dinsdag 31 januari 2017

Wie sluiten we uit?


Om het defaitisme de kop in te drukken, stapte ik dit weekend in de trein naar Brussel. Een bezoek aan de Brafa-kunstbeurs leek me een beproefd antidotum tegen de overdosis realiteit van de voorbije dagen. Maar evengoed las ik onderweg een interview over het zeer actuele ‘vetting’: wie mag erin, wie sluiten we uit?

Bernard Blondeel, voorzitter van het toelatingscomité van de Brafa:

‘Een doorlichting (of ‘vetting’) moet de kwaliteit van de aangeboden werken en dus van de beurs zelf hoog houden. Voorbeelden van werken die we zouden weigeren: een schilderij dat te veel gerestaureerd is, een beschadigd object, een object dat in een periode na de oorspronkelijke creatie werd hersteld, een anoniem werk of een werk met weinig decoratieve waarde, een foute toeschrijving of een niet-authentieke handtekening, een lithografie waarvan de oplage niet gekend is.’

Later, in de mikmakstand van de Belgian Fine Comic Strip Gallery (naast de branduitgang) vroeg ik me nochtans af in hoeverre Blondeel zich gehouden had aan zijn eigen richtlijnen:


Beeltenis van een beschadigd object: de stuurse bakkersdochter Germaine Kieckens is zó braaf en onhandig neergezet dat de decoratieve waarde op de ernstige beursvloer de facto nul is.

Overigens was het een interessante beurseditie en bleef ik vooral voor dit doek lang drentelen…:


… en niet alleen omdat de maker enige tijd een favoriet was van Hergé.

‘Obsession’ (1919) van Frits Van Den Berghe, die hier zijn vrienden Gust en Gusta De Smet portretteert in een moment van groot verdriet en stress. Een paar maanden eerder hebben zij hun 20-jarige zoon verloren bij de grote treinramp in Weesp:


Veel in dit werk van de Vlaamse meester is evident: het witte tafellaken als doodskleed, de zwarte stoel helemaal rechts die leeg zal blijven. Maar wat me werkelijk raakte, is de afstand die Van Den Berghe schildert tussen de bozige vader op de voorgrond en de kwetsbare moeder op de achtergrond. Als die afstand blijft, mislukt de rouw omdat je elkaar erin kwijtraakt en zijn de lege handen ten slotte onverduurbaar.
Ik dacht aan S. en - zoveel jaar geleden inmiddels - aan haar verlossende handreiking en moest heel even vechten tegen de tranen.

woensdag 25 januari 2017

Etnische uitglijders


Een uitgeweken vakkennis van S. sleepte ons mee naar een voorvertoning van I Am Not Your Negro. Onthoud die titel - de documentaire (over de plek van Afro-Amerikanen in de samenleving) is zó goed gemaakt en zó aangrijpend dat ik bijwijlen naar lucht moest happen.

In de openingssequentie stuiteren oude en nieuwe raciale clichés over elkaar heen en is het onmogelijk om ook niet heel even aan het vroege werk van Hergé te denken:


Kleurplaat voor Pacha-chicorei die deze week wordt aangeboden op de Brafa-kunstbeurs.

A COLORIER – TE KLEUREN, dat is beslist geen uitnodiging die we aantreffen op het origineel van SOVIETS! Maar let vooral op de stereotype kwibus die het koffiesurrogaat presenteert (en over zijn hoofd morst). De Tekenaar heeft hem, om etnische uitglijders te voorkomen, alvast gitzwart ingekleurd.

De plaat dateert overigens uit 1935, een jaar waarin ze bij Pacha de Vlaamse kranten wekelijks voorzagen van nogal buitenissige reclameteksten op rijm:


Zonder een échte koffie achter de kiezen laat de portee hiervan zich amper doorgronden...

maandag 23 januari 2017

Gebelgd door het Rodwell-filter



‘Dat doen ze toch wel goed,’ zei S. - met een afgunst die géén vakantie vierde. We verbleven in het hotel waar John Belushi zich 35 jaar geleden met een speedball (een intraveneuze cocktail van cocaïne en heroïne) om zeep hielp en staarden verwonderd naar de beelden van een propere snaak in Kuifje-tenue. Als een onbetekenend independent televisiestation in LA nieuwswaarde toedicht (lees: twintig seconden zendtijd verspilt) aan de inkleuring van een antiek Europees stripalbum is er euh… niets aan te merken op je talent voor geslepen promotie!

‘Jawel,’ gromde ik. ‘Dát doen ze toch wel goed. En dat is ook precies het enige.’ Verder deed ik er maar het zwijgen toe. Het gaf geen pas te klagen over het opportunistische kleurenpalet van SOVIETS in een stad die de color grading heeft omarmd. Gooien ze in Hollywood niet overal een kleurfiltertje over om de kijker in de juiste stemming te brengen?

Gebelgd door het Rodwell-filter slofte ik met S. naar de bar voor een late night supper. De kaart vermeldde zowel een perverse frietvariant (‘met truffel en parmezaan’) als een kale portie Brussels sprouts.
Ik snoof.
Negenduizend kilometer van huis en ik moest, verduveld, aan de gordijnstof van Hergé denken... I guess happiness is not a state you want to be in all the time*.


*) Dixit John Belushi.

woensdag 21 december 2016

Doorzien & afgedaan



Waarde lezer, ’t is gedaan. Gegroet en vaarwel 2016 - annus mirabilis, vooruit, laten we het daar ruimhartig op houden. En, vrij naar Haddock: Nooit was ik aldus in de diepste weemoed gedompeld!

Ik knijp er even tussenuit alvorens de tiende jaargang binnen te rollen (verder in de tweede helft van januari).

Voor spoedgevallen en hechtpleisters kunt u als vanouds contact opnemen met de Kuifje-kliniek in de waterburcht van ridder Fanny (toestel 421). Maar ik wens u toch vooral een jaarwisseling in goede gezondheid!

maandag 19 december 2016

Te zware lading


Met S. naar Utrecht om ons te vergapen aan Broadway 14th day, 18 minutes after dusk van Craigie Horsfield – fotografisch beeld van de resten van de Twin Towers, verwerkt in een wandtapijt van bijna negen meter breed:


Vier jaar geleden zagen we dit Ground Zero-kunstwerk voor het eerst in het harde licht van de Kunsthalle in Basel. Op de Horsfield-expositie in het Centraal Museum hangt de tapisserie in gedempt licht en klinkt een sombere soundscape. Dubbel effectbejag met een karig rendement: de waarachtige beroering van de eerste kennismaking blijft uit.

Het sluitstuk van de expositie in Utrecht is me nu liever:


Een dik geweven diptiek van twee neushoorns in gevangenschap. De maker verlangt dat we wegdromen in hun berustende blikken, maar hoe kon ik niet óók aan een van de fraaiste platen uit CONGO denken?


Het is 7 mei 1931 en Kuifje blaast met een veel te zware lading dynamiet een neushoorn op. Let vooral op de natuurlijke souplesse in het tweede plaatje – zowel van de Tekenaar als van de aan de tak bungelende held.

Te zware ladingen zijn overigens beslist niet incidenteel in de wereld van Hergé:


Voormalig kolonel Diaz brengt een heel vat tot ontploffing (in OREILLE) waar een lading van ongeveer 1/10 al ruim voldoende is*.

En omdat de grens tussen fictie en werkelijkheid diffuus is, verplaatsen we ons nog even naar het ground zero van een strand in Florence (Oregon, VS). Daar vindt in 1970 het beruchte Exploding Whale-incident plaats: men tracht er een dode potvis op te ruimen door er twintig dozen dynamiet in te proppen. Een militaire veteraan oppert voorzichtig dat twintig staven meer dan genoeg zijn, maar naar deze passant wordt vanzelfsprekend niet geluisterd. De gevolgen zijn euh… vettig en blubberig:


KLIK! voor het liveverslag.


*) Lezen we in wat we inmiddels definitief de leukste Hergé-uitgave van dit jaar mogen noemen: ‘Duizend bommen, geweren en granaten - Een overzicht van wapens, artillerie, munitie en vormen van geweld in de albums van Hergé’ van Jan Aarnout Boer en Hans Bijman.

donderdag 15 december 2016

Onderwijl in het ravijn


Alcazar-momentje op het Leidseplein waar ik een oud War Child-collega tegen het lijf loop – teruggekeerd uit Hangzhou omdat de Chinezen weigerden zijn werkvisum te verlengen. ‘Feitelijk ben ik het land uitgezet,’ vertelt hij met bedremmelde grijns. Mij lijkt dat er eentje voor de bucket list.

Ik ben nooit een land uitgezet. Ooit werd mij dwingend verzocht een bruiloft te verlaten, maar aan het oprakelen van zulke geschiedenissen kleven risico’s. Na de eerste verrassing wil men weten van de hoed en de rand en wordt het hoe dan ook schrijnend.

Aan de bar van de Kring meten we de levenden voor elkaar uit – het raamwerk van gemeenschappelijke vrienden en kennissen – om uit te komen bij wat Doeschka Meijsing ‘het afwerken van de dodenlijst’ noemde. Het valt me mee, er zijn geen verrassingen.

Later verkassen we naar het restaurant van de sociëteit dat sinds een verbouwing de akoestiek heeft van een ravijn. Bij de steak frites verhaalt mijn oud-collega over zijn aanwezigheid bij een intieme uitvaart waarover mij was bericht dat deze in stilte heeft plaatsgevonden. De gekrenktheid is daarna groots en infantiel en laat zich slechts met veel wijn onderdrukken.

Plaatje!


Hergé, begin jaren dertig. Veel te jong nog, want kijk eens goed in zijn ogen. Doe het niet, jochie, doe het niet!

dinsdag 13 december 2016

Schrikken van je eigen onomatopee


Onze held maakt het de Kapitein gemakkelijk, in BIJOUX:


Vijf jaar na het COKE-avontuur kunnen we constateren dat Haddock nog steeds hetzelfde, treiterende telefoontoestel heeft. Of is het beestje getemd?


Links de agressieve hoornspringer in COKE, rechts het toestel met een hoorn die niet van zijn plek lijkt te branden. Er wordt voortdurend gebeld in BIJOUX, maar de Tekenaar heeft paal en perk gesteld aan het hoornspringen door het toestel telkens in een zeer strak kader te persen. Kijk maar eens:




Ineens wordt duidelijk waarom de betreurde Peter van Straaten zo’n hekel had aan het tekenen binnen kaders!

Toch ziet de zorgvuldige lezer nog steeds een eigenzinnig telefoontoestel. In plaatje 1 doet ‘ie wat ‘ie moet doen: trillen en rinkelen. In plaatje 2 zien we hem schrikken van zijn eigen onomatopee. En plaatje 3 is beslist mijn favoriet: een roerloos toestel naast een onomatopee die schrikt van zichzelf!

Enfin, we kunnen de borst vol adem zuigen en vannacht weer tevreden in bed stappen. Het is gezien. Het is niet onopgemerkt gebleven.

maandag 12 december 2016

Een agressieve hoornspringer


Verbazen we ons op deze verfoeilijk grijze maandagochtend over deze kleurrijke plaat uit COKE:


Verschenen in het Weekblad op 12 december 1956, vandaag precies zestig jaar geleden.

Haddock lijkt ontspannen in bad te liggen, maar kijk eens goed naar de oncomfortabele leefomstandigheden waarmee hij zichzelf kwelt. Wie zet er nu recht tegenover zijn badkamer een salontafeltje met zo’n enorme telefoon?


En waarom duldt een miljonair met een bewezen kort lontje een toestel in huis dat zó heftig rinkelt dat de hoorn er een treiterig luchtsprongetje van maakt?


Man, je had allang Nestor eropuit kunnen sturen voor een klantvriendelijker model!

Overigens piekerde ik over de technische haalbaarheid van dit soort agressieve hoornspringers* toen mijn oog viel op de dossierkast waar de detectives voor staan en waarmee Hergé een kantooromgeving suggereert:


De handigheid van dit soort ladenmeubels (geïntroduceerd op de Wereldtentoonstelling van Chicago in 1893) is dat de gebruiker zich voorover kan buigen en met zijn vingers door de archiefstukken kan ‘wandelen’. Dan moet je beslist geen laden hebben die zich boven je hoofd bevinden, zoals op het bureau van Jansen en Janssen. Heus, dat slaat nergens op.


*) Ga maar na: het toestel moet blijven rinkelen als de hoorn is losgesprongen, vervolgens moet die hoorn telkens weer precies op de haak vallen én daarbij de verbinding niet verbreken. Een maanraket of een Zwaardvis ontwikkelen is, vermoed ik, een eenvoudiger opgave.

vrijdag 9 december 2016

Tegen een lijn aan tekenen



Overigens waagde hij zich ook eens aan een klassieke strip, begin jaren zeventig – naar verhaaltjes van Yvan Delporte die daarvoor heel gewiekst Edgar Poe en Arthur Conan Doyle in de blender stopte. Peter van Straaten (die gisteren overleed) was snel uitgekeken op zijn held Llewelyn Fflint:

“Ik heb er de grootste moeite mee gehad, met dat striptekenen, want ik moest in kaders werken, wat ik helemaal niet gewend was. Ik ben niet gewend tegen een lijn aan te tekenen. Het is echt een apart vak, striptekenen, en een vak dat ik absoluut niet ambieer. Het is het ergste slavenwerk dat er is.”

donderdag 8 december 2016

De afschuwelijke last van de Tijd



De post bracht de cd-uitgave van The Céroux-Mousty Sessions, een welkome remaster van het klassieke (en vrijwel onvindbare) Hergé & Hergée-album uit 1959. Ik heb hier eerder over het muzikale erfdeel van Georges Remi geschreven*, maar deze vocale sessies met zijn toenmalige echtgenote Germaine Kieckens zijn beslist van een heel ander kaliber - broeierig, intens en bij vlagen zelfs ongemeen vijandig.

In essentie ontvouwt zich hier in amper een half uur speeltijd het psychologische drama van twee zielen die voortdurend hun zang synchroniseren tot een agressief duet. Muzikaal stroomt het en stokt het, precies zoals heftige Italiaanse emoties op straat.

Al in het openingsnummer (Truth or illusion) valt op hoe subliem de zang van Kieckens is: rijk in de hoogte, fraai in de frasering en innemend in de (schaarse) zachte passages. Heel soms hoor je haar worstelen met haar coloraturen en precies dát maakt haar zo intrigerend: muzikaal zo kwetsbaar, bijna ondermaats en tegelijk zo energiek en met zo veel inzet, dat je toch geen moment van haar wil missen.

Over Remi ben ik, na deze hernieuwde kennismaking, iets minder enthousiast. Zijn arpeggio gespeelde snaarplukken op de gitaar zijn loepzuiver, maar in zijn zang laat hij steekjes vallen. Met name in het verrukkelijk valse You want to dance with me, angel tits? klinkt hij nasaal en heeft veel moeite met de hoge noten. Hierdoor kan hij niet geloofwaardig zijn woede of frustratie uiten. Het resultaat is dat hij een nogal weke indruk achterlaat.

Overigens, wie aandachtig luistert, ontdekt in het slotnummer een heuse ‘easter egg’: het is Remi die op de achtergrond in bittere ernst citeert uit een gedicht van Charles Beaudelaire: ‘Wees altijd dronken… om niet de afschuwelijke last van de Tijd te voelen… Bedrink je… Voortdurend!’


*) Korte besprekingen van onder andere de albums ‘Jewels’ en ‘Flight 714’ staan hier.

dinsdag 6 december 2016

Ongemerkt heengegaan



Oud en verbitterd – en een tikkeltje clownesk: de Kuifje die Boucq tekende voor de A SUIVRE-herdenkingsuitgave uit 1983. Klikkend van dia naar dia overziet onze held zijn leven waarna hem een akelig einde wacht.

Een lezer tipte me gisteren dat de échte Kuifje pas dertig jaar later overleed. ‘De cirkel is rond,’ schrijft Allard Krings. ‘Hergé is inderdaad de zoon van Kuifje!’

En verdomd... KLIK !

maandag 5 december 2016

Gotlib & Van Kampen


Het leven is te kort om in herhaling te vallen, maar voor Marcel Gotlib maken we vandaag een uitzondering:


Jean Solé, Gotlib en Jacques Lob in 1982. Gotlib is hier als enige in het wit – in veel niet-westerse landen een kleur die symbool staat voor transformatie en de dood. In die zin is het beslist een eerste vingerwijzing naar het onverwachte overlijden van de tekenaar, gisterochtend!

Met de hoedjeszwaaiende Solé tekende hij in de jaren zeventig, op tekst van Alain Dister, de onnavolgbare reeks ‘Pop & Rock & Colégram’ waarin we onder andere een door Slagerij van Kampen gesponsorde Patti Smith als Bianca Castafiore tegenkomen:


Maar goed, en reprise:


Alexis, Gotlib en Loup bespreken het nieuwe nummer van Fluide Glacial, april 1977. Marcel Gotlib voert in dit filmpje het hoogste woord, maar (noteerde ik hier vier jaar geleden enthousiast): ga vooral naar 03.15 minuut en kijk eens hoe schatplichtig de tekenaar is aan Gabin, Belmondo en Delon bij het opsteken van zijn rokertje. Le cool!

vrijdag 2 december 2016

Chicago, neemt U in acht !


Onze held arriveert in Chicago, 3 september 1931:


Let op het zelfgerichte elan van zijn trouwe kameraad: ‘Chicago tiens-toi bien: Milou est ici!’

In de hertekende versie ligt de nadruk op teamwork: ‘Nous voici!’, ofwel, in de eerste Nederlandse albumuitgave, ‘Hier zijn we!’:


Over de teloorgang van de expressieve Bobbie heb ik me al eerder uitgelaten, maar van het fraaie ‘Chicago, neemt U in acht!’ schieten mijn speekselklieren desalniettemin in de zesde versnelling!

Enfin, ik kom hier op door een mail van A la recherche-lezer Wouter Adriaensen, die zich beklaagt over de lelijkheid (‘Wat is er bijvoorbeeld gebeurd met Kuifjes nek?’) van dit affiche:


Tevens zet hij zijn vraagtekens bij ‘het vreemd rood treinverkeersbord’.

Wellicht dat ik ernaast zit (ik ben geen treintjesfanaat) maar dat bord lijkt me van de soort die tot de jaren dertig dienstdeed aan het spoor in België en Frankrijk, een disque rouge. Het blijkt tevens de merknaam van leuk verzamelmateriaal…


…dat welbeschouwd niet misstaat in een serieuze Hergé-collectie*.


*) Heus, er is geen eind aan Kuifje...

donderdag 1 december 2016

En dan wegbenen als de beste


Ondertussen, aan de Louizalaan:


De sikkeneurige Hergé deelt een sneer uit aan France Ferrari (1). Geschrokken slaat de coloriste haar hand voor haar mond. Op de achtergrond doet Josette Baujot alsof er niets aan de hand is.

De Tekenaar draait het slachtoffer van zijn chagrijn bruusk de rug toe (2) en ontneemt de arme France het weerwoord.

Terwijl haar baas wegbeent (3), kijkt zijn werkneemster beteuterd naar haar werk.

Mij gaat het hier om dat wegbenen. Ik bedoel: google op HERGÉ + WEGBENEN en er is geen enkele hit! Een tikkeltje vreemd, want kijk nog eens goed:


Hergé was zonder meer een geweldig wegbener. Fier rechtop, met zelfverzekerde pas en, niet onbelangrijk, de onderarmen half geheven en niet zoutzakkerig langs het lichaam.

Mijn S. bestudeerde het beeldmateriaal en merkte nog op dat het gezag van de Tekenaar hier ‘beslist ook voortvloeit uit zijn strakke kontje’. Toegegeven, ik moest even slikken, maar ik vond deze female gaze, als antithese van het exclusief mannelijke perspectief binnen de tintinologie, toch ook wel verfrissend.

woensdag 30 november 2016

En het liefst allebei, Sinterklaas !



De onmisbare aanvulling op het eerder dit jaar verschenen ‘Alles kapotgemaakt, alles bevuild’ (Dagboeken en notities, 1956 - 1960) van Germaine Kieckens (Privé-domein 293).

maandag 28 november 2016

Daar gaat het om in dit leven


Genoeg gezemelknoopt over de onnozele koopkracht van het geld! Om de zinnen te verzetten, maakte ik gebruik van een invitatie voor de opening van MANIC / LOVE – solotentoonstelling van Jordan Wolfson, in het Stedelijk. De 36-jarige Wolfson is een goedhartige snijboon uit New York ‘who reflects upon the increasing digitalization of society and developments in genetics, robotics and cybernetics’.

In de VS maakt hij deel uit van wat ze daar de post-Internet generation noemen, in Amsterdam is hij voor de gelegenheid bevorderd tot ‘een van de meest uitgesproken vertegenwoordigers van een nieuwe generatie kunstenaars’. Daar valt over te twisten, maar in toekomstige veilingcatalogi zal dat dispuut niet plaatsvinden.

Ik was nieuwsgierig naar ‘Colored sculpture’, een animatronic installatie van een jongetjesrobot die, aangestuurd door een computer, aan zware kettingen wordt rondgeslingerd*:


Die ogen deden het ‘m. De uitnodiging repte van het rode haar en de sproetjes die herinneren ‘aan literaire en pop-cult karakters als Huckleberry Finn, Howdy Doody en Alfred E. Neuman, de mascotte van MAD Magazine’.

Ik moest toch vooral aan de horrorpop Chucky denken - en aan mijn eerste en enige bezoek aan een drive-in bioscoop, ruim een kwart eeuw geleden in Pennsylvania, waar de pizza niet minder vunzig was dan de film en de vriend naast me in de huurauto het nieuwe decennium niet zou halen. Zo was Wolfsons robot niet alleen een speelbal van de computer, maar ook een aanjager van naargeestige herinneringen waarop ik uit lijfsbehoud beslist niet wenste te reflecteren.

Plaatje!


Uit een mail van Scudder: ‘De naam van het rode kunstwerk is, vertaald, red square; dat kan rood vierkant betekenen, maar in dit geval betekent het het rode plein. Een welbewuste keuze van Malevich! Het Kremlin is getekend door Hergé - zie de cover van Sovjets - en ligt, zoals bekend, aan het rode plein, zodat het vierkant dan wel de cirkel weer rond is. En daar gaat het om, in dit leven.’


*) KLIK!

vrijdag 25 november 2016

De waarheid achter de cijfers



Nieuwsberichten over veilingen kennen geen grijstinten, maar worden bij voorkeur in Klare Lijnen opgediend. Voor de nuance moet je achter de cijfers kijken – wat we vandaag nog even doen aan de hand van drie constateringen in de media.


1. Het origineel uit het album ‘Mannen op de maan’ heeft het dubbele opgebracht van wat werd verwacht.
Een conclusie die we (zie afbeelding) onder andere in de Volkskrant konden lezen. Klinkt goed, maar kloppen doet het niet. Het afhameren van de MAAN-plaat gebeurde op 1.250.000 euro en in wezen is dát het laatste bod. Zonder de toeslag ligt het dus niet eens zo heel ver van de hoogste richtprijs van € 900.000.

Veilinghuizen communiceren over het algemeen alleen de totaalprijs (dus hamerprijs + toeslag/opgeld* ) om de afstand tot de richtprijs te vergroten en aldus het succes te benadrukken. In dit geval krijgen ze in Parijs onverwacht hulp van de Volkskrant die er nog een schepje bovenop doet met het uit de lucht gegrepen ‘dubbele’...

*) Artcurial hanteert 23% op originelen en 25% op albums.



2. De originelen voor een reeks van twintig wenskaarten brachten ruim anderhalf miljoen op.
Dan hebben we het natuurlijk over de zoetsappige (of moet ik zeggen: ultra-katholieke?) Cartes Neige. Hiervan gingen 20 originelen onder de hamer, met een ruime (=hoopvolle) richtprijs van 60.000 – 120.000 euro per stuk.

Slechts 1 origineel kwam boven de hoogste richtprijs, 11 stuks werden afgehamerd op/verkocht voor een bedrag (dus zonder opgeld) onder de laagste richtprijs. De overige 8 zaten daar iets boven. De € 85.000 die Alain Van Neygen van de 9eme Art Gallery in 2013 voor een andere origineel uit de Cartes Neige-reeks neertelde, werd bij lange na (lees: bij 19 van de 20 originelen) niet meer gehaald.


3. Een Kuifje-album uit de Bibliothèque Casterman werd voor bijna 25.000 euro verkocht.
En dat is dan ook het enige lichtpuntje in de dramatische albumverkoop bij Artcurial – hoewel zelfs hier de cijfers niet kloppen (het gaat om een proefexemplaar van ‘On a marché sur la lune’ dat voor minder dan € 20.000 werd afgehamerd en met toeslag uitkwam op € 22.748).

De genummerde albums uit het Casterman-archief – waarvan een deel uit het privé-archief van algemeen uitgever Louis Casterman (gestempeld Bureau M. Louis) - vormden beslist een belangrijk onderdeel van de veiling. Er werd veel van verwacht – zie ook de royale presentatie in de catalogus. Toch werden er van de 32 archiefalbums slechts 7 verkocht.


D. mailde me een overzicht van veilingresultaten voor albums over de afgelopen vijf jaar. De neergaande lijn herkent hij uit zijn eigen praktijk, ik kom er binnenkort op terug. Maar één feit dat uit zijn cijferreeksen valt te destilleren, is te veelzeggend om hier niet alvast te vermelden:

Op de ‘L’univers du créateur de Tintin’-veiling van 2012 gingen 101 Hergé-albums onder de hamer. Ze werden allemaal verkocht.

Op de ‘L’univers du créateur de Tintin’-veiling van 2016, afgelopen zaterdag, gingen 50 albums van Hergé onder de hamer. 11 daarvan vonden een koper.


MAANDAG: Hoe maak je van een rood vierkant een cirkel?

maandag 21 november 2016

Ik zeg: ‘Gelul in de ruimte!’




C’est un prix exceptionnel pour une planche exceptionnelle.

Dixit Eric Leroy, expert van dienst bij veilinghuis Artcurial, over de geruchtmakende afslag van dit MAAN-origineel, afgelopen zaterdag:



Maar laten we ons niet in de luren leggen en eens doen wat dezer dagen geen hond doet: kritisch kijken naar wát die zogenaamde ‘Europese verzamelaar’ nu precies voor zijn 1,55 miljoen (1.250.000 euro zonder onkosten) in huis heeft gehaald.

Niet te ontkennen valt dat het een ‘origineel’ is, maar we weten ook dat het in die hoedanigheid nogal bruut is toegetakeld. Het échte origineel verscheen op 25 maart 1953 op de achterzijde van het Weekblad:


Let vooral op de twee middenstroken en de wisselende perspectieven bij de afdalingen van Kuifje en Haddock - door de scheve zichtlijnen (schuin van onder en schuin van boven) prachtig in evenwicht, met daartussen als blikvanger (én als rustpunt van de pagina) het verstilde beeld van de maanraket.

De kleurstelling van het ruimtevaartuig is hier natuurlijk het échte icoon. Het rood en het wit van de raket is, net als het oranje van de ruimtepakken, een uitdrukkelijke keuze van Hergé (en niet van zijn inkleurster Josette Baujot). Het één is niet los te zien van het ander. Zónder de originele inkleuring, die zich heeft vastgehaakt in het collectief geheugen, is het werk beslist onvolmaakt en dus heel veel minder ‘exceptionnelle’.

Kijken we naar het openingsplaatje van de Weekblad-pagina:


Quel spectacle hallucinant! Dit is de eerste blik vanuit de geopende raket op het maanlandschap (het sfeerbepalende lichte en donkere geel is hier wél een keuze van Baujot). Om de echte impact ervan op waarde te kunnen schatten, moeten we de situatie afbeelden die er, een week eerder in het tijdschrift, aan voorafgaat:


Prachtige cliffhanger – je kunt je goed voorstellen dat er tussen 18 maart en 25 maart 1953 heel wat nerveuze onrust was onder de lezertjes van het Weekblad!

Spanningsopbouw, paginacompositie... het ging verloren toen Hergé zijn platen voor de albumuitgave ging herschikken. De cliffhanger is geen cliffhanger meer (want zit nu midden op de pagina) en Kuifje daalt op de daarop volgende pagina alleen de trap af. De albumlezer krijgt dan dit extraatje:


Een overzichtsplaat waarin onze held zijn historische woorden mag spreken (ON A MARCHÉ SUR LA LUNE!) en waarvan ik de bedoeling dondersgoed begrijp, maar waarvan de plechtstatigheid me altijd heeft tegengestaan. Dan toch liever de terloopsheid uit het originele origineel, die beter aansluit bij het gevoel van de reeks:



Enfin, in albumvorm krijgen we hierna dus dit:



Kavel 498 op de L’univers du créateur de Tintin-veiling van zaterdag 19 november 2016. Haddocks afdaling is nu het openingsplaatje en niet langer in lijn (letterlijk) met de afdaling van Kuifje. De eerste, voorzichtige stap van de kapitein op de maan is zelfs volledig geschrapt!

Let ook nog even op Zonnebloem die (derde strook, eerste plaatje) Bobbie uit de raket laat zakken. Wie het gevoel heeft dat er iets schuurt, moet weten dat, net als de afdalende Haddock, ook het plaatje van de professor oorspronkelijk op rechts is getekend:


‘L’acheteur est un vrai passionné, un vrai connaisseur,’ merkt expert Eric Leroy van Artcurial ook nog op. De koper is een gepassioneerde kenner.

Als ik kijk naar het rommeltje waarvoor zo diep in de buidel is getast, kan ik niet anders zeggen dan: ‘Gelul in de ruimte.’


Vrijdag verder!