Een zwart-witafdruk op bariet in aangezet contrast van (oorspronkelijk) een kleurenopname. De foto is gemaakt op het Cimetière du Dieweg, nabij het graf van Hergé:
De lichte verkleuring in het midden valt nauwelijks op (en is op het origineel met het blote oog zelfs niet waarneembaar). Maar in een vergroting met extra zwaar contrast:
Laten we in dit uitzonderlijke geval eens erkennen wat we hier menen te zien. We zoomen dan nogmaals in, blazen de grijswaarden op, geven de achtergrond een laatste full contrast en…:
Geloven is zeker weten dat je twijfelt. Ik houd van spookverhalen, maar ben geen believer.
En toch.
En toch.
donderdag 1 oktober 2009
Dodelijk dilemma (3)
dinsdag 29 september 2009
Dodelijk dilemma (2)
Kaartje met de laatste gang (zwarte pijl) van Hergé. De gemeentelijke begraafplaats aan de Dieweg in Ukkel ging al in 1958 dicht, maar voor de geestelijk vader van Kuifje werd in 1983 een uitzondering gemaakt. En dus straks ook voor zijn weduwe.
Of...
Dat Fanny alvast vermeld wordt op de grafsteen van haar man, lezen we overigens niet in de Hergé-biografie van Phillipe Goddin.
En waarom eigenlijk niet?
Omdat de auteur het een irrelevant detail vond? Maar lopen die duizend pagina’s van zijn LIGNES DE VIE nou juist niet over van de (irrelevante) details?
Het manco valt extra op omdat Goddin (een vaste kostganger van Moulinsart) zijn afmattende boekwerk letterlijk afrondt op de laatste rustplaats van Hergé, met een triviale analyse van diens grafschrift.
Een half verzwegen grafschrift, in dit geval.
maandag 28 september 2009
Dodelijk dilemma (1)
Zondagmiddag - en onthutst door een bovenzinnelijke kater besloot ik een blik te werpen in de ziel van Nick Rodwell.
BINGO!
De man die de Weduwe verschalkte verdient mededogen, want zie eens hoe wreed zijn lot:
Geduldig wacht de Tekenaar op de terugkeer van zijn tweede vrouw. De steen is roze, maar de schaduw van deze tweepersoonsgrafkelder moet voor Rodwell inktzwart zijn. Georges heeft zijn opvolger veroordeeld tot een leven als tussenpaus.
vrijdag 25 september 2009
Utrecht, 23/9 (00.34u)

De Ervaren Scriptschrijver priemt zijn vinger in mijn borst.
‘Jij bijvoorbeeld… Jij bent een fan-tas-tisch personage.’
Die blik… Sommige mensen maken complimenten op een manier alsof ze een ontvangstbewijs terugverwachten.
En ik begrijp hem niet eens.
‘Omdat,’ stelt hij, ‘iedere verzamelaar immers een potentiële misdadiger is.’
S. lacht. Maar ook zij is dronken.
woensdag 23 september 2009
Haantje

Kieckens kiekt Georges (De Haan/Coq-sur-Mer, juli 1934). Op de achtergrond een bekend parasolletje, op de voorgrond de ondeugdende linkerhand van de Tekenaar.
Een kwart eeuw nadien noteert Germaine: ‘Ik geloof niet dat Georges een slecht mens is. Maar hij heeft werkelijk geen ruggengraat (...) en is weerbarstig als een kind*).’
*) Dat laatste is een dooddoener, en van alle tijden. Gisteravond gaf ik mijn in Venetië verworven sculptuur een prominente plek in de woonkamer. S. vindt het natuurlijk een onding (zoveel van me kan ze met smaak versmaden...). Maar ze zat in Utrecht waar ze rondjes draaide in kleverige filmkringen. ’s Nachts schrok ik wakker van haar briesende ‘Je bent nog erger dan een kind!’.
dinsdag 22 september 2009
maandag 21 september 2009
Langdon & Co (1)

Ik las een recensie waarin prof. Robert Langdon, de held van bestsellerauteur Dan Brown, nog saaier dan Kuifje werd bevonden. Knappe prestatie van een schrijver die het zichzelf ook niet makkelijk maakt.
Hergé liet zijn bloedeloze reporter glanzen in het licht van een bonte entourage. Maar de stijve Langdon is solitair.
Brown lost dat op met een raar trucje: hij hevelt kleurrijke personages uit zijn vorige boek (Het Slachtoffer, De Cryptologe, De Achtervolger, Het Brein) gewoon over naar zijn volgende boek en geeft ze een nieuwe naam. Het is een beetje alsof Kuifje in elk nieuw album een andere kapitein, een ander detectiveduo en een andere Milanese nachtegaal op zijn pad vindt.
donderdag 17 september 2009
Inbox

De wedstrijd waar deze A la recherche-lezer naar verwijst, behelst overigens twee pagina’s met een bekopping die het jongenshart sneller doet kloppen: Suspense à Coq sur mer.
woensdag 16 september 2009
Verloren (2)

Goed. Germaine.
Armen over elkaar.
Er is een waaier aan psychologische concepten om die lichaamshouding te benoemen. Mijn favoriet is: Het onwillige oor.
En het is haar niet genoeg. Ze heeft Hem óók de rug toegekeerd.
Het (onhandige) kunstwerkje - dikke, dekkende lagen op paneel - is vele jaren achtereen een wederkerend curiosum in verzamelaarskringen. Tenslotte neemt een Parijs’ veilinghuis het op in een deelcatalogus ter gelegenheid van het honderdste geboortejaar van de geestelijk vader van Kuifje.
Lot 347 wordt optimistisch ingeschat op € 12.000.
Hergé portretteerde de onontvankelijkheid van zijn kersverse vrouw en naar zijn beweegredenen kunnen we slechts gissen. Wat we wel weten: het is onverkoopbaar.
dinsdag 15 september 2009
Verloren (1)
Onmacht en weerzin in de duinen van Coq-sur-Mer.
Maar eerst.
S. had erop aangedrongen dat ik haar vergezelde naar Venetië om me vervolgens aan mijn lot over te laten.
En ik houd niet eens van filmfestivals.
Dinsdagavond vocht ik me desalniettemin naar binnen bij ‘Mannen die naar geiten staren’, een komedie met de onvermijdbare George Clooney. Hij moest het opnemen tegen een zaal waarin journalisten luidkeels de laatste roddels uitwisselden en het mobiele telefoonverkeer gewoon doorging.
Woensdagochtend, terwijl S. naar haar zoveelste ‘meeting opportunity’ in het Palazzo del Casinò ging, drentelde ik van galerie naar galerie. Ten slotte besteedde ik te veel geld aan een onhandzaam sculptuur: een prikbord in porseleinen lijst waarop een serie polaroids prijkte van verminkte handen. Ik wist zeker dat S. het zou verfoeien en misschien kocht ik het daarom wel: een kinderachtige roep om aandacht.
Maar kinderen trekken in zulke gevallen gewoon aan elkaars haren.
zondag 6 september 2009
Coq-sur-Mer
Georges en Germaine, in de duinen van De Haan, ergens in de jaren dertig. Letterlijk een onbekommerd tafereel, in die zin dat…
Maar begin volgende week meer. Tot zaterdag vergezel ik S. in de stad die Dirk Bogarde, Donald Sutherland en Rupert Everett nogal ongelukkig verwarden met Napels.
Ik zal me er duchtig vastklampen aan het leven.
vrijdag 4 september 2009
Een voorbeeldig leven (2)

De strip als middelpunt van het universum. Ironische overdrijving, natuurlijk, maar de subtekst in deze prent ráákte me wel. Yves Chaland verbeeldt de gedroomde wereld van het jongetje dat zich ooit veilig waande binnen de kaders van het beeldverhaal en (tevergeefs) zocht naar geestverwanten.
Dat wat ik toen had, heb ik niet meer. En wat ik nu bezit, heeft een monomaan karakter.
Ik werd er stil van.
woensdag 2 september 2009
Een voorbeeldig leven (1)
Intrigerende mail van een A la recherche-lezer: ‘Vergeleken met wat Jijé ooit voor het tijdschrift Line heeft getekend, is die Don Bosco een Hells Angel.’
Tegelijk stuurt D. me een scan van ‘Het voorbeeldige leven van Jijé’. In slechts acht pagina’s blaast de jong gestorven Yves Chaland het werkzame bestaan van Joseph Gillain op tot een heiligenleven van absurdistische omvang. De parallel met het leven van Hergé is smartelijk en nauwelijks over het hoofd te zien:
De Belgische striptekenaar zou in de gevangenis tot inkeer zijn gekomen, wat bij Chaland dan weer leidt tot dit heerlijk opzichtige tableau: 
Maar de lezers verheffen met stichtelijke verhalen? Het blijkt een misrekening: voor de uitkomst van zijn scheppingsdrift is amper publiek. Getergd en teleurgesteld (Al die verdwaalde schapen!) hervat de tekenaar zijn westernreeks met Jerry Spring:
Enfin. Vaker dan vroeger twijfel ik aan mijn talent om te genieten, maar Chaland trok me gisteravond bij de les. Wat een verrukkelijk meesterwerkje! Vrijdag nog een afbeelding, eentje die me rechtstreeks raakte in de onbezorgde jongensziel.
dinsdag 1 september 2009
maandag 31 augustus 2009
L'amour, c'est compliqué

Georges en Germaine, krap een jaar na hun huwelijk in juli 1932. De vetarme Tekenaar kijkt ongemakkelijk. Over zijn kersverse partner noteerde hij in december 1931 nog: ‘Mijn leven zonder jou, dat is een kaal en verdroogd skelet, kil en droevig.’
zaterdag 29 augustus 2009
Een brave avond

En de Verzamelaar, hij verheugde zich op een rustige avond met Thomas Rosenboom. Maar diens nieuwe, kokette proza kreeg onverhoeds concurrentie van een oud en gestreng beeldverhaal. D. zond me een BIJOUX met een mooie dédicace (waarover later meer) en had er een pesterige premie in groen linnen ruggetje aan toegevoegd: Don Bosco van Joseph Gillain, alias Jijé.
Nu ben ik vaak genoeg aan de tand gevoeld over het brave karakter van mijn verzamelobject, maar ook braafheid kent gradaties.
Als Jijé zijn held, de lachwekkend vrome Giovanni, laat verklaren waarom hij wil leren lezen, is deze katholieke propagandatrein koud op stoom en zijn er nog honderd-en-drie lange, lange pagina’s af te leggen. Aan het eind van de rit wacht het heilige sterfbed. Don Bosco overlijdt en doet dat ‘zo arm dat er die dag zelfs geen geld was om de bakker te betalen…’
Bij de lezer is dan al een mentale rigor mortis ingetreden. Dieu soit loué, maar dringend verlang ik naar een borrel met de eerloze dienaren van Beëlzebub.
donderdag 27 augustus 2009
Le Rayon du Mystère (1)
Ondertussen in Céroux-Mousty: geen kinderen die ravotten met albums (of hutten bouwen van lege whiskyflessen).
De Tekenaar wijt zijn onvermogen om zich te reproduceren aan medische onachtzaamheid bij de behandeling van zijn steenpuisten.
Is een slecht toegepaste radiotherapie een aannemelijke verklaring voor zijn onvruchtbaarheid? Of weigerde Hergé domweg een statistische realiteit onder ogen te zien: dat algehele onvruchtbaarheid (infertiliteit) uitzonderlijk is (in de meeste gevallen is sprake van verminderde vruchtbaarheid, ofwel subfertiliteit), maar dus wél voorkomt en zelden verklaard kan worden?
Met een schoonvader die klinisch chemicus in ruste is, lijkt althans een deel van het antwoord zonder veel inspanningen onder handbereik.
‘Mijn vader bellen?’ roept S. vanaf de ongebloemde bank. ‘Om tien over twaalf ’s nachts?!’
Le Rayon du Mystère (2)
‘Je belt over een… zevenster op een achtersteven?’
Draadloze verwarring rond het middernachtelijk uur.
- Nu ja, over een steenpuist.
‘…’
- Niet bij mij. Bij Hergé. Ik wil iets weten over de steenpuisten op zijn kont.
‘En je dacht: schoonpapa wil zich daar op dit uur wel over buigen. Wil je dat ik een dermatoloog voor je raadpleeg?’
- Als je wilt?
‘Wat is de vraag?’
- Of het gebruikelijk was om steenpuisten te bestralen en of je daar onvruchtbaar van kon worden.
‘Daar zou ik zelf antwoord op kunnen geven. Over wanneer hebben we het?’
- Begin jaren veertig.
‘Dan zijn we snel klaar. Niet. Vrijwel uitgesloten. De penicilline en de streptomycine kwamen eraan en men zat toen nog midden in de sulfatengekte. Geloof me, als je vriend last had van steenpuisten, werd hij met sulfa behandeld.’
- Maar hij zou beweerd hebben dat hij - op advies van een vriend - radiotherapie kreeg.
‘Als je daarmee meerdere bestralingen bedoelt, maakt dat de zaak nog onwaarschijnlijker. Er wáren positieve resultaten met de bestraling van karbonkels. Dat waren eenmalige behandelingen met een zeer lage, enkele stralingsdosis. 50 radium, 100 maximaal, daar word je niet onvruchtbaar van. Maar dan nog: het was begin jaren veertig geen gebruikelijke toepassing meer.’
- En stel nou eens dat Hergé wél bestraald werd omdat zijn kwaal zo hardnekkig was en dat ze daarom ook een hogere dosis op hem los lieten?
‘Dosisprogressie? Bij steenpuisten? Dat is een onwetenschappelijke voorstelling van zaken! Je leest te veel strips, vrees ik. Bovendien: begin jaren veertig is de kennis al lang en breed wijdverbreid dat bestraling van karbonkels en furunkels alleen werkte - en in die termen sprak men toen al: w e r k t e - in een vroeg stadium van de manifestatie. En zei je niet dat we hier te maken hebben met een hardnekkige verschijning?’
- Dus?
‘Typische een mannending, deze kwestie. Krampachtig een externe oorzaak willen aanwijzen voor interne onverkwikkelijkheden. Meer iets voor een psychiater, als je het mij vraagt.’
woensdag 26 augustus 2009
Naschrift
‘Zó gaat u toch niet met uw albums om?’ schrijft een A la recherche-lezer over de foto van gisteren. Geschokt, wilde ik daar nog aan toevoegen, maar misschien ben ik dan blind voor een zekere ironie.
Zelf kan ik schamper opmerken dat er inkijkexemplaren door het huis zwerven waar de schattige kinderen van familie en vrienden mee kunnen ravotten. De vermoeide verzamelaar stapt soms met dit geblesseerde drukwerk in bad.
Want hoewel ik met schroom moet bekennen dat het werkwoord lezen slechts driemaal opduikt in dit boekenblog: men kan de werken van Hergé natuurlijk ook gewoon consumeren.
dinsdag 25 augustus 2009
Eindopgave

Een meteoorsteen uit een vuurbal die met 45.000 kilometer per uur de aarde passeert, plonst om 08u.12m.30s in de Noordelijke IJszee. Een poolstation aan de Noordkust van Groenland maakt vrijwel meteen melding van een aardbeving. Dit bericht wordt in de Belgische hoofdstad (>3500 kilometer, azimut 310 graden) dezelfde ochtend nog vóór 09.00u in gedrukte vorm door een krant gedistribueerd.
A: Bereken de draaisnelheid van de rotatiepers, en daaruit volgend:
B: Bereken de snelheid van het nieuws.
* Douglas Adams, auteur van HHGTTG
maandag 24 augustus 2009
Cynisch?
S. troont me mee naar een film met de omineuze titel ‘Mannen die vrouwen haten’ en onwillekeurig overdenk ik de haat-liefde-verhouding met mijn alter ego.
Dreigt afkeer de overhand te krijgen?
Openlijk dubben over een haperende authenticiteit lijkt misschien dapper, maar is beslist zonder risico. Alter ego’s komen immers nooit met een weerwoord.
Lezers doen dat gelukkig wel.
Ik ontving een lange en vriendelijke mail waarin ik, indirect, werd teruggefloten van dit Pad van Zelfbeklag. De boodschap tussen de regels was klip en klaar: niet de oprechtheid van die Popokabaka moet bekritiseerd, maar de onoprechtheid van die andere partij.
En dus:

vrijdag 21 augustus 2009
donderdag 20 augustus 2009
Afspiegeling (3)

De Kwestie Popokabaka. Ofwel: niets is zo gemakkelijk voor te wenden als totale oprechtheid.
Maar dan verschuil ik me wéér achter een citaat.
‘Man’, mailt D. geïrriteerd. ‘Moet ik dokter Krollspell soms voor je bellen? Waarheidsserum, weet je wel… Misschien helpt het je verder.’
D. figureert van meet af aan in dit weblog. Met toestemming, en met gemengde gevoelens. In januari rekende ik hem zijn gesjacher met een partij facsimile-uitgaven nogal zwaar aan (en allicht had ik hem toen geen kruimelaar moeten noemen). In juli schreef ik in Vrij Nederland over de mannetjes die voor me bemiddelen bij de aankoop van nieuwe stukken. Ook dat schoot bij hem recht in het verkeerde keelgat, want: ‘Wat nou mannetjes? Er is maar één iemand die voor jou bemiddelt en dat ben ik en dat weet je.’
Er is niks mis met onze vriendschap, maar mijn alter ego is hij gaan wantrouwen.
D: ‘Ik geloof steeds minder dat je eerlijk over dit wereldje kunt schrijven als je zélf een verzamelaar bent.’
woensdag 19 augustus 2009
dinsdag 18 augustus 2009
Afspiegeling (2)

Dus hoe oprecht is die Popokabaka nog? Die vraag bleef me lelijk aankleven, ook toen Rodwell zijn faux pas beging en ik overweldigd werd door een authentieke (meende ik toch) verwarring. Ik bedoel: je kunt je werkelijk vies gaan voelen als iemand uit de nabije belevingswereld afdaalt naar een niveau dat domweg zo stuitend onfatsoenlijk is.
Maar S. vond mijn gemonteerde reacties op Nicks uitlatingen ‘veel te cynisch’.
‘Cynisme,’ wierp ik tegen, ‘is nu eenmaal een onaangename manier om de waarheid te zeggen.’
Haar antwoord was evenmin aangenaam: ‘Maar die Rodwell schrijft wél onder zijn eigen naam. En jij attaqueert onder een veilig pseudoniem.’
maandag 17 augustus 2009
Afspiegeling (1)

Bij Knoedler & Co., de aangewezen kunstboeren in de Upper East Side*, raakte ik aan de praat met een verzamelaar van modern grafiek. We spraken over de blessings van de crisis, hoeveel moois er weer beschikbaar was zonder dat het prompt werd weggekaapt door onverschillige beleggers. Omdat New Yorkers graag en veel over zichzelf praten, ging het daarna, langs onnavolgbare wegen, over de bereiding van een goede gazpacho (de man ging er prat op nimmer water toe te voegen) en over zijn werk als literair agent. Zijn kijk op blogs was nadrukkelijk en in wezen afkeurend. ‘Drie maanden om je vorm te vinden, zes maanden om je authenticiteit te verliezen.’
Ik schrok er nogal van.
Betwistte hij daarmee mijn eerlijkheid op het web?
‘Maar durf je dan te beweren,’ zei hij onaangedaan, ‘dat die…, hoe zei je?... die Popokabaka… altijd een oprechte afspiegeling van jezelf is gebleven?’
vrijdag 14 augustus 2009
De vrouw die de maan kleur gaf
Weet u, Hergé liet me niet volledig mijn gang gaan. Die raket moest rood en wit worden, met een beetje groen in het rood om het iets minder hard te maken. En over de kleur van de ruimtepakken kon ook geen misverstand bestaan: oranje! Maar voor de maan gaf hij me carte blanche. We hadden in die tijd nog geen kleurenfoto’s van het maanoppervlak waarop ik me kon baseren. Ik koos uiteindelijk voor geel; lichtgeel met donkere kraters.*
* Als Hoofd Inkleuring werd studio-medewerkster Josette Baujot ook weleens gekscherend “de moeder-overste van de Congregatie der Coloristes” genoemd. Gisteren overleed ze op 87-jarige leeftijd.
Silence

Germaine. Dat haar...! Maar om haar gaat het niet. Een keurig gekamde Hergé, roeiend op de Schelde nabij Hingene.
Het is 1928.
Alles ligt nog open.
Er is stilte waar geen geluid klinkt, en er is stilte waar geen geluid mag klinken.
woensdag 12 augustus 2009
maandag 10 augustus 2009
zaterdag 8 augustus 2009
dinsdag 30 juni 2009
Zomerreces
‘New York? In juli? Je zult mét de mussen van het dakterras vallen.’
S. had meteen al haar bedenkingen, maar ik vertrouw (en verheug me) op de klimaatregeling in het Metropolitan, de naar binnen gesmokkelde iced coffee in The Strand Bookstore (18 Miles of Books) en, vooral, de koele blikken van de kassameisjes in Cinema Village.
Laten we zeggen: a la recherche du temps perdu, op zoek naar het jochie dat ooit eenzaam door Mokum zwierf en zijn zakgeld inleverde bij de ingang van de Cineac en het Ceintuur Theater.
En die andere zoektocht?
Wordt vervolgd in augustus!
maandag 29 juni 2009
Faits divers

Zo’n foto uit een veilingcatalogus die de vergeefsheid van het bestaan in klare lijnen onderstreept: ‘Het laatste thuis gerookte sigaretje van Pim Fortuyn.’
Kavel 887 werd dit weekeinde bij Hessink’s afgehamerd op 882 euro. De koper kreeg er ‘een schriftelijke verklaring van zijn huishoudster’ bij.
Ik moet denken aan onze eerste huishoudster die ook het rondslingerende muntgeld opruimde. De hoop dat ze op een kwade dag een cocktailuitgave achterover zou slaan, was allicht buitenissig. Maar kruimeldiefstal ontgoochelt slechts. Dan liever een bittere bewondering voor de intelligente misdaad.
vrijdag 26 juni 2009
donderdag 25 juni 2009
Memory lane
Als goedmakertje voor mijn Parijse misdragingen neem ik S. mee naar Scorels Roem, een Utrechtse expositie over een schilder ‘die de Renaissance naar Nederland bracht’. (Dat laatste is effectief ingekookte marketingtaal.)
Ik zal er verder niet te veel over uitweiden. S. is verrukt, ik kan mijn hoofd er niet bijhouden.
’s Avonds dineren we in een voormalig militair hospitaal waar de obers op Nestor lijken en men vijf tientjes vordert voor het voorgerecht van gekonfijte langoustines.
‘Probeer je me in te pakken?’ klinkt het argwanend.
En ik beken dan maar dat ik ons geparkeerd heb in memory lane, dat ik hier twintig jaar geleden óók was, met een goede vriend die dit labyrint van eeuwenoude zalen en gangen wilde kraken en herscheppen in zoiets verhevends als een tintelend kunstenaarscomplex .
‘Ik wist niet dat jij zo’n spannend verleden had,’ zegt S.
Dat valt te bezien.
Geen idee of die kraakactie gelukt is. Wat ik nog wel weet: er was hier in de buurt een stripwinkel waar ik een onwaarschijnlijk fraaie BOLLEN uit ’61 kocht. En wat ik me nu afvraag: is die winkel er nog?
Maar ik doe dat niet hardop.
woensdag 24 juni 2009
The times they are a-changin’ (2)
Een alerte A la recherche-lezer stuurt me de pdf van een comfortabele, drie pagina’s omvattende PICAROS-recensie. Auteur: Har Brok. Datum van publicatie: mei 1976.
Uw waarneming v.w.b. de intrede van de televisie strookt met die van Brok, lees ik in het begeleidende mailtje. Daaraan toegevoegd het scabreuze Of bent u aan het herkauwen?
Tsja.
Vertrouw op Allah, maar bind eerst je kameel vast.
Overigens geen kwaad woord over Broks verrassend solide analyse van Hergé’s laatste Vollendete. Enkel zijn uitsmijter doet de wenkbrauwen een tikkeltje fronsen:
Gezandstraald door de comtemporaine furie van het Eigen Gelijk is zo’n opvatting eensklaps even gedateerd als het televisietoestel in de salon van Molensloot.
dinsdag 23 juni 2009
The times they are a-changin’
De buik vol van bebaarde ninja’s die met hun motoren werktuiglijk inrijden op woedende mensenmassa’s, leek PICAROS me plotseling het aangewezen afleidende leesvoer. Ook in San Theodoros is het immers verrekte onrustig, lijkt de absolute macht een absoluut twistpunt en blijkt het verwijt van buitenlandse inmenging hier zelfs de aanjager van het verhaal.
Al in de proloog op Molensloot dringt zich nóg een analogie op.
Over de onrust in Iran wordt gesproken in termen van communicatie- en (meer specifiek) twitter-revolutie. PICAROS is op eigen bescheiden wijze baanbrekend: Hergé neemt hier definitief afscheid van de radio. In zijn gemoderniseerde universum is het voortaan de televisie die het nieuws brengt.
Ik werd er een beetje weemoedig van en moest denken aan de oude buizenradio van professor Topolino die in ZAAK zo’n mooie, klassieke cliffhanger aanzwengelt.
For the times they are a-changin’ floot ik mistroostig.
Sinds lange tijd verlangde ik weer naar een sigaret.
maandag 22 juni 2009
L'homme en colère (géén slot)
Tenslotte is daar het langverbeide negende deel van Philippe Goddins gezaghebbende reeks grondig gedocumenteerde woede-uitbarstingen van Hergé (Fureur de vivre, tome 9, 1958-1960, 956 pagina’s, met notenapparaat van XXVI pagina’s, € 149,95). Zwaartepunt van deze monumentale uitgave vormt ditmaal het nauwgezette verslag van het meningsverschil tussen Hergé en Jacques van Melkebeke. Goddin slaagt erin vrijwel alle momenten van onenigheid woord voor woord (en van uur tot uur) te reconstrueren. Hartverscheurend is het gesprek met de dochter van de onschuldige voorbijganger die van Hergé op 11 oktober 1960, ‘s middags om 15.33 uur, op de Kasteleinstraat (hoek Simonisstraat), een ongeveinsd ‘Potverpillepap!’ kreeg toegebeten. Ze is er nimmer bovenop gekomen. Verder weer veel aandacht voor het bekende gooi- en smijtwerk in Céroux-Mousty.
*****
donderdag 18 juni 2009
L'homme en colère (2)
Dan hielden Georges en Germaine hun ruzies tenminste nog binnen de muren van hun benepen Céroux-Mousty! Toen S. de lompheid van mijn wrevel niet langer verdroeg, slingerde ze een hartgrondig ‘LUL!’ door het metrorijtuig en mocht ik maar hopen op zoiets als een taalbarrière.
‘PRE-CIES!’ kaatste ik grimmig terug.
Want wat een geweldige zak ben ik.
Tien maanden geleden noteerde ik dat ik hier frank en vrij en met lichtvoetige distantie over de pathologie van een Kuifje-verzamelaar wilde schrijven. Hoewel S. me tot op heden niet van mooischrijverij heeft beticht, vindt ze wel dat ik soms veel woorden nodig heb om de werkelijkheid toe te dekken. Terwijl die werkelijkheid nu juist de contouren heeft van de Klare Lijn: ‘Man. 50. Heeft 30 jaar op stripalbums gejaagd en vraagt zich af hoe het zover heeft kunnen komen.’
Ben ik daarin eerlijk genoeg? Of ontvouwt zich hier het verhaal van een verveelde vijftiger die een schunnig kapitaal aan antiquarisch drukwerk in zijn huis heeft en die dat kapitaal niet nodig heeft omdat het leven hem ooit één (1) kans heeft geboden die hij met beide luie handen heeft aangegrepen? Dan is dit, vrees ik, domweg het zoveelste zemelige blog over een midlifecrisis.
Maar zelfs dan wil ik ‘frank en vrij’ kunnen schrijven.
Mijn woede komt amper voort uit de machinaties die van het universum van Hergé een belachelijk prijzencircus hebben gemaakt. Evenmin ontspruit ze al te zeer aan het juridisch dictaat dat het me onmogelijk maakt daarover in detail te schrijven. Als ik me iets realiseerde tijdens die scheldpartij in de Parijse ondergrondse dan is het dit: ik ben niet razend omdat me de mond is gesnoerd, ik ben razend omdat ik dat mezelf heb aangedaan.
woensdag 17 juni 2009
L'homme en colère (1)
Vooruit, dat B. maar niet aan schrijven toekomt, valt ook mij aan te rekenen. Ik was niet enkel in Parijs om naar zijn verrukkelijke bouillabaisse te hengelen, ik had hem ook verzocht mijn dading eens tegen het licht te houden. Met zijn verleden als civielrechtelijk specialist en juridisch vertaler hoopte ik dat hij vlechtfoutjes kon ontdekken in dit knellende wurgtouw.
Maar zijn conclusie is even ontnuchterend als ongewenst.
‘Man,’ wrijft hij me hoofdschuddend in, ‘je had dit dus nóóit moeten ondertekenen.’
Dat ik daarna mijn frustratie niet zomaar kan wegslikken, heeft niets met zijn overvloedige kaasplateau van doen. Als het erop aankomt is het leven een estafetteloop van desillusies. Wat valt er tegen te doen? Woedend je stokje wegwerpen?
Twaalf uur later, met S. in een metro die stinkt naar, neem me niet kwalijk, een ongestelde non op een gloeiende plaat, komt het tot een uitbarsting.
dinsdag 16 juni 2009
Creatieve ramp
Diner bij de onrustige B. die een half woonhuis heeft in het twintigste arrondissement. Hij schaaft er al vier jaar aan zijn debuutroman en het eind is nog niet in zicht.
Ooit verkocht hij voor wonderlijk veel geld een script aan Columbia Pictures. Gedwongen rijkdom is een creatieve ramp, daar weet ik alles van.
S. en ik denken dat onze vriend naar Parijs is gevlucht om te ontkomen aan twee hardnekkige vragen: wanneer komt de film, waar blijft je boek?
‘Hoe is het met je boek?’ vraagt S. dapper.
Scheef lachje.
‘De stad zit in de weg,’ bekent B.
Langer dan hij zich had voorgenomen, zwierf hij vanmiddag over de overzichtstentoonstelling van Henri Cartier-Bresson, de man met het scherpste fotografische oog van de twintigste eeuw.
‘Tati?’ reageert hij afwijzend op onze plannen. ‘Tati moet je in de bioscoop zien!’
Bij de koffie krijgt S. van hem de Bresson-biografie van Pierre Assouline - en uit het bezinksel van de herinnering duikt dan deze beginzin op. Zelfde biograaf, andere biografie:
maandag 15 juni 2009
Ondertussen, in Louvain-La-Neuve (3)

Kuierend over die rare houten loopbrug zijn we het snel met elkaar eens: een prachtig museum!
‘En toch…,’ voeg ik er aarzelend aan toe.
Maar S. zit met haar gedachten alweer in Parijs waar we de grote Tati-expositie zullen bezoeken.
Wat me dwars zit, laat zich ook niet eenvoudig in woorden vangen. Ben ik toch teleurgesteld? Miste ik iets? Dit is, vermoed ik, hetzelfde weerspannige gevoel dat me bekruipt als ik door Philippe Goddins Chronologie-banden blader. Een aanvankelijk enthousiasme botst met de weerzin tegen zoveel humorloze boekhouding.
We laten het doordachte museumconcept achter ons, maar niet voor ik gefluisterd heb: ‘Kom op zeg, het is maar Kuifje.’
donderdag 11 juni 2009
woensdag 10 juni 2009
Gillott's valkuil
Dat Hergé zwoer bij Gillot’s Inqueduct nibs is dan weer van die kennis waar ik warm noch koud van wordt. Toegegeven, die desinteresse is niet helemaal oprecht, maar noodzakelijk om de valkuil van de tintinologie te omzeilen. Dat is een pseudo-wetenschap en tegelijk een bodemloze put (D. noemt het de krater van de Pulau-Pulau Bompa: ‘Je komt er niet levend uit’).
Evengoed kun je de verleiding niet weerstaan en duik je begeesterd in de tweehonderd jaar oude familiegeschiedenis van Joseph Gillott. Je inventariseert alle decoratieve steel nib boxes
die men op de markt heeft gebracht, probeert de hand te leggen op de beruchte namaakpennetjes uit het begin van de vorige eeuw (Gilott’s en Gillot’s) en biedt tenslotte honderden ponden op de veelgezochte Manufacturing Nib Card uit 1890 (the seventeen stages in the manufacture of a Gillott steel pen)*. Op zulke momenten is het praktisch om een vrouw te hebben die bestraffend opmerkt: ‘Maar zeg, jij verzamelde toch Kuifje-albums?’
*) Die pennetjes waren overigens onverslijtbaar - en we weten dat Hergé hun levensduur nog verder oprekte, door ze te vijlen. Onbekend is of de Meester hiervoor een zogenaamde zoetvijl gebruikte. Er moet nog veel belangwekkend onderzoek worden verricht.
dinsdag 9 juni 2009
maandag 8 juni 2009
1201 Gare de Cornavin (slot)

Het viel mee. De kamer had slechts een defect toilet en was verder op een geruststellende manier doorsnee vreugdeloos.
Over de aangeharkte Rue des Alpes slofte ik naar de oevers van het slaapverwekkende Meer van Genève. Wandelen in deze stad was even opwindend als kijken naar drogend behang.
In een restaurant dat letterlijk vertaald Het Gezandstraalde Kalf heette (een agrarisch fenomeen waarvan ik niet eerder had gehoord) at ik een in cider gekookte tong met mosselen. De wijn was heel veel beter.
Twee uur later, op bed, de schoenen nog aan, kort voor de explosie van het huis van professor Topolino, doorkliefde een brandende pijn mijn maag. Tegelijk klonk in mijn darmen een sinister gerommel. Instinctief wierp ik DE ZAAK ZONNEBLOEM van me af en maakte een snoekduik naar het toilet.
Terwijl ik opgelucht doortrok en mijn broek weer dichtknoopte, zag ik het vervuilde toiletwater opborrelen en over de rand spoelen.
De hulpeloze weerzin werd verdreven door nieuwe pijnscheuten in mijn maag.
vrijdag 5 juni 2009
De volgende keer
Ik heb hoogtevrees. V. niet. Drie dagen geleden stond hij op de top van de Cho Oyu, in de buurt van de Mount Everest, met 1 been in Tibet en 1 been in Nepal (de grens loopt over de 8201 meter hoge kruin).
V. is verslaafd aan klimmen.
Hij is ook al meer dan tien jaar mijn tandarts, iemand die het composiet van vlaksvullingen aanmaakt met handen die vaak de kwetsuren vertonen van ongerijmde klauterpartijen. Ik heb ‘m al zovele malen een mooie druk van TIBET beloofd, dat het een running gag is geworden.
‘Boekje vergeten zeker?’
‘Och hemel ja. Maar de volgende keer…’
Maar gisteren las S. een berichtje van Teletekst.
‘Is dat niet jouw tandarts, Dennis Verhoeve?’
Touw gebroken tijdens de afdaling. Geen hoop meer.
‘We zijn begonnen aan een trieste aftocht naar huis,’ lees ik vandaag op de website van zijn expeditie.
En ik denk: Kapitein, we moeten daarheen!
Maar eens moet je kiezen tussen fictie en werkelijkheid, en als je voor het laatste kiest, en dat moet je doen, dan doet het pijn.
donderdag 4 juni 2009
1201 Gare de Cornavin (2)

Een dubbelboeking. Die Zwitserse kropdragers hadden mijn kamer vergeven en wilden me - Schuldigung! - doorsturen naar een naburig hotel.
Maar ik wílde helemaal niet naar een ander hotel.
Ik wilde die avond, in dit hotel, in de kamer die ik een maand geleden al had gereserveerd, op bed, met mijn schoenen nog aan, in doorleefde eenzaamheid DE ZAAK ZONNEBLOEM lezen.
Dat was hoe ik erover dacht.
(Het was alleen niet wat ik zei. Men moet zich niet belachelijker maken dan men van nature al is.)
Op mijn grimmige hoofdschudden volgde vlot een al te toevallige ingeving.
‘We zouden u misschien kunnen onderbrengen in… Moment…’
Wel, in wat?
De bezemkast? De machinekamer van de lift?
Die lift?
woensdag 3 juni 2009
1201 Gare de Cornavin (1)
Oorlog, dát is nog eens goed voor de cultuur en de beschaving! In het Italië van de Borgias was er dertig jaar lang terreur, moord en bloedvergieten, maar dat leverde wel een Michelangelo, een Leonardo da Vinci en de Renaissance op. In Zwitserland daarentegen hadden ze vijfhonderd jaar democratie en vijfhonderd jaar vrede. En wat bracht dat ons? De koekoeksklok!
Het cynische commentaar van filmschurk Harry Lime (in de klassieker The Third Man) moet voldoende zijn om de Zwitserse Bondsstaat een mensenleven lang te mijden.
Maar toch.
Midden jaren tachtig pookte ik mijn diepblauwe (lees: Gendarmerie Bleu) Fourgonnette richting Genève waar ik opgewonden incheckte in hotel Cornavin. Heel veel liever was ik met de Sabena op Cointrin International Airport gevlogen, maar ik moest in die tijd de eindjes aan elkaar knopen om mijn dwaze gevoel voor verzamelaarsromantiek betaalbaar te houden.
‘Weet u zeker dat u voor vannacht hebt gereserveerd?’ vroeg de man achter de balie wiens frons het soort rimpels tevoorschijn toverde dat over het algemeen weinig goeds voorspelt.









