maandag 22 februari 2016

Frutsels, stronterijen en flexisingles


De vergankelijkheid zat me weer eens op de hielen. Onderweg naar een Haarlemse vriend die op een koelplaat in zijn logeerkamer lag, zag ik boven het robuuste V&D-gebouw de bedrijfsvlag halfstok wapperen. ‘Het verleden is een leegstaand huis… als je geluk hebt.’ Dixit fotografe Diane Arbus die een overdosis pillen slikte en daarna haar polsen doorsneed.

Ik dacht aan een andere gesneefde winkelgigant, De Gruyter (550 panden, 7.500 man personeel) – bedrijf dat uitblonk in klantenbinding middels cadeau- en spaaracties. Wie goed zoekt, vindt in de berg frutsels en stronterijen dit curiosum uit het begin van de jaren zestig:


Een van de vier hoorspelen op flexisingle, destijds voor een kwartje te koop bij twee dubbelpakken Trexop-wasmiddel (à 87 cent) van De Gruyter:


Met in het klaphoesje een wijdlopige inleiding op slechts een kwartiertje vermaak…


… en een rolverdeling waarin opvalt dat kapitein Haddock gespeeld wordt door de man die vooral bekend werd als Malle Pietje in ‘Swiebertje’:


De illustraties bij deze grammofoonplaatjes doen overigens vaak denken aan de vroege Jijé, zoals deze in het binnenwerk van de hoes bij ‘De schat van Scharlaken Rackham’:


De rol van Kuifje werd toebedeeld aan presentator en joodse onderduiker Donald de Marcas. En wie horen wil hoe dat klinkt, kan terecht bij deze vinylhobbyist:

Klik!

Op iets minder hoge toon las De Marcas vele jaren later het nieuws voor - en gedichten op dodenherdenkingen.

woensdag 17 februari 2016

Kom zeg, wees een volwassen vent


I.
Waar is dit nu weer?


In de toko van Alain Huberty en Marc Breyne, eind vorige maand op de Brafa-kunstbeurs in Brussel.
Uiterst rechts een schaalmodel van de gestroomlijnde stoomlocomotief Type 12, verlokkende fetisj van François Schuiten (voor een vrijblijvend ritje met de futuristische ‘La Douce’, klik hier). Uiterst links, een tikkeltje bleekjes aan de wand, het Quick et Flupke-omslag…


…waarmee de mannen van Huberty & Breyne Gallery zo gewiekst de media bespeelden: 1 miljoen gevraagd voor tekening Hergé!

II.
En wat brachten onze twee Brusselse ketjes uiteindelijk op? Geen miljoen, maar nog altijd een comfortabele 800.000 euro:


De overige, gepeperde prijzen op dit lijstje (dat vooral handig is bij het omzeilen van het vermoeiende ‘prijs op aanvraag’) verwijzen naar de huidige verkoopexpositie van H&B betreffende ‘une collection privée exceptionnelle comprenant 50 pièces de qualité muséale’.

Van dat potsierlijke ‘qualité muséale’ blijf ik tafelzure congestie krijgen. Alsof er musea anders dan stripmusea zijn die ooit nog eens pagina 20 uit Jacques Martins ‘La grande menace’ aan de wand zullen hangen:


Alain en Marc hebben er aan de Brusselse Zavel een prijskaartje van twintig mille opgeplakt. Wat ze er niet bij vertellen: in 2011 zat die pagina nog in deze map...


...met 52 andere originele platen uit het album en een resem aan extra’s (alles bij elkaar 61 pagina’s, waaronder proefschetsen voor het omslag). Destijds kavel 29 op de Jacques Martin-veiling van Pierre Bergé (de fraaie catalogus staat nog steeds online). De bodemprijs was 180.000 euro – amper drie mille per pagina - en werd niet gehaald.

III.
Nog meer tafelzuur? Jawel:


Originele achterplaat van de Largo Winch-reeks, van Philippe Francq. Verkocht voor veertigduizend euro. Is het heus? Want is dit de facto niet slechts een triviaal plaatje van een kantoorgebouw en een helikopter?

Dat over smaak niet valt te twisten, is een gekend misverstand. Dus kom zeg, wees een volwassen vent.
Als je per se een helikopter aan de wand wilt, dan heb je voor hetzelfde geld een doek van een kunstenaar die door het onderwerp geobsedeerd is:


Test, uit de serie ‘Helicopters’ van Sabine Moritz. Ging in juli 2015 onder de hamer bij Sotheby’s. Richtprijs 14.000 euro, verkocht voor een zeer onverwachte 44.000 euro.

Het is een gedrang van jewelste op de kunstmarkt en of Moritz ten slotte een zekere belegging blijkt, is afwachten. De uitgave is in elk geval minder infantiel.

dinsdag 16 februari 2016

Want een dag niet gelachen...



Zó geestig, dr. Riklin... Hoe langer ik poets, hoe witter mijn dromen...

maandag 15 februari 2016

Legendarische mislukking


En terwijl S. in besloten kring het glas hief op de 73ste verjaardag van Gerard Thoolen*, slenterde ik door de natte sneeuw naar ‘Life in Colour’ - expositie van de kleurenfoto’s van Jacques Henri Lartigue. Die is zo’n beetje onsterfelijk geworden met deze legendarische prent…


…waarvan we de bewegingseffecten (de auto die naar voren buigt, de achtergrond die naar links zwiept) terugzien in dit niet minder doorluchtige tafereel van de jonge Hergé:


Lartigue beschouwde zijn klassieke opname overigens lange tijd als een mislukking, onder andere door de ‘slechte kadrering’ en de vervorming van het autowiel…! Die vervorming was onvermijdelijk, omdat de fotograaf zijn grote camera weliswaar meebewoog met de raceauto, maar niet snel genoeg én omdat hij gebruikmaakte van een zogenoemde spleetsluiter. Bewegingswetenschapper Bert Otten, alias Lindolfi, legt het hier allemaal helder uit .

Met Photoshop had Lartigue zijn grieven kunnen verhelpen…


Hier zijn het enkel nog de omvallende toeschouwers die beweging suggereren.

Enfin, de kwestie wordt ook op deze webstek meeslepend uitgediept, in tekst en beeld en mét een uitstapje naar Hergé.

Je moet Lartigues kleurenfoto’s bekijken om zijn gereserveerdheid over zijn bekendste zwart-witwerk te begrijpen. Het beeld is bloedstollend mooi gecomponeerd:


… en de beweging lijkt bewust geminimaliseerd:


Maar als er toch snelheid moet gesuggereerd, is ook de gedachte aan Hergé niet ver weg:


Ik zag geen buigende wielen en geen buigende toeschouwers, maar voelde wel de goedgemutstheid van Kwik en Flupke in hun zeepkist.


*) Met de kanttekening dat ze de acteur die haar carrière ooit een beslissend zetje gaf, alweer twintig jaar geleden in zijn graf zag zakken.

donderdag 11 februari 2016

Libidineuze lijntjes


Een taxi die als rekwisiet buiten het kader klaarstaat, zoals ik vorige week beweerde? Ik let niet goed op, schrijft A la recherche-lezer Michiel Prior:

Welnee, de taxi is de blauwe auto die in 't eerste plaatje - hoe praktisch! - alvast door de Tekenaar achter de zwarte Jaguar werd geparkeerd.


Het is een Panhard Dyna Z, een zeszitter waarvan we hieronder een exemplaar in goede/zeer goede staat zien met enkele gerafelde hoekjes, maar met een mooi binnenwerk en een opvallend ongeschonden ruggetje:


Schalks detail aan de Dyna is de eigenwijze derde mistlamp die ‘m een nogal libidineuze uitstraling geeft:


Die geile lijntjes lijken gefundenes Fressen voor Moebius, check toch vooral zijn ‘The long tomorrow’.

De Dyna figureerde overigens op een ansichtkaart in een bekende ‘Prévention Routière’-actie in Frankrijk:


Dat ging maar net goed! Spijtig dat commissaris Baardemakers in zijn Citroën HY niet uit zijn doppen kijkt en alsnog het arme wicht overrijdt.

woensdag 10 februari 2016

Doodsmelodie


Tikkeltje weggemoffeld in een rijkelijk gevulde, maar niet heel opwindende Drouot-catalogus:


Kavel 298: vijftig (50!) gouaches van Jacques Van Melkebeke ‘réalisée dans les années soixante-dix, dans l'esprit des illustrations du Petit Vingtième’. Richtprijs: 4000 (vierduizend!) euro. Het kassakoopje van de week, met dank aan Van Melkebekes niet zo heel benijdenswaardige status: ‘l'homme de l'ombre de la bd franco-belge’.

L’homme de l’ombre… Een paar keer fluisteren en je hoort er de wind bij huilen, het zand bij stuiven - een etiket als een doodsmelodie van Ennio Morricone.

vrijdag 5 februari 2016

Pssst! Taxi!


How to hail a cab in New York City?
S. is veruit bedrevener in het aanhouden van een taxi dan ik. Twee vingers omhoog, oogcontact maken met de chauffeur... Ik voel me nog steeds bedrogen door het Hollywood-cliché: arm in de lucht en heel hard ‘Taxi!’ brullen - waarna er effectief een taxi komt voorgereden (Umberto Eco schreef ooit een hilarische column over alles wat in films ‘buiten de kaders’ in gereedheid staat en als bij toverslag kan verschijnen).

Wat ons terug leidt naar het universum van Hergé. Morgen is het precies tachtig jaar geleden dat de Tekenaar (in de Petit Vingtième/Gebroken oor) zijn jonge held voor de allereerste keer een taxi laat aanhouden:


En zie/hoor hoe onwennig Kuifje te werk gaat! Want: Pssst! roepen naar een taxi? Geringe kans dat je met die lokroep de aandacht trekt.

Maar onze held leert snel. Tweede poging, in het direct daaropvolgende plaatje:


Vele jaren later (in Cokes in voorraad) zal zijn geestelijk vader hem in de watten leggen met een taxi die als rekwisiet aanvankelijk buiten het kader voor hem klaar staat:


Let op de openstaande deur die Kuifje de gelegenheid biedt al tijdens het naar binnenrennen dat andere fraaie Hollywood-cliché te roepen: ‘Taxi, volg die auto!’.

maandag 1 februari 2016

Walvismuziek


Op de honderdste etage van het One World Trade Center, in het wel erg gelikte observatorium, was de weemoed weer eens onafwendbaar. Ik miste de klare lijnen en het morsige beton van de oude WTC-torens en verfoeide de glazen wezenloosheid van hun opvolger. Er was amper een connectie met de omgeving – evengoed stond dit rotding in Dubai of Shanghai.

‘For me, the day of the all-glass building is finished,’ schreef de ontwerper van de oorspronkelijke Twin Towers, Minoru Yamasaki, veertig jaar geleden al in The New York Times. ‘As for mirror glass, I detest it.’

Later die dag, nog steeds ontdaan, zocht ik verkwikking in het oudste antiquariaat van de stad waar de atlas van Frederick de Wit ($ 75.000) zomaar naast een zeldzame* eerste druk van Moby Dick ($ 55.000) lag. Daarmee vergeleken leek het (helaas weinig smetteloze) exemplaar van All the Funny Folks (The Wonder Tale of How the Comic-Strip Characters Live and Love Behind the Scenes) uit 1926 een koopje, maar het afwijzend gefluit van S. klonk als voorspelbare walvismuziek.

Ten slotte liep ik naar de kassa met een gesigneerde editie van Learning to Fly. In deze klassieke ‘Vliegen voor dummies’ wordt onder andere glashelder uitgelegd hoe je je kist niet aan de grond moet zetten:


Het leek me een essentiële toevoeging aan mijn ZWARTE ROTSEN-plankje:




*) En die is, door een voorbeeldige calamiteit, wérkelijk zeldzaam: Only 3000 copies were printed, and it was not a commercial success. Three years later, all of the unsold copies were destroyed in a warehouse fire, making this truly rare and desirable.

donderdag 28 januari 2016

Dong! Dong! Dong!


Bon, waar waren we? In de Llama Inn in Brooklyn, onder andere – hagelnieuw Peruviaans restaurant dat, spijtig, geen lama serveerde, maar wel een uitstekende geitennek. Het was bijna kerst en de gemiddelde temperatuur bedroeg een onwaarschijnlijke drieëntwintig graden Celcius. In die verhitte atmosfeer bevroedde ik de komst van de profeet Philippulus, die (‘Dong! Dong! Dong!’) het einde der tijden zou aankondigen.

Ik zat ernaast. (Of ik liep hem mis, dat kan ook. Het is een grote stad.)

Wel vloog die nacht ons hotel in brand waarna de kleerkasten van het Fire Department nog alles op haren en snaren moesten zetten om de fik te doven. Toen we uren later weer naar onze kamer mochten en onze kleren aanschoten, roken die indringend naar verkoolde schelvis. S. wilde naar een stomerij, mij leek een beetje uitwaaien op de Hudsonrivier leuker en effectiever. Het was de enige ruzie die we in de voorbije drie maanden uitvochten. We hebben zo onze onhebbelijkheden, maar we zijn nog steeds geen Georges en Germaine*.


*) Exact zesenvijftig jaar geleden, in januari 1960, zakt de bitterheid van Germaine tegenover haar Georges naar een historisch dieptepunt. Ze noemt de Tekenaar in het bijzijn van buurman Jacques Martin verscheidende malen Cette fausse crotte de chien wat alleszins een zonderlinge beschimping is: Die nep hondendrol...

maandag 2 november 2015

Toestel 421


2 november dus. Allerzielen. Daar past alleszins deze foto bij van Hergé – vier jaar vóór zijn overlijden in 1983:


Er vallen dit vermaledijde jaar zoveel doden te herdenken dat het mij óók alleszins wijselijk lijkt om een overijlde punt achter 2015 te zetten. Maar dan niet zonder een paar laatste streken van de hand van de Tekenaar:


Ongemakkelijk beeldrijm op de Petit Vingtième van Allerzielen 1939. Linksboven, in het bladvignet, stapt onze held nog lichtvoetig voorwaarts. Rechtsonder keert hij om met verbeten blik.

Bon, er is geen eind aan Kuifje, maar tot januari 2016 is het wel even genoeg. De A la Recherche-praktijk zal, op dwingende voorspraak van Moulinsart, tot de aanvang van de negende jaargang worden waargenomen door dokter Müller. Voor een bezoek aan zijn kliniek kunt u bellen met zuster Fanny: toestel 421.

Ik wens u, op ruime voorhand, fijne feestdagen.

donderdag 22 oktober 2015

Bruut!


14 juni 1931. Om een bordspel af te kunnen drukken, maakt Coeurs vaillants van SOVIETS een bordspel:


Illustratie als antwoord op een lezersvraag over de urgentie om ook deze krantjes te verzamelen. Laten we zeggen: alleen als curiositeit - omdat CV zo voorbeeldig was in het bruut negeren van de oorspronkelijke paginacomposities van Hergé.

Hoe de lezertjes van de Petit Vingtième op 16 juni 1938 het einde van ÎLE NOIRE beleefden…:


…en wat hun Franse leeftijdgenootjes op 30 april 1939 moesten slikken:


Merk ook op dat het Sabena-toestel in het laatste plaatje verbouwd is tot een... ja, wat eigenlijk...?

Of moeten we dat broze krantenpapier juist in huis halen voor het ongekende ratjetoe aan inkleuringen?


Let bij dit voorbeeld op de Opel Olympia, linksonder, die domweg zwart-wit door het kleurenbeeld rijdt…

De merkwaardigste ‘inkleuring’ treffen we overigens aan in enkele afleveringen van TEMPLE.

Rood:


Geel:


En, vermoed ik, geel en groen...:




Ik knijp er even tussenuit. Verder op maandag 2 november.

maandag 19 oktober 2015

Bevende noten


Juweel van een column van Wim Noordhoek* die me heel even de grijsheid van de zondagmiddag deed vergeten. Laten we eens kijken naar het beeld dat hij toevoegt:


Plaatje 5: ‘Ben jij ‘t… Mar-ga-re-ta?...’ (Est-ce toi, Marguerite? Est-ce toi?)

De Milanese Nachtegaal is hier amper begonnen aan de Juwelenaria (< 10 seconden) of Kuifje concludeert al opgelucht dat hij omgeven is door Securit-glas.

In de oerversie (januari 1939) reageert hij juist veel minder alert:


C’est la fille d’un roi qu’on salue au passa-a-age…

Bij die passage zijn we al bijna een minuut gevorderd in het libretto van Jules Barbier! Zingt Castafiore hier een tikkeltje minder overrompelend? Dat zou kunnen kloppen: zie maar eens hoe Hergé in de kleurenversie (derde plaatje) de noten laat beven.


*) Noordhoek ontmoette Hergé in 1971. Zijn televisie-interview riep bij mij een profane vraag op (Stonk Hergé?) en stond aan de basis van een bescheiden olfactorisch onderzoek in drie delen.

vrijdag 16 oktober 2015

Inbox


Scudder: Un bon browning bien chargé est le commencement de la sagesse… Intrigerend onderzoek, overigens!

Wat de Thysville betreft: er is geen album waarin de retouche van de patrijspoort te zien is. De afbeelding was een fragment van de originele plaat:



Maarten: Een verzamelaar in San Theodoros heeft momenteel een exemplaar uit de tirage de tête (500 exemplaren) in de aanbieding. Laten we zeggen dat het géén nieuwstaat* is...



René: Maar anders bouwt u ‘m toch gewoon zelf…:


(Uit: Coeurs Vaillants, 19 februari 1939)



*) De édition noir & blanc uit 1938 die Alain Van Neyghen aanbiedt, is evenmin in goede staat:



woensdag 14 oktober 2015

Het geheim van Monet


En wie hebben we hier?


Nazikopstuk en kunstrover Hermann Wilhelm Göring. Morgen is het precies 69 jaar geleden dat hij een capsule met cyaankali slikte en aldus het vonnis van het Neurenberg Tribunaal (dood door de strop) ontliep.

Maar let vooral op het schilderij rechts van hem.

Daarin herkennen we eenvoudig deze vroege Monet, hier tijdens de kijkdag voor een veiling in Parijs, maart 2014:


La Pluie de Roses (pour la diva).

Dit is het doek dat Hergé inspireerde tot de rozenscène in BIJOUX (pagina 56):


De pijl verwijst naar de opmerkelijk dikke verflaag op het handvat van de paraplu. Onderzoekers van het J. Paul Getty Museum in de Verenigde Staten troffen, zoals bekend, met behulp van een speciale röntgentechniek (MA-XRF) in het pigment een microdot aan, met steganografisch sterk verkleinde informatie.

Enfin, na alle wilde speculaties wordt komende vrijdag tijdens een persconferentie in het Musée Marmottan Monet de inhoud ervan eindelijk openbaar gemaakt. Wordt vervolgd!

maandag 12 oktober 2015

Brownie


Mail van Scudder die peinst over de zusters Augustinessen en de Portugese journalisten, aan boord van de Thysville, 3 juni 1930:

De combinatie van die twee deed me denken aan eerwaarde Abel Varzim, een Portugese geestelijke die in de jaren rond 1930 in Brussel woonde. Hij had daar de strip Kuifje leren kennen en die met veel plezier gelezen. Toen hij rond 1934 terugkeerde naar Lissabon, kwam hij in contact met Adolfo Simões Müller, de latere hoofdredacteur van het kindermagazine O Papagaio. Enfin, de rest kennen we: in 1936, na enig touwtrekken over de hoogte van de auteursrechten, werd Kuifje voor het eerst in een land buiten België en Frankrijk gepubliceerd, voor het eerst vertaald én voor het eerst ingekleurd.

Die inkleuring is vrolijk primitief, zie de allereerste Kuifje-aflevering in O Papagaio, 16 april 1936:


Let op Bobbie die we met goed fatsoen geen Snowy meer kunnen noemen. Een jaar later, in het FARAO-avontuur, is de bruine teint alweer goeddeels uit de vacht gebleekt:


En als Kuifje kort na de oorlog door O Papagaio op vakantie wordt gestuurd, is zijn metgezel alweer bijna de oude:


Overigens een curieus omslag (uit augustus 1945) dat mij evengoed deed denken aan een underground-blaadje uit de late jaren zestig.