woensdag 6 juni 2012

Proficiat!




De Marten Toonderprijs, het stipendium voor striptekenaars met een verslappend gezichtsvermogen, gaat dit jaar naar…



… Joost Swarte (+5,75 / +6,25).

Vorig jaar was de laureaat Peter Pontiac (-4,75 / -5,50):



In 2009 werd de prijs voor het eerst uitgereikt (Jan Kruis, +7,50 / +6,75).

Winnaar Swarte wordt op zaterdag 8 september gehuldigd tijdens het Stripfestival Breda. De prijs draagt hij op aan inspirator en lotgenoot Hergé:



dinsdag 5 juni 2012

Gemassicoteerd


Nee, we moeten het er wel over hebben.

D. wijst me op kavel 541A:



Le Petit Vingtième, compleet (1928-1940) en dit weekeinde afgehamerd op € 53.644.
De handelaar windt zich zowaar op.
‘Ingebonden,’ gruwt D. ‘Ze zijn aangesneden*. Een halve ton voor verminkte bladen…!’

Zelfs ik, beweert hij, met mijn obsessie voor nieuwstaat, moet toch toegeven dat die krantjes gerafeld moeten zijn:



En mij hoort ie eens niet tegenpruttelen.


*) ‘Gemassicoteerd’, schreef D. in ongerijmd Frans-Vlaams.

maandag 4 juni 2012

Ongemakkelijk




Ja. Nou. Een hoop geld.

Maar we kunnen het er ook niet over hebben.*

Ik troonde S. mee naar Intouchables, opgezadeld met een breekbare nieuwsgierigheid - want ook uit onverdachte en onverwachte bron kreeg de film inmiddels open doekjes. Het is een klein verhaal: man, verlamd tot zijn kin, is het medelijden beu en kiest een ongeschoolde nietsnut als verzorger.

De patiënt (Philippe) is blank en miljonair, de buddy (Driss) is zwart en arm en goedlachs. Hij lacht om het dure bad waarvan hij gebruik mag maken, om de rare kunstwerken waar zijn baas van houdt en om zoiets als een opera, een fenomeen waarvan hij blijkbaar nog nooit heeft gehoord. Driss is, kortom, de nobele wilde die dienstdoet als koloniaal object dat geciviliseerd moet worden. Maar hij is ook het prototype van wat de Amerikanen the Magical Negro noemen, de zwarte vriend die de blanke personages over hun schaduw laat springen (en op Kool & the Gang laat dansen).

Na 112 ongemakkelijke minuten vroeg ik me af of de Congolese student Bienvenu Mbutu Montondo niet het verkeerde proces had gevoerd.


*) Nu ja, ten minste moeten we hier ruchtbaarheid geven aan het smartelijke lot van kavel 406 (portrettekening van Germaine): INVENDU.

vrijdag 1 juni 2012

Volledig



Le Petit Vingtième (nummer 34, 1934) op Marktplaats:

Het boekje mist een stuk uit de cover. Bladzijde 7 t/m 10 ontbreken. Hier en daar is wat geschreven met potlood + getekend met potlood in de strip van Quick en Flupke. Dit is te verwijderen. Op de achterkant twee streepjes met pen.

Een aanbod tezamen met de wrakstukken van nummer 35 uit dezelfde jaargang (‘Boekje mist blz. 5/6 en 11 t/m 16’). Maar:

Waren de nummers compleet geweest, hadden ze samen een waarde vertegenwoordigd van ongeveer 130 euro.


De verkoper heeft er desalniettemin het volste vertrouwen in:

Ik hoop toch een goed bod te krijgen voor deze leuke nummers. Ze kunnen bijvoorbeeld ingelijst worden of volledig gemaakt worden.

Tsja.

De mens is een intelligent beest dat zich gedraagt als een volledige idioot.
(Albert Schweitzer)

woensdag 30 mei 2012

Grijnzend eerherstel



I.
Op die CONGO uit de premier mille moeten we vooral maar niet gaan bieden. Adviseert Martin Lodewijk:

Het lijkt mij uitgesloten dat Hergé die heeft gesigneerd. Waarschijnlijker lijkt me dat Germaine even voor haar Georges is ingevallen. Dat bibberhandje laat ze dan dus achterwege. Maar ik zou fotografische bewijzen, video, film, dna et cetera moeten zien (en dan nog uit onbetwistbare en onkreukbare bron!) om te geloven dat de man met het beeldschone handschrift van daarboven (en ik ben daarin een autoriteit: mijn moeder had het handschrift van God zelve terwijl mijn vader en ik krukken-op-wielen waren) die gruwelijke lagereschoolmeisjespoeziealbum-‘Tintin’ in het Congo-album heeft gepend.

II.
Wat weten we eigenlijk nog van die signeersessies? Over SOVIETS noteert droogstoppel Philippe Goddin (in de erbarmelijke vertaling van ‘Lignes de vie’):

De eerste vijfhonderd, genummerde, exemplaren liggen in het bureau* van priester Wallez om te worden gesigneerd. Hergé tekent voor Kuifje en hij heeft Germaine zo ver gekregen dat zij de ‘handtekening’ van Bobbie voor haar rekening neemt. Ze leggen de albums rondom zich heen open op de grond, om de inkt te laten drogen. Zullen de lange signeersessies hen dichter bij elkaar brengen?

*) Zoals bekend hadden de Waalse ultra-katholieken enorme bureaus waaraan zij dito sigaren rookten.

III.
Germaine (Ma petite Ginette, zoals Georges haar zoetelijk noemt) tekent voor de gelegenheid met links. Misschien dat de tekenaar zijn CONGO ook met de andere hand signeerde. Maar liever ga ik mee in de veronderstelling dat zijn aanstaande hier onbewogen ruggensteun verleent. Minimaal een halve ton voor een album dat tweemaal door haar is getekend: dat lijkt me een grijnzend eerherstel voor de bakkersdochter wier portretten onverkoopbaar zijn!


Vrijdag verder

dinsdag 29 mei 2012

Een Kuifje doen



Allegedly they are doing a Tintin on this. In het oor springend Hollywood-jargon dat S. opving op de Marché du Film in Cannes.

Doing a Tintin, als in: een blockbuster laten openen in Europese zalen (‘to hypo the show’s word of mouth’) en pas later een Amerikaanse première geven.

De film van Spielberg is daarin eerder een trendvolger dan een trendsetter, maar het bekt natuurlijk wel lekker en misschien wordt het daarom wel een blijvertje. Tenzij het een negatieve connotatie krijgt. Want laten we eerlijk zijn:

The B.O. for ‘Tintin’ was whammo overseas* but domestically it was kind of floppola**.


*) $ 296.402.120
**) $ 77.591.831

donderdag 24 mei 2012

Voir et savoir


Gesigneerde SOVIETS (1930). Georges tekent met ‘Tintin’, Germaine met ‘Milou’:


Gesigneerde CONGO (1931). Let op de krabbel van Georges/Tintin die amper een jaar later brutaal afwijkt van het ‘origineel’:


Germaine/Milou is met haar pootje daarentegen uiterst consequent.
Evolutie versus stilstand.
Aldus zien we al vóór hun huwelijk (in 1932) de eerste tekenen van een verwijdering tussen de Tekenaar en zijn aanstaande vrouw.

Waarna het ergste nog moet komen.

dinsdag 22 mei 2012

zondag 20 mei 2012

Leemte


Prettige manoeuvreerruimte op de L'univers du créateur de tintin-veiling.*

Wie voor dit album geen halve ton wil ophoesten:


…vindt in de aankondiging ervan een betaalbaar alternatief:


Als dertig mille te hoog gegrepen is voor dit origineel:



…dan lijkt drie mille voor het afgeleide affiche een verstandige budgettaire afweging:


En wie voor deze bakkersdochter de platvink liever in de binnenzak houdt:


…die... ach, nou ja, die heeft misschien wel het gelijk van de wereld aan zijn zijde.

Onderwijl staar ik met gemengde gevoelens naar De Laatste Grote Hiaat in mijn Verzameling:


Elegante zelfprotectie: mezelf wijsmaken dat er sprake is van een Dringend Gewenste Leemte.



*) De catalogus staat hier online

woensdag 16 mei 2012

Onwaarachtig


Uit La Grande Épicerie griste ik getruffeld moeraszout mee, uit de Fnac ‘Gringos Locos’:

Jijé, Franquin et Morris sillonnant les États-Unis et le Mexique dans une vieille Ford Hudson… Une histoire parfaitement authentique…

Authentiek was daarna vooral mijn ontgoocheling over het ketellapperswerk van scenarist Yann. Of was de teleurstelling in het tekenwerk van Olivier Schwartz nog net een graadje erger?

Schwartz is een geraffineerde tekenaar. Tenminste, het is toch maar knap hoe sterk hij de suggestie weet te wekken dat te zijn. Oppervlakkig gezien maakt hij indruk (en met succes: ik liep immers met zijn album naar de kassa). Maar de verlokking houdt geen stand, de verleiding blijkt vals. De tekenaar is een poseur die al op pagina 3 door de mand valt:


Schwung? Dit is de worsteling van een artiest die slechts een beperkt aantal trucjes beheerst. Buiten de nauwe begrenzing zijn de poppetjes lijkstijf:


Waarna we de arme tekenaar nog herhaaldelijk zullen zien zweten. Dat Schwartz zijn klamme lijntjes vet in de inkt zet, maakt het er allemaal niet beter op (en geeft zijn werk hier het karakter van een anonieme reclamestrip).

Maar ¡mil millones de Brujas y duendes!, genoeg gemopperd deze week! Heer, geef ons heden een waarachtig pleziertje:





Maandag verder.

maandag 14 mei 2012

ZRAK!


Naar Parijs, voor de Triennale in het Palais de Tokyo en voor de Tim Burton- en Robert Crumb-exposities: een nogal onzalige processie van hele en halve teleurstellingen. Ellendigste inzicht: met hun vernieuwde kunstpaleis hebben de Fransen (sinds de opening in april) misschien wel het mooiste museum voor hedendaagse kunst - en nóg slagen ze erin op 22.000 vierkante meter uitstalruimte geen enkele begeestering af te dwingen.
‘Ze hebben hier toch een wat andere smaak,’ zei S., bij een installatie van opwaaiende jurkjes en uitgebluste ballonnetjes boven een slordige kluit ventilatoren.
‘Misschien hebben ze wel géén smaak,’ opperde ik voorzichtig.

Maar de koude wortelsoep met kardemon in het restaurant was formidabel, zelfs onder de vensters van Christian Marclay, de kunstenaar die ‘al dertig jaar de relatie verkent tussen geluid en beeldende kunst’:


Verslikte ik me daar toch bijna in het vlinderdasje van Han Peekel!


Woensdag: een valse verleiding

vrijdag 4 mei 2012

Herhaling



Een oude bekende. En met een reden. Persbericht van Artcurial: de gouache van Amérique gaat op 2 juni opnieuw onder de hamer. In maart 2008 was de opbrengst € 650.000 (exclusief opgeld). Bij het Parijse veilinghuis doen ze nu stoer met een vanaf-prijs van € 760.000.

Alsof het leven niet te kort is om in herhalingen te vallen.



Ik trek me even terug. De luiken gaan weer open op 14 mei.

donderdag 3 mei 2012

Een prachtige brand




Joanika: ‘Het was een prachtige brand. Grote delen van het huis bestonden uit hout en riet, die zorgden voor een enorme vuurzee. De woning was gloeiend rood van binnen. Eerst stortten de houten balken van de plafonds in, daarna de vloeren. Bladzijden van boeken dreven op de vlammen als bladeren die door de lucht wapperen.’

Borge: ‘De animator in mij keek naar de soepele beweging van de vlammen.’

Borge Ring en zijn vrouw Joanika vertellen (vanmorgen in de Volkskrant) over de brand die hun woonboerderij in de as legde. De 91-jarige animator had juist een selectie uit zijn archief gemaakt om te laten veilen bij Zwiggelaar: de originele tekeningen uit zijn films, zijn briefwisseling met Marten Toonder, zijn werk voor Donald Duck en Sjors (Distel), een grote collectie stripboeken. Er is niets van over - zelfs de Oscar die Ring kreeg voor zijn Anna & Bella is gesmolten - maar er is ook geen spoortje verdriet. Borge: ‘Sinds de brand is mijn leven opnieuw begonnen. Het voelt heel licht zonder bezittingen.’

Joanika stak de open haard aan, de brand begon in de schoorsteen.
Ik heb een cv-ketel en een batterij nondescripte radiatoren.
Het verhaal ontroert me zo dat dat me spijt. Bijna.

woensdag 2 mei 2012

Fait divers


I.
Beschadigde asbak gekocht. Gebakken in 1950, ter gelegenheid van de meerderjarigheid van Kuifje (‘Hourrah! Nous sommes majeurs!’). Curieus hebbedingetje, maar ook, laten we eerlijk wezen, een onnozel prul. Ik wilde domweg D. een plezier doen door eindelijk weer iets van hem te kopen.

Nieuwe fase in de levensloop van de verzamelaar? Na jarenlang mijn eigen hebzucht te hebben bevredigd, bekommer ik me nu om het welbehagen van mijn dealer. Die aardworm vroeg op zijn beurt een te lage prijs wat ik dan weer afbreuk vond doen aan mijn goedertierenheid.

Billions of blue blistering boiled and barbecued barnacles, wat een vermoeiende wereld!

II.
Fijne mail nog van Martin Lodewijk, een herinnering aan een anekdote die Peter de Smet ‘met graagte ophaalde’:

Peter was op bezoek op de studio van Hergé, jaren zestig. Bob de Moor had juist een prent afgewerkt en legde die voor de meester op zijn bureau met de woorden: ‘Hij is af!’ Waarop Hergé antwoordde: ‘Nee, Bob…’, zijn pen pakte, zijn signatuur onder de tekening zette en zei: ‘…NU is hij af!’

III.
Na een asbak met een 21-jarige Kuifje, is dit misschien wel de meest logische next deal:



Kuifje 1 jaar oud. Origineel van het weekbladomslag, 25 september 1947. Aanstaande zaterdag onder de hamer in Parijs (Artcurial, kavel 136A).

dinsdag 1 mei 2012

Vrijmarkt




‘Mán,’ zei S. ‘We hebben helemaal geen kat.’

donderdag 26 april 2012

Toendertijdannodamals


Een Pep uit 1933? Och, het spooksel van een drinkgelag tussen Remi en De Smet is hoe dan ook attractief.



Korte mailwisseling, overigens, met die andere tekenaar op het omslag van het illusoire stripweekblad: Martin Lodewijk. Over de druktechniek en kleurenrijkdom van toendertijdannodamals en de gouden jaren van Hergé.
Lodewijk:

‘Te bedenken dat de meester in die dagen Kuifje schreef en tekende, alsmede Jo, Zette en Jocko zowel als Quick en Flupke en daarbovenop illustraties en covers voor Le Petit Vingtième gelardeerd met (soms prachtige) reclame-uitingen, kalenders en verder beeldschoon bric-à-brac. Alles tegelijk, door elkaar heen en in zijn eentje. Ok, misschien maakte Germaine zo nu en dan een vlekje zwart of gomde potloodlijnen uit, zoals de vrouw van Kresse in zijn goeie jaren ook deed. Net als mijn echtgenote! Nut kent geen gêne.
Het wonderbare is dat je de druk en de haast in vooral Jo, Zette en Jocko kunt zien en ruiken maar dat het er alleen maar mooier en beter van wordt. Ik moet er regelmatig naar kijken (en het dan gauw weer wegleggen!).’

maandag 23 april 2012

Humeur graves



Links: Jacques Martin. Rechts: tijdelijke grafmarkering Hergé. Net niet zichtbaar: blogger in erbarmelijke luim.

donderdag 19 april 2012

German Research (2)


Wie is hier nu eigenlijk de nerd? De Hergé-liefhebber die een exemplaar van German Research in World War II herkent in de boekenkast van Godfried Bomans? Of de blogger die die titel om God weet wat voor reden erin frummelde?

Een vraag die ik hier wijselijk niet ga beantwoorden. Over het waarom hoeven we dan weer niet ingewikkeld te doen: een kunstmatig bruggetje naar een gruwelbeeld uit mijn jongste jaren.

Van deze nachtmerrie lag ik toen allerminst wakker...


(de tekening rechts op de foto, bedoel ik)

… omdat ik als jochie de oversneden verschrikkingen al bij toeval had ontdekt in een bundeling (Capriolen, 1953) van veelschrijver Bomans. Het geheim van de roestige spijker, een ‘Leerzaam en Opbouwend Beeld-Verhaal’ over de bikkelharde speurneus Dick Parker en diens onderzoek naar het heengaan van graaf Bathmore:


Geperst in een strakke smoking en een meester van de Dubbele Schaar (‘een beweging die alleen in meer gevorderde Jiu Jitsu-kringen wordt toegepast’) is Parker direct herkenbaar als het satirische broertje van Dick Bos.

Met een vermogen om belangrijke conclusies te deduceren uit kleine aanwijzingen:


Een voorliefde voor snelle auto’s:


En een ontzagwekkende volharding:


Maar voor een kind dat geen kaas heeft gegeten van zoiets als een persiflage, zijn de getekende slachtpartijen (uit het fijne pennetje van Rein van Looy) werkelijk angstaanjagend:


En is de finale afrekening met de grootste schurk toch wel het nec plus ultra van de infantiele ontzetting:


Een leven lang achtervolgd door de laatste, gruwelijke momenten van John Nail meed ik telkens het pad van de misdaad en sleet ten slotte mijn dagen als eerzaam verzamelaar.*



*) Nu ja, bij wijze van spreken.

dinsdag 17 april 2012

Silence, on contourne!



Hét beeld van de Vietnamoorlog - zonder de 9-jarige Kim Phúc die naakt en verbrand door napalm op ons af komt rennen. De Tsjechische kunstenaar Pavel Maria Smejkal omzeilt op een reeks iconografische foto’s de personages en wat na digitale bewerking dan overblijft, is wat Armando aanduidde als ‘schuldig landschap’.

Bij Adesso deden ze iets vergelijkbaars met de omslagen van de Casterman-albums, om vervolgens de ongemakkelijke leegte om zeep te helpen met flauwe titels:



Dat kan beter, en vooral: stiller.

...


...


...


...


Eigenaardig toch hoe je door de leegte kunt volschieten.



Donderdag: Het gruwelijke einde van John Nail.