dinsdag 26 november 2013

Laszlo's hoed (2)



VLUCHT 714, fragment uit plaat 43. Kuifje en Haddock naderen het extraterrestriale beeld waarvan Hergé zo’n fraaie maquette heeft laten maken (en waarnaast en -boven hij zich zo gaarne liet fotograferen).


Links: onze held heeft telepathisch contact gehad met Mik Ezdanitoff die hem opdraagt een oogbol in te duwen. En rechts… Hier lopen de zaken uit de hand. Kijk eens goed: dit is geen sequentieel beeld, maar veeleer een omslagtekening voor een Barelli-album. Kuifje is naar rechts verschoven (met achter hem, uit het niets omhoog geschoten, een stalagmiet), de kapitein heeft zijn plaats ingenomen en links zien we Carreidas – en bovenal zien we zijn ongelukkige houding (die beentjes!) die in alles vintage Bob de Moor is. Vergelijk:


Carreidas staat daar omdat hij – belangrijk voor het verloop van het verhaal - zijn hoed (daar is ie weer!) moet verliezen. Die valt naar achteren, overduidelijk de trap af. Maar op het volgende plaatje:


Zo lijkt VLUCHT 714 soms op moeizaam geënsceneerd amateurtheater waarbij een toneelknecht de rekwisieten op de goede plek legt.


Donderdag verder.

zondag 24 november 2013

Laszlo's hoed (1)


Mailtje van D. die de Artcurial-veiling bijwoonde en die zich afvraagt waarom ik ‘finaal niets schrijf’ over de plaat uit VOL 714 die een kwart miljoen heeft opgebracht:

‘Is niet misselijk, zo’n prijs, een record. Wilmet pakt dat beter op.’

Bon, wrijf het er maar in. Mijn dealer die verwijst naar het blog van Marcel Wilmet. Hij is duidelijk nog niet hersteld van zijn lichte beroerte!

Omdat ik er weinig voor voel om meteen wéér over geld te zemelknopen, maken we een omweg, en wel via deze elegant in het pak gestoken snijboon:


Marcel Dassault, oud en broos en met onafscheidelijke hoed. De vliegtuigbouwer en industrieel had er een passie voor, lezen we in de Guide de l’élégance au masculin van Bernard Lanvin:

‘Lichte hoeden, zeer flexibel, smalle rand. Dassault had een schedelomtrek van vijfenvijftig centimeter. Bij Gélot had hij een houten mal laten maken en steevast bestelde hij er hetzelfde model hoed.’


Die flexibiliteit zien we, in VOL 714, terug in de hoed van Laszlo Carreidas. Deze op Dassault gebaseerde windbuil draagt een Bross en Clackwell* (‘Van voor de oorlog!’), een hoofddeksel van krap bemeten omvang:


Bij aanvang van het album lijkt het hoedje nog op een klassieke pork pie hat - ontegenzeggelijk een paar maten te klein voor de kapitein:


Hoewel:


Helemaal over de oren!


Dinsdag: Georges gooit er met de pet naar.


*) Spoonerisme van de Britse voedselproducent Crosse & Blackwell, vooral bekend van de Branston-pickle.

dinsdag 19 november 2013

Nieuwstatigst



Flagrante stunt van Catawiki op de Hergé-veiling van aanstaande donderdag: Tintin et Milou en Amérique, de Egyptische uitgave van Al-Maaref Press, uit 1946, in een eclatante conditie. De nieuwstatigheid lijkt zelfs nog een tikkeltje nieuwstatiger dan die van het exemplaar dat afgelopen weekend bij Artcurial voor € 3025,- werd afgehamerd.

Over de aantrekkelijkheid van het album valt te twisten, maar laten we vooral niet kinderachtig doen. De meter staat op € 3203,-. Indachtig het bekende Egyptische gezegde* lijkt me een hamerprijs van vijf mille wel het minste.

*) De slang die geprangd is door de woestijn, verkiest geen soberheid.

maandag 18 november 2013

Soepzootje



En met de laatste nevenactiviteit van Carl Gustav vers in het achterhoofd, wierp ik nog maar eens blik op het schoteltje (in VOL 714) van Georges en, vooral, Jacques. Op het origineel is de onnozelheid daarvan zo hemeltergend…


… dat ik vierklauwens mijn aandacht verlegde naar deze pagina:


Een soepzootje dat intrigeerde – tót het inzicht zich aandiende hoe tranentrekkend ver we ermee verwijderd zijn van deze vlekkeloze klare lijntjes:



vrijdag 15 november 2013

Dat leven van hem!



Cruciale droomsequentie uit ‘Geheimnisse einer Seele’ (1926) van Georg Wilhelm Pabst, een ‘psychoanalytische film’ (zoals ie in de Nederlandse bioscooppromotie werd omschreven...)


... over een man die worstelt met een minderwaardigheidscomplex dat stamt uit zijn jeugd.

De beklimming van een toren duikt regelmatig op in de droombeschrijvingen van Hergé. Huib van Opstal merkt in zijn ‘Essay RG’ (pagina 213) op dat de Tekenaar diep onder de indruk was van de door Pabst surrealistisch in beeld gebrachte dromen en nachtmerries. Sterker nog (pagina 119):

… zo leek het relaas over zijn in 1959 escalerende innerlijke crisis sterk op de plot van ‘Geheimnisse einer Seele’...



Ruzie? Oorlog! Op de dag dat Georges aanschuift bij Franz Niklaus Riklin, noteert Germaine in haar dagboek dat ze moe is gevochten:

‘Het is altijd hetzelfde. Hij, hij, en zijn crisis, dat leven van hem, zichzelf vinden. Wat een egoïst en wat een medelijden heb ik met hem.’

Hoe serieus nam Franz Niklaus de droombeschrijvingen van Hergé? Ze zijn zo extreem beeldend op papier gezet dat een schatplichtigheid aan externe bronnen (films, literatuur) nauwelijks over het hoofd is te zien. Goed denkbaar dat Dr. Riklin een diepe innerlijke zucht slaakte, want: ‘Wéér een verhalenmaker die voor zijn Eigen Verhaal put uit andermans verbeeldingskracht’.

Overigens, nadat ik ‘Geheimnisse einer Seele’ had gezien (en dat kan hier, het is een aanrader), nam ik ook Van Opstals stelligheid met een stevige korrel zout.



Met dank aan Ivo Mans

woensdag 13 november 2013

De Riklin-3


I.

Essay van Franz N. Riklin, uit 1968. Deze Franz Niklaus was een zoon van Franz Beda Riklin, de Zwitserse psychiater die samenwerkte met Carl Gustav Jung en die een van de pioniers was van de psychoanalyse in Zwitserland. Hij was ook een talentvol schilder. ‘Er gehört mit seiner glänzenden Doppelbegabung zum wertvollen Schweizer Kulturerbe’, schreef het gezaghebbende Schweizer Monatshefte in 2001.

II.
Franz Beda kunnen we dus zonder meer aanduiden als DE Riklin en een wijdverbreide misvatting is dat Hergé, op 27 april 1959, bij hém aanschoof. Maar de schilderende psychiater was toen al ruim twintig jaar dood (hij stierf op 4 december 1938, zestig jaar oud, aan een hartinfarct). Het was zijn zoon Franz Niklaus, hier op een zeldzame foto:


… die de Tekenaar aanraadde om ‘de demon van de zuiverheid’ te doden.

Hergé zelf lijkt zich ook niet goed te herinneren wie hij nou gesproken heeft. Tegen Numa Sadoul verklaart hij, op 20 december 1971:

‘Ik heb een Zwitserse arts bezocht, professor Ricklin [sic!], een leerling en volgeling van C.G. Jung, die me vertelde: “[…] U moet uw demonen uitdrijven, uw witte demonen”.’

III.
Benoît Peeters neemt in ‘Le Monde d’Hergé’ (1983, pagina 30) de verkeerd gespelde naam klakkeloos over, evenals een andere vergissing van Hergé:

‘Op een zeker moment in mijn leven […] besloot ik een psychoanalyticus te raadplegen. Jung was dood, het was een van zijn studenten, professor Ricklin, die ik sprak.’

Jung dood in 1959? Welnee, de oude baas is dan nog springlevend en staat in het middelpunt van de belangstelling, dankzij zijn nieuwste boek…


… over een onderwerp waar Hergé pas jaren later mee aan de haal gaat!

IV.
Een jaar na zijn ontmoeting met Hergé werd Franz Niklaus Riklin directeur van het C.G. Jung Institut in Zürich. Hij stierf, op zestigjarige leeftijd en net als zijn vader, aan de gevolgen van een ernstig hartinfarct.
En wie is nu de man die staat afgebeeld op de foto bij het lemma FRANZ RIKLIN in de uitgave ‘Wie is wie in de wereld van Hergé’? Het is wéér een andere Franz Riklin! Mail van Scudder over deze Riklin nummer 3:

‘Die dekselse Jan Aarnout Boer heeft in zijn prachtboek een foto geplakt van de zoon van Franz Niklaus, de kleinzoon dus van Franz Beda, en emeritus hoogleraar strafrecht in Freiburg.’

dinsdag 12 november 2013

Vervreemding


Impulsief bezoek aan Venetië om nog een staartje van de Biënnale mee te pikken. Ik hoopte een paar keer duchtig geráákt te worden, maar de hoofdtentoonstelling (‘Il Palazzo Enciclopedico’) ontketende overwegend onverschilligheid.
‘Kijk, strips,’ zei S. landerig, na een afstompende gang langs onverkwikkelijk veel irrelevante kunst. De 207 originele pagina’s van Robert Crumbs The Book of Genesis (‘All 50 chapters’) waren zo vernuftig opgehangen dat ze de megalomanie van het project riant beklemtoonden.


Maar getroffen werden we pas in het Britse paviljoen, door een onbeholpen portrettekening van David Kelly. De wetenschapper en voormalig wapeninspecteur in Irak werd in 2003 gevonden met doorgesneden polsen - zelfmoord (hoewel niet onomstreden). Hij was de belangrijkste bron voor een BBC-documentaire waarin Tony Blair beticht werd van doelbewuste leugens over de zogenaamde massavernietigingswapens van Saddam Hoessein. Kunstenaar Jeremy Deller liet de hoofdrolspelers in die affaire tekenen door ex-militairen en gedetineerden.
Alsof je de bewoners van een Syldavisch cachot vraagt om de betrokkenen bij de zelfmoord van wetenschapper Frank Wolff* in beeld te brengen.

De vervreemding die dit alles teweegbracht, schuurde weldadig. S. kneep in mijn hand, ik in de hare - en het was alweer een tijdje geleden dat we zo dichtbij elkaar stonden.


*) ‘Wat mij betreft, alleen door een wonder kan ik behouden blijven.’

vrijdag 8 november 2013

De Hong Kong-connectie



Hergé belaagd door een witte demon. Unieke opname uit de collectie van Dr. Jule Eisenbud ‘originating from the seventies during the years of Dr. Jule Eisenbuds experimentation on renowned psychic photographer Ted Serios’.

Hergé ontmoette de omstreden Serios tijdens zijn rondreis met Fanny door Azië, voorjaar 1973, in The Mandarin, het legendarische luxehotel in het hart van Hong Kong:


Over het uitzicht vanuit zijn hotelkamer schrijft Georges op 3 mei aan zijn secretaris Baudouin van den Branden:

‘[we zien] een van de mooiste baaien ter wereld, waar de jonken, de sampans, de veerboten, de loodsen en de vrachtschepen van allerlei nationaliteiten krioelen naast de oorlogsschepen. En in de verte, het wrak van de Queen Elizabeth.’

Dit wrak (dat diende als geheim hoofdkwartier van MI6 in de James Bond-film ‘The man with the golden gun’) werd twee jaar later ontmanteld. En als Andy Warhol negen jaar ná Georges en Fanny, in 1982, vanaf zijn balkon in The Madarin naar de baai staart…


…zijn ook de jonken, de sampans en de oorlogsschepen goeddeels verdwenen.

Philippe Goddin citeert uit de brief van Hergé (in: Levenslijnen, pagina 892) en doet dat, op aandringen van Fanny en Nick Rodwell, niet volledig. Over het contact met Ted Serios schreef de Tekenaar:

’s Avonds een ontmoeting gehad met een fotograaf uit Chicago die mij aansprak in de lift. Merkwaardig gesprek waardoor Fanny van slag raakte en waarvan ik je, als ik bekomen ben, in extenso verslag hoop te doen.

Enfin, we weten inmiddels dat Pete Serios op uitnodiging van Hergé in het najaar van 1973 naar Brussel kwam en op de Avenue Louise een reeks onthutsende foto’s schoot waarvan het bestaan, veertig jaar later, door het echtpaar Rodwell nog steeds het liefst wordt ontkend.

donderdag 7 november 2013

Laidback



Links Hergé, rechts Greg. En, in oprecht erbarmen met de jonge Fanny, constateren we nog maar eens: de Tekenaar had bepaaldelijk geen witte demonen in zijn mond.

Na de vreselijke dood van mijn tandarts, zat ik bijna twee jaar zonder. Als er dan toch tussen mijn kaken moet gehengst en gefrummeld, dan graag door een voorkomend iemand. Gisterochtend een cordiale mail van de man die ik met zoveel moeite had gevonden: ‘Binnenkort ga ik een oude droom waarmaken, een nieuwe start in laidback Melbourne, Australië.’

En ik maar denken dat tandartsen louter witte dromen hebben.

dinsdag 5 november 2013

maandag 4 november 2013

Transparant



Luchtvaartkavel 714 op diezelfde Artcurial-veiling. Origineel omslag van Yves Thos - gruwelijk realisme waar althans deze oude hond geen brood meer van lust. Maar laten we het jochie niet verloochenen dat hier veertig jaar geleden wél warm voor liep.

Thos benut heel gelikt de beloftevolle expressie van het klassieke filmaffiche. Er zijn explosies die luider klinken dan Abdallahs klapsigaren, er hangt een snuiter aan een helikopter, er wordt een kloeke watjekouw uitgedeeld en er is een lekker wijf dat heur haar naar achteren gooit. Er is ook nog een koude kermis. Die bevindt zich achter dit schilderachtige geweld.

Als setting voor halfgare avonturenstrips is het Midden-Oosten blijkbaar nog steeds populair. Een lezer stuurde me dit hilarische voorbeeld, fragment uit de strip ‘Sienna’, voorgepubliceerd in de Vlaamse Metro van afgelopen donderdag:


Ik ben blond en ik zit achter transparante tralies...


Met dank aan Yves Declercq.

zaterdag 2 november 2013

Het prul (3)



‘Pièce de poubelle’ in de nieuwe veilingcatalogus* van Artcurial. Een zweempje Hergé (paginasnipper van plaat 46 uit BIJOUX) voor een puntgave richtprijs van € 10.000 – 15.000.

*) Klik!

donderdag 31 oktober 2013

Onzuivere demonen


I.
Afwijzend mailtje dinsdagavond van een A la recherche-lezer: ‘Erg flauw en makkelijk om telkens maar weer de gesprekken van Hergé met zijn psychiater belachelijk te maken!’
Is het, vroeg ik me af, ook ‘flauw en makkelijk’ om erop te wijzen dat van gesprekken nooit sprake is geweest, maar dat de Tekenaar slechts één onderhoud had met ‘zijn’ psychiater?

II.
Samenvatting van het voorafgaande*:


Neem vooral nota van de laatste alinea.


III.
Twee jaar geleden schreef Scudder me:

‘Ik meen dat ik je al eens eerder over Riklin een mail stuurde: het is één grote fabel, Hergé die bij zijn intake bij Riklin al meteen zo'n concreet advies krijgt! Dat is nog eens waar voor je geld!
Ja, Hergé heeft het verhaal zeker zo de wereld in geholpen en ja, iedereen vond het geweldig dat de meester zich zo open gaf en zich van zijn zwakste kant liet kennen. Maar tegelijk wist Hergé dat als hij zich op dit vlak zwak toonde, men niet verder zou doorvragen naar al zijn andere zwakke kanten.’


IV.
Gistermiddag legde ik pagina 656 uit LEVENSLIJNEN, over het bezoek van Hergé aan Riklin, voor aan een bevriend** psychiater. Ook hij vond de directheid van het advies ‘verdacht binnen de gekenschetste omstandigheden’. Een fabeltje, dus? Maar zo direct is hij dan weer niet:

‘Men vergeet weleens dat de psychiatrische praktijk ook gewoon een nering is. Het is voorstelbaar, althans, ik kan me het voorstellen, dat Riklin zijn advies bewust heeft afgegeven als trigger voor langduriger archetypische vervolgsessies. Inherent daaraan is het risico dat het meteen een sturende factor is. Maar je kunt altijd bijsturen, afzwakken.’

Hergé, weten we, hield het bij één gesprek en kon een onweerstaanbaar, in klare lijnen geschetst verhalend element toevoegen aan zijn biografie.


*) Afkomstig uit het weergaloze (en tot mijn schaamte hier nimmer genoemde) naslagwerk ‘Wie is wie in de wereld van Hergé’ van Jan Aarnout Boer en Ton van Sligter.
**) Zeer vriendelijk eufemisme.

dinsdag 29 oktober 2013

Archivum secretum



Fraai verzorgde uitgave van Lannoo die ik tijdens de Dutch Design Week in Eindhoven hoog opgetast aantrof in het oude klokgebouw van Philips. Mooie titel ook: ‘Uit de geheime archieven van Hergé’, een directe verwijzing naar de vondst - vorig jaar maart - van tientallen archiefdozen in een dichtgemetselde kelderruimte in Céroux-Mousty. De samensteller van het boek, Michel Daubert, heeft inmiddels een deel daarvan uitgeplozen.

Daubert inventariseert onder andere de hirsutisme-collectie van Hergé: honderden prentjes uit de jaren 1895-1910 met overbehaarde vrouwen…


… en hij maakt een beeld-voor-beeldanalyse van een herstelde smalfilm die de tekenaar construeerde met zijn Zwitserse psychiater Franz Riklin:


Het grootste deel van deze voorbeeldige studie is evenwel gewijd aan de verloren gewaande briefwisseling die Hergé in de laatste jaren van zijn leven voerde met zijn eerste vrouw Germaine. In een van zijn laatste brieven aan haar refereert Georges aan een ontmoeting die hij en Fanny hebben gehad met ene Nick Rodwell (!):

Er was een spanning tussen hen voelbaar die ik als zeer onplezierig ervoer. Ik kreeg het schijt van hem, Ginette! God verhoede dat ze na mijn dood iets met die idioot aanvangt.


Kuifje, uit de geheime archieven van Hergé / Formaat: 21 x 21 cm / 482 pagina's / € 45,00 / ISBN 9789082074901

maandag 28 oktober 2013

Reusachtig (2)


Overigens zijn de groeistuipen van Irma (in JUWELEN) geenszins een incidentele uitglijder. Laten we eens kijken naar de cliffhanger op plaat 50:


Kuifje bevindt zich op een steenworp afstand van het venster waaruit hij de pianoklanken van Igor Wagner hoort. Tot zijn verbazing, want heeft hij de brave begeleider van Bianca Castafiore niet zojuist zien wegfietsen (om, vernemen we later, een waarachtige walk on the wild side te maken)? Als hij poolshoogte wil nemen, gebeurt er iets vervelends:


Onze held is gekrompen! Maar gelukkig heeft hij tussen de rozen een op dwergen toegesneden laddertje ontdekt waarmee hij het werkvertrek van Wagner kan binnendringen.

Binnenkort een grondiger ontleding van dit album, want - tienduizend miljard bliksembommen! - wie het wil zien, krijgt veel onverteerbaars voor de kiezen.

vrijdag 25 oktober 2013

Reusachtig



Opmerkelijk tafereel uit JUWELEN waarin Irma in een reuzin is veranderd.

Deed me denken aan deze ingewortelde hersenkraker:


Als je eerst een boottochtje maakt in een klomp en nadien je reis vervolgt op de rug van een bromvlieg, hoe REUSACHTIG is dat beest dan wel niet?

Enfin. Kom d’r maar in, Matthias Giesen!




Met dank aan Mars Gremmen

dinsdag 22 oktober 2013

2052


In ‘Het Bootstrap Effect’, nieuw deel in de gereanimeerde succesreeks van E.P. Jacobs, reist professor Philip Mortimer met de chronoscaaf ditmaal naar de nabije toekomst. In het Brussel van 2052 is hij aanwezig bij de feestelijke presentatie van het eerste nieuwe (volledige) Kuifje-album sinds PICAROS. Na wat obligate avonturen aanvaardt de professor de terugreis naar 1960. Door sabotage zal de chronoscaaf evenwel crashen in 1927, op de drukkerij van het ultra-katholieke dagblad ‘Le Vingtième Siècle’. Als Mortimer verschrikt en gewond uit de verwoeste tijdmachine stapt, ziet hij tussen de puinhopen het levenloze lichaam van een jonge bedrijfstekenaar…

In het tekstblok op het laatste plaatje van ‘Het Bootstrap Effect’ lezen we:

‘Met een hoofd vol angstige vragen en een geheimzinnig stripalbum in zijn bevende hand rent Mortimer door de duistere straten van Brussel.’

Op de tekening zien we Mortimer, met een geheimzinnig stripalbum in zijn bevende hand en een groot vraagteken boven zijn hoofd, door de duistere straten van Brussel rennen.

maandag 21 oktober 2013

Ezelachtig




Lithografie van plaat 109 uit AU PAYS DES SOVIETS. Uitgegeven ten bate van het World Wildlife Fund Belgium, gesigneerd door Hergé en genummerd 63/200. De tekenaar signeerde ook de overige 199 exemplaren. Erger nog: hij moest zijn krabbel plaatsen onder nóg eens negen andere genummerde litho’s, elk in een oplage van tweehonderd stuks. In totaal tweeduizend handtekeningen (exclusief de pennenvegen onder de auteursexemplaren en de exemplaren voor instellingen en musea overal ter wereld). Dit alles kort voordat hij, in zwakke gezondheid, afreisde naar het Lagio Maggiore, september 1981. ‘Vind je het gek’ schrijft een A la recherche-lezer, ‘dat die arme ziel dan een onvolkomen dédicace (‘Met harte wens’) toevoegt aan een van zijn albums?

Nou nee.

En zoetjesaan dringt tot me door dat ik iets bijzonders heb laten schieten. De gerafelde ZONNEBLOEM die D. me aanbood en die ik zo onnadenkend afwees, werd door Hergé gesigneerd op 12 september 1981. Een Nederlandstalig album, door de auteur van een boodschap voorzien… in Zwitserland. Ersatzmatroos die ik ben, met mijn ezelachtige voorkeur voor ongeschonden boeken!

vrijdag 18 oktober 2013

Uit de kast



Hergé rommelt wat in zijn dossierkast, maart 1956.

Onderwijl probeerde ik (oktober 2013) vruchteloos een programma aan een opgegeven bestand te koppelen zodat ik in de cloud een afwijkende map kon openen... En mille tonnerres de Brest, wat wilde ik graag weer eens, in een shirt met opgerolde mouwen, als een echte vent voor zo’n grijs stalen monster staan!

woensdag 16 oktober 2013

Flamand


I.

Hoe goed/slecht was Hergé de Nederlandse taal machtig? D. attendeert me op een gesigneerde ZONNEBLOEM met de boodschap ‘Met harte wens’. Komt me bekend voor en dat kan kloppen. ‘Je vond destijds dat ik te veel vroeg voor een matig album. Maar dat was het niet. Het binnenwerk was alleszins redelijk.’ Aldus mijn gemankeerde dealer.
Een onvolkomen dédicace in een dito boekblok… Voel ik daar iets van een vertraagde spijt?

II.
Reactie van A la recherche-lezer Mike van der Veer op het curieuze Nederlands (‘Met vriendelijke aandenking’) van de geestelijk vader van Kuifje:

‘Bijgaand een scan van het cijferlijstje van Remi, waaronder ‘Flamand’. Moeten we hieruit opmaken dat hij niet zo goed was in deze taal?’


Van der Veer: ‘Later heeft hij zijn kennis wat opgehaald, getuige zijn vriendelijke woorden aan mij gericht’:


III.
Over die opgehaalde kennis valt dan weer te twisten. Vraag aan D. wanneer de tekenaar zijn ‘harte wens’ in De Zaak Zonnebloem krabbelde. Betekenisvol antwoord: ‘In september 1981.’

maandag 14 oktober 2013

Talent (2)



‘Talent is het vermogen om andere mensen straffeloos als rekwisieten te behandelen.

Arnon Grunberg, zaterdag in de Volkskrant. Mijn gedachten dreven af naar het dagelijkse schouwtoneel aan de Louizalaan (‘Nog een kopje thee, Bob?’) en juist toen stak S. haar hoofd om de deur. Misprijzende blik door mijn werkvertrek.
‘Wat heb jij toch een geweldig talent om er een bende van te maken,’ zei ze.
Ik kon tegensputteren dat die bende slechts bedoeld was om de demon van de zuiverheid te doden, maar we zitten in een fase waarin woorden nogal eens ongelukkig kunnen vallen.

’s Middags bezichtigden we een vernieuwbouwde woning in de Haarlemmerbuurt. ‘Zo te betrekken,’ volgens de makelaar, een kropmens die ons langs drie etages angstwekkend witgesausde muren leidde. De ‘luxe kookbeleving’ (lees: keuken) was misschien nog wel witter. Ik overwoog om een Yeti-pak aan te trekken en er een beestenboel van te maken. Maar precies dat rekwisiet had ik verzuimd mee te brengen.

maandag 7 oktober 2013

Aandenking



Nederlandstalige dédicace van Hergé, in Het zwarte goud. Een al te letterlijke vertaling van ‘Avec l’amical souvenir’. Correct Nederlands mogen we het niet noemen, maar een ‘aandenking’ treedt bij wijlen voor de dag in de betekenis van ‘een aandenken’:


Tweemaal binnen zonder kloppen: Surinaamse krantenpoëzie…

Ook ‘Met vriendelijk aandenken’ snijdt strikt genomen geen hout, tenzij de Tekenaar bij het album een doosje bonbons heeft gevoegd. Maar misschien moeten we het Hergé niet te zeer aanrekenen. Thuis ligt immers een bokkige echtgenote in bed die al zijn aandacht opeist. Germaine worstelt in juni 1952 al vier maanden met een versplinterd dijbeen: smartelijk aandenken aan het ongeluk met de Lancia Aprilia van haar man, tijdens een inhaalmanoeuvre op de weg tussen Mousty en Céroux.



Ik knijp er even tussenuit. Volgende week verder.

donderdag 3 oktober 2013

Inkt


Gesigneerd Oor op eBay:


Een oude bekende, want luttele maanden geleden (juni) voor iets meer dan de helft van de prijs geveild in Brussel:


Edith en Lucie (Toto) zijn de dochters van Jacques Laudy. Hergé signeerde die dag voor hen ook de hagelnieuwe editie van AMÉRIQUE:


In 2010 afgehamerd in Parijs (€ 1000,-). Let op de slordige, ongeïnspireerde krabbel. En let vooral ook op de datum: 17 juni 1947. De man die het pennetje hanteert, is op dat moment zwaar overspannen en al weken niet meer op de redactie van het Weekblad verschenen. Een paar dagen eerder heeft hij vernomen dat Norbert Wallez, in de nasleep van de oorlogsjaren, is veroordeeld tot vier jaar gevangenisstraf. De volgende dag, 18 juni, stuurt de tekenaar een brief naar Charles Lesne van Casterman: ‘Zenuwinzinking, geen idee wanneer ik werk hervat’. Weer een dag later verschijnt nummer 25 van het Weekblad, zónder het vervolg van De Zonnetempel, mét een bericht voor de lezer:

‘Notre excellent ami Hergé va prendre quelques jours de repos’.

Een paar dagen? ‘Onze goede vriend’ vertrekt met zijn Germaine naar Zwitserland (‘Een huwelijksreis vijftien jaar na het huwelijk’) en De Zonnetempel wordt pas twee maanden later hervat. Enfin, kleine, dramatische geschiedenis, samengebald in inkt, in een 66 jaar oud album.

dinsdag 1 oktober 2013

Circusact



Brussel, begin jaren zeventig. Hergé werpt een blik op de pop-up editie van Vol 714*. Vanuit een ander perspectief is dit wat hij ziet:


Wat hij denkt kunnen we slechts vermoeden. Maar die open mond zegt genoeg. In de albumversie wilde de tekenaar beslist geen ruimteschip afbeelden (‘Het mysterie moet intact blijven’). Uiteindelijk liet hij zich door kletsmeier Jacques Martin overreden, met het bekende resultaat:


Dit onooglijke, halfgare ruimtescheepje is in de pop-up editie een fors Chinees bord op een stokje. Het mystieke avontuur dat Hergé voor ogen stond, is uiteindelijk verworden tot een slappe circusact.


*) Op de achtergrond, midden, een doek van Louis Van Lint, de kunstenaar die Hergé zijn eerste lessen in de abstracte schilderkunst gaf. Maar daarover kunnen we maar beter zwijgen.