donderdag 17 april 2014

maandag 14 april 2014

Zie je die klok aan de muur?


Een expositie over surrealisme in kunst en beeldcultuur - het leek althans mij een probaat tegengif voor de overdosis realiteit van de voorbije weken. En dus vertrokken we met de ziel in de achterbak naar Utrecht waar we ons klemreden in een onwezenlijk verkeersplan.

Maar de zon scheen, we waren te druilerig om te gaan kniezen en nadien nog ruim op tijd voor een langgerekt dwalen langs de opraapkunst van Man Ray en Marcel Duchamp (een schoenzool in een kapitale lijst, een platgereden eiermandje), de samenscholing van somberkijkende wekkers en de fenomenale ‘Orgie’ van Maria Roosen, een rood net vol roze-glazen borsten, billen en penissen. De roestvrijstalen variant zagen we zes jaar geleden in een boom in Apeldoorn hangen:


Toegegeven, werkelijk opgewonden raakte ik pas bij het herzien van een fragment uit ‘Blue Velvet’ van David Lynch. Tijdens een wandeling in het bos vindt Kyle MacLachlan een mensenoor in het gras - OREILLE CASSÉE, maar dan (gruwelijk) anders. De film stamt uit 1986, bijna dertig jaar oud. In datzelfde jaar dit tafereel:


‘Edgar P. Jacobs knabbelt aan het oor van Germaine Kieckens,’ noteerde ik eerder. Inmiddels twijfel ik. De tekenaar lijkt haar iets in te fluisteren en misschien is het wel een citaat uit ‘Blue Velvet’:

‘Zie je die klok aan de muur? Over vijf minuten geloof je niet wat ik je heb verteld.’

Het is 16 april 1986 en precies tien dagen later ontploft kernreactor nummer 4 in Tsjernobyl.

vrijdag 11 april 2014

woensdag 9 april 2014

Blaren


We sloten ons aan bij een rouwstoet, haastten ons nadien door een hagelbui naar de bezichtiging van de zoveelste koopwoning die geen warme gevoelens opriep en aten ten slotte een duif op de drieëntwintigste verdieping van het Okura - dicht bij een hemel die onverkwikkelijk aan het volstromen is.

Bij het toetje hield S. haar tranen niet meer in bedwang en liet me alleen met de kaaswagen. Ik dacht aan de sappelende melkboer Tevje, uit een boek van Sjolem Aleichem dat bekender is als musical en film (Anatevka/Fiddler on the roof). De Jiddische volksschrijver noemde het leven ooit ‘een blaar boven op een zweer met een tumor eronder’. Dat leek me vanavond niet geheel onwaar.

Plaatje!


Kinderlijke gretigheid bij de poppenvoorstelling van Carlo Speder. Onschuldig en nog zonder die verrekte bagage.

dinsdag 8 april 2014

zondag 6 april 2014

Beneveld



Christie’s versus Sotheby’s: 3 - 1. Sotheby’s verkocht in 2012 met haar eerste internationale stripveiling een kwart van het aanbod, Christie’s hamerde gisteren in Parijs driekwart van haar kavels de wijde wereld in.

De weinig verrassende top-3 :

1. Hergé (plaat 54 TIBET, € 289.000)
2. Uderzo (voorplaat DE ZIENER, € 193.500)
3. Franquin (voorplaat DE ERFENIS, € 157.500)

Helemaal onderaan bungelt de misdeelde René Follet, Grootmeester van de Gemiste Kansen, met de welgekozen afbeelding van een gaarkeuken in de sneeuw (€ 625).

Nog een uitslag: De Zelfkant van Burra versus De Stropdas van Vance:


Burra presteerde vorige week dinsdag met € 19.000 zo zwaar onder de maat dat ik een tikkeltje spijt had van mijn afwezigheid in Londen. De ouwe Vance sloeg dan weer over de kop met een benevelde € 45.000. Bon, voor die prijs haal je óók een scheepskist met minstens tweehonderd (200!) Kiton-dassen van zijde en kasjmier uit Napels. Maar laat ik er maar over ophouden…


Dinsdag verder.

donderdag 3 april 2014

dinsdag 1 april 2014

Misverstand (2)


Veilinghuis Christie’s zoekt het, met 364 originelen, in de volle breedte: het aanbod is bijna vier maal zo groot als dat van de beruchte (lees: geflopte) Sotheby’s-veiling uit 2012. Naast de onvermijdelijke machokitsch en alle puberaal-geile vrouwen met prammende klabatsers, klotsende majoefels, kale kamelen, zengende tepelhoven en smeuïge sjamoezen (ik overdrijf slechts een tikkeltje) komt er veel leuks voorbij en ook veel lolligs. In het aandeel-Hergé is dat allicht niet de obligate plaat uit TIBET, maar toch zeker wel deze klassieke karwats-prent uit 1947…


Richtprijs: € 75.000. ‘Leuk’ en ‘lollig’ zijn geen begrippen die zich verhouden tot de additionele prijslijst van Christie’s. Juist wilde ik besluiten dat dit soort boeldagen bij serieuze veilinghuizen met dito prijzen een infantiele vergissing zijn (en vulgair bovendien), toen mijn oog op dit origineel van Carlos Giménez viel:


Los Profesionales verscheen dertig jaar geleden in de Nederlandse Rhaa Lovely. Giménez’ herinneringen aan zijn jonge jaren als striptekenaar in Barcelona zijn hartbrekend ontroerend en imposant grappig en ik ken geen strip die me zo deed verlangen naar een gemeenschap waarvan ik nooit deel heb uitgemaakt. Voor de goede verstaander schuilt er bovendien een fijne grap in dit kavel*: deze aflevering gaat over gesjoemel met verkochte pagina’s...


*) Christie’s plakt er een richtprijs van € 2.000 op. De tekenaar zelf doet ze, op zijn site, voor de helft van de hand.

maandag 31 maart 2014

Misverstand (1)



Links: gouache van Edward Burra (1905 - 1976), rechts: gouache van William Vance (1935-2017). Burra gaat dinsdag onder de hamer bij Sotheby’s, op de attractieve Made in Britain-veiling. Vance steekt komende zaterdag bij Christie’s de kop op, als kavel 85 op de Bande Dessinée et Illustration-veiling in samenwerking met schrokop Daniel Maghen.

Beiden hebben een richtprijs van € 25.000.

Dat over smaak niet valt te twisten, is een gekend misverstand. Maar laten we hier slechts opmerken dat zelfkantschilder Burra een gezonde belegging is* en vooral: met goed fatsoen aan de muur te hangen.

Een kwart ton neertellen voor een stijve Joris met botoxlippen en een das als deze…


Wat kon ik anders dan denken aan het achtergebleven klasgenootje uit de vierde van de Montessori die ons op het schoolplein veel te veel knikkers (ja, soms zelfs bonken en reuzebonken) betaalde voor de uithalers uit de Pep?


*) Burra’s goedgeluimde Zoot Suits werd op een eerdere Sotheby’s-veiling (2011) afgehamerd op een recordbedrag van ruim twee miljoen pond.

donderdag 27 maart 2014

Kommando Zeppelin (2)



Andries Brandt (midden, lichtblauw jasje), hier als medeoprichter van De Vrije Balloen.

V.
Ook leuk en misschien nog wel beter: ‘De voerman des doods’. Tekeningen: Carry Brugman. Tekst: Andries Brandt. Onvermoede horror voor de lezertjes van het weekblad Sjors, geschreven met het soort vanzelfsprekende vakmanschap waarvan ik soms vrees dat het is achtergebleven in de vorige eeuw.
In ‘Strips! 200 jaar Nederlands beeldverhaal’, begeleidend boekwerk bij de gelijknamige tentoonstelling, duikt Brandt op acht pagina’s op. Geen woord over zijn verleden, wel de constatering dat voetbalstrip Roel Dijkstra zijn vertrek als schrijver eigenlijk niet heeft overleefd.

VI.
Ik zocht naar ‘Andries Brandt’ op Wikipedia. Het hoofdonderwerp is verdwenen. De Comiclopedia van Kees Kousemaker rept terloops van een dienstverband bij de Waffen-SS en schakelt snel over naar een naoorlogse carrièrebeschrijving. Dat is een tikkeltje karig. En jammer, want het correcte lemma zou meteen het meest enerverende van deze database zijn:

Andries Brandt (1918 - 1985) diende in zijn jonge jaren bij de Waffen-SS en maakte in de laatste weken van de oorlog deel uit van Kommando Zeppelin, een op eigen gezag opererend doodseskader dat zich schuldig maakte aan plundering, marteling, verkrachting en moord. De excessen die werden begaan, waren zo wreed dat Brandt c.s. door de Duitse bezetter werd gearresteerd. Achttien jaar later werd hij hoofd van de stripafdeling bij de Toonder Studio’s.

VII.
Brandt kwam ermee weg, dat wil zeggen: hij duikt na de oorlog onder bij zijn moeder. Die snijdt met een scheermesje het SS-teken uit zijn bovenarm.

‘Als de zoektochten naar hem intensiever, maar de straffen tegen oorlogsmisdadigers wat milder worden - het hellend vlak van gratieverlening is betreden -, besluit hij zich aan te geven.’

(Wim Hazeu in zijn Toonder-biografie, pagina 261)

Brandt zal zijn betrokkenheid bij de wandaden van Kommando Zeppelin opbiechten…

‘… met de toevoeging dat hij slechts getuige was (…) Brandt heeft alles gezien maar voelt zich niet schuldig.’

Hij krijgt tenslotte een werkstraf van een paar jaar in de Staatsmijnen. In 1955 solliciteert hij als tekenaar en schrijver bij Toonder Studio’s. Marten neemt hem na een langdurig onderhoud aan. Toonder, later:

‘De sukkelaar had het lang niet gemakkelijk gehad met zijn leven, volgens mij heeft hij zijn leven daardoor eigenlijk verwoest. Hij was maar een half mens, niet meer in staat om een volwaardig bestaan te leiden. Wat er van hem over was, was de artist.’

VIII.
Is het denkbaar dat de stripmaker inderdaad alleen maar ooggetuige is geweest van de uitwassen van zijn kameraden en zelf zijn handen niet vuil heeft gemaakt? Dat leek me een vraag voor een collega van S. die ooit een documentaire voorbereidde over voormalige Nederlandse SS’ers in het Vreemdelingenlegioen. Het ondubbelzinnige antwoord:

‘In dat soort broederschappen zijn geen plaatsen langs de zijlijn. Betrokkenheid betekent altijd meedoen. Ik ken geen uitzonderingen. Die bende van Andries Pieters - en dat was het, een moorddadige bende - was ten diepste ’ohne Gewissen’. Als er gemarteld werd, martelde iedereen. Als er gemoord werd, moordde iedereen.’

IX.


Links: Patty Klein. Rechts: Andries Brandt.

Brandt overleed in april 1985. Toonder-medewerkster Patty Klein hoorde toen pas, van diens broer, alles over het oorlogsverleden van de man waarmee ze jarenlang emotioneel zeer nauw verbonden was. Ze verneemt ook dat Marten Toonder in grote lijnen daarvan op de hoogte is geweest. De schok wordt nog groter als ze beseft dat Brandt tot de kring van allerergste oorlogsmisdadigers heeft behoord. Op haar site schrijft ze, onder de naam Patty Scholten:

Collega’s wisten niets van A.’s verleden,
erover praten vond ik ongepast.
Ik torste zijn geheim – een loden last –,
van iedereen vervreemd en afgesneden.

De collega's konden altijd geweldig met hem lachen.

X.
In 1965 coördineert de suspecte (...) Hergé de publicatie van de hertekende De Zwarte Rotsen in het weekblad Kuifje. In datzelfde jaar bedenkt Andries Brandt van het Kommando Zeppelin voor het weekblad Donald Duck ‘De Booswichtenclub’, een vriendenclub (waaronder Midas Wolf en Bruin Beer) die het Duckstadse bos terroriseert.

De geschiedenis is een perpetuum mobile van perverse anekdotes.

dinsdag 25 maart 2014

Kommando Zeppelin (1)



I.
‘Een huwelijk? In kasteel Engelenburg? Natuurlijk gaan we! Wat een geweldige plek…’
- Sinds wanneer geef jij om trouwpartijen? vroeg S.
‘We zouden er kunnen overnachten,’ stelde ik voor. ‘Wat denk je?’
Maar ze wantrouwde mijn enthousiasme en ze dacht niet dat we zouden gaan omdat ze sowieso dacht dat ze niet kon. En dus gingen we niet, wat me nogal speet. Wel wierp ik nog een blik op de website van het Gelderse kasteel. ‘Geniet de geschiedenis’, las ik. En ook: ‘Heden en verleden komen hier samen.’

Dat kon je wel zeggen ja.

II.
Engelenburg is een kasteel van likmevestje, een landhuis met slotgracht en een gore historie. Op 6 april 1945 strijkt Kommando Zeppelin (ook wel: Kommando-Steinbach) er neer: dertig losgeslagen, veelal Nederlandse SS’ers onder leiding van Untersturmführer Andries Pieters. Dankzij tips van de lokale SS en SD kunnen zijn manschappen in een mum van tijd tientallen - vermeende - verzetslieden arresteren. Engelenburg (‘Wakker worden en nog even verder dromen’) wordt een martelcentrum: slaan met gummiknuppels, afbinden van geslachtsdelen, brandende kaarsen uitdrukken op lichamen, spijkers onder nagels slaan, gloeiende poken, verkrachting en ten slotte executie. Op 13 april 1945 vluchten Pieters en zijn mannen alweer voor de oprukkende Canadezen. Terloops geven ze acht gevangenen een nekschot en gooien de toegetakelde lijken in de kasteelgracht. In een landhuis in Loosdrecht worden de gruweldaden nadien voortgezet.

III.
In 1952 verklaart de toenmalige minister van Justitie:

‘De feiten waarom het hier gaat, behoren tot de allerergste, die hier te lande tijdens de oorlog zijn gepleegd.’

Pieters en zijn mannen gingen zo beestachtig te keer dat het zelfs het hoofd van de Sicherheitsdienst in Amsterdam te gortig werd. Oorlogsmisdadiger Willy Lages gaf opdracht om het voltallige Kommando Zeppelin ‘wegens excessen’ in te rekenen.

Op 21 maart 1952 krijgt Andries Pieters de kogel - de laatste doodstraf die in Nederland wordt voltrokken. Pieters heeft zijn betrokkenheid bij zware mishandeling toegegeven, van de gruwelijke martelingen wil hij niets weten. Die zijn, houdt hij vol, begaan door zijn manschappen.

Een van die manschappen heet ook Andries.

IV.
‘U bent op kasteel Engelenburg. Door het open raam hoort u de vogels. Over de slotgracht kijkt u het kasteelpark in.’

Wat had ik in die oase willen lezen? ‘Holle Pinkel en de Sidderkuur’? ‘De maagd van Otterhout’ (uit de reeks Horre, Harm en Hella)? Of toch ‘Gevaarlijk spel’ met de anatomisch misvormde Roel Dijkstra? Laat ik mezelf wijsmaken dat ik had gekozen voor dit veronachtzaamde juweeltje:




Donderdag: ‘Collega’s wisten niets van A.’s verleden, erover praten vond ik ongepast. Ik torste zijn geheim – een loden last –, van iedereen vervreemd en afgesneden.’

maandag 24 maart 2014

De kronieken van Molensloot (24)


Wat vooraf ging: Germaine is inmiddels uit de wrakstukken van de Lancia Aprilia gezaagd en met spoed overgebracht naar het ziekenhuis. Daar krijgt ze te horen dat ze de rest van haar leven mank zal blijven. Haar man kan dit nieuws nauwelijks verwerken.







vrijdag 14 maart 2014

Aan het werk!*






*) Vanaf dinsdag 25 maart vervolgen we hier onze reis voorbij de voordeur van Hergé.

donderdag 20 februari 2014

Fonkelende ogen (2)



TIBET, pagina 25: de Yeti die gewelddadig wordt als hij alcohol heeft gedronken…

Dronk oom Tchake?

Ik herlas TIBET en liep vast in assumpties. En het lijkt allemaal zo verrekte helder: de seksuele mishandeling van de jonge Georges, de interne strijd, de Yeti als kindervriend en als monster…

Als de Tekenaar die tragiek in het album heeft verwerkt, dan dient zich nog een andere tragedie aan. De studio-Kuifje kan die emoties helemaal niet aan. Het geesteskind van Hergé is in deze fase van zijn carrière al letterlijk rimpelloos. Leg daar LOTUS BLEU eens naast waarin, naarmate het verhaal vordert, gezichtslijnen en rimpels een waaier aan expressies mogelijk maken. In TIBET is de held een botox-figuurtje en kunnen de tranen evengoed zweet- of regendruppels zijn.

Toen ik het album dichtklapte, verlangde ik vurig naar een Andere Levenslijn, naar een tekenaar die is losgekomen en die in een interview verklaart:

‘Ik begreep dat ik deze pijnlijke geschiedenis alleen maar op papier kon zetten door terug te keren naar de lijnvoering van LOTUS BLEU. Dat betekende dat ik de klus zónder de Studios moest klaren, dus in mijn eentje.’




Ik knijp er even tussenuit. Half maart verder.

dinsdag 18 februari 2014

Fonkelende ogen (1)



Pintura negra. Carte noire. Links oom Tchake, rechts de jonge Georges.

In het schemerduister van de grot boog zich een enorme kop over me heen en staarden twee fonkelende ogen me aan.

TIBET, pagina 58. Is dat het? Is dát de meest ondubbelzinnige verbeelding van een traumatische wond waaraan de Tekenaar zich heeft gewaagd? Het misbruik door zijn tien jaar oudere oom Tchake (Arthur Dufour, de jongere broer van zijn moeder), waarover Benoît Peeters rept in zijn ‘Fils de Tintin’ en waarover de biograaf tegelijk terughoudend is, want: geen documentatie, geen ooggetuigen?

Let op de angst bij Tchang voor de boosaardigheid van de Yeti (die óók zorgzaam is). Het tafereel is, ook zonder de begeleidende tekst, emblematisch voor kindermisbruik in een thuissituatie. Het lijkt me allemaal zó onmiskenbaar dat ik in het duister tast over deze schamele Google-score: Tchake + Hergé = 9 hits.

zaterdag 15 februari 2014

Rectificatie



Bij het afbeelden van de zeldzame Hergé-kaarten, afgelopen woensdag, is iets misgegaan. De middelste kaart (hierboven links) is geen Carte noire, maar een Carte libertine. Onder de zwarte folielaag treffen we niet de verbeelding van Hergé’s diepste angsten en depressies, maar het scabreuze plaatje dat Hanco Kolk tekende voor het album ‘De glunderende gluurder’ van Ben Jansen.

Overigens, hoewel ik de kostbare Cartes noires in bruikleen heb, kon ik mijn nieuwsgierigheid niet langer bedwingen en heb ik, met bevende hand, de zwarte vlieseline van een van de kaartjes weggekrabd. De afbeelding die tevoorschijn kwam, sloeg me onmiddellijk uit het lood.


(Wordt dinsdag vervolgd)

woensdag 12 februari 2014

Ultra-afsplitsing



I.
‘Vroolijk kerstfeest!’, wenskaart uit 1942. Kuifje achtervolgt twee leden van de Klein-Brabantse verzetsbeweging de Zwarte Hand die de kerk gaan opblazen waarin Freiherr Alexander von Falkenhausen, militair gouverneur van België, de nachtmis viert. Onze held weet op het nippertje de Militärbefehlshaber van een wisse dood te redden.

De kaart, uit een kavel van vier goedbewaarde Cartes neige/Sneeuwkaarten, is morgenavond een van de toppertjes op alweer een Hergé-veiling van Catawiki. ‘Uiterst zeldzaam’, volgens aanbieder Marcel Wilmet.

II.
Nog veel zeldzamer - en zelfs bij menigeen volledig onbekend - is het setje van drie Cartes noires:


De afbeeldingen gaan verborgen onder een zwartgetinte ‘vlieseline’ (een in water oplosbare folie) en verbeelden scènes van doodsangst en depressie die ontegenzeglijk verwant zijn met de Pinturas negras van Francisco Goya. In drie uitzonderlijk gruwelijke taferelen ontdekken we telkens een personage dat een hybride lijkt van de karakters uit de albumreeks: een wanhopige ultra-afsplitsing waarmee Hergé vermoedelijk een cruciale beschadiging uit zijn jeugd (het misbruik door zijn oom Tchake?) probeert te herleven en verwerken.


Met dank aan Hans Matla voor het ter beschikking stellen van de Cartes Noires.

maandag 10 februari 2014

Gedeformeerd


Veel moois gezien op Art Rotterdam, kunstbeurs in de Van Nellefabriek, en ook veel van meelachtig allooi:


Plus een onverhoopte ontmoeting met W. die zijn MacBook openklepte en ons delen van de soundscape liet horen die hij maakt* bij Vormittagspuk. De film is dadaïstische leut** uit de tijd dat een piepjonge Georges Remi net in dienst is getreden bij Le XXe Siècle.

Jansen en Janssen waaien (veelvuldig) voorbij…


…en ook Benjamin Rabier duikt heel even op:


Tevens stak de gedachte de kop op dat deze verzamelaar inmiddels een gedeformeerde kijker is.


*) Hij is de eerste niet, merkte S. later boosaardig op.
**) Een stille versie is hier te bekijken.

vrijdag 7 februari 2014

Zwamvlokken


Naargeestige woning bezichtigd met een goedgeluimde S. en daarna steak met frieten gaan eten in De Kring. Ettelijke uren later, in het herentoilet:


Acht maanden oud hartzeer, geplodderd op de muur van een sociëteit waar ik mijn geliefde net iets te vaak heb zien dansen met een schabberige filmproducent. De ondertekening is onnozel en onnodig, het onverzorgde en ongebonden handschrift ogenblikkelijk herkenbaar.

‘Je vroeg er ook om’, zegt S.
- Ik vroeg erom?!
‘Je was zo’n drama queen toen. Maar dat nam me wél weer voor je in.’
- En dan sluip je een herentoilet in om… Hoe lang staat dat er al?
Een half jaar, zegt ze. Minstens. En ze lacht en ik overweeg haar op diezelfde muur ten huwelijk te vragen. Huisje kopen buiten de stad en de verzameling in een schuur waar zwamvlokken de nalatenschap van Hergé geduldig zullen oppeuzelen.

Geluk is wat je er op een bepaald moment onder verstaat. Net als kunst: wat de gek ervoor geeft.

woensdag 5 februari 2014

Onthoofd


Gedenken we hedenmiddag kapitein ter zee Jan Bont, in dienst van de Admiraliteit van Amsterdam en voormalig scheepsgezel van Michiel de Ruiter. Vandaag, 5 februari, is het precies 337 jaar geleden dat deze tijdgenoot van François de Hadoque ‘wegens ongeoorloofd verlof’ op de Oudezijds Voorburgwal te Amsterdam werd onthoofd. Bont wandelde in zijn kamerjas en op sloffen naar het schavot en de belangstelling voor zijn rollende hoofd was zo groot dat een aantal toeschouwers werd doodgedrukt.

Toegegeven, een irrelevant geschiedenislesje, maar wél een voortreffelijk excuus om dit af te beelden:


Het is donderdag 1 november 1934 en Hergé jaagt zijn lezertjes de stuipen op het lijf met een enge Chinees die, balancerend op het onderkader, hen de kop wil afhakken! De gruwel wordt nog eens heel fijntjes aangezet door het ontbreken van enig verklarend onderschrift (‘Tintin en grand danger…’).

De Tekenaar heeft nadien de smaak flink te pakken: in december ’34 en april en augustus ’35 verschijnen nog drie omslagen waarop wordt gedreigd met een bloedige scheiding van hoofd en romp. Zo maakt de wrede Georges de teerste kinderzieltjes rijp voor de praktijk van Herr Doktor Riklin.

maandag 3 februari 2014

Festivalnieuws


En op de valreep toch nog een aardig nieuwtje van het overigens nogal matte, 91ste Festival de la Bande Dessinée d’Angoulème. Klare Lijn-adept Julius Briel is door Casterman gecontracteerd voor de Tintin-équipe d’hiver. Briel, van wie in 2063 nog een grote overzichtstentoonstelling was te zien in het Amsterdamse Paleis voor Volksvlijt, gaat Tancrède Thaddée assisteren bij het tekenwerk voor het 53ste Kuifje-album. De titel is onlangs prijsgegeven: ‘On est revenu sur la lune’. Scenarioschrijver Lucien Errembault, eerder verantwoordelijk voor de cytosol-uitgave over ingenieur Frank Wolff (deel 7 in de spin-off reeks Tintin Legends) keert daarmee terug op bekend terrein. Briel gaat mogelijk woensdag al naar de maan om schetsen te maken in de Schackleton-krater.

Ondertussen staat er met Gaspard Edwood ook een backuptekenaar klaar voor het Tintin-zomerteam. Het koppel Faustin Krupp en Francis Lartéguy lijkt te struikelen over de deadline voor ‘Tintin Sans Voiles’, de inmiddels veelbesproken reboot van de reeks waarin het universum van Hergé rauw en duister wordt ingekleurd. Wil Casterman de frequentie van vier releases per jaar (buiten de nevenreeksen Legends en Jonge Jaren én de officiële parodiereeks van Maurice Stobbaerts) handhaven, dan is een extra tekenaar welkom.

Voorts werd in Angoulème ook duidelijk dat de équipe de printemps onder leiding van Régis Calvo keurig op schema ligt. Het Bretonse wonderkind Matthieu Soumois tekent momenteel de laatste pagina’s van het lentealbum ‘Tintin et l’Alph-Art Redux’, een project dat voortvloeit uit de vondst van het originele storyboard van het laatste, onafgemaakte album uit de eerste, papieren cyclus.

donderdag 30 januari 2014

Lefdoekje


Hergé was niet mooi. Zijn neus was te groot, zijn gezicht te langgerekt. Hij had een paar van die ondankbare dingetjes die hem, op jonge leeftijd, deden lijken op een Belgische renner uit de Ronde van Frankrijk. Het beste waren zijn ogen, grijs - met soms groene, soms blauwe reflecties. En er was zijn slungelige silhouet dat hem een zekere uitstraling gaf.

Begint goed, dat oude Hergé-lemma op het mode- en stijlblog Le Chouan! Over de kledingstijl van de Tekenaar: van de jongeman die zijn filmidolen imiteert en de onverhulde conservatief die kiest voor non-descripte kostuums tot de gearriveerde kunstenaar die het allemaal niet zoveel meer kan schelen.

Meest vermakelijk blijft natuurlijk de Georges die een Gary Coopertje doet:


Hier met Germaine op de stoep van zijn woning aan de Knapenstraat, halverwege de jaren dertig. Let op het pochet, in die tijd nog wel aangeduid met ‘lefdoekje’. Hergé draagt ‘m in de One Corner Up Fold, een heel eenvoudige vouw en, zoals dat dan heet, ‘toch elegant’. Geschikt voor informele en formele outfits en gelegenheden. Over het algemeen geldt hier: hoe verder het pochet uitsteekt, hoe informeler. Daar moeten we aan toevoegen: een pochet dat vér uitsteekt, vráágt om een dessin en/of een kleurtje. Maar Hergé kiest voor wit, trekt hem informeel ver uit en dat oogt niet zo lekker - toch een beetje de man met een werkbriefje in zijn borstzak.

dinsdag 28 januari 2014

Logisch


I.

Wie hebben we hier?


Het is Charles Wiener, werkzaam bij het Franse ministerie van Onderwijs, als ‘secrétaire de la Haute Commission de sténographie’ - maar toch vooral bekend van zijn extensieve reizen door Bolivia en Peru én, in 1877, de beklimming van de Illimani, ten zuiden van La Paz:


We moeten dit bericht met een korreltje zout nemen. Charles Wiener bereikte niet de top, maar de subtop.

II.
De post bezorgde Wieners monumentale ‘Pérou et Bolivie’, uitgave van Hachette uit 1880 en een rijke inspiratiebron voor Hergé (Gebroken oor, Zonnetempel). Een impulsieve aankoop en een tikkeltje aan de prijs door het stempel van de Royal Geographical Society en een (niet ondertekende) boodschap voor Jorge de Grumkow, een overmoedige baron waarmee Wiener, samen met Don José Maria Ocampo, de Illimani besteeg.
Voor deze stoutmoedige kostenpost kon ik gelukkig een beroep doen op de RVSB, de Regeling Verzamelingen Spontane Bestedingen, met inachtneming van het Als/Dan-protocol.

Ik bedoel: ALS we vorige maand Oud en Nieuw hadden gevierd in, laten we zeggen, Brussel DAN waren we, vermoedelijk, gaan eten in het voortreffelijke restaurant van Luigi Ciciriello. Omdat we thuis bleven, is er een onuitgegeven bedrag in de lucht blijven hangen dat vrij kon worden besteed.

III.
Eigenlijk ken ik geen verzamelaars die nooit de plooien gladstrijken binnen het veld van de propositielogica.

woensdag 22 januari 2014

Want een dag niet gelachen (3)


Ze hádden het leuk samen, De Megaster en De Nulliteit*:


*) Wat als titel heel veel leuker is dan De klare lijn en de golven waaruit dit fragment komt.

maandag 20 januari 2014

Dronken kip


Ontmoeting met D. in Antwerpen. Hij is opnieuw zijn smaak kwijt – nasleep van de lichte attaque die hem veertien maanden geleden trof. Nochtans is hij de beroerdste niet en heeft hij gereserveerd bij het fabelachtige Lam & Yin. We dineren met gelakte eend en drunken chicken. ‘Sma-ke-loos’, zegt mijn dealer met een zoetzuur lachje, om vervolgens de aandacht te verleggen naar de eigenaar van de 9eme Art Gallery.

Dat Alain Van Neyghen in etappes zijn volledige verzameling op de markt kiepert, blijft niet onopgemerkt. Er zit (zie vooral zijn koopjeshoek op eBay) veel moois tussen, zoals, voor achttien mille, een van de honderd hors commerce-albums van TIBET, met een dédicace van de Tekenaar voor de familie De Moor:


Maar ook…


Over de uniciteit van deze uit de werkplaats van Jean-Marie Pigeon (gesigneerd en genummerd: 00) afkomstige snuisterij valt amper te twisten. Maar uniekheid zegt geen moer over schoonheid. 25.000 euro? Voor een infantiel bedlampje?

Maar goed, de afscheid nemende Van Neyghen brengt de flinkheid op die mij nog immer ontbreekt. Thuis vraagt S. of ik me nog iets in de maag heb laten splitsen. ‘Een dronken kip,’ zeg ik vrolijk, waarmee ik mijn voornemen om nooit meer te liegen goeddeels intact laat.

woensdag 15 januari 2014

Nulliteit



I.
Bob de Moor kreeg voor de afronding van ‘De 3 formules van professor Sato’ 15.000 Bfr. (€ 375,-) per pagina en, met enkele voorbehouden, vijftig procent in de royalty’s van de netto-inkomsten. Contractueel vastgelegde deadline: 31 december 1989. Boete bij overschrijding: € 50,- per dag. De Moor tekende het contract aanvang 1989 en had dus minder dan een jaar om ‘Mortimer tegen Mortimer’ te tekenen. Dat heeft ie geweten.

‘Ik dacht, zou ik het nu doen of niet. En toen heb ik de beslissing genomen, ook omdat ik zoiets had van, dat is nu zo dom, dat tweede deel zal nooit verschijnen, het werk van Jacobs is niet af.’

II.
‘Ik had zoiets van…’

Dixit De Moor, in ‘De klare lijn en de golven’ van Ronald Grossey. En in dat ‘dixit’ schuilt meteen ook de makke van deze ‘biografie’ van de meester-assistent van Hergé (en die van het weekblad Kuifje). Grossey wil of durft het verhaal niet in zijn eigen woorden te vertellen, op basis van verzamelde citaten, maar neemt die citaten letterlijk over. Voor een biograaf lijkt me dat een zwaktebod. Het betekent dat hij de tekenaar voortdurend zijn eigen levenswandel laat becommentariëren en dat het in deze uitgave wemelt van kromspraak en bijzinnetjes als ‘zei De Moor later’, ‘herinnerde De Moor zich later’ en ‘vertelde De Moor achteraf’. Zonde, want Grossey heeft wél veel interessante feiten bij elkaar geharkt.

III.
Zelfs aan het slot waagt de ‘biograaf’ zich niet aan een afrondend oordeel, maar kiest hij voor een laatste citaat van de hoofdpersoon zelf, voorafgegaan door een fragment uit een interview met diens weduwe. Jeanne De Belder vertelde in De Morgen waarom de kwestie van het niet mogen tekenen van ‘Kuifje en de Alfa-kunst’ haar Bob uiteindelijk de das omdeed:

‘Mijn man verwerkte die demonstratieve blamage niet; hij die er een leven collegiaal dienstbetoon had opzitten, die zichzelf had weggecijferd tot meerdere glorie van megaster Hergé, werd als een nulliteit geïgnoreerd.’

Een nulliteit? Na 400+ pagina’s had ik zoiets van: Show, don’t tell….


Maandag verder.

zondag 12 januari 2014

Vuurwerk


Er zijn veel opwindende plekken om het nieuwe jaar in te gaan. Maar de eigen huiskamer…? Mijn hart ging er niet sneller van kloppen.

Niettemin opperde S. om de laatste avond van het jaar eindelijk weer eens thuis op de bank door te brengen, met een boek en een wijntje (‘En alsjeblieft geen televisie’). Ze las ‘Expo 58’ van Jonathan Coe en moest regelmatig hardop lachen*, ik gaf ‘De klare lijn en de golven’, de biografie van Ronald Grossey over Bob de Moor, een nieuwe kans. Het boek stelt nogal teleur**, maar was op dat moment wél toepasselijke lectuur - met een hoofdpersoon die twee vingers verliest door (Duits) vuurwerk.

Pagina 426: De Moor laat zich fotograferen ter voorbereiding van ‘Mortimer contra Mortimer’ (1990):


Actuele vraag: gaat de 65-jarige Theo van den Boogaard, meesurfend op de Septimus-golven, zich binnenkort ook in dit soort bochten wringen?





*) En terecht. Een erg vermakelijke roman met een bijrol voor twee op Jansen en Janssen gelijkende agenten.
**) Woensdag meer.

maandag 16 december 2013

Teloorgang



Slotaflevering van ‘Tintin in Amerika’, in Het Laatste Nieuws, 16 december 1942. Tien jaar na de eerste publicatie heeft Hergé zijn ‘kranige reporter’ een veel minder kranig uiterlijk gegeven. Vergelijk de lulganger op de loopplank eens met die stoere kerel (kraag op, de blik omhoog!) in het origineel uit 1932…



…en betreur vooral ook de teloorgang van de expressieve Bobbie.

Het laatste plaatje op de hertekende versie heeft de Tekenaar schaamteloos gekopieerd uit OREILLE CASSÉE:


Het is de s.s. Normandie waarmee Kuifje in 1937 terugkeerde naar Europa. Hergé ziet in 1942 één ding over het hoofd: de luxe oceaanstomer is inmiddels geconfisqueerd door de Amerikanen en tijdens de ombouw naar troepentransportschip door brand verwoest en gekapseisd. Daar bestaat een opwindend filmpje van met een onnavolgbaar dramatisch commentaar (‘Then, during the night, the Normandie met its final doom’), veel gezwollen koperwerk en superbe ladderscènes…


… waarbij dr. Riklin zijn vingers zou hebben afgelikt.

Enfin, het persoonlijke rampjaar 2013, in drie minuten samengevat. Ik dank de A la recherche-lezers die me in het voorbije jaar een hart onder de riem staken en ik dank vooral S. die me, onverhoeds, toch nog een reddingsboei toewierp. Bovenal wens ik u fijne feestdagen. En omdat er geen eind is aan Kuifje: wordt vervolgd in januari 2014.

donderdag 12 december 2013

Happy jump



Vreugdesprong van Kuifje, op 19 februari 1948, in ‘Le temple du soleil’. De verhoudingen lijken niet helemaal jofel - je zou verwachten dat onze held in zijn momentje van blijdschap een tikkeltje hoger reikt dan de borst van de kapitein.

De ‘happy jump’ werd een cliché in de musicals met Gene Kelly, de ‘happy jump freeze frame’ vaste prik in de trukendoos van elke mode- en popfotograaf:


Kuifje sprong overigens eerder - en beter - op 20 april 1939 (in het licht van de historie een erg ongelukkige dag) in Syldavië:


Probeer het maar eens: armen omhoog, linkerbeen naar achter, rechterbeen naar voren en dan drie (3!) maal ‘Eureka’ roepen, in toenemend volume. De verwondering bij Bobbie is goed te begrijpen!