
Beste A la recherche-lezer:

Beste A la recherche-lezer:

Had ik mijn oude strips maar niet weggedaan, dan had ik mijn vrijwillige verplichting in het verre New York met meer vertrouwen tegemoet gezien!
In zijn deze week verschenen ‘Hoe je een geboren leider wordt’ herleidt consultant Frank Schaper de kiem van zijn leiderschap naar de striphelden uit zijn jeugd. Schaper noemt Verschroeide Aarde zijn meest inspirerende ‘getekende managementboek’. Aldus lezen we op pagina 34:
“Bernard Prince ontvangt in Verschroeide Aarde een Mayday-bericht (SOS). Een eiland in de buurt wordt geteisterd door een bosbrand. Vijfhonderd mensen zijn op de vlucht. Ik las het en telde ondertussen tien elementen van leiderschap. Hij analyseert het probleem (1), motiveert zijn bemanning (2) en gaat zelf door het vuur (3) om de vluchtelingen voor te bereiden (4) dat zijn boot hen komt redden. Op zijn tocht komt hij twee beren op de weg (!) tegen. De moeder beer is blind en wordt door Prince uit haar lijden verlost (5), haar jong wordt door hem gered (6). Prince brandt zijn handen (7) aan gloeiend graniet, hij vraagt om hulp als hij vast komt te zitten (8), overwint de weerstand (9) bij de vluchtelingen en slaagt uiteindelijk in zijn missie (10). Zoiets heet ‘geboren leiderschap’.”
Overigens opent de auteur deze eigenaardige uitgave met een liefdesbetuiging aan Jijé’s extremistisch brave Don Bosco.
Ik denk dat ik toch maar Dan Brown ga lezen in het vliegtuig.
‘Zeg, wil je een raceauto?’ vraagt mijn relatiemanager waarmee ik mijn nabije New Yorkse missie heb doorgesproken. Luttele minuten later word ik de bank uitgeloodst met een radiografisch bestuurbare Formule 1-bolide onder de arm. ‘In één klap waardeloos geworden,’ relativeerde mijn contact dit zonderlinge cadeautje, verwijzend naar een afgebroken sponsorschap (‘Ja, we moeten nog 1500 van die dingen zien weg te werken’).
Het wagentje blijkt hoekig als de kaken van de kreukvrije Michel Vaillant.
Ik denk aan het machtige racemonster van sir Archibald Pump en betreur de teloorgang van zoveel klare lijnen.



*) Ik prijs me gelukkig dat ik de Franse taal machtig ben, maar ik besef ook dat ik iets mis: de vervreemding van Google Translate.

Komt dat zien, komt dat zien!
“Fantastische potloodtekening van een onuitgegeven illustratie voorstellende Kuifje en Bobbie, vanuit de bosjes gadegeslagen door een leeuw, een olifant, een giraf, een wurgslang en een aap, met een vluchtende Afrikaan op de achtergrond. Gesigneerd en gedateerd: 26.11.44.
Een uitzonderlijk document dat getuigt van Hergé’s virtuositeit en tekensnelheid, maar ook van zijn grote generositeit. In luttele minuten gemaakt voor een 6-jarig jongetje (de huidige eigenaar). Een superbe afbeelding van grote efficiëntie.”
Enfin, mede te nemen vanaf € 6000,-. En nochtans halen de jongens en meisjes van veilinghuis Artcurial hun superlatieven nog steeds bij de kiloknaller.

D. die het bloed van Moulinsart wel kan drinken, zond me een link*) naar de kersverse blog van de getergde Bob Garcia.
David versus Goliath, hoewel de auteur in de eigen gedachtegang eerder de strijd aanbindt tegen waanvoorstellingen en… hebzucht:
“Dus wat wil die Rodwell en z’n kliek nou eigenlijk? Als bekend publiceert Moulinsart haar eigen boeken over het werk van Hergé. (…) Rodwell, die nimmer genoeg heeft, is van mening dat hij een monopolie heeft over het onderwerp. Met alle middelen probeert hij boeken die concurreren met zijn producten te verbieden. Hebzucht, dat is het.”
*) Bob Garcia et le spectre du tocard

Zo waren er deze week ook de lange telefoongesprekken met de vriendin van J. die mijn hoofd opeiste. Wil ik de overdracht begeleiden van het bedrijf van mijn verongelukte vriend?
Ik registreerde het misnoegen van S. die pas gisterochtend haar ziel op tafel smeet: ‘Als je zomaar drie maanden in New York gaat zitten, ga ik nu ruzie met je maken.’
Elke goede afloop is een compromis: de luiken gaan hier binnenkort anderhalve maand dicht. De Verzamelaar die dan twee keer zo hard moet werken, zal geen tijd hebben om galerieën te bezoeken.
Ik verdenk S. ervan dat ze dat eerder besefte dan ik.
Nog zo’n ijzersterke regel uit de gereedschapskist van de bekwame verhalenverteller: hoe groter het Contrast tussen Hoofdpersoon en Bedreiging, hoe groter de Spanning. (Lukt het onze strompelende held, ondanks de kogel in zijn been, uit handen te blijven van de kwieke moordenaar op de motorfiets?)
Steven Spielberg neemt dit principe fraai op de hak in ‘Raiders of the lost ark’ waarin Indiana Jones een woeste zwaardvechter op zijn pad treft.
Hoe moet onze held hieraan ontsnappen?
Och, hij trekt zijn wapen en schiet de vechtersbaas dood.
Met één schot.
Hilarisch.
Terug naar GONDWANA waarin (op pagina 35!) dan eindelijk de eerste echte bedreiging voor Philip Mortimer zich aandient:
Een omgeslagen terreinwagen, een woedende olifant, een mooie cliffhanger. Het verhaal springt dan naar de problemen van een nevenpersonage. Niet om de strijd op leven en dood van onze Held uit te stellen (Spanning!), maar in plaats van. Een pagina later zien we een dode olifant en krijgen we te horen dat Mortimer deze met één schot heeft omgelegd. That’s it.
Regels mag je aan je laars lappen, maar dan moet je ze wél kennen. Yves Sente doet maar wat.
*) Curieus overigens hoeveel reacties dit duo losmaakt bij de A la recherche-lezers! Ik zal de adviezen ter harte nemen en binnenkort ‘De zaak Francis Blake’ lezen.
Grondregel van het avonturenverhaal: de held verkeert voortdurend in dreigende omstandigheden. Slaagt hij erin zijn hachje te redden? Hoop en Vrees zorgen voor Spanning; een simpele formule.
In Het halssnoer van de koningin stelt Jacobs wat dat betreft niet teleur. De vormelijke Philip Mortimer krijgt achtereenvolgens een projectiel door de ruit van zijn hotelkamer, hij raakt betrokken bij een overval, dreigt te verdrinken in een steengroeve, wordt bedreigd met een pistool, valt van een trap, wordt beschoten, en nog eens, en nog eens, belandt in een wilde achtervolging… We zijn inmiddels iets meer dan dertig pagina’s gevorderd in deze plezierig ouderwetse policier.
En welke dreigende omstandigheden heeft de onnozele Yves Sente bedacht voor zijn ersatz-Mortimer, op de eerste dertig pagina’s van Het heiligdom van Gondwana?
Eentje slechts.
Deze:
De onwetende lezer zal ik niet in spanning houden. Door het stoutmoedige ingrijpen van de dame in het rode manteltje kan de professor toch nog instappen.
Oef!

Edgar P. Jacobs knabbelt aan het oor van Germaine Kieckens.
16 april 1986.
Dit terzijde.
Ik las gisteravond Het heiligdom van Gondwana, mijn eerste post-Jacobs album. Althans, ik probeerde het te lezen, maar de narratieve onmacht van de scenarist, ene Yves Sente, stond het gehoopte ouderwetse leesplezier danig in de weg. Misschien moet ik er verder geen woorden aan vuil maken. Aan de andere kant: als je ophoudt knoeiwerk knoeiwerk te noemen, legitimeer je het.
Modern ongemak: kringloopwinkels met kennis van zaken.
Van alle tijden: het verlangen naar de hoofdprijs.

En toen ik er écht klaar mee was, dacht ik aan Gabriel Laub, de Poolse schrijver die zijn misantropie de baas bleef met een lichtvoetige wijsheid:


Post van een woedende A la recherche-lezeres uit Jemeppe-sur-Meuse die op last van de rechter haar hond Gracie (zie foto) alsnog heeft moeten oormerken. Onder andere schrijft ze: ‘Ik heb elke maand netjes de licentierechten afgedragen. Maar dat oormerk… Mille sabords, wie verzint zoiets?!’
Als bekend behoort de draadharige foxterriër tot het intellectuele eigendom van de NV Moulinsart. In België en Frankrijk betalen eigenaren maandelijks honderd euro gebruiksrechten aan de erven van Hergé. Deze buitengewoon onpopulaire Milou-heffing wordt op grote schaal ontdoken. Met de oormerkverplichting hoopt Moulinsart de controle op wanbetalers te vereenvoudigen.
Stel, je bent een makelaar met een passie voor art nouveau. Voor 3,5 miljoen euro verwerf je een imposant herenhuis aan de Louizalaan in Brussel, in 1903 ontworpen door niemand minder dan Victor Horta. Voor nog eens een half miljoen laat je het restaureren en de foto’s van die magnifieke opknapbeurt zet je op je website.
En dan… gaat de telefoon.
De erven van Victor Horta.
Of ze even € 9000,- van je mogen vangen. Voor de beeldrechten. Van je eigen huis dat je met je eigen centen hebt opgeknapt!
De Vlaamse nieuwsrubriek Terzake liet zich door een gebelgde Michiel Gilbert rondleiden. Een ongemakkelijk verhaal. Maar halverwege de reportage krijgt de cameraman plots een bekend artefact in de smiezen. De kijker mag dan even gniffelen over een grap die veelzeggend is over het huidige imago van die andere erven:

Duchtig geconstipeerd door de valse noten van de N.V.Molensloot, zocht ik verlichting bij Welcome, een ironisch getiteld migrantendrama. De film drukte me met de neus op een lompe paradox. We zonden missionarissen naar het zwarte continent opdat de inwoners samen met ons in de hemel konden komen. En we vertikken het om ze toe te laten in ons land en ons vergankelijke aardse bestaan.

Pluk de dag en doe dat bij voorkeur bij je vrienden.
Les Amis de Hergé kreeg voor beeldgebruik in één nummer van het tijdschrift een factuur van € 12.000 plus een forse boete van nog eens € 12.000. De boete werd na betaling kwijtgescholden.
Generation Tintin, de Zweedse vriendenclub, werd geacht € 45.000 op te hoesten. Na onderhandelingen willen Fanny c.s. nu minimaal € 7.000 ontvangen.
TintinCat, de Kuifje-club uit Cataluña: € 84.000. De Catalanen zijn nog aan het onderhandelen, het bedrag is omlaag gebracht tot € 17.500.
Hergé Genootschap: € 35.000. Men is uitonderhandeld en wacht de zaak verder af.
Bij Tim - Das Magazin viel geen rekening op de mat, maar men heeft al een jaar geen tijdschrift durven uitbrengen. Moulinsart heeft de Duitsers knap van het veld geschopt, de club is op sterven na dood.
Met dank aan Franklin P. Scudder voor de cijfers.

Curieuze vondst in de eigen werkkamer, dit tableau de la troupe, uit een Métal Hurlant van bijna drie decennia her. Van links naar rechts en van boven naar beneden: Moebius, een belachelijk jonge Serge Clerc (nog geen 25, in een zwembroek van Alban de Minville), Alain Voss, Loustal, Ted Benoit (indrukwekkende nabootsing van een register-accountant...), jongeheer François Schuiten, Tramber, Frank Margerin en, daar is ie weer, Yves Chaland.
En hoezeer ik daarna mijn werkvertrek ook overhoop haalde: een blik op de lingerie van Hergé c.s. (wat zou de formidabele kostuumontwerper Edgar P. Jacobs gedragen hebben?) was me niet vergund. De uitkleedpraktijken van Fanny & Nick zijn alleszins van later datum.
Bon, Garcia schreef vijf boeken over Hergé. Oplage: een schamele 500 exemplaren per titel. En ja, enkele daarvan bevatten een aantal afbeeldingen van de hand van de Tekenaar. Citaatrecht (zou men wensen). Maar Rodwell c.s. lieten het er niet bij zitten en dit is, na vier jaar procederen, het finale prijskaartje:
Ondanks aandringen geen compromissen mogelijk: uiterlijk op 28 oktober te voldoen. “Ik ben,” schreef Garcia gisteren, “onder andere veroordeeld tot het verwijderen van het beeldmateriaal uit mijn subversieve boek over Hergé en Jules Verne. Dit vormt een reëel probleem, want het boek bevat geen enkel beeld van Kuifje…”
En de auteur die zijn huis dreigt te verliezen, voegt er droogjes aan toe: “Ach ja, die Rodwell heeft een aangeboren gevoel voor humor. Hergé kon zich geen betere vertegenwoordiger wensen!”