donderdag 30 april 2009

De voorlezer (2)


Bon, de film is dus een draak, tenminste volgens een ontstemde S. (‘De violen streken en ze bestreken de gehele film’). Aan het boek heb ik nochtans goede herinneringen en bij herlezing springen de vele rake observaties en gedachten weer in het oog.

Ik denk, kom tot een conclusie, houd die conclusie vast in de vorm van een beslissing en merk dat het handelen een zaak is die op zichzelf staat en op de beslissing kán volgen, maar niet hoeft. Vaak genoeg heb ik in de loop van mijn leven dingen gedaan waartoe ik niet had besloten, en dingen niet gedaan waartoe ik wél had besloten (…)

Mijn besluit om afscheid te nemen van mijn Hergé-verzameling is inmiddels een jaar oud. Ik bedoel dat ik toen dat besluit heb genomen. Maar verder?

(Maandag verder)

woensdag 29 april 2009

Licence to collect


Het bloed kruipt waar het niet gaan kan. Ondanks mijn bedenkingen toch maar weer de volmacht verlengd waarmee ik voorlopig een volledig door Nick en Fanny geautoriseerde Kuifje-verzamelaar blijf.

dinsdag 28 april 2009

Zwarte rotsen


Maar niet álles was vroeger beter, herinnert Joan Collins (alias superbitch Alexis uit Dynasty) zich in een Britse talkshow. “Wat we nu de Hollywood smile noemen, dus met bleekgel op je tanden een half uurtje onder de UV-lamp, was toen een kwestie van goed poetsen. En weet je, de meeste mannen vonden dat verwijfd. Veel kerels waar ik een beetje plezier mee wilde maken, hadden – nou ja – een car crash smile. And usually the car was burned…”

maandag 27 april 2009

De voorlezer (1)


Dat Kate Winslet in The Reader onder andere wordt voorgelezen uit een Kuifje-album - zoals ik ergens las - lijkt me geen goede reclame voor de film. In de bestseller van Bernhard Schlink reciteert de jonge protagonist niets minder dan Oorlog en Vrede en, vele jaren later, de Odyssee van Homerus. Wat met Tolstoj begon, eindigt met Primo Levi en Elie Wiesel. De analfabete Hanna - onwaarschijnlijke bedgenote en voormalig kampbewaakster - heeft zichzelf in de gevangenis leren lezen en zoekt ten slotte verlossing in de slachtofferliteratuur van de concentratiekampen. Hergé aan de basis plaatsen van die ontwikkeling is natuurlijk een typische Hollywood-streek. Maar ironisch is het wél: de geplaagde tekenaar zomaar een plekje geven in een moreel drama over de oorlog.

vrijdag 24 april 2009

”Picarros”



- En zal ik ’m voor u inpakken of verslindt u ’m ter plekke?

Vergeten gruwelen uit de jaren zeventig: middenstanders die met Mecanorma®-wrijfletters het publieke domein vervuilden.

donderdag 23 april 2009

Er stond sterke bries


En dan mijmeren we maar weer eens over de constellatie waarin De Moor de Man is die de Meester voorbijstreeft.
24 april 1976*). In een zalencentrum in Apeldoorn ontkent de knecht met kracht zijn dominante bemoeienissen met PICAROS. De onthulling dat hij de voorbije jaren in het diepste geheim gewerkt heeft aan DE BIGOTUDO’S slaat daarna in als een bom. Een Kuifje zonder Hergé! Het album verschijnt in 1978 en de rest… is geschiedenis.
Enfin.
De Moor bleef de man van de niet-ingeloste verlangens zoals hij eigenlijk ook nimmer de verlangens van zijn lezertjes kon inlossen. Maar in de eerste aanzet liet hij nooit een steek vallen. Ik bedoel:


*) Datum en locatie zijn niet uit de lucht gegrepen. Op deze dag, drieëndertig jaar geleden, verdedigde Bob de Moor (in een zaal vol muisstille leden van Het Stripschap) de kwaliteiten van PICAROS. Het album dat ik daarna door hem liet signeren, heette COKES IN VOORRAAD. Ik was een puber met een uitgesproken mening.

woensdag 22 april 2009

Nogal wat De Moor


Is het u ook opgevallen, schrijft een A la recherche-lezer naar aanleiding van mijn bijdrage van afgelopen vrijdag, dat er nogal wat De Moor op de markt is de laatste tijd?
Nu is mij, afgezien van mijn piepende respiratie, de voorbije weken niet zo heel veel opgevallen.
Maar De Moor...
In zekere zin berucht is het pakketje proefschetsen van zijn hand dat lange tijd een zwervend bestaan leidde. Onbetamelijk geprijsd studiemateriaal voor HET HOL VAN DE WOLF, een gelikt avontuurtje (laat dat maar aan Jacques Martin over) van de kreukvrije Guy Lefranc. Het gedateerde album heeft nog amusementswaarde door de moeite die De Moor zich getroost om een jong stel te portretteren: de pijprokende Roy en zijn popperige zuster Belinda:
Over de onhandige fysionomie van Belinda (panel rechts) laat ik me maar niet uit. Kijk vooral eens langere tijd naar Roy (links). Het hoofd is zo slordig op zijn schouders geplaatst dat ik me in gemoede afvraag: waar zat De Moor - die zo graag Kuifje wilde tekenen - eigenlijk met zijn eigen hoofd?

dinsdag 21 april 2009

Soundtrack


Wat is de volmaakte soundtrack bij JUWELEN? Met die kwestie zeilen we monter de binnenwateren van de tintinologie binnen. Iets van Gounod of Rossini mag dadelijk (want: te ontegenzeglijk) naar de prullenbak worden verwezen. Kind of Blue van Miles Davis komt daarentegen aardig in buurt. En ik noem die klassieker niet zomaar. Stripfactotum Claude Moliterni bekende ooit het openingsnummer So What te beschouwen als de ideale metgezel in het meest ambitieuze werk van Hergé. Luister naar de eerste, aftastende pianoakkoorden van Bill Evans, de omcirkelende bewegingen van bassist Paul Chambers, de stoïcijnse respons van Miles Davis (én Cannonball Adderley én John Coltrane) en het is moeilijk te geloven dat het anti-avontuur op Molensloot zich langs vloeiender lijnen kan ontvouwen.

Hoewel.

Liever nog is me het fenomenale In a Silent Way van dezelfde Miles Davis. Het is een transitiealbum (Davis’ uitgesproken overstap naar jazz fusion), net als JUWELEN waarin waarin Hergé de zekerheden van het beeldverhaal definitief overboord lijkt te zetten. Allicht dat ze daarom zo’n vanzelfsprekend en additioneel koppel vormen.

Davis ging verder op de ingeslagen weg en kwam al na zes maanden met de geweldige dubbelaar Bitches Brew. Op de opvolger van JUWELEN moest voordien een half decennium worden gewacht. Hergé zette al even geweldig in, maar VLUCHT 714 bleek na de openingssequentie op het vliegveld een mislukte (lees: halfslachtige) compositie. Met geen mogelijkheid kan ik er een soundtrack bij bedenken.

maandag 20 april 2009

Willen is kunnen


Idee-fixe van de verzamelaar: nu wordt er verzameld voor later. De vreedzame oude dag is het luchtkasteel waarin de vangst eindelijk met méér dan een oppervlakkige aandacht kan worden verschalkt.
Maar als er onverhoeds geen later meer blijkt te zijn, en het nu alleen nog maar de worsteling omvat om in leven te blijven, wat is zoiets triviaals als een verzameling dan nog waard?

Wel, voor wát het waard is: zelfs op de momenten dat ik werkelijk dacht dat ik zou stikken, heb ik geen moment gedacht dat die rotboekjes me gestolen konden worden. Mijn longen lieten me verschrikkelijk in de steek, maar de rug bleef recht!
Kinderachtig heldendom natuurlijk, maar toch.
Willen is kunnen, dat wist ook de chef van de Eekhoornpatrouille, Georges Rémi alias Leergierige Vos.

vrijdag 17 april 2009

Wonderen


En zo werd een ontdekkingsreis naar de begeerte van de verzamelaar een overlevingstocht naar de vertrouwde (zuurstofrijke) wereld. Op dit nimmer gewenste pad bleek de gedachte aan Frank Wolff onherroepelijk. Alleen een wonder kan me nog redden - Hergé veroordeelde de geplaagde ingenieur tot een sprong in het luchtledige en distantieerde zich vele jaren later bijna grimmig van de paapse (hem opgedrongen) stupiditeit van diens zelfmoordbriefje.

En wat mij betreft...

D. probeerde woensdagavond een door Bob de Moor gesigneerde (en van een aandoenlijke boodschap voorziene) VAARWEL HERGÉ aan me te slijten.
Ik heb ‘Nee’ gezegd.
Hij drong niet aan.
In het daaropvolgende kwartier luisterde ik naar zijn vrolijke gezemel over de verkrampte markt zónder naar adem te hoeven happen.
Zie, dat zijn zomaar drie (3) wonderen.

woensdag 4 maart 2009

Tsjoek-Tsjoek


Je kunt op vele manieren je vijftigste verjaardag vieren. Daarvan is wakker worden terwijl je longen gestaag vollopen met bloed, de minst feestelijke.
Maar dit is geen medisch blog.
En toch.
De verantwoording die hier al driekwart jaar naast staat, blijkt in onaangename zin profetisch. Met een gehalveerde vitale longcapaciteit bén ik inmiddels een Tsjoek-Tsjoek van de Karpaten.

Voor zuurstof ging Hergé, anderhalf jaar voor zijn dood, naar het Lago Maggiore. Bittere ironie: de lucht zat in de tekeningen, niet meer in de tekenaar. De geplaagde verzamelaar is thans in de huid van de meester gekropen en voelt aan den lijve wat het is: happend naar adem snakt hij naar een klare lijn.

dinsdag 10 februari 2009

Vogels


Griep? Dat had ik gedacht. Psittacosis. In goed Nederlands: de papegaaienziekte. De A la recherche-lezer mag voor 1 keertje zélf ironische verbanden leggen met het oeuvre van Hergé. En toch: ik heb niets met vogels. De hoofdpijn laat zich chemisch onderdrukken, de koude rillingen niet, de pijn in nek en schouders zijn gekmakend, maar we komen terug. Even geduld nog. We komen terug.

vrijdag 23 januari 2009

Facsimile (3)


Rest alsnog de vraag wat D. in vredesnaam met die partij facsimile’s wilde aanvangen?
Hij wil daar geen antwoord op geven.
Het is, volgens hem, ook irrelevant, want: ‘Met die kerel die dat spul aanbood, viel niet te onderhandelen. Hij begon op bijna 10 mille, wat zó volstrekt belachelijk is, en zei steeds: dan doe ik jou een plezier en doe jij mij een plezier.’

Vooruit, om dat laatste moet ik gniffelen. Ik denk aan al die handelaren die mij ooit ongevraagd een pleziertje wilden doen. Ze duiken nog weleens op in kwade dromen.

donderdag 22 januari 2009

Voor Yves


Hoewel niet door het ziekenfonds vergoed, mag het detoxifierende bouquet van de Château Kragliedin niet worden onderschat.

Facsimile (2)


Bepaald niet hypothetische kwestie: men onttrekt op God-weet-wat-voor armzalige wijze 250 albumreplica’s aan de markt. Daarmee creëert men schaarste. En, weten we, hoe schaarser iets is, hoe hoger de prijs. Hoge prijzen zijn schaars. Alleen aan schaarste is nooit gebrek, en daarom is het voor iedereen zoveel hij wil beschikbaar.*)

*) De schaarste-paradox is een vondst van Battus alias Piet Grijs alias Hugo Brand Corstius. Los hiervan: wie kunstmatig schaarste creëert, maakt de weg vrij voor speculatie. Nu kan men met vastgoed tegen een fatsoenlijk rendement speculeren. Maar met de facsimile’s van Casterman? Kruimelarij, ik schreef het al. Veel gedoe en inspanning voor (als het allemaal meezit) een winst van een paar honderd euro. Dat is pathetisch, zéker als je je niet te slijten waar daarna in bulk alsnog moet zien kwijt te raken.

dinsdag 20 januari 2009

Verzamelaars onder elkaar


‘Vast en zeker,’ vermoedt de zus van S., ‘ontmoet je een hoop interessante mensen.’
‘Och,’ zeg ik. En ik denk aan mijn met voorsprong duurste aanschaf: de L'île Noire uit 1938 waarin Hergé heel curieus (ik merkte het al eerder op) tweemaal zijn signatuur en een boodschap plaatste: in 1957 en in mei ’68.
Voorafgaand aan die aderlating waren er de nogal uitputtende, telefonische onderhandelingen met een Vlaamse verzamelaar die precies wist hoe bijzonder zijn aanbieding was. Nadat we het eens werden over de prijs (over zijn prijs) wilde hij afspraken maken over de betaling en verzending. Ik stelde voor om het album persoonlijk af te halen.

Hoopte ik weer eens op een goed gesprek? Verzamelaars onder elkaar? Moest ik dan niet beter weten, inmiddels?

A. woonde in de Vissenbuurt in Gent (‘Je pakt best eerst de Forelstraat’). De bel weigerde. Aarzelend klopte ik op de deur. Er klonk geschuifel, gerammel van een sleutelbos. Drie sloten gingen van het slot. De vrouw die me aanstaarde, zag er in haar morsige badjas uit als een drenkeling die alle hoop had laten varen.
‘Ik kom voor… uw man?’ waagde ik te zeggen.
Ze zuchtte, draaide zich naar het overvolle vestibuletafeltje waarvan ze een plastic tasje griste.
Een stapeltje kranten gleed op de vloer.
Terwijl ze het tasje in mijn handen drukte, ontsnapte haar opnieuw een diepe zucht. Ze knikte en sloot, zonder een woord te hebben gezegd, de deur.
Ik haalde de envelop met het Belgische bankpapier uit mijn binnenzak en duwde hem door de brievenbus, voorzichtig en erop bedacht dat ik de vrouw van de arme A. met deze handeling niet te zeer vermoeide.

maandag 19 januari 2009

Facsimile (1)


Wat had ik dan verwacht? Dat D. zich koest hield als een kiezelsteen? Zaterdag werd hij uit het ziekenhuis ontslagen. Diezelfde avond bederft hij de broeierige introductie van Clouzots Le salaire de la peur. S. zet ontstemd de dvd-speler op pauze. En D. beklaagt zich in mijn mobiele telefoon over het woord kruimelaar.
‘Zo ken ik je niet,’ zegt hij . ‘En ik meende toch te weten dat je mij beter kende.’

Is met zijn appendix ook zijn laconieke levensinstelling verwijderd?

Ter verdediging schermt hij met details. De partij facsimile’s waarvan hij een overname besprak, omvatte in totaal bijna 250 albums waaronder een onevenredig hoog aantal EENHOORNs en RACKHAMs.
Ik wil het helemaal niet horen.
Ik zeg dat het me niet interesseert.
‘Wat zit je nou eigenlijk dwars?’ werpt hij me voor de voeten.
Maar het ambigue gevoel van teleurstelling kan ik onmogelijk in een paar zinnen vangen.
S. wordt ongeduldig en tovert de bevroren Yves Montand met een druk op de afstandsbediening weer tot leven.
‘Ik moet erover nadenken,’ houd ik de boot af.

vrijdag 16 januari 2009

Kleine ingreep


D. ging onderuit op de dag dat hij langdurig had onderhandeld over de overname van een curieus omvangrijke partij facsimile’s.
Hij wrijft over zijn buik. ‘Die pijn! Ik dacht, dit is het nu.’
Ik vermoed de hand van God.
Onze Lieve Heer houdt niet van kruimelaars. En wat is het gesjacher met die albumreplica’s nu méér dan een armetierig soort knopen- en kralenhandel?

donderdag 15 januari 2009

Déjà lu


Op bezoek bij D. die na een uit de hand gelopen blindedarmontsteking een spoedoperatie heeft ondergaan. Zijn gezicht is grijs als gebruikt afwaswater.
‘Hoe gaat het?’ vraag ik bezorgd.
‘Slecht,’ zegt hij monter.
‘Maar met mij gaat het slechter,’ beweert zijn buurman wiens gipsen benen in een stellage van kettingen en buizen bungelen.
‘Niet naar luisteren,’ gebiedt D. die zich iets omhoog beweegt. ‘Met mij gaat het werkelijk slecht.’
‘Geen sprake van,’ is de zekere reactie naast hem.
Beiden krijgen de slappe lach.
En voor deze mislukte kropdragers heb ik twee uur in de auto gezeten.