De achterzijde van de lijst. Een beetje vervalser weet dat hier grote winst valt te behalen. Etiketten, bewust aangebrachte beschadigingen en zogenaamd provisorische herstellingen kunnen deel gaan uitmaken van een fictieve pedigree die het werk desalniettemin authentieker maakt.
Pump stelt in dat opzicht niet teleur:
Vochtschade, sporen van schimmel, weggescheurde etiketten, stempels, een suggestieve quattuor (Romeinse nummering): het is een janboel, alle registers zijn opengetrokken. Die overdrijving jaagt de innerlijke tweestrijd aan: wel of niet echt? Daar komt een bedwelmend element bij wat hier onmogelijk is te reproduceren: de muffe, vanille-achtige geur. Konrad Kujau, de vervalser van de Hitler-dagboeken, kon razendsnel handschriften namaken, maar daarna nam hij ruimschoots de tijd voor de ‘afwerking’: hij legde zijn werkstukjes rustig een half jaar in een vochtige schuur. Het is een aardig trucje uit de gereedschapskist van de professionele bedrieger: iets wat bedorven ruikt, kan niet vals zijn.
Wat zien we als we er met onze geprikkelde neus bovenop gaan staan? Onder andere dit:
Een vaag fragment van, opnieuw, de stempel van Le Vingtième Siècle, het ultra-katholieke dagblad waar Hergé halverwege de jaren twintig in dienst trad. Een alerte A la recherche-lezer wees ons er inmiddels op dat althans de afbeelding authentiek is.
Kijken we verder, dan groeit de verwarring. Want dit zijn we nooit eerder tegengekomen:
Nep? Dan is het doordacht gedaan. Let op de beschadigingen aan de randen en vooral op het vuil in de A en de R van Archives.
Wat rest is deze eyecatcher die ik heb bevochtigd zodat er geen twijfel over kan bestaan:
IMAGÉ PAR HERGÉ.
De kenner weet: hier gaat men een stap te ver, dit ligt er te dik bovenop. Maar de kenner is tegelijkertijd in het nadeel. Hij weet dat deze drie woorden (exact in dat lettertype en in kapitalen) een authentieke ‘handtekening’ is van Hergé uit de jaren dertig.
Dus: echt of vals?
Wat ons rest, is het openen van de lijst. Maar dat kunnen we niet. We kunnen wél een roestig spijkertje loswrikken voor een eenvoudig maar doeltreffend testje. De roest mag alleen op het gedeelte zitten dat aan de buitenlucht is blootgesteld. Het deel dat in het hout zit, roest niet.
(Morgen meer.)
woensdag 9 juni 2010
Maar is het wel echt? (4)
dinsdag 8 juni 2010
Maar is het wel echt? (3)
Wat we vooraf moeten weten: begin jaren tachtig kreeg het Duitse tijdschrift Stern de authentieke dagboeken van Adolf Hitler aangeboden. Het ging om vijftig schriften, gebonden in kunstleer van gesausd papier. Beetje goedkoop voor de leider van een Duizendjarig Rijk. De Gotische naamletters op de kaft vermeldden bovendien niet AH maar FH.
Zelfs een leek weet dan: een vervalsing.
Toch?
Toch ontving de bedrieger voor zijn broddelwerk bijna vijf miljoen D-Mark...
Bon, dit is wat we hebben gevonden:
Mogen we ‘m laten authentiseren door…?
- Geen sprake van! Nu beslissen. En als u ‘m niet wilt, vanmiddag komt er nog een gegadigde.
Na de eerste verrassing volgt de eerste scepsis en de ervaring leert dat die bijna altijd gegrond is. Is het origineel niet gereproduceerd in een van die uitputtende Chronologie-banden van Philippe Goddin? Wat doet ’t dan in een vooroorlogse lijst? Wat doet een origineel uit Jo, Suus en Jokko überhaupt in zo’n oud kader? Die tekeningen waren toch nodig voor herschikking naar de albumuitgave van begin jaren vijftig?
Eerste aanname: vals.
Maar zo eenvoudig laat de hunkering naar een buitenkansje zich niet onderdrukken. Het papier vertoont lichtbruine vlekjes, ofwel: foxing. Verkleuringen door de inwerking van licht en vocht, te zien bij een werk dat ouder is dan vijftig jaar. Het is na te bootsen met koffie of thee wat dan weer eenvoudig is te ontdekken door het papier om te draaien.
Mag Pump uit de lijst?
Pump mag niet uit de lijst.
Die lijst blijkt ook niet zomaar te openen. Op de achterzijde papierstroken met schimmelsporen. Op sommige plekken zijn roestige nagelkopjes zichtbaar. Niets wijst erop dat het kader recentelijk is geopend.
Twijfel.
En wat moeten we hier eigenlijk van denken:
… op een strookje papier met de dialoog die ontbreekt in de tekstballonnen:
Let op de M waarvan telkens een N is gemaakt. Is het denkbaar dat iemand zoveel moeite doet bij het maken van een vervalsing en dan een defecte typmachine gebruikt? Of herinneren we ons correspondentie van de tekenaar waarin hetzelfde defect met de hand wordt opgelost?
Of…
Slordige fout trouwens: in het rijtje is een 7bis getypt, op de tekening is met potlood alleen een 8bis geschreven. Nieuwe, verwarrende hersenkronkel: is dat niet eerder een foutje van een tekenaar die werkt in grote haast dan van een bedrieger die werkt aan een nauwkeurige vervalsing? Of worden we op een dwaalspoor gezet door een vervalser die bewust met onvolkomenheden strooit? Trouwens, waarom is het genummerde bord op de autorenbaan (7) al wel geletterd en de rest niet? En nu we toch bezig zijn: in deze lay-out verscheen dit verhaal toch helemaal niet in de Petit Vingtième?
Tweede aanname: jawel, vals.
Maar draaien we de lijst weer om dan worden we overrompeld door aanwijzingen die erop duiden dat dit werk wél echt is.
(Morgen verder)
maandag 7 juni 2010
Maar is het wel echt? (2)
Fin tragique d’un milliardaire, ofwel: het vliegensvlugge einde van sir Archibald Pump (met Blitzkoffie en Bliksemfriet als galgenmaal). Een fraai werkje van Georges Remi, alias Hergé. Maar is dit een origineel of is de ontdekking van D. net zo vals als het kwaadaardige Adélaïde Concerto van Mozart?
Vervalsen, schrijft Wim Zaal in De Verlakkers (onderzoek naar creatieve fraude) is een kwestie van psychisch manipuleren en speculeren op iemands kortzichtigheid. De eenvoudige feiten die erop wijzen dat iets niet echt kán zijn, raken ondergesneeuwd door schijnbaar terloopse details die kunstig het verstand om de tuin leiden. Zo dirigeert de bedrieger zijn slachtoffer feilloos naar het schemergebied van de twijfel totdat deze ten slotte zichzelf bedriegt: hij kan (wil) de werkelijkheid niet meer onder ogen zien, ziet enkel nog de schijnwerkelijkheid die door de vervalser én door hemzelf is opgeroepen.
Er zijn legio voorbeelden uit de wereld van de moderne kunst die dit mechanisme moeiteloos illustreren. Maar het is natuurlijk veel leuker om dat te doen aan de hand van een Hergé. Morgen kruipen we (met behulp van detailfoto’s) in de huid van de arme D. die, onder druk, een snel besluit moet nemen (wél of niet een fors bedrag besteden aan de laatste ogenblikken van Mr. Pump?) en die steeds meer in verwarring raakt.
vrijdag 4 juni 2010
Mannen & motoren
Mosterd na de maaltijd, natuurlijk, maar ik kon mij slechts met moeite van dit beeld losrukken.
Links de verveelde Adèle die smartelijk terugverlangt naar de veiling van klassieke Harley’s waar kerels op afkwamen wier oksels gekruid waren met animaliteit en motorolie. Ietsje naar rechts de schroomvallige Fernand die in een kramp is geschoten omdat hij Adèle achter zich weet. En helemaal rechts Alphonse, op een stoel geklauterd om het pièce de musée van Hergé beter te kunnen vastleggen. Maar nu staat hij te hoog en moet door zijn knieën zakken waardoor zijn maag onder druk komt te staan en de zwavelverbindingen uit de gistende knoflookworst die zijn moeder gisteravond voor hem heeft gebakken, donzig fluitend aan zijn darmen ontsnappen.
Ik heb geen motorrijbewijs en soms betreur ik dat.
donderdag 3 juni 2010
Maar is het wel echt? (1)
Telefoontje van D. die weer eens heeft staan koekeloeren in de woning van een overleden verzamelaar. Dat ik daar niet zo van houd, is zachtjes uitgedrukt. Het zijn oorden waar ik nog niet dood gevonden wil worden.
‘Jij hebt toch iets met die Pump?’ klinkt het terughoudend.
Daar heb ik iets mee.
Verder heb ik niets met Jo, Suus en Jokko, maar de eerste vier pagina’s van ‘Het testament van Mr. Pump’ vind ik onweerstaanbaar (Blitzkoffie! Bliksemfriet!).
D. zegt: ‘Je gelooft nooit wat ik heb gevonden.’
(Volgende week meer. Over verdachte spijkertjes, over een defecte typmachine, over een verwarrende, zeventig jaar oude stempel én over de gekmakende vraag: ‘Of is dit toch echt?!’)
woensdag 2 juni 2010
dinsdag 1 juni 2010
Arme Germaine
‘Gelukkig hebben we nog altijd Germaine,’ merkte een A la recherche-lezer op die warm noch koud werd van de pienter gehypte Piasa-veiling:
Arme Germaine… Opnieuw onverkoopbaar. Op enige hartstocht valt de tekenaar in dit soort krabbels ook niet te betrappen. Meisjesachtige naïviteit, jawel, maar waar is toch ‘de tumorachtige slang die je lichaam langs een opening ongemerkt heeft betreden en stoffen in je aanmaakt waar je geest niet tegen bestand is’?
Of ik tegen deze metafoor* bestand ben, is een tweede. Feit is dat Hergé fraaie slangen heeft getekend, maar in de omgeving van zijn Germaine heb ik ze nooit waargenomen.
*) Wanda Reisel in Witte Liefde
maandag 31 mei 2010
Kunstig (1)
We keken naar Easy Rider van de gesneefde Dennis Hopper waarvan ik me écht niet meer herinneren kon dat hij zeveneneenhalf uur duurde. Langer houdbaar dan de regisseur Dennis Hopper is de acteur Dennis Hopper en prachtig is zijn rol als verkoper van vervalste kunst in Der Amerikanische Freund van Wim Wenders (die terloops vinnig commentaar levert op kunst en speculatie). Over de beeldend kunstenaar Dennis Hopper schreef Wanda Reisel in maart 2001 een intrigerende column in de Volkskrant:
Een acteur is doorgaans onbetrouwbaar: hij doet alsof hij een ander is. Een acteur die schildert is een verdacht figuur, wie zegt mij dat hij niet de rol van schilder acteert?
Hoppers werk wordt vervolgens kunstig afgeserveerd: ‘Tweede garnituur, maar zijn handtekening is natuurlijk een A-merk’. Waarmee we vanzelf bij dat andere A-merk terechtkomen:
- Wat heb jij daar nou hangen?
‘Dat is van Georges Rémi.’
- Huh?
‘Hergé. De tekenaar van Kuifje.’
- Is dat kunst dan?
‘Natuurlijk is het kunst. Je wilt niet weten wat ik ervoor betaald heb!’
donderdag 27 mei 2010
woensdag 26 mei 2010
De smaak van regen
Edgar P., in zijn nadagen. Onrustige nacht (veelvuldige toiletgang). De wekker (08.30 uur, stipt), het ontbijt (vertragende technieken), de werkkamer (fysieke weerzin).
Plat du jour: uitwerken schetsen 32ste plaat SATO.
De zeventig gepasseerd, verlamd aan de tekentafel. Uren die zich traag aaneenrijgen. Een duikboot (twee tekstballonnen), een kantoorgebouw (verlichting!), een rinkelende telefoon (DRRRING), een telefoongesprek.
Cataleptisch realisme.
Regenpluimen drijven over het domein van Bois-des-Pauvres. Hij kent de smaak ervan en de geur. Er lijkt geen einde aan te komen.
*) Hamerstuk bij een veiling van de Banque Dessinée, half juni. Handzaam formaat (21 x 29). Ophangen alleen met keilbouten: vreugdeloosheid maakt de compositie loodzwaar.
dinsdag 25 mei 2010
Een mooie Pinksterdag
Grote kunst brengt chaos in de orde. Ik had S. geholpen bij het neerhalen van haar boekenkast en nu staarden we weifelend naar een gehavende muur. De twee bij drie van Dominant Septiem domineerden onvoldoende om de boorgaten aan het oog te onttrekken. Er moest gestuukt en geschilderd en als je één wand schildert, moet je ze eigenlijk allemaal…
Maar S. hervond haar veerkracht. ‘We gaan behangen!’ zei ze.
Dat zijn geen woorden die je wilt horen op een mooie Pinksterdag.
In de woonwinkel (‘Laat varen alle hoop, gij die hier binnentreedt…’) bladerde mijn vriendin tergend traag door behangboeken die Amore di Colore en Belle de Jour heetten en die band voor band dikker waren dan Dante’s Inferno. Toen de onbestemde lounge-muziek ernstig veel begon te lijken op het Adagietto van Mahler, zwoer ik dat ik me voorlopig slechts zou inlaten met kleine kunst.
donderdag 20 mei 2010
Fotomomentje
En dat we dan doen dat we uw boekjes lekker nonchalant op tafel leggen en dat u dan iets minder... eh... uitgedoofd kijkt?
woensdag 19 mei 2010
Woensdagmiddag... De bladenman!
...met het nieuwe, stevig gebonden album (middelste plank) van Hans G. Kresse.
Tot zover een futiele oprisping van niet-pathologische melancholie.
dinsdag 18 mei 2010
Een dagje op het strand
Tintin et les coquillages, tekening die Hergé in 1947 maakte voor Edouard Cnaepelinckx, een vriend die hij regelmatig opzocht in diens vakantiewoning aan de Vlaamse kust. Gaat eind van de maand in Parijs onder de hamer en dient tot die tijd als gewiekst lokkertje (Onbekend werk! 50.000-70.000 €!). Michel Kempeneers raakt in De Standaard niet uitgepraat over de Dali-achtige kwaliteiten en men wauwelt hem klakkeloos na. Over de scabreuze dubbelzinnigheden in dit werkje hoor je dan weer niemand, terwijl de onbevangen kijker er nagenoeg over struikelt.
Nu ja, van mijn kant ook geen uitlatingen over, bijvoorbeeld, dat uitnodigende apparaat rechtsonder in het zand dat je toch eerder verwacht aan te treffen onder een rokje. Evenmin iets over, bijvoorbeeld, het meest gevoelige standje uit de Kamasutra dat ‘De Schelp’ heet.
En toch.
Toch vraag ik me af wat daar allemaal in dat vakantiehuisje in Oostduinkerke gebeurde, als meneer Cnaepelinckx zich bezighield met zijn zinderende hobby (schelpen zoeken) en zijn vrouw Manon nog een kopje thee voor Georges inschonk.
maandag 17 mei 2010
Stekeligheden
Wonderlijk hoe twijfel en praktische bezwaren de kunstbeleving plotsklaps gevoelig in de weg zaten. Krap een jaar geleden waren we als een blok gevallen voor Dominant Septiem. Nu vroeg S. zich af of ze de rafelige lijnen en diepzwarte tinten van dit grafiek wel mooi genoeg vond om haar boekenkast voor op te offeren. Ondertussen kon ik er niet meer naar kijken zonder te kniezen over het transport: hoe kregen we deze aankoop ongeschonden in ons koddige bestelautootje?
De onbevangen blik diende zich pas een dag later weer aan, in een antiquariaat waar zomaar drie originele dailies van Alex Raymond aan de wand hingen. Veilinghuizen laten ons graag geloven dat het een autonoom kunstwerk is, zo’n originele strip (Pièce de musée!).
Dat is het natuurlijk niet.
Maar in Parijs werd ik even op het verkeerde been gezet.
Als je drie stroken Rip Kirby (niet opeenvolgend, wel rijmend door de matige staat en de overmaat aan notities in de kantlijnen) in drie smalle lijsten onder elkaar hangt, dan zie je, minimaal vanuit de ooghoeken, een compositie die je als kunst kunt ervaren.
Ze waren niet te koop.
‘En je gaat ook niet aandringen,’ zei S. stekelig.
Eind van de week reden we terug, met een onbeschadigd grafiek in de laadruimte. Maar het onvoldane gevoel dat ik iets had laten liggen, kon ik niet van me afschudden.
donderdag 6 mei 2010
Regenachtige dag in Parijs
Terug naar de Hermitage voor een tweede afspraakje met Picasso’s Absintdrinkster. Maar op 5 mei was dat helemaal geen goed idee.
Of juist wel.
Als je drie rijen dik in een massief geroezemoes naar moderne kunst staat te koekeloeren, zoek je vlot de afzondering op om het even welk doek. In dit geval: Regenachtige dag in Parijs, van Albert Marquet. Kende Hergé dit werk uit 1910 toen hij de kletsnatte straten van Sjanghai tekende?
Gedeformeerd vraagstuk van de verzamelaar.
Mijn blik bleef steken op het hopeloos eenzame jongetje dat vergeefs zijn wegbenende vader (met paraplu) probeert bij te houden. Wat een details frommelt Marquet daar met een enkele penseelstreek in, ik schoot er zomaar van vol.
Tintinperdu sluit eventjes de luiken.
Wordt vervolgd op maandag 17 mei.
woensdag 5 mei 2010
Prijsvraag!
Wat moet je doen? Spaar de lege wikkels van vijf Caramac-repen. Denk er aan: de hele wikkel, want stukjes zijn niet geldig. Verzin daarna samen met je vader en moeder een bijschrift bij deze foto. Grappig, ernstig, alles mag! Insturen kan tot 20 mei. Er is natuurlijk een mooi prijzenpakket met o.a. heel veel onverwoestbare Parker-vulpennen, drie hengelsets, gesigneerde superposters van professor Palmboom en Ko & oom Jo en een luxe view-master met (helemaal in kleur) drie avonturen van Kuifje. De winnaar van de hoofdprijs gaat, samen met zijn broertje of zusje, een dag lang rondkijken in de tekenstudio van Hergé.
O ja... in Eppo 18 van dit jaar wordt de uitslag bekendgemaakt.
dinsdag 4 mei 2010
Ondertussen, aan de Louizalaan
Na weken weer een mail van D. die verontrustende ontwikkelingen meent waar te nemen: ‘Eerst Hergé afschilderen als een labiele ezel met een vuurwapen in het dashboardkastje en vervolgens de deur wagenwijd openzetten voor Franquin… Is dat je manier van afstand nemen?’
Och. Zo minder afstandelijk?
Let overigens op de details:
De bril van de tekenaar die op de rug ligt en, schuin daarboven, het frivole montuurtje van inkleurster Josette dat staat.
Erotische meta-communicatie aan de Louizalaan?
maandag 3 mei 2010
Kommer
De regen spoelde de bodem onder mijn goede humeur vandaan en het periodieke besef begon te knagen dat ik (minstens!) twintig keer de verkeerde afslag in mijn leven had genomen en dus…
‘…dus reageer je alsjeblieft niet op mij af,’ snerpte S.
Ik overwoog mezelf in te metselen in mijn werkkamer, te midden van mijn nutteloze collectie, maar hervond mezelf in bad met een oude Flater.
Teruglezend brak al op pagina 50 een waterig zonnetje door:Prachtig, de wanhoop van Pruimpit, maar let op dat brilletje! Dat brilletje maakt het af. Is het omdat de glazen zo hardvochtig onberoerd de andere kant op kijken? Of omdat de tekenaar zo dwaas is geweest om er een optische vervorming (van de typemachine op de achtergrond) in te priegelen?
Alsof het er iets toe deed!
Geheel verkwikt gooide ik de kommer met het badwater weg.
zaterdag 1 mei 2010
...
Februari 1979. Hergé is afgepeigerd na ‘vijftig jaar kapriolen aan de ketting’, maar elders zindert het. In Nederland bloeit een gemeenschap van energieke triptekenaars die onder leiding van Peter Pontiac de inspiratie met glimmende naalden in elkanders aderen spuit.
Oh, brown eyed girl...
...where did you go?
donderdag 29 april 2010
Alles voor de kunst
Hoe krijg je je partner ten slotte zo gek dat ze haar boekenkast opoffert voor een grafiek van drie bij twee*?
Nou, zó bijvoorbeeld.
‘We halen ‘m met z’n tweetjes op.’
- Mwah.
‘En we plakken er een paar dagen Parijs aan vast, gaan naar de grote Aragon-tentoonstelling.’
- Maar hoe wou je dat ding dan mee terug nemen?
‘Met… dit.’
Een uitdraaitje van internet als troefkaart.
Niet weinig trots ben ik op mijn sprankelende inval om een klassieke fourgon te gaan huren, een Citroën HY van gegolfd plaatijzer, met dubbele voorruit en zelfmoorddeurtjes. S. heeft een foto op haar werkkamer waarop ze poseert voor zo’n ding: vanuit de open flank wordt een filmset gecaterd. Theo van Gogh staat er ook op; de enige afbeelding die ze verdraagt van haar voormalig opdrachtgever en stalker.
- En mag ik rijden?
‘Natuurlijk.’
- Heen én terug?
‘Wat jij wilt, wat jij wilt...’
Bedremmelde glimlach omdat ze weet dat ze ‘ja’ gaat zeggen tegen iets dat ze helemaal niet wil. En ik schrijf dit allemaal nogal triomfantelijk op, maar voel me niettemin een luizige afperser.
Nu ja.
Alles voor de kunst!
*) Maar zeg, wat doen die maten ertoe? ‘Ontmoeting in dominant septiem’ (te plat vertaald, hoop ik…) is zo’n ongedwongen werk waarop de maker heeft geploeterd om het onaf te laten lijken. De antithese van Hergé’s eeuwige zoektocht naar volmaaktheid.
woensdag 28 april 2010
Oude boeken
Kinderen aan de deur die vragen of ik spulletjes of oude boeken heb om te verkopen op de vrijmarkt: ‘Het is voor een goed doel.’
En ik schud mijn hoofd.
Gemiste kans op een daad van kapitale onbezonnenheid!
dinsdag 27 april 2010
maandag 26 april 2010
Precies genoeg identiteit
Bon. Je woont in Parijs. Je hebt ooit voor veel geld een scenario verkocht aan een grote filmmaatschappij. En je werkt al vijf jaar aan je debuutroman met, in zekere zin, een ijzeren discipline. Je staat elke ochtend om 09.00 uur op, koopt een paar kranten, drinkt koffie, kuiert door de stad om ideeën op te doen, blijft ergens (galerie, museum, filmclub) hangen, kampt ’s avonds in meer of mindere mate met schuldgevoelens en probeert er dan alsnog wat alinea’s uit te wringen.
‘Dat hoef ik dus niet meer,’ verklaarde B. aan de telefoon, opgelucht.
- Is je boek af?!
Zijn boek is af en daarmee, betoogde hij geestdriftig, heeft hij precies genoeg identiteit vergaard om vanaf nu elke neiging tot eerzucht onbekommerd naast zich neer te leggen.
- Je gaat toch wel een tweede schrijven?
Hooguit gaat hij daar zo nu en dan over nadenken.
‘Zie je, het zullen straks dezelfden zijn die vragen waar mijn tweede boek blijft, en waar mijn derde, terwijl ze, let maar op, over mijn eerste eigenlijk nooit een zinnig woord hebben gezegd. Dat maakt elke verdere ambitie nutteloos.’
Capitulatie, vond ik. Maar later was ik daar niet meer zo zeker van. Ik dacht aan de bijna 50-jarige Hergé die al achttien Kuifje-albums op zijn naam had staan toen een mooi en piepjong inkleurstertje verliefd op hem werd. In de lift fluisterde hij in haar oor: ‘Laat me COKES afmaken. Dan is het genoeg geweest. En daarna…’
Onzin natuurlijk. De Tekenaar gooide weg wat mijn vriend in Parijs nu met beide handen aanpakt.
B. heeft ruggengraat.
En waarom besteed ik toch zoveel geld en woorden aan het oeuvre van een ezel?
donderdag 22 april 2010
Gedroomd erratum (2)
Op pagina 642, achter de zinsnede ‘… vertrekken Georges en Germaine voor enkele dagen naar Parijs...’ zijn helaas de volgende alinea’s weggevallen:
De rit is een nieuwe beproeving. Germaine zegt geen woord. Georges probeert onverschillig te zijn, maar de stilte is kwaadaardig en maakt hem van streek.
Vanuit zijn ooghoeken kijkt hij naar Germaine, en dan, in de buitenspiegel, naar zichzelf.
Dat is onze vrijheid, denkt hij bitter. Dat we onze eigen gevangenis kiezen.
In het handschoenenkastje ligt een Beretta 418, het afscheidscadeautje van Miles.
Als zijn hand naar het klepje reikt, meent de uitgeputte tekenaar de stem van Juliette te horen:
‘Tous les jours de la semaine
Sont vides et sonnent le creux’
woensdag 21 april 2010
God, geef mij geduld
Onderwijl kibbelen we over een reusachtig grafiek uit de Parijse woning van B. Hij is erop uitgekeken, maar wat ons aangaat: ik ben verliefd, S. is verliefd.
En S. is ook weer eens stuitend bedachtzaam.
- We hebben er geen plek voor, zegt ze.
‘En als we nou eens de boekenkast uit de woonkamer halen…,’ probeer ik.
- Geen sprake van!
‘… dan hebben we een hele wand om…’
Ze kijkt naar haar romans, en dan naar mij. De ogen van een lynx. Soms vrees ik dat ze, net als Germaine, een dagboek bijhoudt:
Woensdagavond 21 april. Mijn man is nochtans dezelfde niet meer… Wat hij vandaag toch voorstelde, afschuwelijk! God, geef mij geduld met dit monster...
dinsdag 20 april 2010
De man naast de Singer (2)
De tekenaar die het vege lijf probeert te redden, is motoring artist Bryan de Grineau (1882 - 1957). Bij Artcurial in Parijs ging vorig jaar zijn Grand Prix de la Sarthe 1912 onder de hamer voor een wat ongepaste € 5,205:
Je moet ervan houden.
Ik vind de cartooneske wielen nog wel geestig. De Grineau noemde die in een interview ooit ‘grobbled’.
Schrokkende wielen, kijk, daar wist Hergé ook raad mee:
maandag 19 april 2010
De man naast de Singer (1)
Eigenhandig tikje op de vingers, want dat de Singer Super Twelve van Hergé een troelabrik was, betekent niet dat de fabrikant geen ‘roekeloze racemonsters’ maakte.
Alstublieft, de Singer Le Mans 9.
De technische informatie zal me verder worst wezen, maar verrukt keek ik naar slapstick-achtige beelden van een ongeval met deze Nine, tijdens een Britse wegrace in 1935.
Links Le Mans-winnaar Sammy Davis die via de berm de tekenaar rechts probeert te onthoofden.
Tekenaar sprint weg, met het archetypische loopje van Buster Keaton die aan woedende agenten probeert te ontkomen. Davis wordt uit de cockpit geslingerd. Ja, dat krijg je ervan.
Coureur ligt er nogal bescheten bij, maar tekenaar is de kwaadste niet en schiet te hulp.
En bliksems, zien we daar links nu nóg een tekenaar die (met portfolio onder de arm!) hulp komt bieden?
Enfin, morgen meer over die eerste tekenaar en zijn link met de geestelijk vader van Kuifje (want die is er). Met coureur Sammy Davis liep het overigens goed af, en toch ook weer niet, uiteindelijk. Hier op een foto uit 1952:
Let op de pijp! Op 9 januari 1981 valt de 94-jarige oud-president van de Halve Liter Club ermee in slaap. En verbrandt.
donderdag 15 april 2010
Gedroomd erratum
Op pagina 379, achter de zinsnede ‘… en gaat met Germaine naar Parijs...’ zijn helaas de volgende alinea’s weggevallen:
Diezelfde avond komt het op de hotelkamer opnieuw tot een uitbarsting. Germaine zal de volgende dag, alleen en per trein, terugkeren naar Brussel. Georges zwerft aangeslagen door de straten van Saint-Germain-des-Prés en belandt in een club waar het Tadd Dameron-Miles Davis Quintet speelt. In de coulissen staat Juliette Gréco.
De tekenaar is meteen diep onder de indruk: ‘Ze stond daar alleen maar, zo prachtig - het lange zwarte haar, het prachtige gezicht, klein, stijlvol, zo verschillend van iedere vrouw die ik ooit had ontmoet. Ik vroeg aan iemand wie zij was. Die zei: “Wat moet je van haar?” Ik wil haar spreken. “Nou, weet je, zij is een van de existentialisten.” Dat zal mij worst wezen. Toen ik dan uiteindelijk met haar praatte, zei ze dat ze me aardig vond.’
Ze werden verliefd.
Lange wandelingen langs de Seine, soms in gezelschap van Miles.
‘Tekenen was mijn hele leven geweest, totdat ik Juliette ontmoette en zij me leerde wat het betekende om iets anders dan mijn metier lief te hebben.’
Na twee weken keert Georges terug naar Brussel. Zijn belangstelling in zijn werk wordt minder, het verlangen naar Juliette groter. De heroïne die hij van Miles heeft gekregen, ligt nog in het dashboardkastje van zijn Aprilia.
Durft de vader van Kuifje daarmee zijn pijn te verdoven?
Voor deze hinderlijke omissie biedt de uitgever zijn verontschuldigingen aan.
woensdag 14 april 2010
De knappende knar
Nou ben ik ook niet de gemakkelijkste. Maandagochtend in de polikliniek Longziekten (onschuldige controle) bouwt de wachttijd zich op en wil de weerzin tegen de met streptokokken gecoate blaadjes maar niet afnemen. Ten slotte waag ik me aan een Spits van vorige week. Op de binnenlandpagina het verslag van de 65ste verjaardag van Suske en Wiske, in het Limburgs museum in Venlo. Er is sprake van een 64-jarige verzamelaar die onderzoek heeft gedaan naar het gebruik van patat in de strip en daarover heeft gepubliceerd.
Er knapt iets.
Buiten daalt de hemel neer.
Hagelstenen zo groot als aardappelen.
Ik verzin dit niet.
dinsdag 13 april 2010
De man in de Singer
Voordat hij achter het stuur*) van zijn Lancia Aprilia kroop, reed de Tekenaar in een Singer Super Twelve. Dat riekt naar een roekeloos racemonster uit de garage van J.A. Pump, maar de praktijk biedt vooral bedachtzame truttigheid. Waarmee ik verder geen kwaad woord zeg over deze 41-jarige dame op de bumper:
Overigens, een A la recherche-lezer uit De Haan vindt het allerminst een verkeerd idee om in plaats van de albums de auto’s van Hergé te verzamelen. Citaat uit zijn mail: ‘In tegenstelling tot de originele tekeningen waarbij het plezier steeds wordt vergald door de vraag Is dit geen studiowerk? hebben de medewerkers hier hoogstens als passagiers van de wagen gefigureerd. Als autoliefhebber was Hergé fanatieker dan als tekenaar: de klare regel was dat hij het stuur nimmer uit handen gaf!’
*)... dat zich rechts in de auto bevond, waarover later meer.
maandag 12 april 2010
Ontreddering

Naar Leiden om… Ja, waaróm eigenlijk? In elk geval niet om De klare lijn te bezoeken; winkel met de obligate buisframepjes van Gispen, maar ook met beklemmend mooie art-decokasten.
Jammer dan.
S. wil niet shoppen, ze wil ‘gewoon weer wat vaker lekker basic door een leuk stadje wandelen’.
Ik stelde Gent voor en werd vlot op de kleine lettertjes gewezen: ‘Maar dus wel in eigen land’.
Dus slenteren we door de Leidse binnenstad wat op een zondag ongeveer hetzelfde effect op me heeft als de kneedbare oordopjes van Ohropax: het enige wat je hoort, is het kloppen van je hart.
De reuring komt aan het eind van de middag. Museum De Lakenhal vertoont een computeranimatie van de Leidse Kruitramp in 1807: trammelant met achttien ton buskruit. Bij zoveel verwoesting en ontreddering zouden de Borduurse natie en zijn glorierijke leider Plekszy-Gladz de vingers hebben afgelikt!
‘Meneer heeft ’t eindelijk naar zijn zin?’ vraagt S. die wel weer verder wil.
dinsdag 6 april 2010
Die hadden we nog niet!

D. zond me het linkje naar deze Thaise koddigheid op eBay: duizend dollar voor drie kilo eerbetoon ‘aan de mythische Starfighter F104 én aan het artistieke genie Hergé’.
Hoe die twee zich tot elkaar verhouden, is een raadsel.
Ik bedoel, Goethe was óók een artistiek genie. En Coltrane.
En Laurel & Hardy!
Maar hoeveel pilletjes moet je hebben opgelost in je oestersaus om Ollie (met brandende duim als subtiele hommage...) in het bronzen pak van een straaljagerpiloot te willen hijsen?
(Maandag verder)
vrijdag 2 april 2010
En un momento dado
Meestal zijn je vijanden gewoon je vrienden die wat in de war zijn… Ofwel: is er nog nieuws van dat malle Moulinsart Plukteam? Dat is er, heb ik begrepen*. De Zweden houden hun rug nog recht, de Hollanders presenteren onversaagd het nieuwe nummer van hun periodiek, maar de Catalanen zijn deze week geknakt, nerveus geworden door een eis van tienduizenden euro’s voor in wezen relevante beeldcitaten (laat maar voor de rechter komen, denk je dan).
De Kuifje-club uit Cataluña gaat Moulinsart € 9.393,- betalen voor het gebruik van een paar afbeeldingen, de naam wordt aangepast (was Tintincat, wordt 1001 - Associació catalana de tintinaires) en tevens gaat men ermee accoord dat het mooie, drie jaar oude logo (zie afbeelding) naar het grofvuil gaat.
Maar waarom boeit me dit?
Zes jaar geleden zag ik met S. een werkkopie van En un Momento Dado, fraaie documentaire van Ramón Gieling over de Catalaanse jaren van Cruijff. Catalanen, leerden we, zijn net zo stug en trots als Friezen. Een tikkie ontgoocheld moet ik daaraan toevoegen: behalve als het Catalaanse Hergé-liefhebbers zijn; die hebben geen kloten.
* Met dank aan Franklin P. Scudder
donderdag 1 april 2010
Leuk, zo’n dag
Stilletjes uit bed geslopen, grote venster op de tweede verdieping wijd opengezet en een briefje in de vensterbank achtergelaten:
‘Wat mij betreft, alleen door een wonder kan ik behouden blijven.’
S. ziet daar de lol natuurlijk weer niet van in. ‘Halvegare!’ moppert ze, als ze me heeft gevonden, met de ochtendkrant in het tuinhuisje. ‘Zeg nou gewoon eens dat m’n veter loszit.’
woensdag 31 maart 2010
Met de originele peukjes!
LOT 101 - Lancia Aprilia, ancienne voiture d’Hergé. Etat moyen. Avec des mégots authentiques dans le cendrier! Estimation: 5000 - 10000 €. On y joint une lettre de Fanny Rodwell authentifiant que ce voiture est bien de l’héritage d'Hergé. Lot prestigieux pour rehausser une belle collection!*
* Terwijl S. (vermoedde ik) misdadig undercatered werd op de set van een Rotterdamse nobudgetfilm, smulde ik van de eerste roman van tekenaar Leanne Shapton, een liefdesgeschiedenis in de vorm van een veilingcatalogus. Curieuze titel: Belangrijke voorwerpen en persoonlijke bezittingen uit de collectie van Lenore Doolan en Harold Morris, inclusief boeken, kleding en sieraden.
De jaloezie over zo’n geniale vondst verknalde bijna mijn goede humeur.
