zondag 20 mei 2012

Leemte


Prettige manoeuvreerruimte op de L'univers du créateur de tintin-veiling.*

Wie voor dit album geen halve ton wil ophoesten:


…vindt in de aankondiging ervan een betaalbaar alternatief:


Als dertig mille te hoog gegrepen is voor dit origineel:



…dan lijkt drie mille voor het afgeleide affiche een verstandige budgettaire afweging:


En wie voor deze bakkersdochter de platvink liever in de binnenzak houdt:


…die... ach, nou ja, die heeft misschien wel het gelijk van de wereld aan zijn zijde.

Onderwijl staar ik met gemengde gevoelens naar De Laatste Grote Hiaat in mijn Verzameling:


Elegante zelfprotectie: mezelf wijsmaken dat er sprake is van een Dringend Gewenste Leemte.



*) De catalogus staat hier online

woensdag 16 mei 2012

Onwaarachtig


Uit La Grande Épicerie griste ik getruffeld moeraszout mee, uit de Fnac ‘Gringos Locos’:

Jijé, Franquin et Morris sillonnant les États-Unis et le Mexique dans une vieille Ford Hudson… Une histoire parfaitement authentique…

Authentiek was daarna vooral mijn ontgoocheling over het ketellapperswerk van scenarist Yann. Of was de teleurstelling in het tekenwerk van Olivier Schwartz nog net een graadje erger?

Schwartz is een geraffineerde tekenaar. Tenminste, het is toch maar knap hoe sterk hij de suggestie weet te wekken dat te zijn. Oppervlakkig gezien maakt hij indruk (en met succes: ik liep immers met zijn album naar de kassa). Maar de verlokking houdt geen stand, de verleiding blijkt vals. De tekenaar is een poseur die al op pagina 3 door de mand valt:


Schwung? Dit is de worsteling van een artiest die slechts een beperkt aantal trucjes beheerst. Buiten de nauwe begrenzing zijn de poppetjes lijkstijf:


Waarna we de arme tekenaar nog herhaaldelijk zullen zien zweten. Dat Schwartz zijn klamme lijntjes vet in de inkt zet, maakt het er allemaal niet beter op (en geeft zijn werk hier het karakter van een anonieme reclamestrip).

Maar ¡mil millones de Brujas y duendes!, genoeg gemopperd deze week! Heer, geef ons heden een waarachtig pleziertje:





Maandag verder.

maandag 14 mei 2012

ZRAK!


Naar Parijs, voor de Triennale in het Palais de Tokyo en voor de Tim Burton- en Robert Crumb-exposities: een nogal onzalige processie van hele en halve teleurstellingen. Ellendigste inzicht: met hun vernieuwde kunstpaleis hebben de Fransen (sinds de opening in april) misschien wel het mooiste museum voor hedendaagse kunst - en nóg slagen ze erin op 22.000 vierkante meter uitstalruimte geen enkele begeestering af te dwingen.
‘Ze hebben hier toch een wat andere smaak,’ zei S., bij een installatie van opwaaiende jurkjes en uitgebluste ballonnetjes boven een slordige kluit ventilatoren.
‘Misschien hebben ze wel géén smaak,’ opperde ik voorzichtig.

Maar de koude wortelsoep met kardemon in het restaurant was formidabel, zelfs onder de vensters van Christian Marclay, de kunstenaar die ‘al dertig jaar de relatie verkent tussen geluid en beeldende kunst’:


Verslikte ik me daar toch bijna in het vlinderdasje van Han Peekel!


Woensdag: een valse verleiding

vrijdag 4 mei 2012

Herhaling



Een oude bekende. En met een reden. Persbericht van Artcurial: de gouache van Amérique gaat op 2 juni opnieuw onder de hamer. In maart 2008 was de opbrengst € 650.000 (exclusief opgeld). Bij het Parijse veilinghuis doen ze nu stoer met een vanaf-prijs van € 760.000.

Alsof het leven niet te kort is om in herhalingen te vallen.



Ik trek me even terug. De luiken gaan weer open op 14 mei.

donderdag 3 mei 2012

Een prachtige brand




Joanika: ‘Het was een prachtige brand. Grote delen van het huis bestonden uit hout en riet, die zorgden voor een enorme vuurzee. De woning was gloeiend rood van binnen. Eerst stortten de houten balken van de plafonds in, daarna de vloeren. Bladzijden van boeken dreven op de vlammen als bladeren die door de lucht wapperen.’

Borge: ‘De animator in mij keek naar de soepele beweging van de vlammen.’

Borge Ring en zijn vrouw Joanika vertellen (vanmorgen in de Volkskrant) over de brand die hun woonboerderij in de as legde. De 91-jarige animator had juist een selectie uit zijn archief gemaakt om te laten veilen bij Zwiggelaar: de originele tekeningen uit zijn films, zijn briefwisseling met Marten Toonder, zijn werk voor Donald Duck en Sjors (Distel), een grote collectie stripboeken. Er is niets van over - zelfs de Oscar die Ring kreeg voor zijn Anna & Bella is gesmolten - maar er is ook geen spoortje verdriet. Borge: ‘Sinds de brand is mijn leven opnieuw begonnen. Het voelt heel licht zonder bezittingen.’

Joanika stak de open haard aan, de brand begon in de schoorsteen.
Ik heb een cv-ketel en een batterij nondescripte radiatoren.
Het verhaal ontroert me zo dat dat me spijt. Bijna.

woensdag 2 mei 2012

Fait divers


I.
Beschadigde asbak gekocht. Gebakken in 1950, ter gelegenheid van de meerderjarigheid van Kuifje (‘Hourrah! Nous sommes majeurs!’). Curieus hebbedingetje, maar ook, laten we eerlijk wezen, een onnozel prul. Ik wilde domweg D. een plezier doen door eindelijk weer iets van hem te kopen.

Nieuwe fase in de levensloop van de verzamelaar? Na jarenlang mijn eigen hebzucht te hebben bevredigd, bekommer ik me nu om het welbehagen van mijn dealer. Die aardworm vroeg op zijn beurt een te lage prijs wat ik dan weer afbreuk vond doen aan mijn goedertierenheid.

Billions of blue blistering boiled and barbecued barnacles, wat een vermoeiende wereld!

II.
Fijne mail nog van Martin Lodewijk, een herinnering aan een anekdote die Peter de Smet ‘met graagte ophaalde’:

Peter was op bezoek op de studio van Hergé, jaren zestig. Bob de Moor had juist een prent afgewerkt en legde die voor de meester op zijn bureau met de woorden: ‘Hij is af!’ Waarop Hergé antwoordde: ‘Nee, Bob…’, zijn pen pakte, zijn signatuur onder de tekening zette en zei: ‘…NU is hij af!’

III.
Na een asbak met een 21-jarige Kuifje, is dit misschien wel de meest logische next deal:



Kuifje 1 jaar oud. Origineel van het weekbladomslag, 25 september 1947. Aanstaande zaterdag onder de hamer in Parijs (Artcurial, kavel 136A).

dinsdag 1 mei 2012

Vrijmarkt




‘Mán,’ zei S. ‘We hebben helemaal geen kat.’

donderdag 26 april 2012

Toendertijdannodamals


Een Pep uit 1933? Och, het spooksel van een drinkgelag tussen Remi en De Smet is hoe dan ook attractief.



Korte mailwisseling, overigens, met die andere tekenaar op het omslag van het illusoire stripweekblad: Martin Lodewijk. Over de druktechniek en kleurenrijkdom van toendertijdannodamals en de gouden jaren van Hergé.
Lodewijk:

‘Te bedenken dat de meester in die dagen Kuifje schreef en tekende, alsmede Jo, Zette en Jocko zowel als Quick en Flupke en daarbovenop illustraties en covers voor Le Petit Vingtième gelardeerd met (soms prachtige) reclame-uitingen, kalenders en verder beeldschoon bric-à-brac. Alles tegelijk, door elkaar heen en in zijn eentje. Ok, misschien maakte Germaine zo nu en dan een vlekje zwart of gomde potloodlijnen uit, zoals de vrouw van Kresse in zijn goeie jaren ook deed. Net als mijn echtgenote! Nut kent geen gêne.
Het wonderbare is dat je de druk en de haast in vooral Jo, Zette en Jocko kunt zien en ruiken maar dat het er alleen maar mooier en beter van wordt. Ik moet er regelmatig naar kijken (en het dan gauw weer wegleggen!).’

maandag 23 april 2012

Humeur graves



Links: Jacques Martin. Rechts: tijdelijke grafmarkering Hergé. Net niet zichtbaar: blogger in erbarmelijke luim.

donderdag 19 april 2012

German Research (2)


Wie is hier nu eigenlijk de nerd? De Hergé-liefhebber die een exemplaar van German Research in World War II herkent in de boekenkast van Godfried Bomans? Of de blogger die die titel om God weet wat voor reden erin frummelde?

Een vraag die ik hier wijselijk niet ga beantwoorden. Over het waarom hoeven we dan weer niet ingewikkeld te doen: een kunstmatig bruggetje naar een gruwelbeeld uit mijn jongste jaren.

Van deze nachtmerrie lag ik toen allerminst wakker...


(de tekening rechts op de foto, bedoel ik)

… omdat ik als jochie de oversneden verschrikkingen al bij toeval had ontdekt in een bundeling (Capriolen, 1953) van veelschrijver Bomans. Het geheim van de roestige spijker, een ‘Leerzaam en Opbouwend Beeld-Verhaal’ over de bikkelharde speurneus Dick Parker en diens onderzoek naar het heengaan van graaf Bathmore:


Geperst in een strakke smoking en een meester van de Dubbele Schaar (‘een beweging die alleen in meer gevorderde Jiu Jitsu-kringen wordt toegepast’) is Parker direct herkenbaar als het satirische broertje van Dick Bos.

Met een vermogen om belangrijke conclusies te deduceren uit kleine aanwijzingen:


Een voorliefde voor snelle auto’s:


En een ontzagwekkende volharding:


Maar voor een kind dat geen kaas heeft gegeten van zoiets als een persiflage, zijn de getekende slachtpartijen (uit het fijne pennetje van Rein van Looy) werkelijk angstaanjagend:


En is de finale afrekening met de grootste schurk toch wel het nec plus ultra van de infantiele ontzetting:


Een leven lang achtervolgd door de laatste, gruwelijke momenten van John Nail meed ik telkens het pad van de misdaad en sleet ten slotte mijn dagen als eerzaam verzamelaar.*



*) Nu ja, bij wijze van spreken.

dinsdag 17 april 2012

Silence, on contourne!



Hét beeld van de Vietnamoorlog - zonder de 9-jarige Kim Phúc die naakt en verbrand door napalm op ons af komt rennen. De Tsjechische kunstenaar Pavel Maria Smejkal omzeilt op een reeks iconografische foto’s de personages en wat na digitale bewerking dan overblijft, is wat Armando aanduidde als ‘schuldig landschap’.

Bij Adesso deden ze iets vergelijkbaars met de omslagen van de Casterman-albums, om vervolgens de ongemakkelijke leegte om zeep te helpen met flauwe titels:



Dat kan beter, en vooral: stiller.

...


...


...


...


Eigenaardig toch hoe je door de leegte kunt volschieten.



Donderdag: Het gruwelijke einde van John Nail.

maandag 16 april 2012

German Research (1)


Mail van Scudder, met een fijne anekdote over German Research in World War II, het exemplaar van zijn vader, bomvol aantekeningen in potlood:

Hij had een complete bibliotheek over de Tweede Wereldoorlog, alle toespraken van Winston Churchill, noem maar op - en nog alles gelezen ook! Als Lou de Jong weer een nieuwe pil publiceerde over Nederland in de oorlogsjaren, pakte mijn vader zijn potloodje en las de publicatie zorgvuldig door. De correcties stuurde hij naar De Jong.

Na zijn overlijden ging een groot deel van zijn boeken naar het NIOD, maar het boek van Leslie Simon bleef bij ons thuis. Pas later, toen ik De Zaak Zonnebloem nauwkeuriger had gelezen én ik het boek in onze eigen boekenkast tegenkwam, realiseerde ik dat door een stom toeval juist dit boek voor mij bewaard is gebleven.


Met de bijgevoegde foto heeft hij andere intenties*, maar bij mij opende het plotsklaps de ogen:


C’est extraordinaire, capitaine!


Kuifje heeft een editie van German Research in handen waarin de foto’s van het ultrasone wapen op een rechterpagina liggen. Mille millions de tonnerres de Brest! Wat is dat voor uitgave? En waarom heb ik die niet?


*) Scudder: ‘Een foto van mij voor een stukje boekenkast. Niet gefotoshopt! Zoekplaatje: rechts van El Voltor de Wood-city tot en met Les Aventures du ciel staat een typische mengelmoes van boeken. Ja, ze hebben allemaal iets met Hergé te maken, maar niet op dezelfde manier. Welk boek heeft welke relatie? De tijd gaat nu in!’

vrijdag 13 april 2012

Mevrouw Kern



Maar wel eerst handen wassen...

Interview met Johanna Lucretia Kern, fanatiek verzamelaar van strips. Uit: Stripschrift 47/48, december 1972.

donderdag 12 april 2012

Nerdisme


Waar waren we? Hier waren we:


In het midden: Godfried Bomans (hij kan niet genoeg geprezen worden voor zijn hilarische Dick Bos-parodie Het geheim van de roestige spijker). Schuin boven hem een boek dat ik heimelijk in zijn kast heb gemoffeld:


Volstrekt onuitvlooibaar raadseltje. Dacht ik. Eén A la recherche-lezer schuurde onbewust langs de oplossing met een vakantiegroet uit het Deutsches Technikmuseum in Berlijn. Twee (2!) lezers mailden doodleuk het correcte antwoord:


Aldus wordt de German Research Award 2012 dit jaar ex aequo uitgereikt. En hoewel ik de winnaars niet wil beledigen, vraag ik me toch af of hier geen sprake is van een virulente vorm van Hergé-nerdism.

dinsdag 10 april 2012

Wulps


Ontmoeting met Dolores James, op de hoek van 89th Street en Fifth Avenue:


Wulps getitelde assemblage-kunst in het Guggenheim, van John Chamberlain (1927-2011) die graag met autowrakken hengstte.

When a sculpture is nearly done, you can put things on and you take them off and it doesn’t make any difference.

Bij al het lenig vervlochten plaatstaal op dit retrospectief moest ik rap aan Ferrari denken. France Ferrari.
Chamberlain was een geweldige colorist.

Overigens viel S. als een blok voor Miss Lucy Pink:


Exact een halve eeuw geleden geassembleerd. Georges had het indertijd direct van de kunstenaar kunnen kopen, een welgekozen afscheidscadeautje voor Germaine.
In 1962 ging de Tekenaar voor het eerst met Fanny op vakantie.



Donderdag: Breinbreker in Bomans’ boekenkast.

vrijdag 30 maart 2012

Zoekplaatje



Godfried Bomans, met postfrisse deerne voor zijn boekenkast (Bloemendaal, 1960).

Behoorlijk wat titels, maar appeltje-eitje voor de habiele Kuifje-kenner wiens oog onmiddellijk valt op... Ja, op wat?

De goede oplossing kunt u doorgeven aan juffrouw Fanny, toestel 421. Maar mailen mag natuurlijk ook: tintinperdu@gmail.com







Ik ben tot 10 april afwezig.

donderdag 29 maart 2012

Kavel 69



LE PETIT VINGTIÈME
No. 1, 4 januari 1934
NETTE STAAT
Buitenkansje om dit moeilijke nummer te bemachtigen! Binnenwerk en achterzijde zijn in onberispelijke staat, maar ontbreken. Omslag vertoont gebruikelijke ouderdomsvlekjes en aantal onderdelen missen. Steunkleur nog zeer fris, wat zeldzaam is bij drukwerk van deze leeftijd. Niet op geschreven, geen sporen van plakband. Zonder de kleine minpunten zou dit begeerde tijdschrift in bijna nieuwstaat verkeren. Wordt aangetekend verzonden in vier stevige enveloppen.

dinsdag 27 maart 2012

Let me play among the stars


He-le-maal vergeten: vorige maand was het zestig jaar geleden dat Georges zijn Lancia Aprilia in splinters reed (alsmede het dijbeen van zijn Germaine: zes weken in het gips, zes maanden geen beweging).

Dat ándere feestje laat ik me dus niet ontgaan.

Volgende week is het precies zestig jaar geleden dat Hergé zijn helden de ruimte injoeg. Dat wil zeggen:


Het weekblad van 2 april 1952: de aankondiging van de hervatting van het maanavontuur (dat begon op 30 maart 1950 en op 7 september van datzelfde jaar werd afgekapt).

Een week later begint het echt, met een fijne ontregeling van de traditioneel suffe paascover:


Vervolgens wordt er doodleuk nog zes (6!) maanden gekeuveld over (en vooral in) de ruimte voordat, op 1 oktober:


Clac! Merk op dat ook het sluiten van de toegang tot Zonnebloems maanraket hetzelfde geluid maakt als het dichttrekken van het portier van Arturo Cartoffoli’s Lancia Aurelia B20.

Lancering op 8 oktober?

Nee, pestkop Hergé krijgt het voor elkaar het vertrek nog drie weken uit te stellen. En dan, eindelijk, op 22 oktober 1952, de verlossing voor de inmiddels uitgevloerde weekbladlezertjes:


Historische gebeurtenis, weggemoffeld in een tijdschrift dat er verder geen enkele aandacht aan besteedt en waarover Hergé heeft opgemerkt: ‘Het is zwaar, onverteerbaar, stijf, niet vrolijk en monotoon.’

Naschrift:

Op dezelfde dag verschijnt in verschillende regionale dagbladen het volgende bericht:


1977… En wat een vooruitzicht. Nóg eens 25 jaar zeveren over een reis naar de maan.

maandag 26 maart 2012

Medeplichtig


Wonderlijk toch hoeveel lelijks je en passant voor de kiezen krijgt op een beurs als de TEFAF (The incomparable art fair). In de breed uitgemeten ontwikkeling om prijskaartjes op het aanbod te plakken, ontdekte ik de trend om toch vooral het afzichtelijke te prijzen. Een hoge koopsom vertroebelt de kritische blik, de gelikte omgeving doet de rest.

Ik bedoel: zet de Al Maaref-editie van Tintin en Amérique in je glossy veilingcatalogus, hang er goed zichtbaar het gewenste prijskaartje aan (estimation 5000 - 7000 €) en je zou zomaar vergeten wat een foeilelijke uitgave het eigenlijk is.

En zelfs dan kan het altijd nog erger:


Raket naar de maan, de Amerikaanse bibliotheekeditie, Golden Press, 1960. Fragment van het omslag. De raket komt uit een breimachine en Kuifje is dat ventje met mayonaise op zijn hoofd.

Lelijkheid is superieur aan schoonheid omdat het blijft duren. Verklaarde Serge Gainsbourg. Als verzamelaar ben ik daaraan medeschuldig. Ik heb dat blauwe monster en zijn wanschapen broertjes ooit gekocht.