Tintin en Amérique, de Egyptische uitgave van Al-Maaref Press, uit 1946. Volgende week in Parijs onder de hamer.
Ach, de vertroosting van Kuifje!
Ik worstelde weer eens met de levensonlust die elk voorjaar bij de eerste stampvolle terrassen de kop opsteekt. Tot wanhoop van S. die een basis van gezelligheid zocht.
‘Jij zoekt alleen maar de voldoening dat je een ander met je depressie hebt aangestoken,’ vond ze.
Laat ik dan toch deze fijne vent tot voorbeeld nemen:
Een pink zonder topje, stompjes… Maar wát een plezier.
vrijdag 23 maart 2012
Morose
woensdag 21 maart 2012
Ongesneden
Gekend bibliofiel struikelblok: wat te doen met de pagina’s in die zeldzame, honderd jaar oude uitgave die nimmer zijn opengesneden?
Dan danken we de Almachtige maar weer eens op onze blote knietjes dat Casterman geen onversneden albums over de schutting wierp.
En dan moet Alain van Neygen van de 9th Art Gallery weer zonodig lopen klieren:
Rarissime édition alternée non reliée de 1946:
Op vier grote vellen die ongesneden zijn.
Absolument introuvable! Maar voor de gevraagde 12.000 euro haal je wél een gruwelijk dilemma in huis.
dinsdag 20 maart 2012
maandag 19 maart 2012
Only in it for the money (2)
Waarom geld uitgeven aan een zwaargehavend boek dat een buitenstaander onbekommerd bij het oud papier zou leggen?
A) Je wilt het per se hebben en bent nimmer tegen een beter exemplaar aangelopen.
B) Je wilt het per se hebben en hebt geen budget voor een beter exemplaar.
A kunnen we wegstrepen. De oplage was destijds laag (5900 exemplaren voor de eerste twee edities) en toch is deze L’Ile Noire uit 1938 (eerste editie zonder auteursvermelding) stellig geen onvindbaar album. D. kocht en verkocht in 2011 twee exemplaren in goede staat en bemiddelde in december 2010 bij de verkoop van een ‘très bon etat’. Bij Banque Dessinée kwam het album de afgelopen jaren zeven maal onder hamer, bij Artcurial alleen al in 2011 drie maal. Dichter bij huis werden goede exemplaren afgehamerd bij Bernaerts en Rops. Het is het topje van de ijsberg. Cerca trova, wie zoekt, die vindt.
Ook door B kan in dit specifieke geval een streep. Hoe je het ook wendt of keert: € 900 is iets anders dan ‘geen budget’. Wie zo’n bedrag kan en wil neertellen voor een zwaargehavend album, zal ook het dubbele kunnen missen voor een exemplaar in (veel) betere staat.
Tijd om stelling C uit de hoge hoed te toveren:
C) Je wilt het per se hebben en je bent bang.
Waarmee we zijn we waar we wezen moeten: het levenslot van de verzamelaar, de hardnekkige angst dat het misschien wel de laatste kans is om iets aan de haak te slaan. Die vrees is bijna altijd ongegrond. Maar, zoals Boudewijn Büch beweerde in de spaarzame rustpauzes van zijn verzameldrift:
In de tijd die je besteedt aan het weerleggen van je angsten, slaat een ander zijn slag.
Binnenkort meer.
vrijdag 16 maart 2012
Only in it for the money (1)
Als een L’Ile Noire (A5, 1938) in bijna nieuwstaat € 19.000 opbrengt en een exemplaar in goede staat € 1.800, wat is dan een reële prijs voor hetzelfde boek in slechte staat?
Bon, gaat het toch weer over geld. De vraag werd me een week geleden in de mailbox geworpen en was - eerlijk is eerlijk - een tikkeltje ontstemder van toon: ‘900 euro voor zó’n boek, vindt u dat niet belachelijk?!’
Volgde een link naar dit album, vorige maand voor het beschimpte bedrag geveild op internet:
Vooropgesteld: stechelen over de kwestie of iets ‘zijn geld waard is’, is niet heel opwindend. De glassculptuur waar S. en ik vorig jaar alsnog voor vielen, is om geheimzinnige redenen het pispaaltje van mijn andere verzameling. Van voortdurend moeten aanhoren ‘wat dat nou kost’, raakt een mens gevloerd.
Mild geformuleerde realiteit: ‘Het is wat de liefhebber ervoor geeft.’
Daar kon ik die mail in een rap antwoord mee afhandelen, maar ergens begon het te wringen. Zo raar was de vraag nu ook weer niet. Geven we er nog een andere draai aan, dan zitten we zomaar met een kwestie die smeekt om een origineel antwoord:
Als een album in bijna nieuwstaat ruim tien keer zoveel opbrengt als een album in goede staat, is de reële prijs voor een album in slechte staat dan niet tien keer zoveel minder?
Maandag verder!
woensdag 14 maart 2012
Onklare lijnen
Met S. naar Utrecht, voor een weerzien met ‘Rom 87’. Na tientallen jaren hangt het kunstwerk voor het eerst weer in een publieke ruimte (op de knusse expo ‘God save the Queen - kunst, kraak, punk 1977 - 1984’ in het Centraal Museum).
Uiteindelijk komt alles toch weer samen.
In 1982 maakte ik, in de Nederlandse Métal Hurlant, kennis met een geëngageerde Moebius (‘Witte Nachtmerrie’). Datzelfde jaar zag ik, in krakersatelier W139, het krankjorume, nachtmerrieachtige debuut van ene Rob Scholte.
Zo kon je dus ook kunst maken!
Scholte en Sandra Derks, studiegenoot aan de Rietveldacademie, kochten een resem onnozele kleurplaten bij de Hema en kleurden ze in. De 64 afbeeldingen uit dit eerste blok combineerden ze in een tweede blok van 32 afbeeldingen, en zo verder, tot alle vellen ten slotte samenkomen in één enkel beeld.
Ik heb de camera van Walter Rizotto geleend om het ‘krankjorume’ en ‘nachtmerrieachtige’ ervan te verduidelijken.
Blok 1 met de (later nagetekende en toegevoegde) kleurplaten:
Fragment dat we een paar stappen volgen:
Uit blok 2 met de ingekleurde tekeningen:
Combinatie uit blok 3:
Combinatie uit blok 4:
Vakjes inkleuren, oké, maar het wordt pas spannend als je buiten de lijntjes treedt.
Blok 5:
De keuze om het, in eerste instantie doddige robotje te volgen, is overigens niet toevallig. Het deed me aan Erik Kriek denken. En bij Blok 9 fantaseerde ik zelfs over een overeenkomstige samenwerking van Kriek met Peter Pontiac: Rom 87 twee punt nul. Wees dat verlangen soms op een gesneefde bewondering voor het origineel? Ik durfde er niet goed over na te denken.
Vrijdag: De tariefkaart bij De Zwarte Rotsen.
maandag 12 maart 2012
Rocht!
I.
Het einde van een tijdperk? O jawel.
Maar wanneer begon het?
Veertig jaar geleden, op de kop af:
Pep, maart 1972. Nervositeit bij de jonge lezer: zijn nieuwste ontdekking keert terug in een kersvers avontuur ( = Vlakte der Sioux).
II.
Gefnuikte jeugdherinneringen. De klassieke held van weleer blijkt Klassiek in de ergste zin van het woord:
Uit: De man die $ 500.000 waard was. Charlier vertelt, Giraud illustreert. Spaghettiwestern? Sergio Leone en Sergio Corbucci lieten hun personages zwijgen.
III.
Arzach, Moebius. Aflevering: Arzak. Zuurstof!
IV.
Witte Nachtmerrie/Cauchemar blanc:
Op pad met de racistische knokploeg van de Service d’Action Civique. Uit de Nederlandse editie van Métal Hurlant, voorjaar 1982. Hernieuwde opwinding: ‘Maakt die man dit óók?’.
V.
Rocht! Privé-detective klasse B John Difool krijgt bezoek van indringers met een anti-breed-spectrum-verlammings-krachtveld. Curieus onomatopee.
rocht (tussenw.), ter aanduiding van de figuurlijke knal waarmee een kunstenaar ons universum binnendringt en daar een blijvende indruk achterlaat.
donderdag 8 maart 2012
Alles is schaamte
Daar sta je dan, beetje onwennig in je propere blazer en je geperste pantalon. Onhebbelijk lang gedroomd van een betrekking bij Sotheby’s. Jouw handen die een sculptuur van Giacometti of een doek van Gustav Klimt verheffen!
En dan ben je waar je wezen wilt. Dan heb je die droombaan.
En dan dit.
Het leven is gemaakt van illusies.
*) Beeld van ‘A Collection of Comic Books’, de tweedaagse veiling van stripboeken bij Sotheby’s, in oktober 1987 - exact een week na Zwarte Maandag, de wereldwijde beurskrach.
woensdag 7 maart 2012
Scouts!
Hergé chez les scouts - Les aventures de Renard Curieux. Verschijnt volgende maand. Alsof de liefhebber niet overvoerd kan raken met deelstudies.
Ce sera un album de 160 pages, format A4 à l’Italienne qui racontera en détails les activités scout et notamment les grands voyages qu’Hergé a pu faire avec les scouts et qui l’on marqué... ce sera largement illustré avec des photos dont beaucoup sont inédites...
De auteur doet alvast een kleine promotietour en in zijn vormelijke mombakkes herkennen we zoetjesaan een volmaakte cliënt van dokter Riklin: ‘Gaat u daar maar liggen, mijnheer Goddin, en vertelt u voor de verandering eens iets over uzelf.’
Overigens marcheren de padvinders eind van deze maand ook bij Art Curial*:
Kavel 382, originele omslagtekening voor Le Petit Vingtième van 12 mei 1938. Rood sjaaltje, beige shirt: vergelijk de inkleuring van Hergé eens met de ‘kleurnuances’ op het gedrukte exemplaar.
De beklagenswaardige Renard Curieux moet er af en toe furieus van zijn geworden.
*) De catalogus van het veilinghuis staat sinds vanmorgen ook online. Originelen vanaf kavel 150.
dinsdag 6 maart 2012
maandag 5 maart 2012
Financieel nieuws (2)
Hoe zit het inmiddels met die absolute run op nieuwstaat waar D. eind vorig jaar zo opgewonden van raakte? Twee veilingresultaten bij Banque Dessinée, gistermiddag, zijn veelzeggend.
Kavel 542 en 543. L’Ile Noire (1938, A5).
‘Proche de l'état neuf’:
‘Bon état+’:
De laatste werd afgehamerd op € 1800,-, de ‘bijna nieuwstaat’ deed ruim het tienvoudige: € 19.000.
En nu we het toch over geld hebben. In 1938 kocht Georges zijn eerste auto, een Opel Olympia cabrio coach:
Ondanks ‘zijn geringen aanschaffingsprijs’ een uitgave die slechts enkelen zich konden veroorloven. Hergé betaalde er destijds 1.275 gulden voor. Alleen al voor het opgeld dat de koper van zijn bijna nieuwe Zwarte Rotsen gisteren moest neertellen (22%), had de Tekenaar zeven (7) van deze ‘technisch volmaakte’ cabrio’s kunnen kopen.
Morgen weer iets fatsoenlijks.
donderdag 1 maart 2012
Postume sensaties
I.
Hoe ziet dat eruit, een chagrijnige Mona Lisa? Nou, zo dus:
II.
Alexis, Gotlib en Loup bespreken het nieuwe nummer van Fluide Glacial, april 1977. Alexis (links) is zwijgzaam en nauwelijks in beeld; het lijkt een vingerwijzing naar de dingen die gaan komen. Marcel Gotlib voert in dit filmpje het hoogste woord*. In de laatste minuut bespreekt hij zijn gag op de achterzijde van het magazine: man knijpt zijn neus dicht en perst zijn hersens door één oor naar buiten.
Amper vijf maanden na deze opname is Alexis dood, dertig jaar oud.
Il disparait subitement. Een zwelling van de hersenslagader is hem fataal geworden.
III.
Karel van het Reve, mijmerend over de dood:
Ook heb ik soms de eigenaardige sensatie dat wat ik meemaak eigenlijk na mijn dood aan het gebeuren is (…) Ik loop door Amsterdam en denk: zo ziet de stad er dus uit na mijn dood. Soms sla ik een hele krant over, denkend: dat zijn allemaal postume gebeurtenissen.
Zou Georges die sensatie gekend hebben, voorjaar 1976?
Hij heeft voor het eerst het Picaros-album in handen en denkt: zo zien de avonturen van mijn held er dus uit na mijn dood.
En zou hij toen pas werkelijk gedacht en besloten hebben: over mijn lijk?
*) Ga naar 03.15 minuut en kijk eens hoe schatplichtig de tekenaar hier is aan Gabin, Belmondo en Delon bij het opsteken van een sigaret. Le cool!
dinsdag 28 februari 2012
Uit het lood
Naar Berlijn met het verzameld werk van Karel van het Reve (Deel 6) en Peter Pontiac in de handbagage. Massieve lectuur; het vliegtoestel hing een tikkeltje uit het lood.
Met Reve keerde ik in de dagen die volgden terug naar 1976 (later meer daarover), met Pontiac verzeilde ik in 1982:
Pagina 126 uit Rhythm, het stripwerk compleet & chronologisch 1969 - 2011. Gemaakt ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan van stripantiquariaat Lambiek. Bezie vooral het geestdriftige sloopwerk op het laatste plaatje (de man schuin onder het Kwik en Flupke-album!) en vergelijk dat eens met de milde woorden van Kees Kousemaker (‘Ezelsoren, vouwtjes en vlekjes toevoegen’…).
Overigens, geld verdienen met een tijdmachine door strips uit het verleden te halen? Droomkoppel Fred en Alexis pakte dat in 1974 heel wat ambitieuzer aan. In ‘Time is money’ (Ils voyagent dans le temps pour de l’argent) reist een verkoper van stoommachines (om sigaretten mee te rollen*) naar de vijftiende eeuw. Hij ontmoet de jonge Leonardo da Vinci en probeert hem over te halen nu reeds een portret van ‘Mona Lisa’ te schilderen.
Dat valt nog niet mee.
Lisa blijkt een serpent, er kan geen glimlach af.
*) Une-machine-à-vapeur-pour-rouler-les-cigarettes-une-à-une-sans-se-fatiguer.
maandag 27 februari 2012
I.M.
Historische televisie: Rick Zaal interviewt Ischa Meijer voor én over zijn boekenkast. Af en toe dartelt Connie Palmen door het beeld.
- Wat heb je voor systeem in je kast?
‘Er is geen verband. Dat is het systeem.’
Let op de gele doos helemaal beneden, drie planken onder de biografie van Truman Capote.
Mille milliards de mille sabords! Is dat niet…? Jawel, dat is:
Ischa en Connie die tot diep in de nacht spreken over de relatie tussen filosofie en literatuur en meer specifiek de (on)mogelijkheid van de taal om de waarheid uit te drukken.
Onderwijl spelen ze het bordspel ‘Wie ontvoerde professor Zonnebloem?’.
Wat een lief idee.
Met dank aan de scherpe ogen van I.
donderdag 16 februari 2012
Le noir
Een originele Zonnebloem, uit 1943. Afmetingen: 7 x 7 centimeter. Alain van de 9th Art Gallery heeft de professor vers aan de haak geslagen en vraagt er € 7000 euro voor. Dat mag ie, maar, mille sabords!, waarom toch zo’n krankjorume passe partout?!
De ogen een tikkeltje samenknijpen en daar is de geest van Kazimir Severinovitsj Malevitsj (Zwart Vierkant).
What’s next, Alain?
Ah, de kreukels van de kapitein:
Origineel zijn is goed, het willen hebben een afwijking.
Waarde lezer, de luiken gaan hier dicht, ik piep er even tussenuit. Wordt vervolgd op maandag 27 februari.
dinsdag 14 februari 2012
maandag 13 februari 2012
Dilemma’s
Bespiegelingen van een trouwe lezer bij de nondescripte boekenkast van Kuifje-biograaf Raphaël Taylor:
Moeten de ‘grand images’, de ‘petit images’ en de naoorlogse kleurendrukalbums bij elkaar, of moeten al die albums per titel gesorteerd worden? Staan de Petit Vingtième-uitgaven van Kuifje naast die van Quick en Flupke, of hebben de albums van Q&F hun eigen plank? En stel dat je een mooie, stevige boekenkast hebt met planken van 60 cm breed en je sorteert de albums niet op uitgave maar op titel, én je hebt 30 cm Sovjets, 40cm Congo en 45 cm Amerika, krijgen die albums per titel hun eigen plank, of delen ze een plank met een andere titel?
We zijn overgeleverd aan onze passie. En wat wil passie? Zij wil haar grenzen kennen. Ze neemt geen genoegen met een systeem dat begrenzing suggereert. Jaren geleden kocht ik een boekenkast die het onbeheersbare weer beheersbaar maakte, althans, dat maakte ik mezelf graag wijs:
‘Vierentwintig planken, op elke plank een titel! Een Zwarte Rotsen-plank, een Scepter-plank. Stel je voor, eindelijk een kast met een streng respect voor orde!’
De nieuwe orde had totalitaire trekjes; hier was geen plek meer voor minderheden. Blauwe Sinaasappels, Gulden Vlies, Haaienmeer - zonder veel spijt en mededogen joeg ik de bastaardalbums het huis uit. Maar het afscheid van Quick, Flupke, Jo, Suus, Jokko, Leo en Lea vroeg om iets meer morele kracht - te veel voor mijn weke rug. Hen bood ik een tijdelijk logeeradres op de schrale Alpha-plank.
Ze staan er nog steeds.
Ze verstoren de rust en regelmaat en van de weeromstuit begin ik een hekel te krijgen aan hun gastheer. Moet ik die vervelende Alfa-Kunst wegjagen? En wat let me dan om ook de Picaros-plank te ruimen? Is dat ten slotte de manier om een verzameling te ontmantelen? Door haar af te pellen, door te eindigen met waar het allemaal mee begon?
Maar waar begon het mee?
donderdag 9 februari 2012
Andere levenslijnen (8)
In die bewogen maanden is Georges niet weg te branden uit de galerie van Marcel Stal, Carrefour, en het is daar dat hij Jean Giraud ontmoet, een illustrator die in kleine kring bewondering oogst met zijn spectaculaire omslagen voor de Nederlandse Arendsoog-serie van vader en zoon Nowee (zie boven). De jonge tekenaar wil de overstap maken naar het beeldverhaal en Georges neemt hem onder zijn hoede. Het is het begin van een bijzondere vriendschap. Onder invloed van mescaline en ayahuasca experimenteert het tweetal met nieuwe en vernieuwende verhaaltechnieken en tekenstijlen.
Als Giraud wordt getroffen door congenitale faciale diplegie (het syndroom van Moebius) en komt te overlijden, is Hergé ontroostbaar. Buiten zinnen van verdriet ontslaat hij zijn medewerkers, sluit zich op in zijn studio en werkt een jaar onafgebroken aan de metamorfose van zijn succesreeks Kuifje. Het is een stoutmoedige eenmansstrijd en zijn manier om de dood van zijn pupil te verwerken.
De publicatie van VOL 714, in mei 1968, is niet minder dan een sensatie en wordt tegenwoordig door critici beschouwd als de belangrijkste mijlpaal in de geschiedenis van de negende kunst.
Maandag: dilemma’s in de boekenkast.
dinsdag 7 februari 2012
Toveren
Uiterst links: ‘Stolen Lightning - the social theory of magic’ van D. L. O'Keefe. Midden: Raphaël Taylor, de Schotse geleerde die ‘many new insights’ in het leven van Hergé tevoorschijn heeft getoverd:
De prospectus is van begin vorig jaar. Inmiddels is de verschijningsdatum verschoven naar maart 2012. Of wordt het juni?
Opvallend: de fraaie signatuur van Hergé (uit 1941) op het omslag is vervangen door een lettertype dat niet veel karakter heeft en vooral obese is. Ingreep op last van de rechthebbenden? Heeft professor Taylor iets boven water gehaald wat de erven niet zint?
maandag 6 februari 2012
Rituelen
Mooi portret in de Volkskrant van tekenaar Philip Paquet (De coolheid spat af van zijn jazzstrips) die mijmert over ‘een oprecht verlangen naar de mooie dingen van vroeger, naar degelijkheid’. Een tikkeltje obligaat misschien, maar evengoed verslikte ik me in de onverhoedse oprisping van mijn eigen, strikt particuliere gemis: het zaterdagritueel van dertig jaar geleden. De wandeling naar Concerto voor tweedehands bebop, naar Lambiek voor de nieuwe titels van het overijverige Yendor* en tenslotte naar Heuvel voor een eerste biertje.
Hier wordt de melancholie eens niet op haar wenken bediend: platenzaak, stripwinkel en kroeg hebben hun deuren nimmer gesloten. En als ik beweer dat het nu toch anders is (al was het maar omdat Kees Kousemaker voor eeuwig zwijgt), ben ik even voorspelbaar als Philip Paquet.
Foto!
Georges Remi, 15 maart 1937 - de sterfdag van H.P. Lovecraft:
The world is indeed comic, but the joke is on mankind.
*) De gehypte Dominique Hé bleek deerlijk slecht, Ziekenhuis van Ted Benoît liet me niet onberoerd, maar vooral Martin Veyron was een auteur naar mijn hart.
vrijdag 3 februari 2012
Geripte roofdruk
Ben je als veilingmeester de jure medeplichtig aan heling als je illegale uitgaven afhamert? Een enkele lezer vond dat nogal straf verwoord: ‘Het doet geen kwaad. Het gaat toch bijna altijd om liefhebbersuitgaven in kleine oplagen.’
En toch.
Je begeeft je in elk geval op glad ijs, al was het maar omdat de feiten bij dit soort drukken oncontroleerbaar zijn.
Catawiki-veiling, kavel 49:
Luxe uitgegeven malligheid uit 1990. Met een handvol ingekleurde plaatjes uit SOVIETS en wat eigen fröbelwerk wordt verhaald over de eerste ontmoeting (‘La Rencontre Imprévue’) van Kuifje en Bobbie in Brugge.
Begin jaren negentig was het album op de kop te tikken voor duizend Belgische franken (destijds rond de vijftig gulden). De oplage is dan ook niet tien exemplaren, zoals hier door de verkoper wordt beweerd, maar zesmaal tien exemplaren geletterd A tot en met J:
Cet album toilé est donc strictement réservé et limité à six fois 10 exemplaires lettrés de "A" à "J" et 2 exemplaires numérotés *Hc1* et *Hc2* réservés aux auteurs.
Tienmaal zoveel dus. En ook dat klopt niet helemaal. Het album is kort na verschijning geript: er is een roofdruk van gemaakt, herkenbaar aan het dunnere papier. Eveneens geletterd/genummerd, maar daar zijn dan weer zoveel dezelfde letters/nummers van bekend, dat die authenticiteitsbelofte geen enkele waarde heeft.
Om de zaken nog wat ingewikkelder te maken: van de ‘authentieke’ albums met F en G-lettering op het dikkere papier circuleren zoveel exemplaren dat a) ook de oorspronkelijke makers hebben gelogen over de kleine oplage of b) er naast de roofdruk uit begin jaren negentig nog een roofdruk is gemaakt op beter papier.
Enfin, leuk voor de linnenfetisjist, zullen we maar zeggen. En een bewijs dat je met deze handel als veiling vroeg of laat de bietenbrug op gaat.
Met dank aan D. voor alle informatie (en met mijn toezegging dat het hier maandag weer over wezenlijke zaken gaat).
donderdag 2 februari 2012
Tout à fait entre nous
I.
Links: Araki, Sadao, minister van Oorlog. Midden: Uchida Kosai, minister Buitenlandse Zaken Japan. Rechts: Yosuke Matsuoka, ambassadeur van Japan bij de Volkerenbond.
Met dank aan Scudder.
II.
Maar ontegenzeglijk is het quatsch:
Wie herinnert zich niet dat ene plaatje (in ‘De blauwe Lotus’) van de drie Japanse gedelegeerden die in 1935 op hoge poten de Volkenbond verlaten?
Niemand, Doeschka, geen lezer van De Groene Amsterdammer herinnert zich dat plaatje.
Een enkeling zal zich De Blauwe Lotus herinneren als ‘het album waarin Kuifje dat Chinese jongetje redt’. Het gros zal opmerken: ‘Het gaat over China, toch?’.
III.
Rechts Georges, links Doeschka:
Wat ik steeds meer mis: het uitgesproken smoel van de roker. Dat stond me wel aan.
IV.
Schets van Germaine, voorjaar 1933:
Kijk eens goed naar haar gezicht.
Een masker.
V.
Quasi knorrige mail van een A la recherche-lezer die het plaatsen van explosieven onder het Hergé-museum ‘ongepast’ vind. Volgt een hilarisch gedetailleerd plan om althans een deel van de collectie te verduisteren. Zonder geweld. En zonder mij, hoewel het me allemaal griezelig uitvoerbaar lijkt.
Succes ermee, beste G. En doet u vooral een warme jas aan!
VI.
Rechts Tintin, links Tonton. Midden: een uitgelaten Haddock die zich ergens op verheugt.
We willen het niet weten.