dinsdag 10 september 2013

Klare slierten


Naar Apeldoorn voor de CODA Paper Art-expo. Tikkeltje niksig, als de stad zelf. Maar de gebreide papierdraden van Movana Chen hebben wel iets:


Chen haalt boeken en tijdschriften door de versnipperaar en maakt uiteindelijk kleding en wandkunst van de papierslierten. Een nauwkeurige blik op het werkje hierboven leert dat de dame uit Hong Kong een oude bekende heeft versnipperd:


Excentrieke conceptie van de Klare Lijn!

zaterdag 7 september 2013

Te veel van alles wat


Boudewijn Büch stelde vast dat slechts een zucht van verduistering hem definitief kon losmaken van zijn verzameling. De boekenjunk blies al op 53-jarige leeftijd zijn laatste adem uit, in een privé-bibliotheek waarover de veilingmeester droogjes opmerkte dat het bepaald geen topcollectie was.
Te veel van alles wat.

In de voorbije, eenzame maanden deed ik verschillende pogingen om nutteloze ballast van me af te werpen. Voortvarend begon ik met het afvoeren van de opgehoopte tijdschriften uit de jaren zeventig en tachtig.
Maar zoiets moet ongezien gebeuren.
Ik herlas een boze brief van Anton Hermus over filmrecensenten die strips zouden haten als de pest (in filmblad Skoop), ik reisde mee met Hugo Claus en Ed van der Elsken naar Tanzania (Avenue) en ik zocht mét de auteur naar een antwoord op de dwingende vraag ‘Kan Wim Kan tegen kritiek’ (Hollands Diep).
Het was van alles wat en zonde om weg te gooien. En toen dook ook nog deze verstekeling op, in een doos met oude Penguin-pockets:


In de paarse omelet, nummer 3 (uit 1976). Vermoeienis van Hanco Kolk om, samen met Aloys Oosterwijk, René Meulenbroek en Ben Jansen, een Gelders stripblad op de markt te zetten. Destijds beter bekend als De gekleurde omelet (de zeven nummers die verschenen, verschoten telkens van kleur).
De paarse editie heeft een mooie bijdrage van Hendrik J. Vos die in de inleiding trots wordt aangekondigd als:

‘een jong talent waarvan gefluisterd wordt dat hij wel eens met Martin Lodewijk heeft opgefietst’.

Maar vóór alles bleef mijn bibliofiele blik haken aan De verzamelaar, een vroeg werkje van Kolk zelve:



Een pointe van likmevestje, maar de tekenaar was ook nog maar een jongmens van amper negentien.

donderdag 5 september 2013

Humor en spanning (2)


IV.
Resteert het nijpende (nu ja…) vraagstuk waarom Alain van Neyghen van de 9eme Art Gallery die kaart van de schaatsende kuifkop nog in het jaar van aankoop alweer opruimt. Desgevraagd is de reactie: ‘Ik verkoop mijn complete verzameling. Ik ben bijna vijftig en heb andere dromen.’
De tijd snelt voort en het uur vliedt heen, dat hebben we vaker gehoord. Als er bij mij – vijf jaar geleden – al andere dromen waren, dan laten die zich nu traagzaam blootleggen. Waar verlangde ik naar? De zucht van verlichting die hoort bij het afdanken van een half mensenleven aan ballast?

V.
‘Eens dat die wenskaarten ERG zijn,’ schrijft een striptekenende A la recherche-lezer ietwat kniezerig, ‘maar die hoorn des overvloeds vond ik nou juist weer erg vermakelijk omdat de Overvloed zo Bescheiden is, met een banaan, een ananas en drie aardappelen. Ik krijg onlustgevoelens van bijgevoegde bos ruikertjes, die zijn pas ERG!’

Er is niks bijgevoegd, maar ik heb zo mijn vermoedens:


Iemand had tegen Hergé moeten zeggen: Liever geen bloemen.

dinsdag 3 september 2013

Humor en spanning




I.

Wat hebben we hier? Originele tekening van een van de vijfentwintig zogenaamde cartes neige, wenskaarten die Hergé in de loop van 1942 tekende. Let op de authentieke punaisegaatjes - deskundige Marcel Wilmet onderzoekt nog steeds of deze door de tekenaar zélf zijn aangebracht.

II.
De tekening werd in maart van dit jaar geveild in Brussel. De onverbeterlijke kwapoets Alain van de 9eme Art Gallery telde in totaal € 85.000 neer voor deze ‘essentie van wat heet de Klare Lijn’. Die typering komt van, opnieuw, onze vriend Wilmet die destijds op zijn blog aanschurkte tegen een extatische appelflauwte:

‘Men heeft lang gedacht dat de originele tekeningen van deze reeks verdwenen waren, maar thans verschijnt er een op een veiling in Brussel. Dit is ongetwijfeld een belangrijke gebeurtenis op de kunstmarkt, maar het is ook en vooral een schitterende gelegenheid voor de bewonderaars van Hergé om dit prachtig werk in zwart-wit te ontdekken. Deze keer gaat het niet om een plaat uit een avontuur van de held met de kuif, maar — beter nog — om een mini-verhaal van Kuifje, samengebald in één beeld. Een uiterst klassiek verhaal, dat de eenheid van tijd, actie en plaats combineert met de humor en de spanning die we altijd van de vader van Kuifje mogen verwachten.’

III.
Humor en spanning: als een blind paard schaatst onze ‘held met de kuif’ op een wak af. Laten we elkaar niet voor de gek houden: de cartes neige zijn behoorlijk zouteloos. En tamelijk erg - soms zelfs heel, heel erg:



Koper Alain blijkt er inmiddels ook al weer klaar mee. Deze week op Ebay:


Een tikkeltje duurder dan in maart van dit jaar, maar daar staat een aantrekkelijke Livraison gratuite/Gratis verzending tegenover.

zaterdag 31 augustus 2013

Welkom ‘thuis’



Twee maanden nadat S. had opgemerkt dat ze een paar dagen alleen wilde zijn om na te denken, reed ik in mijn onzalige eentje naar Parijs - vastbesloten om het advies van Arnon Grunberg op te volgen.
Verder dan Brussel kwam ik niet.
Onder de troostaankopen in het Hoofdstedelijk Gewest bevonden zich een originele cibachrome print van Nan Goldin en, opnieuw, een diepzwart werkje van Armando. In nihilisme deden ze weinig voor elkaar onder en als mentale toverdrank waren ze absoluut waardeloos.
Spijt?
Onmiddellijk.
Maar ik wilde domweg gedachteloos spenderen - en zeker niet aan een zoveelste voortbrengsel uit het universum van Hergé.

Jaren geleden, bivakkerend op het randje van de dood, durfde ik nog heel flink te beweren dat ik mijn Kuifje-verzameling trouw was gebleven. Nu konden die rotboekjes me wel degelijk gestolen worden. Wat had ik gedacht? Dat ik hier ongebreideld Germaine kon sarren met haar ontrouwe Georges omdat mijn relatie wél onwankelbaar was?

De vrouw waarmee ik oud wil worden, is terug. Dat wil zeggen: ze wil weg. Dat wil zeggen: naar een huis waar de herinneringen niet zo zwaar op drukken. Het is geen compromis. Ik moet mee - en natuurlijk ga ik mee, hoewel ik me geen ander huis en geen andere buurt kan voorstellen.

Jong worden is een slopende bezigheid.

En de grote kraakvis mag mij kraken, maar wie moet straks in hemelsnaam al die boeken in dozen stoppen?


Dinsdag: de ‘essentie van wat heet de Klare Lijn’, ofwel: een ton voor een blind paard.

donderdag 29 augustus 2013

Shaken, not stirred



Advertentie in De Telegraaf, 23 oktober 1965.

En na het verorberen van een blauw sinaasappeltje wil je graag geloven dat Jean-Pierre Talbot eigenlijk een veel betere James Bond was dan Sean Connery.

dinsdag 27 augustus 2013

Corpus delicti


Morgen staat ‘de zaak Moulinsart tegen het Hergé Genootschap’ op de rol van de rechtbank in Den Haag. Tenminste, de uitspraak. Vandaag kijken we naar de uitkomst van een ander juridisch akkefietje:


Arthur Seyss-Inquart, kort na een nogal ongunstig vonnis van de rechters in Neurenberg, op 16 oktober 1946, 02.45 uur.

Terwijl die nacht tien nazi-kopstukken hun nek braken op het touw van de Amerikaanse beul John C. Woods, lag Hergé dodelijk vermoeid op één oor. Diezelfde dag nog schreef hij een briefje aan Charles Lesne van uitgeverij Casterman: Gelieve mij te verontschuldigen voor al het rumoer met Kuifje. De tekenaar moest een gepland bezoek afzeggen. Zijn hagelnieuwe stripweekblad (nummer 5 was zojuist verschenen) slokte al zijn aandacht op.

Het één heeft hoegenaamd niets te maken met het ander.

Of moeten we opmerken dat sergeant Woods die nacht Kuifje heeft opgeknoopt?


Unieke opname van Arthur Seyss-Inquart, begin 1938. Uit het archief van Getty Images.


Met dank aan Erik Varekamp

maandag 26 augustus 2013

Te gruwelijk



Fijne luistertip van een trouwe lezer: Bathtub Blues (Capitol EAP 4-1730) van jazztrompettist George Hudson, uit 1963. Het model zit in bad met een twee jaar oud exemplaar van Tintin (nummer 675) en staart door haar strenge montuurtje naar de elfde aflevering van Les bijoux de la Castafiore. Boven de omslagtekening van Berck (1929) is nog net de titelstrook zichtbaar van Jacobs’ Le piège diabolique. Niet het soort lectuur dat je over het algemeen bij een dame in bad aantreft.

Linksonder op de hoes zien we de creditline van de fotograaf: Baumgartner. De voegen van de badtegeltjes zijn nogal smoezelig. Dat lijkt te duiden op een mannenhuishouden. Grote kans dat het model in de badkamer van de fotograaf zit en dat het stripweekblad uit zijn eigen collectie komt.

Overigens werkte Jean Baumgartner in de jaren zestig voor alle grote namen: Greco, Dalida, Bécaud… Vermeldenswaard zijn de hoesfoto’s die hij maakte voor de ongure Richard Anthony:


Let op de vuige blik van Anthony en de aarzeling bij de vrouw in het ruitjeshemd. Meisje, wegwezen daar! zou je willen roepen:


Te laat! Op COLUMBIA ESRF 20.001 wordt de situatie allengs dreigender:


En op COLUMBIA ESRF 1334 loopt het, ondanks de smeekbeden van het slachtoffer, zelfs helemaal uit de hand:


COLUMBIA ESRF 0519-07 is te gruwelijk om hier af te beelden.

vrijdag 23 augustus 2013

Zo gaat ie goed!


‘Zo gaat ie goed!,’ zei Jan Pieter Glerum glunderend. En inderdaad, de biedingen vielen onverwacht hoog uit.

Column uit de GPD-kranten van 28 oktober 1987, van Nico Scheepmaker - als kleine ode aan de veilingmeester die vanmorgen is begraven. Scheepmaker (ook al weer 23 jaar geleden ingesluimerd) bezoekt de eerste grote stripveiling van Sotheby’s en is vooral benieuwd naar het resultaat van het allereerste kavel: Abe, hot story van een voetballerina, een vroeg werkje van Theo van den Boogaard (met veel blote voetballers) en tekst van... Nico Scheepmaker.





woensdag 21 augustus 2013

De man met de hamer



Amsterdam, eind januari 2009. Links: uitroepteken dat een punt zet achter de kreet EPPO IS TERUG. Rechtsboven (goed kijken): de geest van Peter de Smet. Midden: Jan Pieter Glerum, de veilingmeester die deze week door de Almachtige werd afgehamerd op de schamele leeftijd van 70 jaar. Glerum was een stripfanaat die in 1987 de kranten haalde omdat hij de collectie van stripfanaticus Betty Bloos onder de hamer bracht. Hij was toen vierenveertig en al jaren directeur van Sotheby’s Nederland. De erotische strips die hij óók verzamelde, had hij opgeborgen in zijn kelder - veilig buiten het bereik van zijn kinderen.

Glerum, bijgenaamd The Dutch Windmill (vanwege zijn drukke armgebaren), is een keer langs geweest, eind jaren negentig, toen hij zijn bekendheid inzette bij het inzamelen van moderne kunst voor een benefietveiling. Ik schonk hem een troebele temperaschildering van Rob Birza en pronkte met mijn ándere verzameling. Waarna hij me vrolijk in mijn hemd zette met de bekentenis dat hij het verlangen naar oude boeken in nieuwstaat een idee-fixe vond. Maar hij was ook veilingmeester die zijn eerste Kuifje-vendu al achter de rug had. En dus: ‘Als je ooit wilt veilen…’.

Vele jaren later ontdekte ik dat zijn eigen veilinghuis een filiaal heeft in de Rue de Rhône, de PC Hooftstraat van Genève. We mailden over een dwingend plannetje waar hij de lol wel van inzag: een veiling bij opbod in de conferentiezaal van hotel Cornavin. Hij wilde om niet met zijn hamer zwaaien als ik de publiciteitskosten voor mijn rekening nam. De opbrengst, beloofde ik, was voor War Child waarvoor ik toen fondsen wierf.

Het is er niet van gekomen. ‘Een afscheid in cyberspace,’ noteerde ik in juni 2008 bij de start van dit blog trouwhartig. Vijf jaar later is het afscheidsfeestje nog steeds gaande en wordt er af en toe een gast levenloos het partycentrum uitgedragen.

Dag, Jan Pieter.

Welkom ‘thuis’, S.

De harmonie speelt maandag verder.

donderdag 6 juni 2013

Abuis


En dan na drie maanden ontreddering inzien dat hier al die tijd het verkeerde wachtmuziekje heeft geklonken.
‘Snap het nou,’ zei S. ten slotte. ‘Ik wil helemaal niet oud met je worden. Ik wil weer jong met je worden.’
Wil. Niet: wilde.
Precies genoeg om te denken dat het wel weer goed komt.

Beste, verwaarloosde A la recherche-lezer, een ongeveinsd dank voor alle gevoelvolle bijval. Eind augustus vervolg ik hier mijn reis. En tot die tijd…*


*) Hopen is voelen dat wat je voelt niet blijvend is.

zondag 3 maart 2013

S.


‘En als ik oud moet worden, dan alleen met haar…’

(Frans Halsema, Voor Haar)

Soms dreig je iets te verliezen dat altijd zo vanzelfsprekend is geweest dat je er al heel lang je best niet meer voor doet.

Waarde A la recherche-lezer, ik trek me even terug in de Echte Wereld om te herstellen wat ik niet kapot heb zien gaan. Geen gemakkelijke kwinkslagen dit keer over juffrouw Fanny & toestel 421, wel een ongemakkelijke waarheidszin: ik ben doodsbang.

woensdag 27 februari 2013

Op het spreekuur



‘Ik begrijp dat dit niet is waarop u had gehoopt en dat u van streek bent. Maar spondylolisthesis is goed behandelbaar. Als we de rug weer rechtzetten, verdwijnt de druk op uw binnenwerk en zullen uw klachten geleidelijk afnemen.’

maandag 25 februari 2013

Doelloos



Uit een aflevering van SEPT BOULES in Coeurs Vaillants, 8 december 1946. Let op de fraaie sfeerverlichting in het appartement van Kuifje: heel vloeiend kleurt de muur achtereenvolgens rood, blauw en geel.

Over de keuze om de bovenkleding van onze held rood te kleuren, valt te twisten. Maar de inkleurder merkt tenminste iets op wat Hergé zelf in het latere album verloochent. Kuifje draagt een wit overhemd met lange mouwen en daaroverheen een pullover met korte mouwen.

In de originele tekeningen is die combinatie van kledingstukken evident:


In de albumuitgave wordt, zoals opgemerkt, deze configuratie genegeerd. Het boordje van het overhemd is nog steeds wit, maar de lange mouwen zijn nu net zo blauw als de pullover!



Woensdag verder!

donderdag 21 februari 2013

De wrede wereld


Keren we nog even terug naar Theo van den Boogaard:


‘Kuifje in de echte wereld’, bundel korte essays uit 2004 over ‘het geheim van Kuifje’. Van den Boogaard maakte bovenstaande omslagtekening omdat de uitgeverij geen toestemming kreeg om afbeeldingen van Hergé te gebruiken. Maar in deze vorm kreeg hij het boek nooit in handen. En in deze lay-out is het hier vandaag voor het eerst te zien.

Begeleidend mailtje van samensteller Jeroen Denters: ‘Bij Meulenhoff waren ze bang dat Moulinsart niet zou tolereren dat Kuifje van hoofd tot teen werd afgebeeld. En dus ging voor het definitieve omslag zijn kop eraf’:


Mij lijkt het verschil tussen Van hoofd tot Teen en Van Borst tot Teen binnen het Intellectueel Eigendomsrecht geen halszaak, maar goed...

Denters: ‘In de gekozen oplossing kan het bij wijze van spreken Robbedoes zijn die de kleren van Kuifje draagt. Dat was toen de afweging.’

dinsdag 19 februari 2013

Bric-à-brac


D. wijst me in een vermanend mailtje (‘Kijk eens verder dan die albums’) op de bric-à-brac die op 3 maart bij Galerie Moderne óók onder de hamer gaat.

Kavel 4827:


Très rare Figurine en latex. Kuifje in te heet gewassen jeans en met de schoenen van Amélie. Let ook op de verlengde linkerarm: handig bij het opnemen van de telefoon.


Kavel 5023:



Officiële uitnodiging voor Bob de Moor om op 18 maart 1983 de eucharistieviering bij te wonen ter nagedachtenis van Hergé. Emouvant et rare, vermeldt het Brusselse veilinghuis. Dat laatste kan kloppen: voor zover bekend zijn er weinig uitnodigingen voor Bob de Moor om Hergé te komen herdenken in omloop.


Kavel 5026:



Kasboekje met alle uitgaven van de Studios in de periode 1950-54. Met het eerste salaris van Bob de Moor en het laatste van Edgar Jacobs. Document à décoder avec de la patience.


Kavel 5055:



Soutien-gorge de Germaine Kieckens (Ottens, 75B, 1937). Rare exemplaire (certificat d’authenticité de M. Wilmet). Coiffes frottés, sans gravité. Bel état. Pic précoce dans les lignes de vie d’Hergé!

Maar dat ‘Bel état’ nemen we met een korrel zout.

maandag 18 februari 2013

Kleurloos



De verrukkelijke France Ferrari in de weer voor Theo van den Boogaard. Origineel werk uit diens Sjef van Oekel-reeks hangt sinds vorige week in de verkoop bij Galerie Champaka in Brussel.

In een interview vandaag op ActuaBD herinnert Van den Boogaard zich een Hergé-expositie die hij bijwoonde in het gezelschap van Fanny Rodwell. Hij raakte nogal onder de indruk van het getoonde werk:

‘Het zat stampvol correcties. (…) De werkwijze van een tekenaar wordt op die manier blootgelegd: je ziet elke stap die is gezet bij de compositie van een tekening of een plaat.’

Echt enthousiast was Van den Boogaard toch niet:

‘Ik geloof niet dat het een goed idee is om platen in zo’n staat te tonen, maar goed…’

In de 58 originele pagina’s en stroken* die bij Champaka hangen, wordt niks blootgelegd. Ze zijn af:

Keurig geïnkt, geen correcties te bekennen. Voor € 2.500,- haal je iets in huis wat behoorlijk kleurloos is - en niet alleen omdat de hemelse ecoline van France Ferrari ontbreekt.

Dan is de ongedwongenheid van zo’n eerste schetsje toch veel aanstekelijker:





*) Klik!

donderdag 14 februari 2013

Luchtpost


I.

Veilinghuis Artcurial noemt kavel 165 (de inkleuring van pagina 55 en 56 uit L’ÎLE NOIRE, 1943) ‘la première édition couleur’. De pezewever mag nu opmerken dat een groot deel van de voorpublicatie óók in kleur was. Op 28 april 1938 krijgen de lezertjes van Le Petit Vingtième veel rood en een aanmerkelijk schunnig groen voor de kiezen:



II.

Kijken we eens goed naar dat laatste plaatje. Voor de albumversie uit 1943 tempert Hergé het contrast en ontneemt het personage op de voorgrond zijn knalrode haar:


En in 1965 trekt Bob de Moor (die het album nota bene Britser moest maken) hem ook zijn tweed jasje uit!


De brokkenpiloot/mecanicien mag in deze versie (helemaal rechts) overigens zichtbaar gekwetst liggen wezen. Dat de tere lezertjes maar niet denken dat er zich stoffelijke resten onder die vleugel bevinden.

III.
Coïncidentie: hetzelfde aprilnummer van Le Petit Vingtième plaatst op pagina 15 een klein berichtje over de stuntvlieger Otto von Hagenburg en diens geslaagde optreden in Parijs. Veel minder succesvol was de Duitse graaf een jaar eerder tijdens een show in Cleveland. Hij vliegt, net als Jansen en Janssen, ondersteboven, over de hoofden van 50.000 toeschouwers. En hij crasht:


En ook hij ziet sterretjes:


Een echte ijzervreter, die Otto:




dinsdag 12 februari 2013

Coïncidenties



Bundel van vijf LE SOIR’s uit april en juli 1944, kavel 4456 op de Hergé-veiling van Galerie Moderne. De ‘subtiele collaboratie’ van Hergé valt nauwelijks op. Kuifje en professor Bergamot zijn bijkans bedolven onder de beursberichten.

Er gaat op 3 maart amusanter spul onder de hamer in Brussel, maar let eens op het laatste plaatje uit de strip. Luttele dagen eerder veilt Artcurial in Parijs het origineel:


Sublime passage de la scène cruciale et mythique de cet album! De superlatieven zwieren uit de schoorsteen. Richtprijs voor deze 10,5 bij 16,7 centimeters: € 12.000 - 17.000.

Nog meer coïncidenties? Jawel, bij Artcurial ook de originele inkleuring* van pagina 55 en 56 uit L’ÎLE NOIRE (1943), met bovenaan pagina 56…


…de zendmasjien zoals we die inmiddels ook kennen uit Rikki Speurder…

Het Parijse veilinghuis ontpopt zich in steeds heviger mate als het afslagpunt van de iconen uit mijn jeugd. En laat ik eerlijk zijn: het 12-jarig knaapje achter mijn grijzende façade krijgt van dit kavel een zachte vouw in zijn ziel:


Maar, zeventig mille? De volwassen kunstliefhebber in me vindt het vulgair. Voor hetzelfde geld, waarschuwt hij, tik je morgen bij Sotheby’s in Londen drie (3) werkjes van Joseph Beuys op de kop. En op de muur, mét goed fatsoen.

Hij zou eens zijn hooghartige kanis moeten houden, die Popo Kabaka.


*) Stokpaardje van ART9expert Marcel Wilmet die nimmer nalaat te verkondigen wat een geweldige investering het toch is, zo’n inkleuring.

maandag 11 februari 2013

Een rivier van tranen



Hergé had een broer, Paul, die een zoon had, Georges. En deze Georges, de neef, is de auteur van dit boek.

Dixit Stéphane Steeman in zijn wat schutterige voorwoord bij ‘Un oncle nommé Hergé’ van Georges Remi jr. Het 66-jarige neefje van de Tekenaar schudt de lezer daarna weer wakker. Hij laat zijn biografische notities (‘een politiek incorrecte getuigenis tussen tederheid en rebellie’) als een echte thriller beginnen:

September 1979.
Die ochtend trof ik in mijn brievenbus een envelop met het beeldmerk van de Studios Hergé. (..) Terwijl ik hem opende, werd ik overvallen door een naargeestig gevoel.

De envelop bevat een kille notitie van de oude Hergé die het vertikt om aanwezig te zijn bij de opening van de allereerste expositie van tekenaar en maritiem schilder Georges Remi jr.

De reden laat ik hier even in het midden, de reactie van de neef niet. Die ontploft op larmoyante wijze:

Ik slaakte een kreet van woede. Als een gebouw dat een ruïne wordt onder de vernietigende kracht van een sloopmachine, viel mijn lichaam uit elkaar, spier na spier, zenuw na zenuw, in een lange, tumultueuze rivier van tranen.

Neef is not amused, zoveel is duidelijk. Dertig jaar na de dood van oom heeft hij ‘zijn waarheid’ op papier gezet. Boekpresentatie: aanstaande woensdag in de Brusselse boekhandel Filigranes. Meer informatie op het blog van junior: georgesremi.eu. Daar staat ook een overzicht van zijn grafische werk waarvan mijn smaakpapillen dan weer in een wilde rivier van ontzetting kukelden:


Let op de golven, die vormden de aanleiding voor de onmin tussen senior en junior.

donderdag 7 februari 2013

Vintage Hergé



Heeft de Breugel van het Beeldverhaal leentjebuur gespeeld bij de Meester van de Klare Lijn? Tsja, mailt een korzelige lezer, wie zegt me dat Vandersteen niet gewoon een in die tijd gekend zendapparaat heeft getekend?

Typisch een kwestie voor oud-Stripschapper Louis M. die een webstek beheert tjokvol historische zend- en ontvangstapparatuur. Heeft Hergé in 1938 (en Vandersteen in 1944) een bestaand apparaat op papier gezet?

‘Nee, die zend-ontvanger lijkt in de verste verte op geen van de door mij bekende toestellen uit Engeland, België (jazeker, het Belgisch leger had voor 1940 een respectabel assortiment transmissiemiddelen), Frankrijk, Duitsland, Italië of de Verenigde Staten. Maar ik moet het de oorspronkelijke tekenaar nageven: hij heeft een redelijk realistisch apparaat neergezet.’

Louis heeft één punt van kritiek:

‘Ik heb nog nooit de aansluitingen van de microfoon en hoofdtelefoon aan de zijkanten van een zend-ontvanger gezien.’

De grap is natuurlijk dat Vandersteen ook dat foutje van Hergé gedachteloos heeft nagetekend. Maar goed, Van Hooydonck heeft een mooie slag geslagen. Een originele Vandersteen plús een vintage Hergé in één tekening en in één koop.

dinsdag 5 februari 2013

Allo...Allo...Ici Willy...



Omslagontwerp voor Rikki Speurder (1944), afgelopen weekend afgehamerd op € 33.000,- (lees: gekocht op zijn eigen feestje door veilinghuismedewerker Peter van Hooydonck).

Een curieus werkje: het is de twee belhamels met hun spichtige lijfjes gelukt een loodzware radiozender op een rots te hijsen om aldaar contact te leggen met een vikingschip. We moeten constateren dat Willy Vandersteen de bezettingsjaren geestelijk nog niet helemaal heeft verwerkt.

Vergelijk overigens het zendapparaat uit deze ‘historische compositie’ (term van veilinghuis Bernaerts) eens met het apparaat dat Hergé in 1938 tekende in de ontknoping van L'Île Noire (voorpublicatie in Le Petit Vingtième):



Voor het gemak heeft de Breugel van het Beeldverhaal wat knoppen achterwege gelaten en de microfoon- en hoofdtelefoonuitgangen naar de linkerzijde verplaatst.

maandag 4 februari 2013

Verzamelaarsdroom


S. troonde me mee naar een receptie in Louwmans automuseum waar de conversatie zo hermetisch was dat ik me al snel buitengesloten voelde. Ik ontvluchtte de filmzeloten en het borrelgarnituur en verkende de verlaten expositieruimtes. Autohandelaar Louwman heeft een fenomenale collectie antieke en klassieke automobielen. Hij heeft ook nogal wat zalen gevuld met het soort automobielgerelateerde kunst en sculpturen dat duidt op een fenomenaal slechte smaak.

Mijn zwerftocht eindigde bij een schrijn met een afgeleefde verzamelaarsdroom:


De allereerste Toyota, een AA, gemaakt tussen 1936 en 1943. 1.404 exemplaren gebouwd, geen enkel overlevend exemplaar. Het Toyota-museum in Japan liet in arren moede een replica bouwen. Tot Louwman de tip kreeg dat er mogelijk eentje in een boerenschuur stond. In Rusland.
In Vladivostok.

‘Ah, daar ben je,’ zei S. die achter mijn rug was opgedoken.
‘Het kostte zeven maanden en een klein fortuin om dat ding naar Nederland te krijgen,’ vertelde ik. ‘En weet je wat nou zo mooi was? Onder een van de stoelen vonden ze een stuk landbouwplastic met daarin verpakt een genummerde editie uit de premier mille van AU PAYS DES SOVIETS, gesigneerd door Hergé en Germaine én door Olga Aleksandrovna, de jongste zus van de laatste tsaar van Rusland.’
S. knikte. ‘Stil maar. We gaan naar huis. Je mag naar je boekjes.’