maandag 22 maart 2010

Ga ’ns wat doen, man!



Opgewekte avond in de illegaliteit, bij een Haarlemse kennis die een huiskamerrestaurant runt*. Totdat onze gastheer na een onwettige, maar verrukkelijke varkenssukade de zaterdagkrant erbij pakt en citeert uit een interview met Henk Plenter, eigenaar van het Museum Valse Kunst in Vledder:

Plenter heeft een oog voor wat echt is en wat vals. Hij kent het klappen van de zweep op veilingen en is een berucht veilingbezoeker. ”Als ík op een Appel bied,” zegt hij, ”biedt er niemand anders meer.”

Valse kunst… Veilingen… Vledder… In gedachten zie ik Hergé koortsachtig notities maken. De vraag of ik de krant mag meenemen, onderschept S. met een ‘Wat ga je daar mee dóen dan?’
En ik snap heus dat er geen kwaad in steekt.
Maar klemtonen resoneren soms in het verkeerde been.
De rest van de avond moet er véél gedronken worden om het humeur weer op te krikken.


* Het Bureau Eerlijke Mededinging wil deze broeinesten van culinair verzet graag met de grond gelijkmaken. Desalniettemin aten we zaterdagavond met de luxaflex open, in een onverduisterd vertrek.


vrijdag 19 maart 2010

Meester Kolk


Wat een raar ding is het toch, ons geheugen! Ik ploegde woensdagmiddag door een dorre reportage in de VPRO-gids en huiverde. Hier werd de argeloze lezer in alle ernst rondgeleid op een hbo-opleiding voor stripmakers waar men van meester Hanco Kolk als leeshuiswerk specifieke titels opkrijgt die klassikaal besproken worden.
Nu hang ik nogal aan het beeld van de striptekenaar als heremitische autodidact. Maar waarom eigenlijk?
Ik hoefde er niet lang over te tobben.
Diep in de hersenschors schoof een laatje open met de herinnering aan een interview dat nu beeldbepalend bleek. Ik was een jochie van dertien en wat ik eertijds las, moet wel een grote indruk op me hebben gemaakt:


Burgerlijk behang en een verduisterd werkvertrek, ja, zo hoort het!


Uit de Pep van 5 augustus 1972. Met dank aan H. die zich op basis van een vage herinnering vastbeet in een onmogelijke speurtocht. En voor wie het héle interview wil lezen:


donderdag 18 maart 2010

Come on with the rain



Alles wat leuk is, wordt traditie* en daarom savoureerden we gisteravond ons jaarlijkse Technicolor-zesgangendiner. Lees: met S. smulde ik weer eens van (Doo-dloo-doo-doo-doo-doo...) Singin’ in the rain op dvd. Nu is er niets mooier dan enthousiasme in woorden proberen te vangen. Maar in dit geval gooi ik bij voorbaat de handdoek in de ring. Zo veel in deze klassieker is en blijft zó glorieus goed dat de geestdrift over zichzelf struikelt.

Die stilte lijkt me overigens geen zwaktebod.

Don LaFontaine, alias The Voice of God (voormalig geluidstechnicus en jarenlang de ‘beroemdste stem van Hollywood’) noemde Singin’ in the rain zijn secret pact: ‘Als je met een vreemdeling enthousiast over die film kunt zwijgen, wéét je dat je in betrouwbaar gezelschap verkeert.’

* Zo moet carnaval vroeger één keer leuk geweest zijn, voegt een dikwijls onleuke komiek daar aan toe.

woensdag 17 maart 2010

Tijd voor thee (2)



Zoals ze in Japan zeggen (met Engelse ondertiteling): If man has no tea in him, he is incapable of understanding truth and beauty.
Nu zat het met die thee wel goed, daar op de Louizalaan.
Kijk naar de verzadigde oogopslag van Jacques Martin, die heeft het licht gezien.
Hergé lijkt er nog niet helemaal uit, de tuitelige blik gericht op kop en schotel. Nog één slokje?
Maar hoeveel waarheid kan zijn beduimelde padvindersziel eigenlijk aan?

dinsdag 16 maart 2010

Tijd voor thee (1)



Links: Bob de Moor en Jacques Martin. Tweede van rechts: Roger Leloup. Fanny heeft ontslag genomen en haar vader is over de rooie, snapt niet wat zijn enige dochter met een kerel moet die drie jaar ouder is dan hijzelf.

Het is januari 1959.
Germaine heeft een zenuwinzinking.
En Hergé drinkt thee.
En France Ferrari schenkt bij.
‘De boel bij elkaar houden’ noemen we dat een halve eeuw later, al dan niet sarcastisch.

maandag 15 maart 2010

Tweestrijd


In het beste geval gedogen ze elkaar: het jongetje dat Kuifje-albums verzamelt en de vijftiger die zich bekommert om moderne kunst. Maar soms rijden ze elkaar in de wielen en weet de een niet van de ander dat ie zijn muil moet houden.
Ik heb dat S. weleens proberen uit te leggen. Ze kwam niet verder dan een meewarig ‘Maar dan ga je daar toch bóven staan…!’
Dat is het nu juist. We zijn met z’n tweeën, niet met z’n drietjes. Ik bedoel: er is geen derde macht die boven de partijen staat.
Als ik op een kunstbeurs de foto’s bekijk van Sibylle Bergemann moet die ander niet gaan mekkeren dat het een zinloze aankoop is. Omdat Hergé er niet op staat. Of omdat je voor hetzelfde geld…

Nu goed.

De kortsluiting in het hoofd vertroebelde mijn taxerende blik en verbruide zaterdag het bezoek aan de Maastrichtse art fair.
‘Ach wat,’ zei ik tegen S. ‘Laten we doorrijden naar Brussel.’
Het jochie in me veerde verheugd op. Maar een paar uur later, in het Magritte Museum, kende hij weer zijn plek en zweeg, eindelijk.

vrijdag 12 maart 2010

Onbehandelbaar (2)



Zelfde verhaal als gisteren, nu tussen de regels:

D. belt op woensdagmiddag. Niet ongelegen, wél tegen de afspraak. Sinds ik uit New York ben teruggekeerd met een schuldgevoel ter grootte van twee grande images, heb ik een ontegensprekelijke deal met mijn dealer: voorlopig koop ik eventjes he-le-maal niets.
‘Feitelijk is dit ook niets,’ sust D. ‘Alleen maar een hele mooie TIBET.’
‘Is dat alles?’ zeg ik opgelucht.
‘Wel in absolute nieuwstaat.’
‘Vriend, ik heb een plank vol nieuwstaat.’
‘Weet ik. En je hebt ’m ook in stock. Maar deze is nieuwstatiger.’
Nieuwstatiger?’
‘De nieuwstatigste TIBET die ik in handen heb gehad.’
‘…’
Nu goed.
De overtreffende trap van mijn achilleshiel.
En zó duur was ie ook weer niet.

Dit weekend ga ik met S. naar de TEFAF in Maastricht. Ik verheug me er erg op, bepaaldelijk om de samenscholing van heel veel heel normale mensen.

donderdag 11 maart 2010

Onbehandelbaar (1)


De grote kraakvis mag mij weer eens kraken: DSM-V blijkt zomaar online te staan! Dan hebben we het over het nieuwe, voorlopige Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders, hét handboek voor diagnose en statistiek van psychische aandoeningen dat zo’n beetje mondiaal als standaard in de psychiatrische diagnostiek dient.

Spannende vernieuwing: ‘verzameldwang’ krijgt een nieuwe naam. Tot nog toe behoorde de afwijking tot het obsessieve-compulsieve spectrum. Het zou nu ‘hoarding disorder’ gaan heten. Over vernieuwde behandelmethoden wordt overigens met geen woord gerept, wat ik een tikkeltje betreur. Sinds mijn godsjammerlijke zelfdiagnose (middels Holbrook Jacksons geniale Anatomy of Bibliomania*) verlang ik meer dan eens naar werkzame antipsychotica.


* Soncino Press, 1930: ‘The purchase of multiple copies of the same book and edition and the accumulation of books beyond possible capacity of use are frequent symptoms’.

woensdag 10 maart 2010

Op het verzamelaarsbal



Jubelzang met twist

Schitterend exemplaar van Kuifje
in Amerika.
Twintigste duizendtal.

Het papier ziet er
zeer mooi uit,
geen slijtage
door het vele
lezen van dit boek.

Ook is er in het boek
niet gekleurd
of
getekend.

Het papier van de pagina’s
voelt dik
en stevig
aan.

Helaas heeft dit boek
een paar minpunten.

De kaft is
geheel afwezig,

en ook

de 4 kleurenplaten
zijn niet meer.














Bron: eBay, objectnummer 130372120124

dinsdag 9 maart 2010

Voor Scudder*



* Geen foto, helaas.
Maar wát een onderwerp (kaliber Dikke Bertha).
Succes met het afvuren!



Voorbij het hek



Nu kan ik wel dapper voorwenden dat het me koud laat, dat niet aflatende hoofdschudden, maar ondertussen… De collectie in mijn werkkamer is uitputtend en evenzo gebreideld. Ik bedoel dat er veel ook niet voorbij het hek is gekomen.
En toch.

Toch ben ik S. ergens dankbaar.
Zalig is de verzamelaar die zich in gezelschap weet van een tegenstribbelende partner. De stap van een maanraket als presse-papier naar rondfladderen in een piepschuim ruimtepak is te groot voor de mensheid, maar schrikwekkend klein voor een eenzelvig mens.

maandag 8 maart 2010

Tijdcapsule


Blij als een uitroepteken toen ik in een antiquariaat in Prenzlauer Berg een piekfijne eerste druk aantrof van ‘Love on the left bank’, de Engelse editie uit 1956 van Ed van der Elskens eerste (en aangrijpendste) fotoboek: Een liefdesgeschiedenis in Saint Germain des Prés.
En S. maar liefdeloos haar hoofd schudden* bij de kassa.
Zelf plukte ze een vooroorlogs taalgidsje uit de aanbiedingenbak: Help u zelf op reis met Duitsch. Het bleek een tijdcapsule voor de eigenaardige conversatie uit een vervlogen epoche. Ook vroeger werd er veel gemopperd en geprutteld.

In het restaurant: ‘Dit ei deugt niet, geef mij een ander’ (Dieses Ei ist nicht frisch, geben Sie uns ein anderes).
In het hotel: ‘Ik zie den laarzentrekker niet!’ (Ich sehe keine Stiefelknecht!).
Op het vliegveld: ‘Iedereen wil maar vliegen; zelfs dames vliegen mee’ (Jedermann will fliegen; sogar die Damen steigen mit auf).
En in de schouwburg: ‘Ik ga liever naar de opera’ (Ich gehe lieber in die Oper).

Na lezing hunkerde ik onverwijld naar een Help u zelf met Syldavisch.
In het vliegtuig: ‘Vliegenier, wilt u dat luik onberoerd laten!’


* Morgen meer

vrijdag 5 maart 2010

IJzerdraad


Als citeren zoiets is als een tekst huren zonder te betalen, dan loopt nu de huurachterstand gevoelig op!
Maar het jeukt.
Dus nog één keer Marten Toonder, over zijn instemming met tekenaars…

… die in het vak zijn blijven geloven als een op zichzelf staande kunstvorm. Ook als mijn waardering voor hun werk niet zo groot is als het hoort. Hergé bijvoorbeeld, met zijn naar fotografieën getekende achtergronden en zijn cleane lijnwerk, dat zo gevoelig is als ijzerdraad. Maar hij wist wat karakters waren, en hij geloofde in de strip. Een groot man.


Matena / Toonder, Wat jij, jonge vriend (blz 58)

donderdag 4 maart 2010

Als u begrijpt wat ik bedoel


Tussen Schiphol en de Raketenflugplatz Berlin (althans, de tachtig jaar oude testbasis bevindt zich onder het plaveisel van luchthaven Tegel) las ik de briefwisseling van Dick Matena met Marten Toonder*.
Verslavende lectuur, bleek al na de eerste bladzijde.
Matena is verfrissend stuitend in zijn zelfgenoegzaamheid, maar met zijn verslag van de bizarre huisbezoekjes van Hans Kresse (‘Mijn vrouw heeft af en toe wel eens de neiging een touw aan de balken van de garage te knopen om hem daar terecht te stellen’) had hij mij prompt bij de kladden.
Toch is het Toonder die de show steelt. Als zijn voormalige pupil zich min of meer verontschuldigt voor zijn hoge werktempo, luidt het verbluffende antwoord van de mentor:

De traagwerkers krijgen geen trilling; hun vliegwiel draait te langzaam, hun golflengte is te lang. Je moet jezelf op toeren brengen, dan ontvang je meer vibratie en van een hogere kwaliteit. Natuurlijk zit er een gevaar in, want je moet je zelfkritiek laten werken, en die kan het tempo lelijk dwarszitten. Ik heb veel te veel verwaarloosd en te veel janboel afgescheiden. Maar aan de andere kant ben ik daardoor op paden geraakt die ik anders nooit betreden zou hebben. Dit geldt, geloof ik, voor iedereen. En iedereen is lui in wezen, zodat de hele geschiedenis er een van karakter wordt; meer dan van aanleg.

Toonder besluit met de erkenning dat kwaliteit belangrijker is dan kwantiteit. Maar, voegt hij er aan toe: het eerste bereik je door het laatste. Doodzonde dat de geestelijk vader van Bommel niet met Hergé correspondeerde, als u begrijpt wat ik bedoel.

* Dick Matena / Marten Toonder, Wat jij, jonge vriend (brieven 1979-1991), De Bezige Bij, 2009

woensdag 3 maart 2010

03/03



Hoe laat stierf Hergé? Pierre Assouline houdt een slag om de arm: Op 3 maart 1983*, omstreeks tien uur in de avond. Philippe Goddin noteert: Om 22 uur 30 belt de dokter van de wacht naar de Dieweg: Georges heeft de strijd opgegeven.

Omdat het relaas van de biograaf mij zoveel liever is dan het rapport van de boekhouder, beperk ik me hier tot de uitsmijter van Assouline:

Het was alsof Kuifje was vermoord. Die dag registreerden de seismografen van het het hart een groot, universeel verdriet. Op de vriendschapsschaal van Richter bewoog de naald tussen acht en achtentachtig jaar. Sinds lezersheugenis had men zoiets nog nooit meegemaakt.


* In de officiële kennisgeving in Het laatste nieuws (zie afbeelding) mag Hergé nog een dag langer leven en overlijdt hij op 4 maart.

Avatar


Om S. te behagen in haar stereoscopische begeerte, vergezelde ik haar naar Aufbruch nach Pandora, een film over uitontwikkelde smurfen wier biotoop me vooral deed denken aan de landschappen van Bob Ross. Volgens deze televisieschilder (zijn The joy of painting trok wereldwijd meer kijkers dan Kuifje lezers) kun je als amateur-schilder onmogelijk iets fout doen. Elke onhandige beweging met het penseel is ‘just a tiny happy accident’.
Het grootste ongeval dat ik op het Berlijnse filmdoek waarnam, leek me de onpeilbare platheid van het verhaal. Ik vroeg me af hoe happy de perfectionist Hergé met dat euvel geweest zou zijn. Maar veel tijd om daarover te piekeren, was er niet.
Het brandalarm ging af.
Gedisciplineerd werden we de zaal uitgeleid (Duitsland, nietwaar…), de straat op. Na dertig minuten blauwbekken leken we op de aardse klonen van de Na’vi-stam. Het speet me alleen dat ik geen staart had om de koude van me af te slaan.

dinsdag 2 maart 2010

Clemence



...Heeft dus vanmorgen twee (!) uur naast een Louis XV-commode gestaan omdat de fotograaf de belichting niet op orde kreeg, en anderhalf uur tussen driehonderd antieke golfclubs waarmee ze - achteraf gezien - maar wat graag het tandvlees van Paulette had gemasseerd, het nieuwe wicht van de receptie dat zomaar mocht poseren in de verenjurk van Maison Rochas terwijl zij, Clemence, nota bene twintig jaar verbonden aan het veilinghuis Drouot, geacht werd minzaam te glimlachen bij de werkelijk pislelijke tapijten van Giacometti, Masson en Arman...

...En dan is het half zes en dan zit de dag erop en dan belt Alain om te zeggen dat hij moet overwerken en dat ze niet op hem hoeft te wachten en ze weet drommels goed wat dat betekent, dat hij Cadencia gaat neuken in het kopieerhok, maar ze zegt er niks van want Jourdain roept haar bij zich en vraagt of ze nog even bij een plaat van Hergé wil staan en of ze in hemelsnaam niet iets aan die wallen kan doen...

...En ze is zo blij dat ze niet gelooft in het eeuwige leven.


donderdag 18 februari 2010

Onopvallend (2)



Tien tegen één dat Sporowitch onderaan de trap staat met een Expo Watch Camera, eigenhandig vervolmaakt door Hergé (want: met wijzerplaat). Het eerste model van dit intrigerende zakhorloge heeft een patent uit 1904, maar vooral in de jaren twintig en dertig adverteert de Expo Camera Company of New York dat het een lieve lust is.
Uit 1936:
Nu kun je vierhonderd euro bieden op de wrakstukken van een CIGARES, maar waarom zou je eigenlijk als je voor hetzelfde geld zo’n fraai klokje op de kop tikt?


Enfin, dit is wat ik óók bedacht: de vluchtroute uit een in wezen voltooide collectie ligt in een niche. Een nieuwe verzameling van ingenieuze spionnencameraatjes heet dan in eerste instantie nog Kuifje-gerelateerd (met dank aan Sporowitch) maar zal allengs zijn eigen dynamiek krijgen en eindigen bij dit Victoriaanse kroonjuweel:


The Lancaster Ladies Watch Camera uit 1886. Slechts vier exemplaren van bekend. Eén exemplaar geveild in het voorjaar van 2007 voor ₤ 21.600.




Waarde lezer, ik knijp er een weekje tussenuit. Niet naar Syldavië, maar naar het oude spionnennest Berlijn. Hervatting van A la recherche...: dinsdag 2 maart.


woensdag 17 februari 2010

Onopvallend (1)



S. stuurde me een niet zo heel flatteuze foto van Renee Zellweger, in het geniep gemaakt op het Berlijnse filmfestival.
Met haar mobieltje.
Schalkse toevoeging: ‘Dan hoef je niet alleen aan mij te denken.’
Dacht ik ook niet.

Ik dacht aan de snuiter die in SCEPTER stiekempjes onderaan de trap onze jonge held (blond, avec une drôle de houppe sur la tête….) moet fotograferen.
Kom…
Sporowitch!
Ondankbare rol, mislukte foto, bekend verhaal. Maar google op z’n naam en het resultaat is inhoudelijk karig.
Zonde. Want wat een prachtig materiaal heeft hij in handen.

dinsdag 16 februari 2010

Final curtain



‘Opmerkelijk,’ mailde niet-zomaar-iemand me. ‘Dat huis stond een jaar of zes geleden ook al te koop.’
Voor D. was het daarentegen gesneden koek: ‘Zeker en vast dat een oude buur er al vier weken aan het spoken is…’
Daar moest ik even over nadenken.

maandag 15 februari 2010

...it was yours and it was mine



Georges laat Germaine uit. In de achtertuin van Céroux-Mousty, 1958. En je zou zomaar denken: wat een enig stel...
We weten natuurlijk beter: zodra de fotograaf is vertrokken, verscheurt men elkaar weer met huid en haar.
Maar over ruzies en illusies gaat het vandaag niet.
Het gaat om het huis.


Een halve eeuw later. Diezelfde achtertuin - hoewel de makelaar op zijn site weigert het adres te verstrekken omdat dit vertrouwelijke informatie is.
Het zijn vooral de interieurfoto's die me mistroostig maken.
Wat neemt de leegte veel ruimte in!

vrijdag 12 februari 2010

Keurig gedaan


Zeldzaam voorbeeld (omstreeks 1942) van fatsoenlijk iconoclasme:



Naschrift 14.31u. Verder een album in zeer behoorlijke conditie met wat lichte afvlakkingen in de hoekjes. Een fijne aankoop voor de beginnende verzamelaar:

donderdag 11 februari 2010

Moeilijk kiezen (4)


‘Die Talbot heeft sowieso de buik vol van Kuifje,’ mailt D. me. Als bewijs voegt hij een link toe naar een Achat Immédiat op de Franse eBay. Wat lezen we daar in nummertje 176 van de 250 luxe exemplaren van VOL 714?


A Jean-Pierre Talbot et à son epouse,
bien fidèlement, Hergé


‘Wel een tikkeltje overgewaardeerd,’ schampert D. over de verlangde vijfenzestighonderd euro. ‘Zelfs voor een troostaankoop...’
En dat vind ik dan weer een tikkeltje vilein.

Overigens, voor een fractie van die prijs zweeft al maanden nummertje 150 boven de markt. Een album met een plezante handicap: ‘Malheureusement un jeune iconoclaste a cru bon de barbouiller la page de coups de stylo’. En dat betekent:


woensdag 10 februari 2010

Moeilijk kiezen (3)


Na lang aarzelen - het boekje is zo belabberd vormgegeven dat ik ’t meteen weer terugduwde in de envelop - begonnen aan L’Escalade van Stéphane Steeman: ‘Geschreven zonder haat en bijna zonder verwijten.’ Bijna, want al in de inleiding haalt de schrijver een betekenisvolle herinnering op aan een fandag met acteur Jean-Pierre Talbot (Blauwe Sinaasappels, Gulden Vlies) in gezelschap van Fanny en Nick.
Als Talbot handtekeningen uitdeelt, schiet Nick Rodwell onmiddellijk uit zijn slof:
- Oh, je tekent met Kuifje? Dat mag je niet doen.
Talbot verweert zich, zegt dat Hergé ervan wist en er ook geen enkele moeite mee had. Nick gelooft er niks van en wendt zich wantrouwend tot zijn vrouw. Die knikt.
Bon.
Maar deze keer vertik ik het om photoshop-tijd aan die janjurk te besteden.
Ik ben een Verzamelaar, geen Junk.
Ik kan kiezen.

dinsdag 9 februari 2010

Ongelukkig



Huisetentje met een vriend van S. die psycholoog is en een specialist in (micro-)expressie. Dat wil zeggen: hij traint af en toe douaniers in het lezen van gezichten. Van psychognomie (gelaatkunde) moet hij overigens niets hebben (‘Je reinste kwak!’). Toch is hij makkelijk over te halen tot een onschuldig experiment: kan hij met zijn expertise op deze foto uit 1922 de schooljongen aanwijzen die later een wereldberoemd kunstenaar zal worden?

Hij kiest ten slotte voor de knaap die helemaal links staat, op basis van diens blik (‘dromerig, disloquant’) én vanwege een fenomeen dat volgens hem zo goed als een wetmatigheid is: ‘Op groepsfoto’s uit hun jonge jaren zie je kunstenaars zelden in het centrum van het beeld, let daar maar eens op.’

Nog een vraag dan: wie zal volgens de specialist een potje van zijn leven maken?

Zijn vingers wijzen nu naar de jochies die wél in centrum staan (derde van links, staand / derde van rechts, staand). ‘Kijk die kinnen eens omhoog staan! En de lippen samengeknepen; vooral bij die jongen links lijkt de weerzin en superioriteit authentiek. Zeg maar, bijna een blauwdruk voor een ongelukkige levensloop.’

Enfin, de vriend van S. zit ernaast en toch ook niet. En eigenlijk vind ik zijn bevindingen nogal verbluffend.
De beroemde kunstenaar heeft hij niet kunnen aanwijzen.
Maar de jongen die hij een ongelukkig leven toedicht (derde van links, staand) is wel degelijk Hergé…

maandag 8 februari 2010

Lolita



Hergé in 1946. Of moeten we de bijna 40-jarige tekenaar hier Humbert Humbert noemen?
Fanny is dan immers twaalf...

Maar goed.

Er was dat barmeisje in mijn stamkroeg waar ik mijn ogen niet vanaf kon houden. S. merkte op dat ze mijn dochter kon zijn. Ze wuifde naar haar, op een kwade avond: ‘Deze meneer wil graag met je uit. Beloof je dat je héél voorzichtig met hem zult zijn?’

Daarna lang niet geweest.


vrijdag 5 februari 2010

In de etalage



En nóg een tik op de vingers, van een Brusselse lezer. Strikt gezien, schrijft hij, ruilde Hergé zijn Germaine niet meer in voor een inkleurstertje. In februari 1960 werkte Fanny als étalagiste voor modehuis Hirsch & Cie aan de Rue Neuve. Er waren, vervolgt hij, in die tijd nog prachtige bioscopen in die straat: de Métropole, de Astor, de Victory, de Étoile. Op zaterdag kocht ik altijd heel vroeg een kaartje voor de matinee en ging daarna plaatjes beluisteren in La Maison Bleue.

Beste W., ik krijg heimwee naar uw weemoed...


donderdag 4 februari 2010

Moeilijk kiezen (2)


(...)

Maar laten we ondertussen niet vergeten wat een buitengewone maand het is.

Exact vijftig jaar geleden maakte Georges Prosper Remi, getekend Hergé, eindelijk een keuze. De draaihals uit Etterbeek (53) koos in februari 1960 definitief voor het inkleurstertje Fanny (26). Hij wilde niet langer samenleven met bakkersdochter Germaine K. en nam, voorlopig, zijn intrek in een hotel.

De Rodwelletjes hebben, zo vernam ik, ervoor gekozen een en ander ‘in besloten kring’ te vieren. De presentatie van het tweetalig herdenkingsalbum van Fanny (Parce qu’il m’a choisi.../Omdat hij voor me koos...) is in elk geval uitgesteld tot eind maart. Nick Rodwell hoopt tegen die tijd drie andere jubileumboeken (waaronder het pikante Que veut-elle de lui? van Bob Garcia) met succes uit de winkels te hebben geprocedeerd.

woensdag 3 februari 2010

Moeilijk kiezen (1)



Maar ís er wel iets te kiezen?

De drijfveer voor dit blog was ooit een ondubbelzinnige keuze: man, eind veertig, zet een streep onder zijn verzameling Kuifje-albums.
De werkelijkheid, bijna drie jaar later, is weerspannig: man, de vijftig gepasseerd, probeert (nog steeds) zijn mistroostigheid te verjagen met een lijntje onversneden Hergé.

‘Wanneer’, vraagt een lezer zich af, ‘worden mannen als D. ontmaskerd als ordinaire pushers en dealers?’

dinsdag 2 februari 2010

De sentimentele som (voorlopig slot)



‘Er is altijd iets ‘juveniels’, iets efebisch blijven hangen rond de (mannelijke) koppels die Martin bleef opvoeren,’ schrijft Lukas de Vos op de webstek van het Vlaamse Knack. Elders in dit herdenkingsartikel refereert de auteur aan Guy Lefranc en Axel Borg als ‘de eeuwige Janus’. En: ‘Borg is een icoon van indiepe slechtheid (…) een genie van het kwaad, een genie van het zelfbewustzijn.’ Hij heeft, kortom, ‘onmiskenbaar Strindbergiaanse trekjes’. Martin zou diens naam immers weleens ontleend kunnen hebben ‘aan August Strindbergs somber, Nietzschiaans drama ‘I Havsbandet’.

Tsja.
Wichtigmacherei.
Of zoals Gerrit Komrij zou zeggen: Uit een treurige reet, komt geen vrolijke scheet.

Nietzsche heb ik niet ontmoet toen ik me ten slotte door DE VLAMMENZEE worstelde. En ik herkende ook weinig geniaals in Axel Borgs sluwheid en snode plannen. Strindbergiaans? In de krankjorum onhandige manier waarop Borg zich telkens van tegenstrever Lefranc probeert te ontdoen, vond ik ‘m vooral op Wile E. Coyote lijken.
Uit Road Runner.


De sentimentele som (6)


Jeanjean in albumuitgave: hysterische sentimenten.


Jan in Pep: behoedzaam.

maandag 1 februari 2010

De sentimentele som (5)


Uit de album-heruitgave (1975) van DE VLAMMENZEE:


Mon Dieu*), je hoeft geen pientere coloriste te zijn om hier spontaan koudvuur van op te lopen!

Dan gaat het er datzelfde jaar (1975) in Pep heel wat heter aan toe!


Morgen: hoe Pep de kleine jankebroek Jeanjean transformeert in bikkel Jan.

Woensdag: waarom de grens tussen De Verslaafde en De Verzamelaar zo dun is als een lijntje coke.


*) Por Dios!

donderdag 28 januari 2010

Intermezzo




Uit: Nieuwe Leidsche Courant, 16/05/1956*

*) Voor B. die dezer dagen ‘de geest van Hergé’ mist in mijn bijdragen.

De sentimentele som (4)


Meer ruis komt van D. die me op het hart drukt... toch vooral een vergelijk te maken tussen de erbarmelijke albumuitgave van DE VLAMMENZEE en de puntgave publicatie in Pep.

Hij stuurt me bovendien een link naar deze foto van een knoestige Jacques Martin, begin jaren zeventig, tijdens zijn research voor HET HOL VAN DE WOLF:


D. schrijft: ‘Ik denk dat je de vijftig moet zijn gepasseerd om aan de sfeer van deze prent direct die ene naam te kunnen koppelen…… Alistair MacLean.’

Eens!

woensdag 27 januari 2010

De sentimentele som (3)



Na mijn aangekondigde duik in DE VLAMMENZEE, werd ik op de vingers getikt door een trouwe A la recherche-lezer. Citaten uit zijn brandmail van gistermiddag:

Wat spijtig vind ik het toch dat u (…) zo snel de aandacht wegleidt van uw ervaringen in New York! Ik geloof namelijk dat u, blijkbaar onbewust, bent doorgedrongen tot de kern van uw (en ook mijn) verzamelwoede en nu iets laat liggen.
Over de term ‘whatever’ schrijft u dat het goed voorstelbaar is dat ook Hergé deze uitdrukking zou hebben omarmd in een zekere fase van zijn leven.
U verzuimt dan de lijn door te trekken maar ik kan u verzekeren dat ‘whatever’ ook thuishoort in een zekere fase van het verzamelaarsleven, namelijk de eindfase.
Als u zoveel geld besteedt aan twee albums waarin u feitelijk niet bent geïnteresseerd (u schrijft het zelf: Whatever!) dan is het toch niet meer zo moeilijk om te doen wat u oorspronkelijk met uw blog voor ogen stond: nl. uw verzameling beëindigen en hierover schrijven?’


Tsja.
Of om met Karel, de huisknecht van Lefranc, te spreken: VERDIKKEME!
Maar laat ik me vooral achter een ánder citaat verschuilen:

“Loslaten betekent tijdelijk het houvast verliezen. Niet loslaten betekent voor altijd het houvast verliezen.”

Kierkegaard...
En mijn ambities reikten deze week niet verder dan de bespreking van een oud stripalbum!

dinsdag 26 januari 2010

De sentimentele som (2)


Ik herlas ook Elsschot, en daarmee bedoel ik: ik wilde de avond doorbrengen met DE VLAMMENZEE, maar worstelde me eerst door HET DWAALLICHT, een novelle (zijn laatste proza) van Willem Elsschot, met tekeningen van Dick Matena.

Goede literatuur bezit het vermogen om ons met andermans ogen te laten zien. Dat zien doen we vooral tussen de regels. Als een stripmaker daar zijn afbeeldingen plaatst, dan staan die in de weg. En dan mag hij misschien wel denken dat er nu heel veel meer te zien is, alleen: ik zie dat niet zo. Ik zie vooral een persoonlijk drama: een tekenaar die blind zijn virtuoze gaven verkwanselt aan de misvatting dat een literatuurverstripping een toegevoegde waarde heeft.

Maar goed.

Een tikkeltje verstoord vervoegde ik me in de hal van het Gare Montparnasse.
9.20 uur… De journalist Lefranc en zijn jonge vriend Jeanjean haasten zich naar de perrons…
Morgen meer!

maandag 25 januari 2010

De sentimentele som (1)



Vroeger was alles helder: twee sterren voor JUWELEN, vijf sterren voor DE VLAMMENZEE.*) Een veertig jaar oud notitieblokje legt haarfijn de voorkeuren van de striplezende tiener bloot. Die zijn voorspelbaar; ik viel voor het Avontuur.

Ietwat beschroomd haalde ik het tweede album uit de Lefranc-reeks van de betreurde Jacques Martin opnieuw in huis. Deze week nemen we de proef op de sentimentele som: hervindt een vijftiger in de lotgevallen van die andere reporter nog iets van de opwinding van weleer?

*) Een liefhebber van de onversaagde Alex Graccus was ik duidelijk niet. Tweeëneenhalve ster voor De Tiara van Oribal... Nu denk ik: drie sterren voor die geweldige titel!

donderdag 21 januari 2010

Jacques


Zonder kompas (slot)



Whatever (slang): The term is used to dismiss a previous statement and express great indifference. Frequently used by the main character of the TV show All in the Family, Archie Bunker, as a response to his wife Edith.

Je kunt je indenken dat ook Hergé - in een zekere fase van zijn leven - de uitdrukking zou hebben omarmd.
Germaine: ‘Die hardheid van je, Georges… Die harteloosheid… Ik zal er nooit aan wennen…’
Georges (beent de trap op): ‘Whatever!’

Enfin, om een lang verhaal kort & ongekleurd te maken: ik spendeerde bijna zevenduizend euro aan twee grande images. Albums die in niets afweken van wat ik al had en dus met recht: een zinloze aanschaf. D. toonde zich genereus en rekende de kosten voor de FedEx priority niet door.
Germaine: ‘En… Wás het een troostaankoop? Voelde u zich weer wat beter met die boekjes van mijn Georges?’
De Verzamelaar: ‘Och, mevrouw Kieckens… Ik schaamde me. Werkelijk! Ik durfde even niet in de spiegel te kijken.’

Maar goed.
Whatever.
Een nieuw jaar.
Nieuwe voornemens.
We zullen zien!


woensdag 20 januari 2010

Zonder kompas (2)


In de Lower East Side was ik als een blok gevallen voor een ingenieus sculptuur van glas en asfalt. De prijs was kunstmarktconform*), de transportkosten zouden beslist pervers zijn. Maar één ding zat me niet lekker: het was een veel te verantwoorde aanschaf. Terwijl de weerzin tegen mijn uitheemse klus met de dag groter werd, groeide de behoefte om toch vooral zinloos te spenden. Toen er van het thuisfront ook nog eens een ongehoord enthousiaste reactie kwam op mijn beoogde aankoop, gooide ik het over een heel andere boeg.
Hergé moest me maar weer eens postuum vertroosten.

Tsja, sputterde D. in de hoorn, ‘Je moet wel ongeveer aangeven wát je wilt.’
‘Doe maar wat,’ antwoordde ik ferm. En daarna: ‘Whatever.’
Het klonk als een krachtterm en het luchtte – om te beginnen – al lekker op.


*) Ooit werd me een veel te dure ÉTOILE aangeboden met de rechtvaardiging dat het prijskaartje stripmarktconform was. Beide termen zijn onzinnig.


dinsdag 19 januari 2010

Zonder kompas (1)


Terwijl de grijze dagen zich aaneenregen (‘Opgelapt met flarden blauw – genoeg om een zeemansbroek van te maken’*), herlas ik Het leven van Pi van Yann Martel. Het relaas van een wonderlijke overlevingstocht op zee is in wezen een pleidooi voor het mooiste verhaal. Je kunt, betoogt de auteur, natuurlijk de waarheid vertellen (ook als die strontvervelend is, of deprimeert) maar waarom zou je niet kiezen voor de gekleurde werkelijkheid?
Martel durft aan te voeren dat in elk mooiste verhaal God schuilt.

Nu biedt New York in wintertijd volop hemelse tableaus, maar toch... Voor het eerst kon ik me er niet aan de grauwe alledaagsheid onttrekken. J.’s nagelaten bedrijf bleek een slangenkuil waarin zelfs de schoonmakers elkaar naar het leven stonden. En uitgerekend van dít zinkend schip moest ik de sterktes en zwaktes analyseren?

Afgepeigerd door alle machtsspelletjes verlangde ik naar het mandaat van een generaal Alcazar. Omdat ik geen ervaring heb met executiepelotons, greep ik ten slotte terug op het klassieke gereedschap waarmee de verzamelaar zijn zielenrust weet te hervinden.
De Troostaankoop.
Ook wel: De Frustratieaankoop.

* Uit: Netherland, Joseph O’Neill. Ook een mooi boek.