vrijdag 9 oktober 2015

Zoek de verschillen


De Thysville in 1939…


…en in 1953…


…overgenomen door het Britse Ministry of Defence en ingezet als het troepenschip Empire Test. Zoek de verschillen... De romp is in elk geval wit geschilderd en heeft rondom een blauwe band gekregen, de masten kleuren crème, de schoorsteen is geel.

Op de tweede foto maakt het schip zijn laatste reis, via Liverpool naar Farlane, Schotland, waar het in 19 juni 1953 (Kuifje wandelt dan op de maan) arriveert. In een destructiedok valt de Thysville/Empire Test in slopershanden van Metal Industries Ltd, een bedrijf dat - o ironie! - werd opgericht in het jaar dat de Thysville zijn maidentrip maakte: 1922.

woensdag 7 oktober 2015

Naar de Congo!


Kavel 5 op de Hergé/Kuifje-veiling van Catawiki:


Bantoetaalgidsje uit 1926 - met een omslagtekening van Hergé – dat me zomaar deed terugverlangen naar een avondje Congolese avonturen met onze koloniale held.

Het vertrek van de jonge reporter naar de Congo is vastgelegd in de Petit Vingtième van donderdag 5 juni 1930. En hoewel het omslag misschien anders doet vermoeden…


…scheept Kuifje zich, zoals bekend, toch echt in op een heel andere stoomboot, de Thysville.

Dit schip van de Compagnie Belge Maritime du Congo vertrok al op dinsdag 3 juni, zo kunnen we opmaken uit een bericht op de voorpagina (donderdagochtend 5 juni) van het Vlaamse dagblad De Volksstem. Daarin lezen we ook dat er méér reporters aan boord waren:


Het Portugese journaille ging vier dagen later weer van boord, blijkens deze scheepsberichten uit Le Figaro:


Aankomst in Congo, in de kleine havenplaats Banana: 19 juni. De Thysville vaart daarna over de Kongo* het Kongobekken in tot Boma, waarna het nog een kleine drie uurtjes varen is tot de laatste stop, Matadi.


‘Matadi! Iedereen van boord!’

Iedereen?

Alleen Kuifje en Bobbie vertonen zich aan de reling. Duidelijk is dat Hergé zich er met een jantje-van-leiden vanaf heeft gemaakt en zijn held aldus een privé-overtocht gunt. Van de 135 passagiers waarvan De Volksstem nog rept, is op de veertien pagina’s die de reis in beslag neemt, niemand zichtbaar.


*) De gele rivier waarboven het volgens scheepsarts J.J. Slauerhoff bitter mijmeren is...

maandag 5 oktober 2015

Het heele leven is toch verloren


Bon, 5 oktober. Sterfdag van Jan Jacob Slauerhoff, dichter, schrijver en scheepsarts die steevast als eerste ziek werd. Auteur van o.a. misantropische kwatrijnen onder de titel: ‘Het heele leven is toch verloren’.

Bij het Nationaal Archief bewaren ze dit curieuze prentje van hem:


Let vooral op het gekunstelde ‘…toen hij…’.

Zo weten we er nog wel eentje!


De Tekenaar mocht, zoals op te maken uit de daaropvolgende snibbige correspondentie, uiteindelijk zijn montuur toch inruilen voor een wat minder blits model.

dinsdag 29 september 2015

Ontstripping


De post bracht twee nieuwe ontstrippingen in wat we inmiddels een klassieke reeks van uitgeverij De Arbeiderspers kunnen noemen.

Meest geslaagde titel is zonder meer die van de mij onbekende, Waalse auteur Will Caulaert:


Caulaert is zeer behendig in het beschrijven van de actie, maar met zijn indringende weergave van de gedachtenspinsels van de hoofdpersonen (waaronder die van de gorilla Ranko!) maakt hij van zijn boek toch vooral een filosofisch bouwwerk. Vijf sterren!

Het konijn dat de Franse bestsellerauteur Ennio Lefort uit zijn hoge hoed tovert, liet zich daarentegen slecht smaken:


Lefort ontstripte al eerder een Nederlands beeldverhaal (Storm, De laatste vechter) wat tot fraai, labyrintisch proza leidde. Maar met de aanpak van Dick Matena’s meesterstuk slaat hij de plank mis. De Avonden geldt niet voor niets als een van de absolute hoogtepunten van de Negende Kunst: tekst en beeld zijn hier ten diepste complementair. Zonder de plaatjes rest slechts de kletsmeierij en loopt het fenomeen van de ontstripping tegen zijn natuurlijke grenzen op.

Enfin, inmiddels is het wachten op de vertaling van Umberto Eco’s Il mistero degli Incas, waarin de Italiaanse semioticus, volgens de eerste lyrische kritieken, de werkelijkheid van vierkante eieren doorgrondt met de ene na de andere rake analogie.

maandag 28 september 2015

Jaarlijkse gruwelshow



Wat hebben we hier? Uitnodiging voor de jaarlijkse gruwelshow die men ‘Gala van de Nederlandse Film’ noemt. Let op de dresscode: het zijn de genodigden in avondtoilet die de traditionele wanvertoning nog enig cachet moeten geven.

‘Dus je gaat mee?’ vroeg S. brutaal, nadat ik had toegegeven dat de voorbije dagen in Utrecht me alleszins waren meegevallen.
‘Als ik je daarmee gelukkig maak,’ zei ik mismoedig.
Met een schijntje flinkheid in het lijf meld ik me vrijdag in plusfour en blauw truitje, speculerend op een zekere terugwijzing* bij de poort.


*) Maar hoe zeker is die zekerheid als we weten dat onze held Kuifje met het negeren van de dresscode schijnbaar probleemloos toegang krijgt tot de chique opera van Szohôd?


Bemerk de afkerige blik van de vrouw links die zich zo mooi heeft opgedirkt. Ze is gedwongen de vier bedrijven van Gounods Faust uit te zitten naast twee swiebertjes die luttele tijd eerder met hun kloffie nog in het Meer van Genève dreven.

dinsdag 22 september 2015

Stukgelezen



‘Dus je gaat dit jaar helemáál niet mee?’ vroeg S., die haar teleurstelling stuurs verbeet. Ik hoorde mezelf beweren dat het Nederlands Film Festival inmiddels een stukgelezen boek voor me was en dat een week in een Utrechts hotel me serieus tegenstond. Een enormiteit waar mijn metgezel schielijk bovenop dook: ‘Boeken die je stukleest, zijn anders wél de boeken waarvan je het meeste houdt.’

Ik wilde een hautain hoofdknikje naar mijn nieuwstatige verzameling maken, maar beducht voor een discussie over de idioterie daarvan, bond ik in.
‘Drie dagen,’ zei ik. ‘Zeker niet langer.’
‘Plus het weekend,’ besloot S. zonder mededogen.
En ik maakte mezelf wijs dat alleen de moedigste mannen een sterke vrouw begrijpen zonder te denken dat haar kracht hun zwakheid is.


Maandag verder (geen dag later).

vrijdag 18 september 2015

woensdag 16 september 2015

Het achterste van de achterkant


Om het schrikaanjagende beeld van De Zwarte Kat te verjagen, stapte ik in een te heet bad met De Zwarte Zwaan. Ongemene apekool uit ’58 van Willebrord Jan Frans Maria Vandersteen die in dit album de journalisten Lambiek en Jerom hun primeurs laat halen uit een kristallen bol van een (vanzelfsprekend) warmbloedige zigeunerin.

De stereotypering van het zigeunervolk is hier even naïef als de kinderlijke verbeelding van de werking van de media. En toch, als in het magisch kristal ’s werelds eerste foto van de achterkant van de maan kan worden geschoten, werkt het opgeklopte vervolg – zelfs in deze vernederlandste versie* - op mijn lachspieren:


Wat is het zwart tussen het einde van de voorkant en het achterste van de achterkant hier anders dan het welgemoede broertje van het Niets uit Malevitsj’ Zwarte Vierkant?**


*) De A la recherche-lezer die me een scan kan sturen uit het originele Vlaamse album ben ik bijzonder dankbaar.
**) Bewering die, vertaald in het Frans, nog aan kracht wint.

maandag 14 september 2015

Bloederig discours


Mailtje van Scudder die deze zomer óók het Guggenheim in Bilbao bezocht en, schrijft hij, voor deze wand iets langer bleef drentelen:


Trotse dragers van de Kudan, de op één na hoogste graad in de Tintinologie, leggen bij deze werkjes van Jean-Michel Basquiat (uit 1981) vanzelfsprekend meteen de link met deze oude ansichtkaart:


De vroegst bekende tekening van Hergé.

Dragers van de Jūdan (de hoogst haalbare graad) zeggen dan nog luid en achteloos: ‘Ah! Le passage d’un train devant une automobile à l’arrêt, sous les yeux d’un garde-barrière, uit 1911!’ Maar niet té luid, want ze weten dat die stellige datering in eigen kring aanleiding kan geven tot een bloederig discours.

vrijdag 11 september 2015

Zwarte kat, naakte keizer


Wat hebben we hier:


Slotkavel op de ‘Exclusieve stripveiling’ van Catawiki. Maar wat is het, behalve ‘gigantisch’?

Het is ‘een vol driedimensionaal beeld die volledig in de stijl ligt van de oeroude Suske en Wiske-tekeningen’. Een kopie in polyerethaan en Italiaanse polyesters van déze tekening, om precies te zijn:


Dat lijkt niet helemaal goed gegaan. De nuchtere kijker zal opmerken dat de kat een hond is geworden en dat Lambiek is beroofd van zijn expressie (van élke expressie). Op de site van Catawiki staat een fotoreeks die het lange productieproces van levendig kleimodel tot het ontzielde eindresultaat stap voor stap documenteert.

Enfin, erkennen dat je een half jaar van je leven hebt besteed aan een monstrum, is natuurlijk zuur. En toch... Er wandelen vele naakte keizers door de wereld van het beeldverhaal, maar deze maakt het wel heel bont, zie de overspannen tekst in de kavelomschrijving:

…door de familie Vandersteen omschreven als de ‘Lamborghini van de stripbeelden’*…

…is volgens experten en critici een mijlpaal in de kruising tussen Pop Art en de 9e Kunst…

Dat er inmiddels € 27.000 is geboden (de veiling loopt morgen af), bevestigt de gedachte dat er ook volop onnozelaars rondlopen die niet van polyurethaan zijn.

*) De goede verstaander snapt dat de discrete familie hier de Lamborghini LM002 bedoelt...

woensdag 9 september 2015

...en raakt alles aan



“Malevitsj had de gewoonte om in de grootst denkbare woorden over zijn zwarte vierkant te spreken. Hij noemde het vierkant 'het gelaat van God'. In zijn boek De niet-objectieve wereld (1927) blikte hij op het vierkant terug:

In 1913 probeerde ik wanhopig om de kunst te bevrijden van het dode gewicht van de werkelijkheid. Ik wendde mij tot de vorm van het vierkant. En dat moest zwart zijn.

Er bestaat in de Nederlandse literatuur een roman waarvan de eerste druk, uit 1979, even zwart en leeg is als Malevitsj' Zwarte vierkant: Het verzonkene, de korte roman van Jeroen Brouwers. De cover is pikzwart, met een donkergrijze letter in het midden. De achterflap: niets dan zwart. Geen tekst, geen toelichting, geen auteursfoto. De beide binnenflappen: idem. Alleen maar zwart.

Op de eerste bladzijde van een van zijn andere romans, Bezonken rood (1981), schreef Brouwers: Niets bestaat dat niet iets anders aanraakt. Denkend aan Malevitsj kun je op deze zin een variatie maken, een eenregelige ode aan het Zwarte vierkant: het Niets bestaat en raakt alles aan.”

JZ, 12 mei 2015

maandag 7 september 2015

Varkensvlees? Rundvlees!


Bon, we hebben enig geduld moeten betrachten, maar vandaag heeft de Belgian Pork Group dan toch haar strategie wereldkundig gemaakt. Monter meldt ceo Jos Claeys dat Belgisch varkensvlees dezelfde bekendheid moet krijgen als wafels, Kuifje en chocolade.

Alsof we bij onze gekuifde vriend niet veeleer aan rundvlees denken!


De wonderlijke vleesmachine van de firma Slift & Co, uit AMÉRIQUE.

Let op het (later verdwenen) slachtmechaniek met de hamer: de jonge Hergé tekent te veel bewegingsstreepjes om aannemelijk te maken dat de spijker nog tijdig de schedel van het rund zal doorboren. We moeten vrezen dat het beklagenswaardige beest levend tussen de raderen wordt vermorzeld. Dat hij daarna prompt de machine weer uitrolt als worst en corned beef is praktisch geen industriële revolutie, maar goochelkunst.

woensdag 2 september 2015

Toen vrouwen nog staarten hadden



Links de fictionele Frank Wolff, rechts de echte Frank Wolff: charismatisch acteur uit Italiaanse cultklassiekers met zulke verrukkelijke titels als La morte cammina con i tacchi alti (‘De dood loopt op hoge hakken’) en Quando le donne avevano la coda (‘Toen vrouwen nog staarten hadden’).

Het onwaarschijnlijke duo vindt elkaar in een zelfgekozen einde. De linker Wolff stapte op 11 november 1953 uit de maanraket, de rechter Wolff sneed op 12 december 1971 met een scheermes zijn keel door op een hotelbed in Rome. De demonen deelde hij met Hergé.

En terwijl een patholoog-anatoom de gekwelde schedel van Frank Wolff lichtte, voerde de tekenaar de duiven op het San Marcoplein:



maandag 31 augustus 2015

Een wonder!



Om de zinnen te verzetten, bezochten we B. in zijn buitenhuisje bij Lourdes. Veel tuin, weinig woning. Het kwik in de thermometer op de dode amandelboom schurkte mishaaglijk tegen de 37 graden aan – de Grote Genadebron vond het geheid te warm voor zelfs maar het kleinste wonder.

Beknopte resumptie van stad en streek: op 11 november 1953 sprokkelde de 14-jarige Bernadette Soubirous hout nabij de grot van Massabiele. Het meisje keek op toen ze ‘een geruis als van de wind’ hoorde, terwijl ze bomen noch struiken zag bewegen. Wat ze wél zag: een lichaam dat uit de hemel viel, armen gespreid als een gekruisigde. Een doffe bons achter de bomen! Bernadette trok haar kousen uit, stak het koude water van de Pau over en trof in een hooiberg een verwarde man. Hij stierf in haar armen, maar niet voor hij zijn laatste woorden in haar oor had gefluisterd: ‘Quant à moi, un miracle m'a sauvé’.

Zoals we thans kunnen lezen op de plaquette onder het immense standbeeld aan de Rue de la Grotte: de man uit de hemel was ingenieur Frank Wolff. De bisschop van Tarbes erkende het wonder in maart 1954 en Lourdes werd een officiële bedevaartsplaats. Striptekenaars uit de hele wereld trekken er jaarlijks in georganiseerd verband naartoe. Hergé liet er zijn witte demonen achter in de Sint-Jozefkapel, de gedeeltelijk verlamde Piet Wijn ontving in de Tent van de Aanbidding een Goddelijke linkerhanddruk en Mars Gremmen nam boven de Grote Kruisweg de uitgestorven struikwinterkoning waar (hoewel dit laatste wonder nog in behandeling is bij een diocesane rechtbank).

Enfin, toen de temperatuur weer daalde en de wijnvoorraad opdroogde, reisden we verder naar Bilbao, voor een expo in het Guggenheim. Jean-Michel Basquiat: kunstenaar die niet in een hooiberg viel, maar in een berg coke. Verloor eerst zijn neusschot en daarna zijn leven. Probeer maar eens ‘Wat mij betreft, alleen een wonder kan me redden’ te zeggen, terwijl je stikt in je eigen braaksel.

woensdag 24 juni 2015

Gene zijde


Handen op elkaar voor Yvan Delporte die vandaag zijn 87ste verjaardag viert. Een mooie leeftijd: de onlangs gesneefde James Salter schreef toen nog een van zijn succesvolste romans. Maar van Delporte mogen we fuif noch scheppende kracht verwachten.
Dood.
Al jaren.
En hier in de striphemel betrapt met Hergé en Franquin:


A la Recherche-lezers van het eerste uur weten dat een uitsnede van dit onaardse beeld jarenlang mijn werkkamer sierde. Tot ik werkelijk ging geloven dat de foto een doorkijkje bood naar gene zijde.

Weg ermee.

Want als de doden beginnen te leven, gaan de levenden stilletjes dood.

maandag 22 juni 2015

Gruwelkabinet


Boodschap uit het gruwelkabinet dat Rik Ringers heet. A la Recherche-lezer R. inventariseerde al eens de brute gewelddadigheden uit de klassieke reeks van de twee goede vrienden Duchateau en Tibet (die hun talenten verenigden…*) en mailde me een Excel-sheet die een sterke maag behoeft. Veelbetekenende uitsmijter over de herstart van de serie:

‘En dan durven beweren dat het allemaal harder en rauwer moet!’

Punt gemaakt: er werd in deze avonturen al ongemeen smerig gesneuveld en onze held was er bovendien niet vies van om zélf bij te dragen aan de grimmige schakeringen van dodelijk geweld. Overspannen dieptepunt, volgens R.: het album DODENLIJST waaruit hij een paar scans meestuurde.

Hier zien we, middels een granaat, de criticus en essayist Olivier Triant het loodje leggen:


Hoe langer ik ernaar keek, hoe meer ik getroffen werd door de vreemde onbalans. Links is toch echt de actie, maar rechts is de dynamiek: het slachtoffer hangt vastgenageld in de lucht, de toeschouwers keren zich van het geweld af of buigen er juist naartoe en spreken, realtime, hun afschuw uit. Ze lijken niet de gebeurtenis te becommentariëren, maar (Mijn God! Afschuwelijk!) de wijze waarop hun tekenaar een dodelijke explosie verbeeldt.

‘Gaande de reeks zie je een steeds groter gerief in het tekenen van lijken,’ schrijft R.

Daarop moest ik denken aan een destijds zeer onbevredigende cliffhanger die de leesmap me, begin jaren zeventig, bood:


Rik Ringers’ onderzoek in het verleden, in Kuifje-weekblad. Een hele week wachtte ik op de horror van het beloofde schouwspel, maar de gruwel bleef ongezien en werd slechts benoemd door een aangeslagen Baardemakers:


Let op het detail van de kledingresten. Evengoed haalt niet Show, don’t tell, maar Tell, don’t show de rem van het eigen voorstellingsvermogen.


*) …en met de sympathieke held Rik Ringers de jonge lezers van het JEUGDBLAD KUIFJE spannende avonturen laten beleven, zoals de klassieke flaptekst decennialang beloofde.

donderdag 18 juni 2015

De genade van een glaucoom


Mailtje van D. met een link naar de aankondiging van een nieuw album van die andere reporter, Rik Ringers, waarmee onze held (vijf jaar na de dood van tekenaar Tibet) een nieuwe en gedurfdere weg inslaat.

Ik lees ‘nieuw’ en ‘gedurfd’ en denk dus meteen: ‘gewelddadig’ en ‘introspectief’. De bijgevoegde pagina stelt niet (en dus eigenlijk: juist wel) teleur:


Het becommentariëren van de oude constellatie en de aanhorige clichés heette ooit postmodern, maar heeft inmiddels een baard die nodig getrimd moet worden. Jacques Martin deed het veertig jaar geleden al, met (in het album Giftige sneeuw) een venijnig commentaar van Axel Borg op de kreukelvrije Lefranc:

“Da’s waar ook! Je drinkt geen alcohol, je rookt niet, je liegt en je speelt niet en bedriegen kun je ook al niet. Een kerel uit één stuk! De volmaaktheid zelf! Het moet toch eigenlijk wel verschrikkelijk zijn om helemaal geen kwade eigenschappen te hebben.”

Is het dát wat ons te wachten staat, bij de feestelijke presentatie in 2052 van het eerste nieuwe (volledige) Kuifje-album sinds PICAROS? Een scenarist die opgetogen verklaart dat hij de kloten heeft gehad om uit een heel ander vaatje te tappen? Dat de nieuwe Kuifje harder is, rauwer zelfs. Dat hij verschijnt in zijn onderbroek, dat de aanslagen rondom hem gruwelijker zijn dan ooit en dat zelfs Bobbie wordt afgeknald?* Als 90-plusser mag ik dan hopen op de genade van een glaucoom.


*) Variatie op de opgetogen verwelkoming van Geert De Weyer van de nieuwe Rik Ringers.

vrijdag 12 juni 2015

Maar lees dan toch!


I.


II.
‘Kijk, over het contract kun je oneindig kletsen,’ mailt Scudder me, ‘maar uiteindelijk gaat het toch puur om wat er staat. En ook al willen beide contractpartners dat het anders wordt uitgelegd, dan nog zullen ze het eerst moeten aanpassen voordat ook een rechter er iets anders in zal lezen.’

III.
A la recherche-lezer Scudder wijst ook op de nieuwsbrief* van het Hergé Genootschap waarin voorzitter Jan Aarnout Boer fijntjes uitlegt dat het opduikelen van het contract een prettige bijkomstigheid was:

Boer: ‘Bij de bewijsvoering rondom de rechten van Casterman versus Moulinsart zijn we niet over één nacht ijs gegaan. In de eerste plaats hebben we de albums van Casterman als uitgangspunt genomen. Makkelijk, in alle albums staat duidelijk © Casterman en niet © Hergé.’

‘Daarnaast hebben we ingezoomd op publicaties van Moulinsart en bekeken hoe vaak men in boeken van Moulinsart afbeeldingen gebruikt uit de ALBUMS. Evenzo is gekeken in boeken van Casterman (niet de albums, maar werk OVER Hergé) of en wanneer er een © Casterman, dan wel © Hergé, dan wel © Moulinsart wordt gebruikt. Interessant hierbij zijn de publicaties uit de laatste jaren, zoals de coproducties van Casterman en Moulinsart, bijvoorbeeld La Malédiction de Rascar Capac. Het komt erop neer dat Casterman het copyright blijft behouden over de albums én de plaatjes uit die albums en Moulinsart heeft de rechten op afbeeldingen die hiervan zijn afgeleid.’

‘Een voorbeeld om dit te verduidelijken: als er een koekblik van Kuifje wordt gemaakt, neemt Moulinsart een plaatje uit een album als uitgangspunt. Dat plaatje wordt bewerkt, min of meer ‘losgeweekt’ uit het album en in een nieuw kader geplaatst. Op die manier krijgt Moulinsart zelfstandig het recht op een tekening van Hergé, zonder aan het recht van Casterman te komen.’

IV.
En weten we inmiddels méér over de Nederlandstalige gezamenlijke persverklaring van Moulinsart en Casterman? Objectief gezien is het een vod uit de vertaalmachine. Hoe zit dat? vroeg ik aan persattachée Vivian Vandeninden. Wie bent u? mailde ze terug. En daarna bleef het angstwekkend stil.

Enfin, eind deze maand staan het Hergé Genootschap én Moulinsart nog eens tegenover elkaar: dan dient een Hoger Beroep in het Kort Geding* waarin opnieuw het argument van de eigendomsrechten prominent aanwezig is. En net als bij het door Moulinsart verloren Hoger Beroep in de bodemprocedure wordt deze zaak behandeld door het Gerechtshof in Den Haag. Curieus nieuwtje: de advocaat van Moulinsart blijkt daar het schutterige persbericht te hebben ingebracht. Tikkeltje gewaagd of is het domweg onnozele arrogantie? De Molenslotenaren zeggen, met andere woorden, tegen het Hof in zaak 2 dat men het niet eens is (Laconiek! Totale verwarring!) met de uitspraak in zaak 1 van datzelfde hof…


*) Voor wie de weg is kwijtgeraakt: ik heb op deze plek de nieuwsbrief van het Genootschap toegevoegd waarin de hele kwestie op voortreffelijke en zeer verhelderende wijze wordt samengevat.

donderdag 11 juni 2015

Totale verwarring!


Bon. Liefhebbers van haarkloverij zullen hun vingers er wel bij aflikken, maar niettemin stapte ik, na het gezamenlijke communiqué van Moulinsart en Casterman, beteuterd tussen de lakens.
Was dit nou alles? Was dit de publieke verklaring waar bijna twee weken op moest gewacht?

Wél een felle verwerping van het oordeel van het Haagse hof: (‘Laconiek! Absolute verwarring!):

De manière laconique, la Cour semble avoir fait une totale confusion entre les droits sur Tintin détenus respectivement par MOULINSART SA et les EDITIONS CASTERMAN.

Maar na al die flinkheid lijkt toch vooral het verweer verward:

En vertu des relations contractuelles entre les parties, HERGE a concédé aux EDITIONS CASTERMAN les droits d’édition en toutes langues et pour le monde entier des albums papier « Les Aventures de Tintin ». Tous les autres droits sont restés propriété d’Hergé y compris les vignettes et autres dessins des albums exploités séparément.

En dus :

En conséquence, seules les ÉDITIONS CASTERMAN détiennent les droits de publier les Aventures de Tintin en albums papier, seule MOULINSART SA peut exploiter ou autoriser la reproduction des dessins et vignettes représentant Tintin et tous les personnages issus de l’univers d’Hergé.

Samengevat: Casterman heeft de mondiale publicatierechten van de papieren Kuifje-albums, alle andere rechten zijn eigendom gebleven van Hergé, inclusief les vignettes et autres dessins des albums exploités séparément.

Dat laatste lezen we in de Vlaamse media* terug als: “met inbegrip van de beeldmerken en andere tekeningen van de albums die afzonderlijk beheerd worden.”

‘Vignettes’ verwijst naar de plaatjes in de albums. Het verweer van Moulinsart bestaat er dus uit dat de publicatierechten voor dit:


…bij Casterman liggen, maar dat alle andere publicatierechten voor dit:


…bij Moulinsart liggen.

Succes ermee, in de rechtbank...



Edit: ik vermoedde een slordige vertaling van een persbureau, maar het blijkt een slordige vertaling van Moulinsart/Casterman zélf te zijn (dank aan David Steenhuyse voor deze informatie).

maandag 8 juni 2015

Brandend speeksel



Tintin au pays des Soviets, édition originale noir & blanc "Petit Vingtième" de 1930 (3e mille). Album non restauré (signé Tintin et Milou par un INCONNU). Etat moyen. Estimation : 1500/2000 €.


Kavel 273 op de Banque Dessinnée-veiling van 28 juni: de stoffelijke resten van een SOVIETS uit de troisième mille, gesigneerd door een onbekende.

Er gaat ook serieuzer materiaal onder de hamer, waaronder dit origineel van een Petit Vingtième-omslag uit december 1938*. Leest vooral de overspannen catalogustekst van Philippe Goddin die de ventielen van zijn loftrompet én zijn speekselklieren bijkans in de fik zet om de prijs naar boven de vier ton te toeteren.


*) De complete jaargang in superbe staat is overigens een van de kavels die over een dik uur worden afgetikt op de TINTINOMANIA-veiling (met veel leuk klein grut) van Tessier & Sarrou.

zaterdag 6 juni 2015

Hergé/Moulinsart? Casterman/Hergé!


Contract tussen Hergé en Casterman, 9 april 1942:



Punt 18 uit het arrest van het Gerechtshof Den Haag, 26 mei 2015, zaaknummer 200.149.932/01:

(…) uit een overeenkomst uit 1942 blijkt dat Hergé de publicatierechten op de albums van Kuifje had overgedragen aan uitgever Casterman zodat Moulinsart niet degene is die kan beslissen wie materiaal uit de albums openbaar mag maken en dus niet (machtiging ter zake) de in deze zaak relevante auteursrechten heeft (…)

Zie ook: De rechten op de Kuifje-albums en -plaatjes liggen niet bij de erven-Hergé.

En lees vooral deze voortreffelijke, zeer verhelderende samenvatting van dit juridische akkefietje:









Met dank aan Scudder:
(Hoe meer we doen, hoe meer we kunnen doen; hoe meer we bezig zijn, hoe meer tijd we hebben. Dixit William Hazlitt.)

donderdag 4 juni 2015

Een duistere geschiedenis


Fragment van het omslag dat de Franse lezertjes van het Weekblad eind april 1965 voor de kiezen kregen:


Aankondiging van de volledig herziene versie van ILE NOIRE - de Belgische lezers moesten er nog tot 1 juni 1965 op wachten. En inderdaad, dat is deze week precies een halve eeuw geleden.

Nu valt er veel te vieren in het universum van Hergé, maar in dit geval laten we de champagne - een tikkeltje gegeneerd - onaangeroerd. Want zijn, mét de stoomloc, in de geactualiseerde plaatjes van Bob de Moor niet alle souplesse en dynamiek geslachtofferd? Oud zeer, vier jaar geleden alweer bondig verbeeld en verwoord in de VPRO-reeks Beeldverhaal van Jean-Marc van Tol, hier op bezoek bij Ernst Pommerel:


Let overigens op de gorilla Ranko die rechtsonder op het Weekblad-omslag spreekt van ‘Une sombre histoire’, een duistere geschiedenis. En wat leerden de Nederlandstalige lezers van Kuifje vijftig jaar geleden over de herziene versie van De Zwarte Rotsen?


Daar lijkt mij geen woord aan gelogen.


dinsdag 2 juni 2015

Een reikhalzen naar het haveloze


Naar de slotdag van de Amsterdam Art Fair, in de oude Citroën-garage aan het Stadionplein. De kunst liet me niet onberoerd, maar het was de locatie die me uit het lood sloeg. Opnieuw een stadsicoon dat werd herontwikkeld met multifunctionele kantoor-, winkel- en horecabestemmingen. En in afwachting daarvan: de temporaliteit van de culturele hotspot.

F. schonk me in zijn kwaliteitsstand een perfecte espresso en deed nogal opgewonden over het geurenpalet dat oprees uit de bevuilde werkvloer. Ik rook vooral een verlangen naar de jaren zeventig toen ik als jochie door een rafelige stad zwierf. De opium was er ingeruild voor heroïne, het Vondelpark werd een no-go-area, bevolkt door verslaafde Vietnamveteranen. De stad bleek opwindend vuig en vunzig. Veertig jaar later is het verloop uit de contouren verdwenen, het stedelijk beeld met vlakke kleuren ingevuld en staan die klare lijnen in dienst van een opgeruimd en stomvervelend verhaal.

Plaatje!


Les ravages du temps: Hergé, eind jaren zeventig.

Nous sommes étonnés de ce qui nous arrive
On ne peut croire encore…