sapristi, wat hebben we hier?!


Een fameus rokertje uit de jaren tien en twintig van de vorige eeuw - kloek en karaktervol (net als Kuifje...). En meer nog:


Ruig, grijs en donker (dat lijkt meer op een oude Haddock...).

Wie maakte die dingen? En waarom had ik er nog nooit van gehoord? Deconfiture van de levenslange verzamelaar: nog nooit een Sapristi-sigaar gerookt, zelfs geen leeg kistje* in bezit.


*) Zet 'm op, Scudder!

maandag 16 september 2019

Ondertussen, in de witte-motorclub


Etentje bij een oud-collega die aan zijn sulfietallergie nu ook een ernstige lactose-intolerantie heeft toegevoegd. Het heeft nogal wat voeten in de aarde en hij mist vooral de plankjes met buitenlandse kazen – ‘En, ook heel erg, ik kan niet meer ongeschonden naar A Clockwork Orange kijken…’

Die klacht moest ik even laten bezinken en behoefde ten slotte uitleg - ik snapte werkelijk niet wat de gastheer bedoelde.
‘De melkbar… De melkbar!’ riep hij uit, vertwijfeld over zoveel onbegrip voor zijn flauwe grapje.

Natuurlijk, de melkbar:


Malcolm McDowell met een stevig glas in de Korova Milk Bar. Voor de exacte naam van die hippe tent moesten we allebei even googelen. De jaren gaan tellen, vroeger schudde ik die nutteloze kennis achteloos uit de mouw, nu is alleen de dwaze Hergé-data nog op afroep beschikbaar.

Zo wist ik zeker dat ook Kuifje ooit aan de bar van een witte-motorclub heeft gehangen. En kijk:


Het Weekblad van 18 november 1959, drie jaar vóór de boekuitgave van A Clockwork Orange.

Let eens op Haddock die zijn neus ophaalt voor zo’n brave uitspatting en zich er fluks van verwijdert. Gelijk heeft ’ie. In de Korova Milk Bar gooien ze tenminste nog opiaten, chemische drugs en synthetische mescaline in de melk.

vrijdag 13 september 2019

Met de bloedspatten van Hergé


Heb ik hier al die tijd domweg overheen gelezen:


…of proberen ze bij veilinghuis Piasa op de valreep nog wat ophef te creëren over wat in wezen zielloze overtreksels zijn?

Deze vlekjes op de ÉTOILE-stroken:


…zouden niets minder zijn dan spatjes uit het lichaam van Hergé. De bloeddorstige media is er inmiddels bovenop gedoken:


De authenticiteitskwestie lijkt me onoplosbaar. Maar laten we er eens van uitgaan dat binnenkort in Parijs daadwerkelijk het bloed van Georges Remi onder de hamer gaat. De echte liefhebber hangt die kopietjes natuurlijk niet aan de muur, die verdiept zich op YouTube in de modernste moleculaire revitalisatietechnieken en wekt uit die vlekjes rap een portie DNA tot leven.

Keukenblad goed schoonmaken met Vim, de genetische code reconstrueren en dit complete Hergé-genoom inbrengen tussen de celwanden van een leeggezogen eicel (zie ook de handige tutorials op AliExpress.com). Met een geschikte draagmoeder én een elektrische puls om het DNA te laten splitsen, heb je binnen de kortste keren embryovorming. Negen maanden geduld oefenen en zie: een Hergé-kloon, klaar voor gebruik!

Of - en met de ongewisse afkomst van die bloedvlekjes is dat niet uitgesloten - een kloon van Germaine:


Ook leuk voor in huis en in de verzameling – al was het maar om, net als Edgar P., zo nu en dan aan haar oortjes te knabbelen.

woensdag 11 september 2019

Het overtrekwerk van Hergé (4 en slot)


Het klassieke ÉTOILE in een moderne roman:


Originele kopie uit ‘De goede zoon’ van Rob van Essen, winnaar dit jaar van de Libris Literatuur Prijs (richtprijs € 21,99. Basisinkomen-editie zonder kaft: € 7,99).

In deze ‘autobiografische sciencefiction’ figureert ook nog een fictief Kuifje-album (‘De geheimzinnige schedel’) als de meest logische accommodatie voor een wonderlijk verhaal (lees: een onnavolgbare gedachtekronkel van de hoofdpersoon) over kunstdiefstal – niet over diefstal van kunstwerken, maar over diefstal van de kunst zelf.*

Bovendien stuitert er een hardnekkige onomatopee - BZZT, BZZZT of zelfs BZZZZT - over de pagina's. Daarbij kun je aan Don Martins uitmuntende ‘One evening in a hospital room’ denken...


... maar ik meende vooral het driftige zoemen in de wespenscène uit BIJOUX te horen:


Ik zat ernaast. Geen enge herinnering dit keer, maar een vertekende: de wespen zijn niet alleen groter dan gedacht, maar ook geluidloos.


*) Toegegeven, zoals het er staat, is het tamelijk onbegrijpelijk. Maar wie de betreffende passage in het boek leest, begrijpt dat ‘De geheimzinnige schedel’ in wezen de gedroomde versie is van Kuifje en de Alfa-kunst.

maandag 9 september 2019

Het overtrekwerk van Hergé (3)


Sowieso toont Hergé zich in de ÉTOILE voor Le Soir een vaardig stapelaar van cliffhangers. In dagstrip H-15 werpt de Tekenaar niet alleen licht op het raadsel waarmee H-14 werd afgesloten (ratten!), hij vindt ook nog de ruimte voor een nieuwe cliffhanger:


Wat nu? Wordt onze held beschoten?

Je kunt het betreuren dat in albumvorm deze scènes hun oorspronkelijke effect verliezen, maar in dit specifieke geval staat er een erg fraaie pagina tegenover:


De originele inkleuring van pagina 7 met de cliffhanger als opening (!) – inktzwarte schaduwen op een lichtblauwe ondergrond, je moet maar durven. Het maakt de sfeer ongeëvenaard, maar, laten we er niet omheen draaien, op een zeker moment ook verwarrend:


Heel vroeger, als plaatjeslezer, dacht ik dat Kuifjes schaduw gesmolten was… Best een beetje eng!


Woensdag slot.

vrijdag 6 september 2019

Het overtrekwerk van Hergé (2)


Kijken we niettemin ook nog even inhoudelijk naar Georges’ kopieerklusje dat door Piasa aan de Art + Design-veiling lijkt toegevoegd ‘als lokspijs in een muizenval’ (dixit D. bij wie alle alarmbellen inderdaad afgingen).

Let op de opbouw (in drie stappen) van de fijne cliffhanger in de tweede strook:


‘Wat is eraan de hand, Bobbie?’ Horreur! Wegwezen!

Daar zit je dan als lezer, op een erbarmelijke novemberdag* in het oorlogsjaar 1941. Vierentwintig lange uren kauwen op de vraag wie of wat de jonge held op de hielen zit (en ook nog vrezen dat hij pootje gehaakt wordt door zijn eigen schaduw...). Sapristi, het zullen toch geen…:


Nee, gelukkig, géén coloradokevers! Het zijn slechts ratten:


Moeite heb ik dan weer met het plaatje dat aan die onthulling voorafgaat:


We zien Kuifje hier op z’n allerbeschetendst – lastig voor te stellen dat, om maar eens wat te noemen, deze bangebroek dezelfde knaap is die in drie voorafgaande avonturen tweemaal in een neerstortend vliegtuig zat en daarbij ook tweemaal zijn koelbloedigheid wist te behouden.

Wordt de lulligheid hier aangejaagd door dat malle mondje (een streepje slechts) dat bijna van zijn gezicht valt? Of moeten we de Franse politicus Jules Dufaure citeren om de overtrokken angsthazerij te begrijpen:

‘In zijn angstbuien oogt de mens als een karikatuur van zichzelf.’

Omdat Kuifje an sich al een karikatuur is van een mens, is hij dus in zijn angstbuien dubbel karikaturaal.


*) Strook H-14 met de wegrennende Kuifje verscheen op dinsdag 4 november 1941 in Le Soir. In ultra-tintinologische kringen is al eens gewezen op een singuliere simultaneïteit - 4 november 1941 is tevens de geboortedag van Martin Brozius, presentator van het iconische televisieprogramma ‘Ren Je Rot!’.

woensdag 4 september 2019

Het overtrekwerk van Hergé (1)


Wat hebben we hier:


Catalogus van Piasa’s Art + Design-veiling op 18 september.

Een mixed bag met vertrouwd designspul: de Fluorescent-lamp van Poul Henningsen uit 1959 (oplage: 15 exemplaren, richtprijs: € 60.000 – 90.000), de chaise longue van Joaquim Tenreiro (met dezelfde richtprijs) en…:


… de twee meter vijfentwintig hoge Pot Rouge van Jean-Pierre Raynaud, met een richtprijs van € 100.000 – 150.000 een tikje duurder (en bonkiger) dan de potiche chinoise op het LOTUS-omslag.

De Art-afdeling is minder zouteloos:


Congolese pop-art van Chéri Samba, ‘probably the most well known African artist of the contemporary period’. Wie meer van hem wil zien: J’aime la couleur & le monde is de titel van, toevallig, zijn eerste grote overzichtstentoonstelling in Nederland (tot 29 september in Museum De Domijnen in Sittard).

Van Samba (1956) weten we dat hij niet weinig beïnvloed werd door Belgische strips (waaronder, vanzelfsprekend, Kuifje) en door Congolese strips die daar weer een reactie op waren.

De veilingmeesters van Piasa maken dus een ironische bokkensprong door ook dit de catalogus in te smokkelen:


Kavel 60, drie originele stroken uit ÉTOILE, dat wil zeggen: drie stroken uit ÉTOILE die door Hergé – voor hergebruik – zijn gekopieerd van het origineel. Richtprijs: € 300.000 – 400.000.

Ik vind dat een zeer problematisch bedrag. Marcel Wilmet krijgt in de catalogus twee volle pagina's* om aan te tonen dat het kopieerwerk door Hergé zelf is verricht. De Vlaamse expert kwijt zich tamelijk wel van die taak, maar zijn bewijsdrift lijkt me niet helemaal bonafide, het is ontegenzeggelijk óók een poging tot opwaardering van iets dat de facto niet thuishoort op een veiling als deze.

Wat er verder ook allemaal over te beweren valt, dit werk van Hergé is en blijft in de basis een duplicaat, een overtreksel van het origineel. Als we er echt de hand van de meester in moeten herkennen, dan is het geen vrije, creatieve hand, maar een gebonden hand die slechts reproduceert. Wie wil drie ton neertellen voor het resultaat van zo’n geestloze klus?

Voor het antwoord hoeven we slechts tien maanden terug in de tijd. In november 2018 gingen in Parijs deze drie stroken onder de hamer:


Ook een kopie. En, veelzeggend, geen koper, zelfs niet met een richtprijs die de helft lager lag dan het overtrokken bedrag dat Piasa hoopt binnen te hengelen.

*) Wijlen veilingmeester Jan Pieter Glerum probeerde de veilingwereld inzichtelijker en ‘veiliger’ te maken met o.a. deze handzame regel: ‘Hoe uitgebreider de verantwoording bij een ingebracht kavel, hoe luider de alarmbellen moeten rinkelen’.

maandag 2 september 2019

De bedrieglijke drugs van Moulinsart


Bon, waar waren we? In San Theodoros. Dat is geen grapje en behoeft enige uitleg. S. trakteerde me op een Oosterse lunch in het Okura en verraste me bij het lakplateau met nóg een aardig cadeautje: de rode pil en de blauwe pil waarmee Moulinsart momenteel goede zaken doet.

La Ligne Claire est universelle. Elle est omniprésente. Elle est avec nous ici, en ce moment même

las ik op de verpakking. Dat wilde ik weleens zien. Ik nam de rode pil (S. had niet anders verwacht) en ontwaakte nogal ruw in de realiteit van Hergé.

Wat volgde was, en daarin moet ik eerlijk zijn, een koude douche. Ik hoopte in LOTUS of in SCEPTRE te belanden, maar bleek verzeild in PICAROS – beslist geen opwindende omgeving. Komt bij dat de rode pil slechts toegang biedt tot de blanco wereld naast de tekenkaders:


Moulinsart suggereert – zie het idyllische promotieplaatje hierboven – dat je in de cleane ambiance van deze negative space heerlijk kunt ronddwalen en af en toe op een bankje onderuit kunt zakken om de taferelen binnenskaders gade te slaan.

De praktijk is echter dat de witruimte door achterstallig onderhoud ernstig is verloederd. Banken zijn verzakt of vernield, prullenbakken overvol, afslagen naar volgende pagina’s overwoekerd en onbegaanbaar.

Enige lichtpuntje: door een bug in het systeem belandde ik een kort moment toch aan de andere kant:


Dat ben ik – helaas behept met een slechte zichtlijn waardoor de ervaring weinig indruk maakte.

En, vroeg S. na mijn terugkomst: ‘Heb je genoten?’
Over gegeven paarden moet je niet debatteren, maar ik kon mijn algehele teleurstelling toch niet verbergen, waarna me ‘ondankbaarheid’ werd verweten en een gebrek aan tact en tenslotte het servies door de lucht vloog wat nooit een goed idee is als je buiten de deur eet. Die nacht sliep ik, buiten het kader van onze relatie, in het logeerbed.

vrijdag 5 juli 2019

C’est le temps des vacances



De Petit Vingtième van 21 januari 1937. Het is een van de slechts vier (4!) PV-omslagen waarop wereldreiziger Kuifje zich vertoont met een koffer. En wat voor eentje:


Geen wonder dat Bobbie schrikt - zijn baasje helpt zijn polsen naar de gallemiezen met een labiel valies!

Tijd om zélf de koffers te pakken: de TINTINPERDU-uitdragerij is tot eind augustus gesloten. Voor de wekelijkse bonte avond kunt u als vanouds terecht in de partykelder van de Rodwelletjes. Verzeker u telefonisch van toegangsbewijzen via toestel 421.

Ik wens de lezer bovenal een fijne zomervakantie.

woensdag 3 juli 2019

Excelleren in coolness



Links: Kuifje verlaat met de handen in de zakken en fronsende wenkbrauwen het paleis van koning Muskar XII (omslag SCEPTRE, 1942).

Rechts: Kuifje verlaat met zwaaiende armen en hoog opgetrokken wenkbrauwen het paleis van koning Muskar XII (omslag SCEPTRE, 1947).

Rechts lijkt zich besmuikt uit de voeten te maken, als een knaap die bang is voor een trap onder zijn kont, meende S. Over links waren we het snel eens. Peukje erbij en een plensbui – en probeer dan maar eens niet aan dat iconische beeld van Magnum-fotograaf Dennis Stock te denken: KLIK!

Overigens kon Hergé voor de omslagtekening uit 1942 terugvallen op werk van vlak voor de oorlog:


De Petit Vingtième van 2 november 1939.

Met de inktzwarte scheepsromp als achtergrond:


...excelleert onze held in coolness – en maak ik mezelf graag wijs dat Hergé de sigaret (bungelend in een mondhoek) heeft weggeretoucheerd.

maandag 1 juli 2019

De vergeten kinderen van Hergé


Zaterdagavond dineerde ik met Maria Döszt-Sponsz op het terras van ‘Klow’, een pop-up restaurant aan de Gedempte Zaagmolensloot. Ze is een dochter van Josip Sponsz, de naar Syldavië gevluchte oudste zoon van Paul-Erich Sponsz, het beruchte hoofd van de Bordurische geheime dienst, ZEP.

Als ‘Kleindochter van de Kolonel’ reist de bescheiden, bedachtzame en zacht pratende Döszt-Sponsz langs de Europese Kuifje-fandagen, om tegen betaling handtekeningen te zetten. Ze houdt zich verre van de politiek, maar in een gesprek met de Vlaamse stripjournalist Geert de Weyer verloor ze onlangs heel even haar kalmte toen deze de ontmoetingen van de Amerikaanse president met de hoogbejaarde dictator van Bordurië ter sprake bracht (‘Met dat smerige zwijn van een Plekszy-Gladz kun je geen afspraken maken, nooit!’).

Terwijl ik me een weg baande door een wat wrange gulyas van gestoofde foxterriër, vertelde Döszt-Sponsz me dat ze vaak de albums waarin haar opa een rol speelt (TOURNESOL, PICAROS), krijgt voorgelegd, maar dat ze het liefste haar handtekening zet in SCEPTRE. Dat moet dan wel een latere uitgave zijn. Niet omdat ze de slappe lach krijgt van de uniformen waarin Hergé zijn Syldavische paleiswacht in eerste instantie liet poseren:


…maar om een vaak over het hoofd gezien detail dat de nieuwe en definitieve versie van het SCEPTRE-omslag volgens haar zo sterk maakt:


Döszt-Sponsz: ‘Zie je hoe er nu geen twijfel meer kan bestaan over waarnaar die paleiswacht kijkt? Hij kijkt naar ons, de lezer, en dus naar mij! Onze blikken kruisen en we herkennen elkaar telkens weer in onze rol als figurant in het universum van Hergé. Een intiem moment – het ontroert me nog steeds.’


Maria Döszt-Sponsz is vanavond te gast bij Jeroen Pauw (NPO1, 23.00). Samen met Rasmus Szut en Gabriël Lampion praat ze over haar rol in de bekroonde documentaire ‘Après Hergé - Les enfants oubliés’.

vrijdag 28 juni 2019

Kuifje in het land van de kwade luim


Ik was toe aan een nieuw paar schoenen, maar sinds de erg aardige eigenaar van mijn ‘vaste adresje’ is overleden, voel ik me ontheemd.

‘Schoenen kopen staat gelijk aan tandartsbezoek,’ schrijft Nabokov in de novelle Doorzichtige dingen. Tien jaar geleden kon ik hem nog, om de verkeerde reden, gelijk geven. Ik had toen óók een erg aardige tandarts die tevens van klauteren in de bergen hield. Maar op een kwade dag brak zijn touw.

Nu goed, ik was dus toe aan een nieuw paar schoenen en denkend aan een nieuw paar schoenen dacht ik aan de vergankelijkheid en de dood. Het leven viel me weer eens vies tegen, het had, zogezegd, veel voeten in de aarde.

Plaatje!


OPBEUREND plaatje!


Hapje uit het omslag van SCEPTRE (1942). Knap toch hoe die rare Hergé erin slaagt om me zelfs in een kwade luim onbedaarlijk te laten lachen om een paar schoenen.

woensdag 26 juni 2019

Een bezopen smak geld


‘Iets kan tegelijk waar en niet-waar zijn’ (dixit de Noors/Franse hallucinatie-expert Bor Savennes), maar als de feiten de feiten zijn en niet berusten op een manier van denken, moet het boetekleed aan:


Correctie op de zeperd van vorige week vrijdag. Kuifje wordt hier natuurlijk niet uit het Bordurische luchtruim geschoten, maar in zijn Bordurische Heinkel uit het Syldavische luchtruim.

Aan de grimmigheid van die crash doet het verder niets af. Negen jaar eerder liet Hergé (in SOVIETS) zo’n duikvlucht nog vrolijk eindigen in de slapstick van iemand die van zijn stoel is gewipt:


‘Ik begin te geloven dat ik iets te ruw bent geland’…

Uit de Petit Vingtième nummer 6 (6 februari 1930). Waarna de kolder zich onbekommerd voortzet in nummer 7:


Moeilijk nummertje voor de verzamelaars van de oude bijvoegsels. PV-grootgrutter Olivier Van Houte heeft een exemplaar in de aanbieding voor 1495 euro. Nog steeds een fractie van de bijna 1 miljoen euro die onlangs werd neergeteld voor de originele omslagtekening, maar het blijft een bezopen smak geld, óók voor wie per se de clownerie van zijn held wil herbeleven in de ultra-katholieke oerbron:


Kuifje velt een boom met zijn zakmes en mijmert dat dat misschien niet het gedroomde instrument daarvoor is. Volgen nog de inspanningen om uit het neergehaalde hout een propeller te snijden (‘Bepaald geen pakje boter‘) en de verzuchting hoe sommige mensen hier toch plezier aan kunnen beleven.

Dat de jonge reporter wel degelijk lol haalt uit de kunst van het houtsnijden, ontdekte ik stomtoevallig toen ik nog één keer dat malle chromo-album (L’Aviation - Guerre 1939-1945) opensloeg:


Alsof ie een boerenbrood in plakken snijdt...