maandag 12 maart 2012

Rocht!


I.
Het einde van een tijdperk? O jawel.
Maar wanneer begon het?

Veertig jaar geleden, op de kop af:


Pep, maart 1972. Nervositeit bij de jonge lezer: zijn nieuwste ontdekking keert terug in een kersvers avontuur ( = Vlakte der Sioux).


II.
Gefnuikte jeugdherinneringen. De klassieke held van weleer blijkt Klassiek in de ergste zin van het woord:


Uit: De man die $ 500.000 waard was. Charlier vertelt, Giraud illustreert. Spaghettiwestern? Sergio Leone en Sergio Corbucci lieten hun personages zwijgen.


III.
Arzach, Moebius. Aflevering: Arzak. Zuurstof!




IV.
Witte Nachtmerrie/Cauchemar blanc:


Op pad met de racistische knokploeg van de Service d’Action Civique. Uit de Nederlandse editie van Métal Hurlant, voorjaar 1982. Hernieuwde opwinding: ‘Maakt die man dit óók?’.


V.


Rocht! Privé-detective klasse B John Difool krijgt bezoek van indringers met een anti-breed-spectrum-verlammings-krachtveld. Curieus onomatopee.

rocht (tussenw.), ter aanduiding van de figuurlijke knal waarmee een kunstenaar ons universum binnendringt en daar een blijvende indruk achterlaat.

donderdag 8 maart 2012

Alles is schaamte



Daar sta je dan, beetje onwennig in je propere blazer en je geperste pantalon. Onhebbelijk lang gedroomd van een betrekking bij Sotheby’s. Jouw handen die een sculptuur van Giacometti of een doek van Gustav Klimt verheffen!
En dan ben je waar je wezen wilt. Dan heb je die droombaan.

En dan dit.

Het leven is gemaakt van illusies.



*) Beeld van ‘A Collection of Comic Books’, de tweedaagse veiling van stripboeken bij Sotheby’s, in oktober 1987 - exact een week na Zwarte Maandag, de wereldwijde beurskrach.

woensdag 7 maart 2012

Scouts!



Hergé chez les scouts - Les aventures de Renard Curieux. Verschijnt volgende maand. Alsof de liefhebber niet overvoerd kan raken met deelstudies.

Ce sera un album de 160 pages, format A4 à l’Italienne qui racontera en détails les activités scout et notamment les grands voyages qu’Hergé a pu faire avec les scouts et qui l’on marqué... ce sera largement illustré avec des photos dont beaucoup sont inédites...



De auteur doet alvast een kleine promotietour en in zijn vormelijke mombakkes herkennen we zoetjesaan een volmaakte cliënt van dokter Riklin: ‘Gaat u daar maar liggen, mijnheer Goddin, en vertelt u voor de verandering eens iets over uzelf.’

Overigens marcheren de padvinders eind van deze maand ook bij Art Curial*:


Kavel 382, originele omslagtekening voor Le Petit Vingtième van 12 mei 1938. Rood sjaaltje, beige shirt: vergelijk de inkleuring van Hergé eens met de ‘kleurnuances’ op het gedrukte exemplaar.


De beklagenswaardige Renard Curieux moet er af en toe furieus van zijn geworden.


*) De catalogus van het veilinghuis staat sinds vanmorgen ook online. Originelen vanaf kavel 150.

dinsdag 6 maart 2012

Citaat van de dag



Vroeger was alles beter.
Toen hoefde je niet voortdurend over vroeger te praten.


maandag 5 maart 2012

Financieel nieuws (2)


Hoe zit het inmiddels met die absolute run op nieuwstaat waar D. eind vorig jaar zo opgewonden van raakte? Twee veilingresultaten bij Banque Dessinée, gistermiddag, zijn veelzeggend.

Kavel 542 en 543. L’Ile Noire (1938, A5).

‘Proche de l'état neuf’:


‘Bon état+’:


De laatste werd afgehamerd op € 1800,-, de ‘bijna nieuwstaat’ deed ruim het tienvoudige: € 19.000.

En nu we het toch over geld hebben. In 1938 kocht Georges zijn eerste auto, een Opel Olympia cabrio coach:


Ondanks ‘zijn geringen aanschaffingsprijs’ een uitgave die slechts enkelen zich konden veroorloven. Hergé betaalde er destijds 1.275 gulden voor. Alleen al voor het opgeld dat de koper van zijn bijna nieuwe Zwarte Rotsen gisteren moest neertellen (22%), had de Tekenaar zeven (7) van deze ‘technisch volmaakte’ cabrio’s kunnen kopen.


Morgen weer iets fatsoenlijks.

donderdag 1 maart 2012

Postume sensaties


I.
Hoe ziet dat eruit, een chagrijnige Mona Lisa? Nou, zo dus:



II.


Alexis, Gotlib en Loup bespreken het nieuwe nummer van Fluide Glacial, april 1977. Alexis (links) is zwijgzaam en nauwelijks in beeld; het lijkt een vingerwijzing naar de dingen die gaan komen. Marcel Gotlib voert in dit filmpje het hoogste woord*. In de laatste minuut bespreekt hij zijn gag op de achterzijde van het magazine: man knijpt zijn neus dicht en perst zijn hersens door één oor naar buiten.

Amper vijf maanden na deze opname is Alexis dood, dertig jaar oud.
Il disparait subitement. Een zwelling van de hersenslagader is hem fataal geworden.


III.
Karel van het Reve, mijmerend over de dood:

Ook heb ik soms de eigenaardige sensatie dat wat ik meemaak eigenlijk na mijn dood aan het gebeuren is (…) Ik loop door Amsterdam en denk: zo ziet de stad er dus uit na mijn dood. Soms sla ik een hele krant over, denkend: dat zijn allemaal postume gebeurtenissen.

Zou Georges die sensatie gekend hebben, voorjaar 1976?
Hij heeft voor het eerst het Picaros-album in handen en denkt: zo zien de avonturen van mijn held er dus uit na mijn dood.

En zou hij toen pas werkelijk gedacht en besloten hebben: over mijn lijk?



*) Ga naar 03.15 minuut en kijk eens hoe schatplichtig de tekenaar hier is aan Gabin, Belmondo en Delon bij het opsteken van een sigaret. Le cool!

dinsdag 28 februari 2012

Uit het lood


Naar Berlijn met het verzameld werk van Karel van het Reve (Deel 6) en Peter Pontiac in de handbagage. Massieve lectuur; het vliegtoestel hing een tikkeltje uit het lood.

Met Reve keerde ik in de dagen die volgden terug naar 1976 (later meer daarover), met Pontiac verzeilde ik in 1982:


Pagina 126 uit Rhythm, het stripwerk compleet & chronologisch 1969 - 2011. Gemaakt ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan van stripantiquariaat Lambiek. Bezie vooral het geestdriftige sloopwerk op het laatste plaatje (de man schuin onder het Kwik en Flupke-album!) en vergelijk dat eens met de milde woorden van Kees Kousemaker (‘Ezelsoren, vouwtjes en vlekjes toevoegen’…).

Overigens, geld verdienen met een tijdmachine door strips uit het verleden te halen? Droomkoppel Fred en Alexis pakte dat in 1974 heel wat ambitieuzer aan. In ‘Time is money’ (Ils voyagent dans le temps pour de l’argent) reist een verkoper van stoommachines (om sigaretten mee te rollen*) naar de vijftiende eeuw. Hij ontmoet de jonge Leonardo da Vinci en probeert hem over te halen nu reeds een portret van ‘Mona Lisa’ te schilderen.
Dat valt nog niet mee.
Lisa blijkt een serpent, er kan geen glimlach af.


*) Une-machine-à-vapeur-pour-rouler-les-cigarettes-une-à-une-sans-se-fatiguer.

maandag 27 februari 2012

I.M.



Historische televisie: Rick Zaal interviewt Ischa Meijer voor én over zijn boekenkast. Af en toe dartelt Connie Palmen door het beeld.
- Wat heb je voor systeem in je kast?
‘Er is geen verband. Dat is het systeem.’
Let op de gele doos helemaal beneden, drie planken onder de biografie van Truman Capote.
Mille milliards de mille sabords! Is dat niet…? Jawel, dat is:


Ischa en Connie die tot diep in de nacht spreken over de relatie tussen filosofie en literatuur en meer specifiek de (on)mogelijkheid van de taal om de waarheid uit te drukken.
Onderwijl spelen ze het bordspel ‘Wie ontvoerde professor Zonnebloem?’.
Wat een lief idee.



Met dank aan de scherpe ogen van I.

donderdag 16 februari 2012

Le noir


Een originele Zonnebloem, uit 1943. Afmetingen: 7 x 7 centimeter. Alain van de 9th Art Gallery heeft de professor vers aan de haak geslagen en vraagt er € 7000 euro voor. Dat mag ie, maar, mille sabords!, waarom toch zo’n krankjorume passe partout?!


De ogen een tikkeltje samenknijpen en daar is de geest van Kazimir Severinovitsj Malevitsj (Zwart Vierkant).

What’s next, Alain?



Ah, de kreukels van de kapitein:


Origineel zijn is goed, het willen hebben een afwijking.




Waarde lezer, de luiken gaan hier dicht, ik piep er even tussenuit. Wordt vervolgd op maandag 27 februari.

maandag 13 februari 2012

Dilemma’s


Bespiegelingen van een trouwe lezer bij de nondescripte boekenkast van Kuifje-biograaf Raphaël Taylor:

Moeten de ‘grand images’, de ‘petit images’ en de naoorlogse kleurendrukalbums bij elkaar, of moeten al die albums per titel gesorteerd worden? Staan de Petit Vingtième-uitgaven van Kuifje naast die van Quick en Flupke, of hebben de albums van Q&F hun eigen plank? En stel dat je een mooie, stevige boekenkast hebt met planken van 60 cm breed en je sorteert de albums niet op uitgave maar op titel, én je hebt 30 cm Sovjets, 40cm Congo en 45 cm Amerika, krijgen die albums per titel hun eigen plank, of delen ze een plank met een andere titel?

We zijn overgeleverd aan onze passie. En wat wil passie? Zij wil haar grenzen kennen. Ze neemt geen genoegen met een systeem dat begrenzing suggereert. Jaren geleden kocht ik een boekenkast die het onbeheersbare weer beheersbaar maakte, althans, dat maakte ik mezelf graag wijs:

‘Vierentwintig planken, op elke plank een titel! Een Zwarte Rotsen-plank, een Scepter-plank. Stel je voor, eindelijk een kast met een streng respect voor orde!’

De nieuwe orde had totalitaire trekjes; hier was geen plek meer voor minderheden. Blauwe Sinaasappels, Gulden Vlies, Haaienmeer - zonder veel spijt en mededogen joeg ik de bastaardalbums het huis uit. Maar het afscheid van Quick, Flupke, Jo, Suus, Jokko, Leo en Lea vroeg om iets meer morele kracht - te veel voor mijn weke rug. Hen bood ik een tijdelijk logeeradres op de schrale Alpha-plank.

Ze staan er nog steeds.

Ze verstoren de rust en regelmaat en van de weeromstuit begin ik een hekel te krijgen aan hun gastheer. Moet ik die vervelende Alfa-Kunst wegjagen? En wat let me dan om ook de Picaros-plank te ruimen? Is dat ten slotte de manier om een verzameling te ontmantelen? Door haar af te pellen, door te eindigen met waar het allemaal mee begon?

Maar waar begon het mee?

donderdag 9 februari 2012

Andere levenslijnen (8)



In die bewogen maanden is Georges niet weg te branden uit de galerie van Marcel Stal, Carrefour, en het is daar dat hij Jean Giraud ontmoet, een illustrator die in kleine kring bewondering oogst met zijn spectaculaire omslagen voor de Nederlandse Arendsoog-serie van vader en zoon Nowee (zie boven). De jonge tekenaar wil de overstap maken naar het beeldverhaal en Georges neemt hem onder zijn hoede. Het is het begin van een bijzondere vriendschap. Onder invloed van mescaline en ayahuasca experimenteert het tweetal met nieuwe en vernieuwende verhaaltechnieken en tekenstijlen.


Als Giraud wordt getroffen door congenitale faciale diplegie (het syndroom van Moebius) en komt te overlijden, is Hergé ontroostbaar. Buiten zinnen van verdriet ontslaat hij zijn medewerkers, sluit zich op in zijn studio en werkt een jaar onafgebroken aan de metamorfose van zijn succesreeks Kuifje. Het is een stoutmoedige eenmansstrijd en zijn manier om de dood van zijn pupil te verwerken.

De publicatie van VOL 714, in mei 1968, is niet minder dan een sensatie en wordt tegenwoordig door critici beschouwd als de belangrijkste mijlpaal in de geschiedenis van de negende kunst.







Maandag: dilemma’s in de boekenkast.

dinsdag 7 februari 2012

Toveren



Uiterst links: ‘Stolen Lightning - the social theory of magic’ van D. L. O'Keefe. Midden: Raphaël Taylor, de Schotse geleerde die ‘many new insights’ in het leven van Hergé tevoorschijn heeft getoverd:


De prospectus is van begin vorig jaar. Inmiddels is de verschijningsdatum verschoven naar maart 2012. Of wordt het juni?


Opvallend: de fraaie signatuur van Hergé (uit 1941) op het omslag is vervangen door een lettertype dat niet veel karakter heeft en vooral obese is. Ingreep op last van de rechthebbenden? Heeft professor Taylor iets boven water gehaald wat de erven niet zint?

maandag 6 februari 2012

Rituelen


Mooi portret in de Volkskrant van tekenaar Philip Paquet (De coolheid spat af van zijn jazzstrips) die mijmert over ‘een oprecht verlangen naar de mooie dingen van vroeger, naar degelijkheid’. Een tikkeltje obligaat misschien, maar evengoed verslikte ik me in de onverhoedse oprisping van mijn eigen, strikt particuliere gemis: het zaterdagritueel van dertig jaar geleden. De wandeling naar Concerto voor tweedehands bebop, naar Lambiek voor de nieuwe titels van het overijverige Yendor* en tenslotte naar Heuvel voor een eerste biertje.

Hier wordt de melancholie eens niet op haar wenken bediend: platenzaak, stripwinkel en kroeg hebben hun deuren nimmer gesloten. En als ik beweer dat het nu toch anders is (al was het maar omdat Kees Kousemaker voor eeuwig zwijgt), ben ik even voorspelbaar als Philip Paquet.

Foto!


Georges Remi, 15 maart 1937 - de sterfdag van H.P. Lovecraft:

The world is indeed comic, but the joke is on mankind.


*) De gehypte Dominique Hé bleek deerlijk slecht, Ziekenhuis van Ted Benoît liet me niet onberoerd, maar vooral Martin Veyron was een auteur naar mijn hart.

vrijdag 3 februari 2012

Geripte roofdruk


Ben je als veilingmeester de jure medeplichtig aan heling als je illegale uitgaven afhamert? Een enkele lezer vond dat nogal straf verwoord: ‘Het doet geen kwaad. Het gaat toch bijna altijd om liefhebbersuitgaven in kleine oplagen.’

En toch.

Je begeeft je in elk geval op glad ijs, al was het maar omdat de feiten bij dit soort drukken oncontroleerbaar zijn.

Catawiki-veiling, kavel 49:


Luxe uitgegeven malligheid uit 1990. Met een handvol ingekleurde plaatjes uit SOVIETS en wat eigen fröbelwerk wordt verhaald over de eerste ontmoeting (‘La Rencontre Imprévue’) van Kuifje en Bobbie in Brugge.
Begin jaren negentig was het album op de kop te tikken voor duizend Belgische franken (destijds rond de vijftig gulden). De oplage is dan ook niet tien exemplaren, zoals hier door de verkoper wordt beweerd, maar zesmaal tien exemplaren geletterd A tot en met J:

Cet album toilé est donc strictement réservé et limité à six fois 10 exemplaires lettrés de "A" à "J" et 2 exemplaires numérotés *Hc1* et *Hc2* réservés aux auteurs.

Tienmaal zoveel dus. En ook dat klopt niet helemaal. Het album is kort na verschijning geript: er is een roofdruk van gemaakt, herkenbaar aan het dunnere papier. Eveneens geletterd/genummerd, maar daar zijn dan weer zoveel dezelfde letters/nummers van bekend, dat die authenticiteitsbelofte geen enkele waarde heeft.

Om de zaken nog wat ingewikkelder te maken: van de ‘authentieke’ albums met F en G-lettering op het dikkere papier circuleren zoveel exemplaren dat a) ook de oorspronkelijke makers hebben gelogen over de kleine oplage of b) er naast de roofdruk uit begin jaren negentig nog een roofdruk is gemaakt op beter papier.

Enfin, leuk voor de linnenfetisjist, zullen we maar zeggen. En een bewijs dat je met deze handel als veiling vroeg of laat de bietenbrug op gaat.

Met dank aan D. voor alle informatie (en met mijn toezegging dat het hier maandag weer over wezenlijke zaken gaat).

donderdag 2 februari 2012

Tout à fait entre nous


I.

Links: Araki, Sadao, minister van Oorlog. Midden: Uchida Kosai, minister Buitenlandse Zaken Japan. Rechts: Yosuke Matsuoka, ambassadeur van Japan bij de Volkerenbond.

Met dank aan Scudder.


II.
Maar ontegenzeglijk is het quatsch:

Wie herinnert zich niet dat ene plaatje (in ‘De blauwe Lotus’) van de drie Japanse gedelegeerden die in 1935 op hoge poten de Volkenbond verlaten?

Niemand, Doeschka, geen lezer van De Groene Amsterdammer herinnert zich dat plaatje.
Een enkeling zal zich De Blauwe Lotus herinneren als ‘het album waarin Kuifje dat Chinese jongetje redt’. Het gros zal opmerken: ‘Het gaat over China, toch?’.


III.
Rechts Georges, links Doeschka:


Wat ik steeds meer mis: het uitgesproken smoel van de roker. Dat stond me wel aan.


IV.
Schets van Germaine, voorjaar 1933:


Kijk eens goed naar haar gezicht.

Een masker.


V.
Quasi knorrige mail van een A la recherche-lezer die het plaatsen van explosieven onder het Hergé-museum ‘ongepast’ vind. Volgt een hilarisch gedetailleerd plan om althans een deel van de collectie te verduisteren. Zonder geweld. En zonder mij, hoewel het me allemaal griezelig uitvoerbaar lijkt.

Succes ermee, beste G. En doet u vooral een warme jas aan!


VI.

Rechts Tintin, links Tonton. Midden: een uitgelaten Haddock die zich ergens op verheugt.

We willen het niet weten.

dinsdag 31 januari 2012

Dag Doeschka



Kuifje niet politiek? Wie herinnert zich niet dat ene plaatje (in De blauwe Lotus) van de drie Japanse gedelegeerden die in 1935 op hoge poten de Volkenbond verlaten?
[Het Franse parlement zou] er goed aan doen de albums van Kuifje tot verplichte literatuur te stellen voor alle baccalaureaten: tot lering en inzicht in de corruptie van de macht, in een halve eeuw West-Europese politieke geschiedenis, in plot, constructie en scène-opbouw. Kuifjes windvangende D66-regenjas kan facultatief blijven.

Doeschka Meijsing in De Groene Amsterdammer, februari 1999, naar aanleiding van een debat in de Franse Assemblée of Kuifje politiek gezien links of rechts staat.

Triviale vondsten (24)



Geredigeerde kopij voor het ANP-radiobulletin van half 2 op vrijdag 4 maart 1983. Het bericht werd gevolgd door de mededeling dat er in 1982 opnieuw minder fietsen werden verkocht (< 1,2 miljoen).

maandag 30 januari 2012

IFFR



Lunch met de regisseur die zich in bedrukte bui een projectmanager noemt. Voor zijn laatste film deed S. de productie en met hem kibbelt ze over het aantal jaren dat sindsdien verstreken is. Zes, zeven? Daarin stapelden de onafgemaakte projecten zich op. Nu werkt hij een ‘ideetje’ uit over een museumkraak.
- Welk museum?
‘Iets in Amsterdam.’
Waarom niet in België? Louvain-la-Neuve, Museé Hergé.
Denk ik. Zeg ik.
Achilleshiel van De Portzamparcs ontwerp zijn de kolommen waarop het bouwwerk steunt. Als je die opblaast en daarna een bres slaat in de zijwanden, stuiteren de originele platen zó de loopbrug op.
Mooi beeld!
Maar onze tafelgenoot schudt zijn hoofd. Hij wil een psychologisch drama, geen heroic bloodshed in een Waals gewest.

donderdag 26 januari 2012

Kuifje onder de loep (44)


Besluiten we deze les met een snerpend anatomisch defect. Uit de oerversie van L’Ile Noir, verschenen op 15 juli 1937:


De borst recht, het hoofd zóver gedraaid dat de neus naar achteren wijst en het oor naar voren: het is een van de meest ongerijmde afbeeldingen van onze held.

Bij de omwerking naar de kleurenversie van 1943 zaagt Hergé een boom om (rechts), maar laat hij Kuifje ongemoeid:


Twee decennia later draait Bob de Moor, met nauwelijks fraaier resultaat, het hoofd een kwart slag terug:


Let overigens op de royale toevoeging van bomen. In de facultatieve workshop Hergé’s Arboretum - Apicale dominantie in het universum van Kuifje wordt de groenthematiek nader belicht.

dinsdag 24 januari 2012

Kuifje onder loep (41)


In een eerdere leergang zijn al in extenso de paradoxen en voetangels van de Klare Lijn aan bod gekomen. Vandaag onderzoeken we hoe Hergé zich in diverse albums en op diverse momenten uit de nesten moet werken als details in zijn narratieve ontwerp botsen met de tekenstijl die hij zich heeft toegeëigend.

Beginnen we met TIBET. Als iedereen zijn stock-exemplaar in nieuwstaat er even bij pakt en voorzichtig doorbladert naar de nog ongelezen pagina 2, tweede strook, eerste plaatje:


Hergé staat hier op het punt Kuifje in slaap te laten vallen. Punt is: indachtig de conventies van de Klare Lijn heeft zijn protagonist geen ogen, maar puntjes. En hoe verbeeld je gesloten puntjes? Toch niet zo:


De Tekenaar kan blijkbaar niet anders dan valsspelen:


Uit het niets zijn daar oogleden! Kuifje kan nu dus ook knipperen en dat betekent dat hij het vuil, dat zich decennialang aan zijn ogen heeft vastgekoekt, langs natuurlijke weg kan wegvagen. In combinatie met de kuif ziet hij er wél potsierlijk uit, maar laten we vooral stilstaan bij de les die zich hier aandient:

Wie de Kunst van het Weglaten tot in de puntjes wil beheersen, mag niet terugschrikken voor de Praktijk van het Toevoegen.


(Donderdag verder)

maandag 23 januari 2012

Profaan



Koud terug uit Canada troonde ik mijn S. mee naar de laatste dag van de Alina Szapocznikow-expo in Brussel. Mijn enthousiasme moest ook het hare worden.
Een riskante exercitie.
Het kunstwerk dat me in november bij de strot had gegrepen, was een door de kunstenaar verscheurd polyesterafgietsel van het lichaam van haar zoon.
S. vond het ‘niet zo bijzonder’, mij liet het ditmaal zelfs behoorlijk koud. Verwonderd was ik wél: hoe had ik destijds de zonneklare analogie met de laatste pagina’s van De Alfakunst zo over het hoofd kunnen zien?

En wat u betreft, jongeman, het spijt me zeer, maar u weet veel te veel. Wel, we gaan nu vloeibaar polyester over u uitgieten. Dan wordt u een expansie. Wees blij: uw lijk zal in een museum komen te staan. En geen mens zal ooit op het idee komen dat dit werk, dat we ‘reporter’ kunnen noemen, de laatste verblijfplaats van onze Kuifje is. Denk daar eens over na, vriend…

Dixit Endaddine Akass.
‘Misschien is dat wel een idee,’ zei S. ‘Je verzameling bevriezen in polyester.’
Ik huiverde bij dit profane voorstel, maar als laatste wilsbeschikking vond ik het een enerverend vooruitzicht.
Misschien moest ik mijn testament maar eens herzien.

vrijdag 20 januari 2012

Vrijdagochtend. Wisselvallig


I.
De Volkskrant herdenkt Rudi van Dantzig:


We moeten ons niet verliezen in tekenen.
We moeten iets willen.


II.
‘De wereld hangt van drukwerk aan elkaar,’ concludeert S. bij het wegwerken van de achterstallige post.
Haar verzuchting doet bij mij een dertig jaar oud belletje rinkelen:


Nee, nooit iets gewild, die Lodewijk. En daar dan nog trots op zijn ook.


III.
‘Natuurlijk dat ik je kan schrijven wat ik wil, hoewel ik ook heus wel mijn twijfels daarin ken. Maar geloof me, hoeveel meer verlang ik ernaar te horen wat jij wilt!’

Brief van Georges aan Germaine, zomer 1928.

donderdag 19 januari 2012

Acceptance speech



… to the Dalai Lama and to Franz Riklin who earns a posthumous salute as to the late Robert Smyth Baden-Powell, Badouin van den Branden de Reeth, Tchang Tchong-jen, France Ferrari and Émile-Joseph Porphyre Pinchon. I would like to thank Joost Swarte, officer in the order of Orange-Nassau, for his exceptional courage and inspiration. But above all I want to thank Raymond De Becker and all other wonderful people of the amazing Soir Volé who, in those dark days of atrocities, welcomed my dearest friend Georges with open arms…. Thank you! And... Good Night!


Eigenaardig was het overigens wel dat Spielberg de ongemakkelijke naam van de secretaris van Hergé (De Reeth) probleemloos over de tong liet rollen, maar struikelde over het simpele Joost dat ongeveer klonk als Djoehoest! Wie de opname nog eens goed beluistert, hoort daarna verschillende genomineerden in de zaal Bless you! zeggen.

maandag 16 januari 2012

Omzien



Nieuwjaar in Halifax, Nova Scotia. Temperatuur: min 15. Feels like min 23. Soms wordt de soep net zo koud gegeten als zij wordt opgediend.

In Nederland werkte de struise zus van S. op de kampeerafdeling van een sportzaak en was ze getrouwd met een man die de hele avond voor de televisie hing en scheten liet in bed (haar woorden). In Canada werkt ze al vijf jaar als crane operator in de offshore en woont ze samen met een zweminstructrice die een ultra-efficiënt pagekopje heeft en op Louise Brooks lijkt.

Over die ommezwaai verbaast ze zichzelf nog het meest.

Ik vond dat wel een mooi voornemen voor het nieuwe jaar: mezelf verbazen. Maar terug in Nederland trok ik me allengs terug in mijn werkkamer en warmde me aan de gloed van mijn nutteloze verzameling.
Alles was weer betoverend alledaags.