zaterdag 24 december 2011

Wees gegroet



Oudejaarsavond bij de zus van S. in Halifax, had ik daar zin in? Daar had ik geen zin in. Wat dan?
Thuisblijven.
Voor één keer.
Pizza’s uit de oven met wat extra knoflook en een glaasje wijn.
‘Uhuh’, waarschuwde S. ‘Geen oude zak worden.’
- Maar jonge zakken drinken ook heus wel wijntjes op de bank.
Ze knikte om aan te geven dat ik er niet helemaal naast zat.
‘En waar doen ze dat op oudejaarsavond? Juist. Bij hun familie.’

Een paar maanden na de lancering van dit onzalige plan groet ik u, beste A la recherche-lezer. De komende periode verblijf ik in een oord waar men dezer dagen volstrekt niet moet willen wezen. Met wintertenen (vermoed ik) en derdegraads bevriezingsletsel (vrees ik) vervolg ik hier half januari mijn zoektocht naar de Verloren Kuifje.

Waarnemend praktijk als vanouds: Fanny, toestel 421. Spreekt u rustig en duidelijk in de hoorn, ook de zuster wordt een dagje ouder.

Bovenal wens ik u fijne feestdagen.

vrijdag 23 december 2011

In alle staten (2)


5.
Volgen we getrouw de dolus bonus-strategie van de handelaren, dan is daar vroeg of laat de leugen die wél onhoudbaar is. Redelijk = Goed. Goed = Zeer goed. Zeer goed = Bijna nieuwstaat. Bijna nieuwstaat = ?

Op de vierentwintig draagplanken van mijn boekenkast staan sto(c)koude albums er op hun nieuwstatigst bij. Maar laat ik stoppen mezelf iets wijs te maken. Zelfs de gaafste exemplaren zouden een halve of driekwart eeuw geleden door de boekhandelaar met verontschuldiging (of korting) zijn verkocht als ‘licht beschadigd exemplaar’.

Wat oud is, is nooit nieuw. Illusie is het zand dat we onszelf in de ogen strooien.

6.
Met een excuus aan Peter de Wit: een fijn commentaar van Scudder op mijn obsessie voor oud- versus nieuwstaat.


7.
Bijna Kerst dus ik denk weer vaak aan R. die illusies creëerde met boekbinderslijm, vlasgaren en rijstpapier. Het atelier van de boekrestaurateur was ooit een bekende ontmoetingsplek voor hoofdstedelijke creatievelingen. Dit vriendengroepje is nog maar voor een klein deel intact. Er is de (tegenwoordig) succesvolle schrijver die zo nu en dan een borrel pakt met de man die R. destijds vond, een paar dagen na zijn zelfdoding.

Om meer dan één reden was ik liever die schrijver geweest.

Dat is het wrange. Je geeft een vermogen uit aan boeken met plaatjes en je zou het dubbele willen uitgeven om één verschrikkelijk plaatje uit je hoofd te krijgen.
Maar dat kan niet.
Dat kan niet.


Morgen: Wees gegroet!

woensdag 21 december 2011

In alle staten (1)


1.
Verkopers schalen hun albums altijd één staat te hoog in. Matig = Redelijk. Redelijk = Goed. Goed = Zeer goed. We moeten ze hier niet op willen afrekenen. Dolus bonus. Het zijn verkopers. Ze moeten een voet tussen de deur krijgen.

Goed (= redelijk)*:



Redelijk (= matig):


2.
Verkopers die hun albums twee staten te hoog in schalen (Matig = Goed) minachten hun klanten. Ontegenzeggelijk moet dit wederzijds zijn. Ga niet met hen op pad, mijd de weg die zij gaan (Spreuken 1:15).

3.
Verkopers beweren enthousiast het één en tonen enthousiast het ander. Daar is moed voor nodig (of zelfhaat).

‘Zeer mooi album! Rug is gaaf’:


Beeld en boodschap komen niet overeen; een fenomeen dat in de televisiewereld nog wel eens wordt aangeduid als De Schaar van Weber. Goede verkopers laten ons twijfelen aan wat onze ogen registreren. Maar deze begoocheling kent haar limieten.

‘Restauratie aan de rug en kaft, lichte slijtage aan hoeken’:


4.
Verkopers nuanceren/rechtvaardigen hun inschaling met argumenten die in eerste instantie aannemelijk kunnen klinken: ‘Voor deze kwetsbare titel en rekening houdend met de schaarste én de leeftijd is dit een goede staat.’ Onzin natuurlijk, kijk maar:


Au pays des soviets, 4emille, 1930. Kwetsbaar, schaars en op leeftijd. Status: niet goed.


Vrijdag: de vloek van nieuwstaat.


*) Beeld- en tekstvoorbeelden in 1 en 3 afkomstig uit het aanbod op de Catawiki-weekveilingen.

dinsdag 20 december 2011

Een herinnering



Zo was er een zomer, een winter en weer een zomer voorbijgegaan. In januari 1959 vervoegt Georges zich ten slotte bij de ouders van Fanny.
Hij wil niet langer dralen.
Albert Vlamynck laat hem binnen, achtenveertig jaar oud en van streek, korzelig. Hij negeert de uitgestoken hand, voert zijn gast door de woonkamer langs de dode open haard die hij een uur geleden heeft laten uitgaan. Zijn enige dochter heeft gekozen voor een man die drie jaar ouder is dan haar vader. Hij weigert hem comfort te bieden.
Zwijgend wijst hij met steenharde vinger naar een stoel aan de keukentafel en zet, niettegenstaande de koude, het raam op een kier.

Voor Georges is de stilte niet ongemakkelijk. Het is, denkt hij, het laatste toevluchtsoord van de zuiverheid. Straks zullen er woorden zijn die opstijgen als een vlam en andere die neervallen als regen: een bloemlezing van onwaarachtigheid.

Een vrouw beent de keuken in. Georgette kijkt naar het open venster, werpt een vernietigende blik op haar echtgenoot. Georges ziet gelaatstrekken die samenvallen met de herinneringen aan zijn moeder. Mama Elisabeth die hem meeneemt naar de films van Mack Sennet. Een siddering golft door zijn lichaam, nestelt zich tussen de schouderbladen die onverhoeds samentrekken. De tekenaar legt zijn handen tegen zijn gezicht en hij moet janken. Zo verschrikkelijk janken.

maandag 19 december 2011

Meester Tammo


Weblink van D. naar een internetveiling die vanavond afloopt. Kavel 80. Roofdruk uit 1992 van de ingenieuze prospectus (Goedendag, Heer boekhandelaar!) die Hergé in het najaar van 1944 tekende en die in het voorjaar van 1947 van de persen rolde.

We verbazen ons over de nonchalance/naïviteit waarmee illegaal drukwerk wordt gepromoot en geveild:


Links de erkenning dat het hier jatwerk betreft, rechts veilingmeester Tammo, breedlachend, maar de jure medeplichtig aan heling.

vrijdag 16 december 2011

Op = op



‘For God’s sake! — quick! — quick! — put me to sleep — or, quick! — waken me! — quick! — I say to you that I am dead!’


I was thoroughly unnerved, and for an instant remained undecided what to do. At first I made an endeavor to re-compose the patient; but, failing in this through total abeyance of the will, I retraced my steps and as earnestly struggled to awaken him. In this attempt I soon saw that I should be successful — or at least I soon fancied that my success would be complete — and I am sure that all in the room were prepared to see the patient awaken.


For what really occurred, however, it is quite impossible that any human being could have been prepared.


As I rapidly made the mesmeric passes, amid ejaculations of ‘dead! dead!’ absolutely bursting from the tongue and not from the lips of the sufferer, his whole frame at once — within the space of a single minute, or even less, shrunk — crumbled — absolutely rotted away beneath my hands. Upon the bed, before that whole company, there lay a nearly liquid mass of loathsome — of detestable putrescence.


The Facts in the Case of M. Valdemar (Edgar Allan Poe)

woensdag 14 december 2011

Kuifje onder de loep (83)


Vervolgen we dit college met nóg een voorbeeld van een narratief concept: de protagonist die binnendringt en afluistert. Bij Hergé ziet dat er ongeveer zo uit:


Cokes in voorraad, plaat 12.

In de dagelijkse werkelijkheid is de opbrengst van een afluisteractie op een willekeurig moment op z’n best diffuus:


Om zijn vertelling op stoom te houden, kiest Hergé hier dan ook voor een breed gedragen conventie: als de held iemand afluistert dan is dat altijd op het moment dat er cruciale informatie wordt overgedragen.


Vrijwel hieraan vastgeklonken, zien we nog een ander narratief concept: de held verraadt zich. Hij stoot een vaas uit de Ming-periode om, moet niezen of - actueel voorbeeld - hij krijgt een sms.
Hergé maakt in Cokes een originele keuze waarmee hij tevens teruggrijpt op de proloog van zijn verhaal:


De dekselse Abdoellah heeft een wekker* in de jaszak van onze held gestopt! Hergé smeert deze scène uit over een aantal plaatjes en - pak het album er even bij - dat doet hij met enorm veel souplesse.


*) De Tekenaar doet hier wel een stevig beroep op de suspension of disbelief bij zijn lezers. Een wekker weegt immers niet niks. Hoe geloofwaardig is het zo’n ding in je zak te hebben zonder dat te merken? Het zou voorstelbaar zijn als je al een heel zware jas hebt. Maar die wapperen weer niet in de wind. En de jas van Kuifje…

dinsdag 13 december 2011

Devotie



Voer in Google de naam ‘Germaine Kieckens’ in en zoek op ‘Afbeeldingen’.

Van de eerste tien resultaten verwijzen er acht naar dit blog.

Bijna elke dag komt hier iemand langs voor een foto of een (onverkoopbare) tekening van de vrouw aan wie Hergé in 1932 schreef:

‘Ik voelde me oneerlijk door mij voor te doen zoals ik niet was. En dan ben jij gekomen, jij die ik bewonderde, met je puurheid die mij aantrok en mij soms bevreesde.’

Wie zijn die mensen? En wat zoeken ze? Purificatie?

maandag 12 december 2011

Bal masqué



Uitnodiging voor een vernissage annex bal masqué. Een goed verstaander weet dan genoeg: met het gemaskerde fuifje maskeert men de futiliteit van de gepresenteerde kunstwerken.
‘Hoe gaan we?’ vraagt S.
‘Niet,’ zeg ik. Nogal voorbarig, want de rest van de dag fantaseer ik over onze entree als het echtpaar Remi. Na een stief kwartiertje lanceren we in de galerie het servies.
S. annex Germaine: ‘Bedrieger! Komediant! God, geef me geduld met je!’
De verzamelaar, bruut vanachter zijn Hergé-masker: ‘Hou op! Je geeft me het schijt, hoor je wel? Het schijt!’
En dan zo’n ongemakkelijke stilte omdat geen mens er iets van snapt.

Kunst is de seks van de verbeelding.

donderdag 8 december 2011

Kuifje onder de loep (69)


In les 68* hebben we, uitputtend, kunnen zien hoe Hergé speelt met verwachtingspatronen en autosuggestie. Vandaag verruilen we ‘de stevige pas’ voor:


En of hier gerend wordt! Let op het fraaie detail: Haddock die, ineengedoken voor de striemende regen, stevig zijn hoed op zijn hoofd drukt. De tekenaar Hergé draait er zijn hand niet voor om. De studiegroep over De Klamme Lijn bood dit voorjaar al een confrontatie met de voortbrengselen van mindere goden:


De worsteling van André Taymans met zijn rennende protagonist.

Eindigen we bij de laatste vier panels van plaat 2 van De Zaak Zonnebloem. Hoe Hergé hier met een geraffineerde POV-keuze eerst één en dan twee stiekeme gluurders introduceert, komt later aan bod. Vandaag kijken we vooral naar de achtergrondactie in het laatste frame:


Vergeten we nu de omringende én voorafgaande actie en hangen we een uitsnede direct achter het eerdere beeld van onze rennende helden...


… dan wordt in één oogopslag duidelijk hoe de cartoonist Hergé hier in sprankelende synergie samenwerkt met de tekenaar Hergé en de verhalenverteller Hergé.


*) Niet meer beschikbaar.

woensdag 7 december 2011

Kuifje onder de loep (67)


Vervolgen we deze meerjarige collegereeks met plaat 2 van De Zaak Zonnebloem. Vorige week hebben we kunnen zien hoe zelfverzekerd low key Hergé dit avontuur durft te beginnen: met een wandeling van Haddock, Kuifje en Bobbie in de directe omgeving van Molensloot. De kalmte werd verstoord door een enorme dreun (BRROM) die tevens fungeerde als cliffhanger. Bij aanvang van plaat 2 is hierover prompt duidelijkheid: er komt onweer. Onze helden haasten zich naar huis:


Laten we deze scène eens van nabij bekijken:


Vraag: heeft Hergé zijn helden hier zodanig getekend dat zichtbaar is dat zij er stevig de pas in hebben? Of denkt de lezer/kijker alleen maar twee wandelaars met haast te zien omdat hij kennis heeft van een naderend onweer én er dreigende wolken hangen?

Morgen verder.

dinsdag 6 december 2011

maandag 5 december 2011

Gulden scharen


De ochtend was grijs, de post bracht blauwe enveloppen en gulden scharen:


Images d’une vie van Janine Niépce. Gebrekkig drukwerk en dito vormgeving: de makke van veel fotoboeken. Maar het gaat natuurlijk om die omslagfoto.

Niépce was wat ze in de Franse straattaal een costaude noemen, een vrouw met kloten. Terwijl Georges in de oorlogsjaren zijn dagelijkse strookjes inleverde bij de gekaapte Le Soir, werkte Niépce voor het Franse verzet. Na de bevrijding ging ze aan de slag als ’s lands eerste fotoreporter. Mooi zijn haar eigengereide-vrouwenportretten uit de jaren zestig en zeventig: Colette, Duras, De Beauvoir...

De Gulden Scharen haalde ze vaker voor haar lens:


Overigens vind ik haar stadsportretten net een tikkeltje aantrekkelijker:


Stripwinkel Whaam, daar had ik ook wel mijn boekjes willen halen, met twee hupse vriendinnen aan mijn zij.