donderdag 12 mei 2011

Het mysterie van de Klamme Lijn (3)


Donderdagavond 11 november 2009, even na acht uur, gaat de telefoon van André Taymans. ‘Met Patrick. Lukt ’t een beetje daar?’ André heeft een afkeer van dit soort gesprekjes, maar hij beheerst zich. ‘Bijna klaar,’ zegt hij. De School van de Klamme Lijn heeft hem geleerd flegmatiek met leugentjes om te gaan .

De waarheid is dat de 42-jarige striptekenaar al meer dan tien uur worstelt met de scriptaanwijzingen van zijn vriend en collega Patrick Delperdange:

LEFRANC besluipt DE VILLA van de SCHURK en probeert DE WOESTE WAAKHOND te omzeilen.

André heeft, ter inspiratie, De Zwarte Rotsen bestudeerd. Kuifje dringt het landgoed binnen van de boosaardige dr. Müller:


Die muur... Hij weet het niet. Maar het ‘sluipen’ lijkt niet zo heel moeilijk te tekenen:


De hond daarentegen:


De tekenaar zucht: het is wel een heleboel beweging. Na vruchteloze pogingen om Lefranc over een muurtje te laten klauteren, heeft hij gekozen voor een veel galantere, ja bijna intellectuele oplossing. De held staat voor de vrije toegang van het landgoed (er is geen hek, er is geen poort) en mijmert:


Het sluipen bleek lastiger dan gedacht. Maar de bomen van collega Erwin Drèze maken het nog best aanvaardbaar:


Met de hond zit André in zijn maag. Tenslotte kiest hij voor de antithese van de woeste waakhond. Het gevaar zit in de hond, waarom zou je dat moeten uitbeelden?


Donderdagavond 11 november 2009, iets voor twaalven, legt André Taymans de laatste hand aan een long shot waarin de held LEFRANC een WOESTE WAAKHOND omzeilt en naar een DEUR snelt:


Een deur.
De tekenaar huivert.
Het wordt een lange nacht.