vrijdag 12 februari 2010

Keurig gedaan


Zeldzaam voorbeeld (omstreeks 1942) van fatsoenlijk iconoclasme:



Naschrift 14.31u. Verder een album in zeer behoorlijke conditie met wat lichte afvlakkingen in de hoekjes. Een fijne aankoop voor de beginnende verzamelaar:

donderdag 11 februari 2010

Moeilijk kiezen (4)


‘Die Talbot heeft sowieso de buik vol van Kuifje,’ mailt D. me. Als bewijs voegt hij een link toe naar een Achat Immédiat op de Franse eBay. Wat lezen we daar in nummertje 176 van de 250 luxe exemplaren van VOL 714?


A Jean-Pierre Talbot et à son epouse,
bien fidèlement, Hergé


‘Wel een tikkeltje overgewaardeerd,’ schampert D. over de verlangde vijfenzestighonderd euro. ‘Zelfs voor een troostaankoop...’
En dat vind ik dan weer een tikkeltje vilein.

Overigens, voor een fractie van die prijs zweeft al maanden nummertje 150 boven de markt. Een album met een plezante handicap: ‘Malheureusement un jeune iconoclaste a cru bon de barbouiller la page de coups de stylo’. En dat betekent:


woensdag 10 februari 2010

Moeilijk kiezen (3)


Na lang aarzelen - het boekje is zo belabberd vormgegeven dat ik ’t meteen weer terugduwde in de envelop - begonnen aan L’Escalade van Stéphane Steeman: ‘Geschreven zonder haat en bijna zonder verwijten.’ Bijna, want al in de inleiding haalt de schrijver een betekenisvolle herinnering op aan een fandag met acteur Jean-Pierre Talbot (Blauwe Sinaasappels, Gulden Vlies) in gezelschap van Fanny en Nick.
Als Talbot handtekeningen uitdeelt, schiet Nick Rodwell onmiddellijk uit zijn slof:
- Oh, je tekent met Kuifje? Dat mag je niet doen.
Talbot verweert zich, zegt dat Hergé ervan wist en er ook geen enkele moeite mee had. Nick gelooft er niks van en wendt zich wantrouwend tot zijn vrouw. Die knikt.
Bon.
Maar deze keer vertik ik het om photoshop-tijd aan die janjurk te besteden.
Ik ben een Verzamelaar, geen Junk.
Ik kan kiezen.

dinsdag 9 februari 2010

Ongelukkig



Huisetentje met een vriend van S. die psycholoog is en een specialist in (micro-)expressie. Dat wil zeggen: hij traint af en toe douaniers in het lezen van gezichten. Van psychognomie (gelaatkunde) moet hij overigens niets hebben (‘Je reinste kwak!’). Toch is hij makkelijk over te halen tot een onschuldig experiment: kan hij met zijn expertise op deze foto uit 1922 de schooljongen aanwijzen die later een wereldberoemd kunstenaar zal worden?

Hij kiest ten slotte voor de knaap die helemaal links staat, op basis van diens blik (‘dromerig, disloquant’) én vanwege een fenomeen dat volgens hem zo goed als een wetmatigheid is: ‘Op groepsfoto’s uit hun jonge jaren zie je kunstenaars zelden in het centrum van het beeld, let daar maar eens op.’

Nog een vraag dan: wie zal volgens de specialist een potje van zijn leven maken?

Zijn vingers wijzen nu naar de jochies die wél in centrum staan (derde van links, staand / derde van rechts, staand). ‘Kijk die kinnen eens omhoog staan! En de lippen samengeknepen; vooral bij die jongen links lijkt de weerzin en superioriteit authentiek. Zeg maar, bijna een blauwdruk voor een ongelukkige levensloop.’

Enfin, de vriend van S. zit ernaast en toch ook niet. En eigenlijk vind ik zijn bevindingen nogal verbluffend.
De beroemde kunstenaar heeft hij niet kunnen aanwijzen.
Maar de jongen die hij een ongelukkig leven toedicht (derde van links, staand) is wel degelijk Hergé…

maandag 8 februari 2010

Lolita



Hergé in 1946. Of moeten we de bijna 40-jarige tekenaar hier Humbert Humbert noemen?
Fanny is dan immers twaalf...

Maar goed.

Er was dat barmeisje in mijn stamkroeg waar ik mijn ogen niet vanaf kon houden. S. merkte op dat ze mijn dochter kon zijn. Ze wuifde naar haar, op een kwade avond: ‘Deze meneer wil graag met je uit. Beloof je dat je héél voorzichtig met hem zult zijn?’

Daarna lang niet geweest.


vrijdag 5 februari 2010

In de etalage



En nóg een tik op de vingers, van een Brusselse lezer. Strikt gezien, schrijft hij, ruilde Hergé zijn Germaine niet meer in voor een inkleurstertje. In februari 1960 werkte Fanny als étalagiste voor modehuis Hirsch & Cie aan de Rue Neuve. Er waren, vervolgt hij, in die tijd nog prachtige bioscopen in die straat: de Métropole, de Astor, de Victory, de Étoile. Op zaterdag kocht ik altijd heel vroeg een kaartje voor de matinee en ging daarna plaatjes beluisteren in La Maison Bleue.

Beste W., ik krijg heimwee naar uw weemoed...


donderdag 4 februari 2010

Moeilijk kiezen (2)


(...)

Maar laten we ondertussen niet vergeten wat een buitengewone maand het is.

Exact vijftig jaar geleden maakte Georges Prosper Remi, getekend Hergé, eindelijk een keuze. De draaihals uit Etterbeek (53) koos in februari 1960 definitief voor het inkleurstertje Fanny (26). Hij wilde niet langer samenleven met bakkersdochter Germaine K. en nam, voorlopig, zijn intrek in een hotel.

De Rodwelletjes hebben, zo vernam ik, ervoor gekozen een en ander ‘in besloten kring’ te vieren. De presentatie van het tweetalig herdenkingsalbum van Fanny (Parce qu’il m’a choisi.../Omdat hij voor me koos...) is in elk geval uitgesteld tot eind maart. Nick Rodwell hoopt tegen die tijd drie andere jubileumboeken (waaronder het pikante Que veut-elle de lui? van Bob Garcia) met succes uit de winkels te hebben geprocedeerd.

woensdag 3 februari 2010

Moeilijk kiezen (1)



Maar ís er wel iets te kiezen?

De drijfveer voor dit blog was ooit een ondubbelzinnige keuze: man, eind veertig, zet een streep onder zijn verzameling Kuifje-albums.
De werkelijkheid, bijna drie jaar later, is weerspannig: man, de vijftig gepasseerd, probeert (nog steeds) zijn mistroostigheid te verjagen met een lijntje onversneden Hergé.

‘Wanneer’, vraagt een lezer zich af, ‘worden mannen als D. ontmaskerd als ordinaire pushers en dealers?’

dinsdag 2 februari 2010

De sentimentele som (voorlopig slot)



‘Er is altijd iets ‘juveniels’, iets efebisch blijven hangen rond de (mannelijke) koppels die Martin bleef opvoeren,’ schrijft Lukas de Vos op de webstek van het Vlaamse Knack. Elders in dit herdenkingsartikel refereert de auteur aan Guy Lefranc en Axel Borg als ‘de eeuwige Janus’. En: ‘Borg is een icoon van indiepe slechtheid (…) een genie van het kwaad, een genie van het zelfbewustzijn.’ Hij heeft, kortom, ‘onmiskenbaar Strindbergiaanse trekjes’. Martin zou diens naam immers weleens ontleend kunnen hebben ‘aan August Strindbergs somber, Nietzschiaans drama ‘I Havsbandet’.

Tsja.
Wichtigmacherei.
Of zoals Gerrit Komrij zou zeggen: Uit een treurige reet, komt geen vrolijke scheet.

Nietzsche heb ik niet ontmoet toen ik me ten slotte door DE VLAMMENZEE worstelde. En ik herkende ook weinig geniaals in Axel Borgs sluwheid en snode plannen. Strindbergiaans? In de krankjorum onhandige manier waarop Borg zich telkens van tegenstrever Lefranc probeert te ontdoen, vond ik ‘m vooral op Wile E. Coyote lijken.
Uit Road Runner.


De sentimentele som (6)


Jeanjean in albumuitgave: hysterische sentimenten.


Jan in Pep: behoedzaam.

maandag 1 februari 2010

De sentimentele som (5)


Uit de album-heruitgave (1975) van DE VLAMMENZEE:


Mon Dieu*), je hoeft geen pientere coloriste te zijn om hier spontaan koudvuur van op te lopen!

Dan gaat het er datzelfde jaar (1975) in Pep heel wat heter aan toe!


Morgen: hoe Pep de kleine jankebroek Jeanjean transformeert in bikkel Jan.

Woensdag: waarom de grens tussen De Verslaafde en De Verzamelaar zo dun is als een lijntje coke.


*) Por Dios!

donderdag 28 januari 2010

Intermezzo




Uit: Nieuwe Leidsche Courant, 16/05/1956*

*) Voor B. die dezer dagen ‘de geest van Hergé’ mist in mijn bijdragen.

De sentimentele som (4)


Meer ruis komt van D. die me op het hart drukt... toch vooral een vergelijk te maken tussen de erbarmelijke albumuitgave van DE VLAMMENZEE en de puntgave publicatie in Pep.

Hij stuurt me bovendien een link naar deze foto van een knoestige Jacques Martin, begin jaren zeventig, tijdens zijn research voor HET HOL VAN DE WOLF:


D. schrijft: ‘Ik denk dat je de vijftig moet zijn gepasseerd om aan de sfeer van deze prent direct die ene naam te kunnen koppelen…… Alistair MacLean.’

Eens!

woensdag 27 januari 2010

De sentimentele som (3)



Na mijn aangekondigde duik in DE VLAMMENZEE, werd ik op de vingers getikt door een trouwe A la recherche-lezer. Citaten uit zijn brandmail van gistermiddag:

Wat spijtig vind ik het toch dat u (…) zo snel de aandacht wegleidt van uw ervaringen in New York! Ik geloof namelijk dat u, blijkbaar onbewust, bent doorgedrongen tot de kern van uw (en ook mijn) verzamelwoede en nu iets laat liggen.
Over de term ‘whatever’ schrijft u dat het goed voorstelbaar is dat ook Hergé deze uitdrukking zou hebben omarmd in een zekere fase van zijn leven.
U verzuimt dan de lijn door te trekken maar ik kan u verzekeren dat ‘whatever’ ook thuishoort in een zekere fase van het verzamelaarsleven, namelijk de eindfase.
Als u zoveel geld besteedt aan twee albums waarin u feitelijk niet bent geïnteresseerd (u schrijft het zelf: Whatever!) dan is het toch niet meer zo moeilijk om te doen wat u oorspronkelijk met uw blog voor ogen stond: nl. uw verzameling beëindigen en hierover schrijven?’


Tsja.
Of om met Karel, de huisknecht van Lefranc, te spreken: VERDIKKEME!
Maar laat ik me vooral achter een ánder citaat verschuilen:

“Loslaten betekent tijdelijk het houvast verliezen. Niet loslaten betekent voor altijd het houvast verliezen.”

Kierkegaard...
En mijn ambities reikten deze week niet verder dan de bespreking van een oud stripalbum!

dinsdag 26 januari 2010

De sentimentele som (2)


Ik herlas ook Elsschot, en daarmee bedoel ik: ik wilde de avond doorbrengen met DE VLAMMENZEE, maar worstelde me eerst door HET DWAALLICHT, een novelle (zijn laatste proza) van Willem Elsschot, met tekeningen van Dick Matena.

Goede literatuur bezit het vermogen om ons met andermans ogen te laten zien. Dat zien doen we vooral tussen de regels. Als een stripmaker daar zijn afbeeldingen plaatst, dan staan die in de weg. En dan mag hij misschien wel denken dat er nu heel veel meer te zien is, alleen: ik zie dat niet zo. Ik zie vooral een persoonlijk drama: een tekenaar die blind zijn virtuoze gaven verkwanselt aan de misvatting dat een literatuurverstripping een toegevoegde waarde heeft.

Maar goed.

Een tikkeltje verstoord vervoegde ik me in de hal van het Gare Montparnasse.
9.20 uur… De journalist Lefranc en zijn jonge vriend Jeanjean haasten zich naar de perrons…
Morgen meer!

maandag 25 januari 2010

De sentimentele som (1)



Vroeger was alles helder: twee sterren voor JUWELEN, vijf sterren voor DE VLAMMENZEE.*) Een veertig jaar oud notitieblokje legt haarfijn de voorkeuren van de striplezende tiener bloot. Die zijn voorspelbaar; ik viel voor het Avontuur.

Ietwat beschroomd haalde ik het tweede album uit de Lefranc-reeks van de betreurde Jacques Martin opnieuw in huis. Deze week nemen we de proef op de sentimentele som: hervindt een vijftiger in de lotgevallen van die andere reporter nog iets van de opwinding van weleer?

*) Een liefhebber van de onversaagde Alex Graccus was ik duidelijk niet. Tweeëneenhalve ster voor De Tiara van Oribal... Nu denk ik: drie sterren voor die geweldige titel!

donderdag 21 januari 2010

Jacques


Zonder kompas (slot)



Whatever (slang): The term is used to dismiss a previous statement and express great indifference. Frequently used by the main character of the TV show All in the Family, Archie Bunker, as a response to his wife Edith.

Je kunt je indenken dat ook Hergé - in een zekere fase van zijn leven - de uitdrukking zou hebben omarmd.
Germaine: ‘Die hardheid van je, Georges… Die harteloosheid… Ik zal er nooit aan wennen…’
Georges (beent de trap op): ‘Whatever!’

Enfin, om een lang verhaal kort & ongekleurd te maken: ik spendeerde bijna zevenduizend euro aan twee grande images. Albums die in niets afweken van wat ik al had en dus met recht: een zinloze aanschaf. D. toonde zich genereus en rekende de kosten voor de FedEx priority niet door.
Germaine: ‘En… Wás het een troostaankoop? Voelde u zich weer wat beter met die boekjes van mijn Georges?’
De Verzamelaar: ‘Och, mevrouw Kieckens… Ik schaamde me. Werkelijk! Ik durfde even niet in de spiegel te kijken.’

Maar goed.
Whatever.
Een nieuw jaar.
Nieuwe voornemens.
We zullen zien!


woensdag 20 januari 2010

Zonder kompas (2)


In de Lower East Side was ik als een blok gevallen voor een ingenieus sculptuur van glas en asfalt. De prijs was kunstmarktconform*), de transportkosten zouden beslist pervers zijn. Maar één ding zat me niet lekker: het was een veel te verantwoorde aanschaf. Terwijl de weerzin tegen mijn uitheemse klus met de dag groter werd, groeide de behoefte om toch vooral zinloos te spenden. Toen er van het thuisfront ook nog eens een ongehoord enthousiaste reactie kwam op mijn beoogde aankoop, gooide ik het over een heel andere boeg.
Hergé moest me maar weer eens postuum vertroosten.

Tsja, sputterde D. in de hoorn, ‘Je moet wel ongeveer aangeven wát je wilt.’
‘Doe maar wat,’ antwoordde ik ferm. En daarna: ‘Whatever.’
Het klonk als een krachtterm en het luchtte – om te beginnen – al lekker op.


*) Ooit werd me een veel te dure ÉTOILE aangeboden met de rechtvaardiging dat het prijskaartje stripmarktconform was. Beide termen zijn onzinnig.


dinsdag 19 januari 2010

Zonder kompas (1)


Terwijl de grijze dagen zich aaneenregen (‘Opgelapt met flarden blauw – genoeg om een zeemansbroek van te maken’*), herlas ik Het leven van Pi van Yann Martel. Het relaas van een wonderlijke overlevingstocht op zee is in wezen een pleidooi voor het mooiste verhaal. Je kunt, betoogt de auteur, natuurlijk de waarheid vertellen (ook als die strontvervelend is, of deprimeert) maar waarom zou je niet kiezen voor de gekleurde werkelijkheid?
Martel durft aan te voeren dat in elk mooiste verhaal God schuilt.

Nu biedt New York in wintertijd volop hemelse tableaus, maar toch... Voor het eerst kon ik me er niet aan de grauwe alledaagsheid onttrekken. J.’s nagelaten bedrijf bleek een slangenkuil waarin zelfs de schoonmakers elkaar naar het leven stonden. En uitgerekend van dít zinkend schip moest ik de sterktes en zwaktes analyseren?

Afgepeigerd door alle machtsspelletjes verlangde ik naar het mandaat van een generaal Alcazar. Omdat ik geen ervaring heb met executiepelotons, greep ik ten slotte terug op het klassieke gereedschap waarmee de verzamelaar zijn zielenrust weet te hervinden.
De Troostaankoop.
Ook wel: De Frustratieaankoop.

* Uit: Netherland, Joseph O’Neill. Ook een mooi boek.