
woensdag 19 augustus 2009
dinsdag 18 augustus 2009
Afspiegeling (2)

Dus hoe oprecht is die Popokabaka nog? Die vraag bleef me lelijk aankleven, ook toen Rodwell zijn faux pas beging en ik overweldigd werd door een authentieke (meende ik toch) verwarring. Ik bedoel: je kunt je werkelijk vies gaan voelen als iemand uit de nabije belevingswereld afdaalt naar een niveau dat domweg zo stuitend onfatsoenlijk is.
Maar S. vond mijn gemonteerde reacties op Nicks uitlatingen ‘veel te cynisch’.
‘Cynisme,’ wierp ik tegen, ‘is nu eenmaal een onaangename manier om de waarheid te zeggen.’
Haar antwoord was evenmin aangenaam: ‘Maar die Rodwell schrijft wél onder zijn eigen naam. En jij attaqueert onder een veilig pseudoniem.’
maandag 17 augustus 2009
Afspiegeling (1)

Bij Knoedler & Co., de aangewezen kunstboeren in de Upper East Side*, raakte ik aan de praat met een verzamelaar van modern grafiek. We spraken over de blessings van de crisis, hoeveel moois er weer beschikbaar was zonder dat het prompt werd weggekaapt door onverschillige beleggers. Omdat New Yorkers graag en veel over zichzelf praten, ging het daarna, langs onnavolgbare wegen, over de bereiding van een goede gazpacho (de man ging er prat op nimmer water toe te voegen) en over zijn werk als literair agent. Zijn kijk op blogs was nadrukkelijk en in wezen afkeurend. ‘Drie maanden om je vorm te vinden, zes maanden om je authenticiteit te verliezen.’
Ik schrok er nogal van.
Betwistte hij daarmee mijn eerlijkheid op het web?
‘Maar durf je dan te beweren,’ zei hij onaangedaan, ‘dat die…, hoe zei je?... die Popokabaka… altijd een oprechte afspiegeling van jezelf is gebleven?’
vrijdag 14 augustus 2009
De vrouw die de maan kleur gaf
Weet u, Hergé liet me niet volledig mijn gang gaan. Die raket moest rood en wit worden, met een beetje groen in het rood om het iets minder hard te maken. En over de kleur van de ruimtepakken kon ook geen misverstand bestaan: oranje! Maar voor de maan gaf hij me carte blanche. We hadden in die tijd nog geen kleurenfoto’s van het maanoppervlak waarop ik me kon baseren. Ik koos uiteindelijk voor geel; lichtgeel met donkere kraters.*
* Als Hoofd Inkleuring werd studio-medewerkster Josette Baujot ook weleens gekscherend “de moeder-overste van de Congregatie der Coloristes” genoemd. Gisteren overleed ze op 87-jarige leeftijd.
Silence

Germaine. Dat haar...! Maar om haar gaat het niet. Een keurig gekamde Hergé, roeiend op de Schelde nabij Hingene.
Het is 1928.
Alles ligt nog open.
Er is stilte waar geen geluid klinkt, en er is stilte waar geen geluid mag klinken.
woensdag 12 augustus 2009
maandag 10 augustus 2009
zaterdag 8 augustus 2009
dinsdag 30 juni 2009
Zomerreces
‘New York? In juli? Je zult mét de mussen van het dakterras vallen.’
S. had meteen al haar bedenkingen, maar ik vertrouw (en verheug me) op de klimaatregeling in het Metropolitan, de naar binnen gesmokkelde iced coffee in The Strand Bookstore (18 Miles of Books) en, vooral, de koele blikken van de kassameisjes in Cinema Village.
Laten we zeggen: a la recherche du temps perdu, op zoek naar het jochie dat ooit eenzaam door Mokum zwierf en zijn zakgeld inleverde bij de ingang van de Cineac en het Ceintuur Theater.
En die andere zoektocht?
Wordt vervolgd in augustus!
maandag 29 juni 2009
Faits divers

Zo’n foto uit een veilingcatalogus die de vergeefsheid van het bestaan in klare lijnen onderstreept: ‘Het laatste thuis gerookte sigaretje van Pim Fortuyn.’
Kavel 887 werd dit weekeinde bij Hessink’s afgehamerd op 882 euro. De koper kreeg er ‘een schriftelijke verklaring van zijn huishoudster’ bij.
Ik moet denken aan onze eerste huishoudster die ook het rondslingerende muntgeld opruimde. De hoop dat ze op een kwade dag een cocktailuitgave achterover zou slaan, was allicht buitenissig. Maar kruimeldiefstal ontgoochelt slechts. Dan liever een bittere bewondering voor de intelligente misdaad.
vrijdag 26 juni 2009
donderdag 25 juni 2009
Memory lane
Als goedmakertje voor mijn Parijse misdragingen neem ik S. mee naar Scorels Roem, een Utrechtse expositie over een schilder ‘die de Renaissance naar Nederland bracht’. (Dat laatste is effectief ingekookte marketingtaal.)
Ik zal er verder niet te veel over uitweiden. S. is verrukt, ik kan mijn hoofd er niet bijhouden.
’s Avonds dineren we in een voormalig militair hospitaal waar de obers op Nestor lijken en men vijf tientjes vordert voor het voorgerecht van gekonfijte langoustines.
‘Probeer je me in te pakken?’ klinkt het argwanend.
En ik beken dan maar dat ik ons geparkeerd heb in memory lane, dat ik hier twintig jaar geleden óók was, met een goede vriend die dit labyrint van eeuwenoude zalen en gangen wilde kraken en herscheppen in zoiets verhevends als een tintelend kunstenaarscomplex .
‘Ik wist niet dat jij zo’n spannend verleden had,’ zegt S.
Dat valt te bezien.
Geen idee of die kraakactie gelukt is. Wat ik nog wel weet: er was hier in de buurt een stripwinkel waar ik een onwaarschijnlijk fraaie BOLLEN uit ’61 kocht. En wat ik me nu afvraag: is die winkel er nog?
Maar ik doe dat niet hardop.
woensdag 24 juni 2009
The times they are a-changin’ (2)
Een alerte A la recherche-lezer stuurt me de pdf van een comfortabele, drie pagina’s omvattende PICAROS-recensie. Auteur: Har Brok. Datum van publicatie: mei 1976.
Uw waarneming v.w.b. de intrede van de televisie strookt met die van Brok, lees ik in het begeleidende mailtje. Daaraan toegevoegd het scabreuze Of bent u aan het herkauwen?
Tsja.
Vertrouw op Allah, maar bind eerst je kameel vast.
Overigens geen kwaad woord over Broks verrassend solide analyse van Hergé’s laatste Vollendete. Enkel zijn uitsmijter doet de wenkbrauwen een tikkeltje fronsen:
Gezandstraald door de comtemporaine furie van het Eigen Gelijk is zo’n opvatting eensklaps even gedateerd als het televisietoestel in de salon van Molensloot.
dinsdag 23 juni 2009
The times they are a-changin’
De buik vol van bebaarde ninja’s die met hun motoren werktuiglijk inrijden op woedende mensenmassa’s, leek PICAROS me plotseling het aangewezen afleidende leesvoer. Ook in San Theodoros is het immers verrekte onrustig, lijkt de absolute macht een absoluut twistpunt en blijkt het verwijt van buitenlandse inmenging hier zelfs de aanjager van het verhaal.
Al in de proloog op Molensloot dringt zich nóg een analogie op.
Over de onrust in Iran wordt gesproken in termen van communicatie- en (meer specifiek) twitter-revolutie. PICAROS is op eigen bescheiden wijze baanbrekend: Hergé neemt hier definitief afscheid van de radio. In zijn gemoderniseerde universum is het voortaan de televisie die het nieuws brengt.
Ik werd er een beetje weemoedig van en moest denken aan de oude buizenradio van professor Topolino die in ZAAK zo’n mooie, klassieke cliffhanger aanzwengelt.
For the times they are a-changin’ floot ik mistroostig.
Sinds lange tijd verlangde ik weer naar een sigaret.
maandag 22 juni 2009
L'homme en colère (géén slot)
Tenslotte is daar het langverbeide negende deel van Philippe Goddins gezaghebbende reeks grondig gedocumenteerde woede-uitbarstingen van Hergé (Fureur de vivre, tome 9, 1958-1960, 956 pagina’s, met notenapparaat van XXVI pagina’s, € 149,95). Zwaartepunt van deze monumentale uitgave vormt ditmaal het nauwgezette verslag van het meningsverschil tussen Hergé en Jacques van Melkebeke. Goddin slaagt erin vrijwel alle momenten van onenigheid woord voor woord (en van uur tot uur) te reconstrueren. Hartverscheurend is het gesprek met de dochter van de onschuldige voorbijganger die van Hergé op 11 oktober 1960, ‘s middags om 15.33 uur, op de Kasteleinstraat (hoek Simonisstraat), een ongeveinsd ‘Potverpillepap!’ kreeg toegebeten. Ze is er nimmer bovenop gekomen. Verder weer veel aandacht voor het bekende gooi- en smijtwerk in Céroux-Mousty.
*****
donderdag 18 juni 2009
L'homme en colère (2)
Dan hielden Georges en Germaine hun ruzies tenminste nog binnen de muren van hun benepen Céroux-Mousty! Toen S. de lompheid van mijn wrevel niet langer verdroeg, slingerde ze een hartgrondig ‘LUL!’ door het metrorijtuig en mocht ik maar hopen op zoiets als een taalbarrière.
‘PRE-CIES!’ kaatste ik grimmig terug.
Want wat een geweldige zak ben ik.
Tien maanden geleden noteerde ik dat ik hier frank en vrij en met lichtvoetige distantie over de pathologie van een Kuifje-verzamelaar wilde schrijven. Hoewel S. me tot op heden niet van mooischrijverij heeft beticht, vindt ze wel dat ik soms veel woorden nodig heb om de werkelijkheid toe te dekken. Terwijl die werkelijkheid nu juist de contouren heeft van de Klare Lijn: ‘Man. 50. Heeft 30 jaar op stripalbums gejaagd en vraagt zich af hoe het zover heeft kunnen komen.’
Ben ik daarin eerlijk genoeg? Of ontvouwt zich hier het verhaal van een verveelde vijftiger die een schunnig kapitaal aan antiquarisch drukwerk in zijn huis heeft en die dat kapitaal niet nodig heeft omdat het leven hem ooit één (1) kans heeft geboden die hij met beide luie handen heeft aangegrepen? Dan is dit, vrees ik, domweg het zoveelste zemelige blog over een midlifecrisis.
Maar zelfs dan wil ik ‘frank en vrij’ kunnen schrijven.
Mijn woede komt amper voort uit de machinaties die van het universum van Hergé een belachelijk prijzencircus hebben gemaakt. Evenmin ontspruit ze al te zeer aan het juridisch dictaat dat het me onmogelijk maakt daarover in detail te schrijven. Als ik me iets realiseerde tijdens die scheldpartij in de Parijse ondergrondse dan is het dit: ik ben niet razend omdat me de mond is gesnoerd, ik ben razend omdat ik dat mezelf heb aangedaan.
woensdag 17 juni 2009
L'homme en colère (1)
Vooruit, dat B. maar niet aan schrijven toekomt, valt ook mij aan te rekenen. Ik was niet enkel in Parijs om naar zijn verrukkelijke bouillabaisse te hengelen, ik had hem ook verzocht mijn dading eens tegen het licht te houden. Met zijn verleden als civielrechtelijk specialist en juridisch vertaler hoopte ik dat hij vlechtfoutjes kon ontdekken in dit knellende wurgtouw.
Maar zijn conclusie is even ontnuchterend als ongewenst.
‘Man,’ wrijft hij me hoofdschuddend in, ‘je had dit dus nóóit moeten ondertekenen.’
Dat ik daarna mijn frustratie niet zomaar kan wegslikken, heeft niets met zijn overvloedige kaasplateau van doen. Als het erop aankomt is het leven een estafetteloop van desillusies. Wat valt er tegen te doen? Woedend je stokje wegwerpen?
Twaalf uur later, met S. in een metro die stinkt naar, neem me niet kwalijk, een ongestelde non op een gloeiende plaat, komt het tot een uitbarsting.
dinsdag 16 juni 2009
Creatieve ramp
Diner bij de onrustige B. die een half woonhuis heeft in het twintigste arrondissement. Hij schaaft er al vier jaar aan zijn debuutroman en het eind is nog niet in zicht.
Ooit verkocht hij voor wonderlijk veel geld een script aan Columbia Pictures. Gedwongen rijkdom is een creatieve ramp, daar weet ik alles van.
S. en ik denken dat onze vriend naar Parijs is gevlucht om te ontkomen aan twee hardnekkige vragen: wanneer komt de film, waar blijft je boek?
‘Hoe is het met je boek?’ vraagt S. dapper.
Scheef lachje.
‘De stad zit in de weg,’ bekent B.
Langer dan hij zich had voorgenomen, zwierf hij vanmiddag over de overzichtstentoonstelling van Henri Cartier-Bresson, de man met het scherpste fotografische oog van de twintigste eeuw.
‘Tati?’ reageert hij afwijzend op onze plannen. ‘Tati moet je in de bioscoop zien!’
Bij de koffie krijgt S. van hem de Bresson-biografie van Pierre Assouline - en uit het bezinksel van de herinnering duikt dan deze beginzin op. Zelfde biograaf, andere biografie:
maandag 15 juni 2009
Ondertussen, in Louvain-La-Neuve (3)

Kuierend over die rare houten loopbrug zijn we het snel met elkaar eens: een prachtig museum!
‘En toch…,’ voeg ik er aarzelend aan toe.
Maar S. zit met haar gedachten alweer in Parijs waar we de grote Tati-expositie zullen bezoeken.
Wat me dwars zit, laat zich ook niet eenvoudig in woorden vangen. Ben ik toch teleurgesteld? Miste ik iets? Dit is, vermoed ik, hetzelfde weerspannige gevoel dat me bekruipt als ik door Philippe Goddins Chronologie-banden blader. Een aanvankelijk enthousiasme botst met de weerzin tegen zoveel humorloze boekhouding.
We laten het doordachte museumconcept achter ons, maar niet voor ik gefluisterd heb: ‘Kom op zeg, het is maar Kuifje.’
donderdag 11 juni 2009
woensdag 10 juni 2009
Gillott's valkuil
Dat Hergé zwoer bij Gillot’s Inqueduct nibs is dan weer van die kennis waar ik warm noch koud van wordt. Toegegeven, die desinteresse is niet helemaal oprecht, maar noodzakelijk om de valkuil van de tintinologie te omzeilen. Dat is een pseudo-wetenschap en tegelijk een bodemloze put (D. noemt het de krater van de Pulau-Pulau Bompa: ‘Je komt er niet levend uit’).
Evengoed kun je de verleiding niet weerstaan en duik je begeesterd in de tweehonderd jaar oude familiegeschiedenis van Joseph Gillott. Je inventariseert alle decoratieve steel nib boxes
die men op de markt heeft gebracht, probeert de hand te leggen op de beruchte namaakpennetjes uit het begin van de vorige eeuw (Gilott’s en Gillot’s) en biedt tenslotte honderden ponden op de veelgezochte Manufacturing Nib Card uit 1890 (the seventeen stages in the manufacture of a Gillott steel pen)*. Op zulke momenten is het praktisch om een vrouw te hebben die bestraffend opmerkt: ‘Maar zeg, jij verzamelde toch Kuifje-albums?’
*) Die pennetjes waren overigens onverslijtbaar - en we weten dat Hergé hun levensduur nog verder oprekte, door ze te vijlen. Onbekend is of de Meester hiervoor een zogenaamde zoetvijl gebruikte. Er moet nog veel belangwekkend onderzoek worden verricht.
dinsdag 9 juni 2009
maandag 8 juni 2009
1201 Gare de Cornavin (slot)

Het viel mee. De kamer had slechts een defect toilet en was verder op een geruststellende manier doorsnee vreugdeloos.
Over de aangeharkte Rue des Alpes slofte ik naar de oevers van het slaapverwekkende Meer van Genève. Wandelen in deze stad was even opwindend als kijken naar drogend behang.
In een restaurant dat letterlijk vertaald Het Gezandstraalde Kalf heette (een agrarisch fenomeen waarvan ik niet eerder had gehoord) at ik een in cider gekookte tong met mosselen. De wijn was heel veel beter.
Twee uur later, op bed, de schoenen nog aan, kort voor de explosie van het huis van professor Topolino, doorkliefde een brandende pijn mijn maag. Tegelijk klonk in mijn darmen een sinister gerommel. Instinctief wierp ik DE ZAAK ZONNEBLOEM van me af en maakte een snoekduik naar het toilet.
Terwijl ik opgelucht doortrok en mijn broek weer dichtknoopte, zag ik het vervuilde toiletwater opborrelen en over de rand spoelen.
De hulpeloze weerzin werd verdreven door nieuwe pijnscheuten in mijn maag.
vrijdag 5 juni 2009
De volgende keer
Ik heb hoogtevrees. V. niet. Drie dagen geleden stond hij op de top van de Cho Oyu, in de buurt van de Mount Everest, met 1 been in Tibet en 1 been in Nepal (de grens loopt over de 8201 meter hoge kruin).
V. is verslaafd aan klimmen.
Hij is ook al meer dan tien jaar mijn tandarts, iemand die het composiet van vlaksvullingen aanmaakt met handen die vaak de kwetsuren vertonen van ongerijmde klauterpartijen. Ik heb ‘m al zovele malen een mooie druk van TIBET beloofd, dat het een running gag is geworden.
‘Boekje vergeten zeker?’
‘Och hemel ja. Maar de volgende keer…’
Maar gisteren las S. een berichtje van Teletekst.
‘Is dat niet jouw tandarts, Dennis Verhoeve?’
Touw gebroken tijdens de afdaling. Geen hoop meer.
‘We zijn begonnen aan een trieste aftocht naar huis,’ lees ik vandaag op de website van zijn expeditie.
En ik denk: Kapitein, we moeten daarheen!
Maar eens moet je kiezen tussen fictie en werkelijkheid, en als je voor het laatste kiest, en dat moet je doen, dan doet het pijn.
donderdag 4 juni 2009
1201 Gare de Cornavin (2)

Een dubbelboeking. Die Zwitserse kropdragers hadden mijn kamer vergeven en wilden me - Schuldigung! - doorsturen naar een naburig hotel.
Maar ik wílde helemaal niet naar een ander hotel.
Ik wilde die avond, in dit hotel, in de kamer die ik een maand geleden al had gereserveerd, op bed, met mijn schoenen nog aan, in doorleefde eenzaamheid DE ZAAK ZONNEBLOEM lezen.
Dat was hoe ik erover dacht.
(Het was alleen niet wat ik zei. Men moet zich niet belachelijker maken dan men van nature al is.)
Op mijn grimmige hoofdschudden volgde vlot een al te toevallige ingeving.
‘We zouden u misschien kunnen onderbrengen in… Moment…’
Wel, in wat?
De bezemkast? De machinekamer van de lift?
Die lift?
woensdag 3 juni 2009
1201 Gare de Cornavin (1)
Oorlog, dát is nog eens goed voor de cultuur en de beschaving! In het Italië van de Borgias was er dertig jaar lang terreur, moord en bloedvergieten, maar dat leverde wel een Michelangelo, een Leonardo da Vinci en de Renaissance op. In Zwitserland daarentegen hadden ze vijfhonderd jaar democratie en vijfhonderd jaar vrede. En wat bracht dat ons? De koekoeksklok!
Het cynische commentaar van filmschurk Harry Lime (in de klassieker The Third Man) moet voldoende zijn om de Zwitserse Bondsstaat een mensenleven lang te mijden.
Maar toch.
Midden jaren tachtig pookte ik mijn diepblauwe (lees: Gendarmerie Bleu) Fourgonnette richting Genève waar ik opgewonden incheckte in hotel Cornavin. Heel veel liever was ik met de Sabena op Cointrin International Airport gevlogen, maar ik moest in die tijd de eindjes aan elkaar knopen om mijn dwaze gevoel voor verzamelaarsromantiek betaalbaar te houden.
‘Weet u zeker dat u voor vannacht hebt gereserveerd?’ vroeg de man achter de balie wiens frons het soort rimpels tevoorschijn toverde dat over het algemeen weinig goeds voorspelt.
dinsdag 2 juni 2009
Weg van hier
De oplettende A la recherche-lezer zal het niet zijn ontgaan: Nick Rodwell has left the building, ofwel: ik heb zijn foto uit mijn bijdrage van 25 mei verwijderd. Daar zijn een hele hoop woorden aan vuil te maken en dat doe ik niet. Ik beperk me tot een citaat van J. G. Ballard: ‘Achteraf gezien waren het de mensen zonder ruggengraat die het best overeind bleven’.
Morgen: een zwaarmoedige nacht in hotel Cornavin
donderdag 28 mei 2009
woensdag 27 mei 2009
Nick
‘Lekker geknutseld?’ schampert S. die zónder geldschieters uit Cannes is teruggekeerd.
Sarcasme is slechts een kwestie van een goed slecht humeur.
Ze vindt die fotomontage met Nick Rodwell maar kinderachtig, en bovendien: ‘Je hebt toch gezegd dat je hem bewonderde?’
Heb ik dat?
Dat heb ik.
Maandag 24 november 2008 noteerde ik hier monter: Diep in mijn hart deel ik met econoom Chervel de bewondering voor een bedrijf dat zijn onmogelijke missie telkens met zoveel zwier vervult.
Diep in het hart schuilen de grote leugens, meende de Franse schrijver en kunstfilosoof André Malraux. Precies 75 jaar geleden las Hergé diens La Condition Humaine, over de strijd tussen de communisten en Tsjang Kai Tsjek (maar vooral over de vraag: hoe de eenzaamheid te overwinnen?). Het voorjaar van 1934. De Tekenaar stond op het punt om Tchang te ontmoeten. Het Avontuur moest feitelijk nog beginnen.
Driekwart eeuw later weten we hoe het is gegaan. Na het succes kwam de eenzaamheid. Na de eenzaamheid de verlossing. Er was een Oeuvre en er is nu een Museum met een chief executive officer, tevens directeur van een naamloze vennootschap die een nalatenschap bewaakt.
‘Zeg nou maar gewoon dat je een hekel hebt aan die vent’, probeert S.
Maar het is niet Rodwell die ik veracht, het is de soort, het is…
‘Het is hoe de dingen gaan,’ zeg ik treurig. ‘Hoe scheppend werk altijd weer moet verzanden in zakelijke schraalheid. Dat is wat ik haat...’
‘… en Nick is natuurlijk een een ellendige aardworm, een opgeblazen blaaskaak en een ectoplastisch bijproduct bovendien,’ voeg ik er haastig aan toe.
dinsdag 26 mei 2009
Erratum
Fotobijschrift van maandag 25 mei: vervang het echtelijk surrogaat van Hergé door de geniale marketingstrateeg, vervang We proberen te vermijden … zal bestaan. door Fanny wil de handgetufte karpetten graag nog even netjes houden.
maandag 25 mei 2009
Ondertussen, in Louvain-La-Neuve

Terwijl de ordedienst van het nagelnieuwe Hergé Museum in Louvain-la-Neuve de pers op een afstand probeert te houden, legt het echtelijk surrogaat van Hergé, Nick Rodwell (voorgrond), uit waarom de beslissing werd genomen om het schieten van foto's en bewegende beelden niet toe te laten: “We proberen te vermijden dat er een massa beelden van de originelen, die in de zalen worden tentoongesteld, zal bestaan.”
FOTO VERWIJDERD 020609 9:46
Onbekend & anoniem (1)

Dat geld zomaar (en in onmetelijke porties) kan verdampen, weten we sinds het begin van de crisis. We weten inmiddels ook dat die curieuze monetaire transitie plaatselijk is.
S. belt uit Cannes waar ze op de Marché du Film vergeefs naar geldschieters heeft gezocht (‘Er ís hier geen geld meer,’ zegt ze geschokt).
Onderwijl blijft D. maar piekeren over de (bijna) halve miljoen die hij in Namen zag neergeteld voor platen uit JUWELEN en ZAAK. Hij deelde zijn verwondering met de aanwezige collega’s wier ongelovig gegiechel hem, zoals ik al eerder schreef, óók op de zenuwen werkte.
‘Er is,’ zegt hij, ‘de laatste jaren een gezelschap van ‘anonieme verzamelaars’ en ‘verzamelaars die onbekend wensen te blijven’ opgestaan. Ze komen uit het niets, letterlijk. Ze besteden tonnen op veilingen en ik ken ze niet. En als ik navraag doe, dan kent niemand ze. Niemand die ooit eerder met ze gehandeld heeft. Dat is… Wel, dat is op z’n minst vreemd, niet?’
donderdag 21 mei 2009
dinsdag 19 mei 2009
Terug naar Sato (2)
Halverwege de jaren zeventig deden Hergé en Jacobs wat men van hen verlangde: eindelijk een nieuw album afleveren. Aldus volgde na de déconfiture van PICAROS (1976) de deceptie van SATO (1977). Want wát een vreugdeloze zwanenzang levert de gehoornbrilde tekenaar met het eeuwige vlinderdasje! Heeft hij ook maar één tel geloofd in de oprechtheid van deze afgedwongen exercitie? Jacobs lijkt op pagina 9 zelf het antwoord te geven:
Let op onze vriend professor Philip Mortimer waarvan in het tekstblok wordt beweerd dat hij heel tevreden is, maar die toch zichtbaar (en veelzeggend) niet op zijn gemak is. Let vooral op de twee dames onder hem en de wijze waarop zij elkaar iets toevoegen.
Britse onderkoeldheid? Geloof het maar niet.
De 3 formules van prof. Sato is een geveinsd avontuur van een auteur die doodop moet zijn geweest.
maandag 18 mei 2009
Terug naar Sato (1)
‘Zorg je goed voor jezelf,’ zegt S. die naar Cannes afreist om daar op de Marché du Film naar een partner te zoeken.
Ik knik. Niet jaloers, wel verstoord.
Wil alleen maar De 3 formules van prof. Sato lezen
met een zakje paprikachips en dat er dan iemand is
die dat leuk vindt dat hij dat leuk vindt.
Het laatste album van Edgar P. Jacobs verscheen een jaar ná het laatste album van Hergé. De Meester stelde teleur. En de Knecht van eertijds?
Ik kan me er niets van herinneren.
De stramme professor Mortimer, ooit een zonderling jeugdidool, is al minstens dertig jaar uit mijn leven.
Maar daar wordt er driemaal geklopt...
‘Een vliegtuig van de JAL staat klaar om op te stijgen.’
Het avontuur begint...! We gaan het meemaken.
donderdag 14 mei 2009
Geen nieuwe hobby
D. zou evengoed in curiosa kunnen handelen.
Als cadeautje (voorrecht van de zieke) heeft hij een losgesneden omslag van L’ÎLE NOIRE meegenomen.
Het is een poststuk.
Op de achterzijde een adres in Lourdes (!) en een onleesbare boodschap.
Maar daar gaat het niet om.
D. wijst op de zegels die 61 jaar geleden zijn afgestempeld.
‘Die zijn bijzonder,’ zegt hij.
woensdag 13 mei 2009
Jacobs aan zee

Met S. naar het hoekige duindrama De laatste dagen van Emma Blank. Kleine triomf op het verzwakte longweefsel! Maar de rest van de avond geworsteld met een adembenemende kwestie: waaróm in hemelsnaam toont de op details gefixeerde filmregisseur een van zijn acteurs zo nadrukkelijk met de oude Helmond-uitgave van De 3 formules van prof. Sato?
dinsdag 12 mei 2009
maandag 11 mei 2009
Vóór de gekte
D. meldt dat hij nu eigenlijk wel klaar is met ongelovig gegiechel tijdens veilingen.
Maar goed.
Op 7 november 1976 kocht de Nederlandse verzamelaar Ger Zandvliet voor 795 gulden een pagina met voorstudies voor, vermoedelijk, PICAROS. Ik weet dat zo precies omdat ik deze schetsen 13 jaar later van hem overnam, inclusief tekenmap met datafiche.
Ger Zandvliet was een echte boekhouder.
Overigens betaalde ik hem de somma van 2865 gulden, een curieus bedrag en (na de aanschaf van SOVIETS) opnieuw een aderlating, maar wel, vond ik toen, reëel.
vrijdag 8 mei 2009
Tweede Huis (slot)
Als verzamelen een verlangen uitdrukt naar de onschuld van de jeugd, wat is herverzamelen dan? Een verlangen naar een verlangen? En hoe onschuldig is dat eigenlijk?
Ik heb geen tweede huisje. Nooit gehad ook. D. vertrouwde me ooit toe dat hij een klant hielp bij de aanleg van een schaduwcollectie vooroorlogse albums. Ik heb geprobeerd me in te leven in de beweegredenen van die verzamelaar. Dat is me twee keer gelukt. Maar als ik, na de verzinsels van gisteren, voorbij een aankoopcontract denk, stokt de fantasie.
Ik bedoel: ik ben wel gek, maar niet gek.
De sensatie van de Eerste Aankoop laat zich niet opnieuw beleven. De ongelukkige die dat toch meent, maakt een kostbare vergissing en stort zich in een uitzichtloze queeste. Maar soms gaan mensen moedwillig kapot aan hun verzameldrift.
donderdag 7 mei 2009
Tweede Huis (2)
Genoeg mensen die helemaal niets met verzamelen hebben, maar slechts een enkeling kan zijn bezwaren ook raak onder woorden brengen:
want er is altijd een leegte die moet worden gevuld.’ *)
Die leegte werd in zekere (en verontrustende) zin kunstmatig. Ik kon mezelf wel wijs blijven maken dat er geen rust was zonder nóg een CRABE of nóg een CIGARES. Maar de minieme verschillen daarin waren voor de buitenwereld slaapverwekkend en een aanleiding voor meewarige blikken.
Dus toen S. zomaar over een tweede huisje begon, zag ik dat als een vrijbrief voor zoiets meeslepends als een herverzameling. Mijn vriendin had de voorwaarden gecreëerd waaronder ik de sensatie van de Eerste Aankoop kon herbeleven. Op de ‘plek om elders thuis te komen’ (zoals zij het omschreef) kon ik, beslist gelegitimeerd, een schaduwcollectie onderbrengen. Toen we ten slotte onze handtekeningen zetten onder een compromis de vente, was in mijn dwaze gedachten het jachtseizoen op SOVIETS en zijn vooroorlogse nakomelingen opnieuw geopend.
*) Volgens de Nederlandse letterkundige en criticus Kees Fens
woensdag 6 mei 2009
Tweede Huis (1)

Veel is natuurlijk de schuld van Hergé. Maar het was S. die plotsklaps haar zinnen op een tweede huisje had gezet. En waarom in hemelsnaam?
‘Lijkt het je dan niet fijn om heel ergens ánders thuis te kunnen komen,’ vroeg ze met haar liefste glimlach.
Sinds Shakespeare weten we dat er dolken schuilen in de glimlach van mensen. De tegenwerpingen van mijn kant zou ze ermee fileren.
‘Een plek waar onze eigen cd’s staan. En onze eigen boeken. Je zou er zelfs,’ opperde ze, ‘een deel van je albums kunnen neerzetten.’
Mijn collectie opdelen?
Daar kon geen sprake van zijn.
Maar toch… Ik kreeg een ingeving die voor een verzadigde verzamelaar ouderwets enerverend was. En dus begonnen drie maanden later onze uitheemse avonturen bij de lokale aankoopmakelaar, een Fransman die in lengte niet onderdeed voor de betreurde Lord Carnaval uit CIGARES.
maandag 4 mei 2009
Veiling (7)

“Kom anders ook naar Namen,” zegt D. nogal dwingend. Het is vooral de veiling van een theaterposter uit het oorlogsjaar 1941 die zijn nieuwsgierigheid prikkelt. Van Monsieur Boullock a disparu (ou Les Nouvelles Aventures de Tintin) bewaart hij een uniek want ongezegeld exemplaar. Maar na alle voorgaande, juridische kleinzieligheid heb ik even de buik vol van veilinghuizen.
Dat zeg ik hem niet.
D. is maar matig hersteld van zijn blindedarmontsteking. En bij mijzelf stokt na een geringe verplaatsing nog steeds de adem.
Nu ja.
Watt en Halfwatt moeten zich voorlopig maar niet inlaten met gezamenlijke stroperijen.
Alles van waarde...

... is weerloos...*)
*) Afbeelding uit de catalogus van veilinghuis Rops. Mijn gedachten erbij kieperen onverwijld naar R. die, ik schreef het hier al eerder, kon goochelen met boekbinderslijm, vlasgaren en rijstpapier. Maar wonderen kon ook hij niet verrichten.
vrijdag 1 mei 2009
donderdag 30 april 2009
De voorlezer (2)
Bon, de film is dus een draak, tenminste volgens een ontstemde S. (‘De violen streken en ze bestreken de gehele film’). Aan het boek heb ik nochtans goede herinneringen en bij herlezing springen de vele rake observaties en gedachten weer in het oog.
Ik denk, kom tot een conclusie, houd die conclusie vast in de vorm van een beslissing en merk dat het handelen een zaak is die op zichzelf staat en op de beslissing kán volgen, maar niet hoeft. Vaak genoeg heb ik in de loop van mijn leven dingen gedaan waartoe ik niet had besloten, en dingen niet gedaan waartoe ik wél had besloten (…)Mijn besluit om afscheid te nemen van mijn Hergé-verzameling is inmiddels een jaar oud. Ik bedoel dat ik toen dat besluit heb genomen. Maar verder?
(Maandag verder)
woensdag 29 april 2009
Licence to collect

Het bloed kruipt waar het niet gaan kan. Ondanks mijn bedenkingen toch maar weer de volmacht verlengd waarmee ik voorlopig een volledig door Nick en Fanny geautoriseerde Kuifje-verzamelaar blijf.
dinsdag 28 april 2009
Zwarte rotsen
Maar niet álles was vroeger beter, herinnert Joan Collins (alias superbitch Alexis uit Dynasty) zich in een Britse talkshow. “Wat we nu de Hollywood smile noemen, dus met bleekgel op je tanden een half uurtje onder de UV-lamp, was toen een kwestie van goed poetsen. En weet je, de meeste mannen vonden dat verwijfd. Veel kerels waar ik een beetje plezier mee wilde maken, hadden – nou ja – een car crash smile. And usually the car was burned…”
maandag 27 april 2009
De voorlezer (1)

Dat Kate Winslet in The Reader onder andere wordt voorgelezen uit een Kuifje-album - zoals ik ergens las - lijkt me geen goede reclame voor de film. In de bestseller van Bernhard Schlink reciteert de jonge protagonist niets minder dan Oorlog en Vrede en, vele jaren later, de Odyssee van Homerus. Wat met Tolstoj begon, eindigt met Primo Levi en Elie Wiesel. De analfabete Hanna - onwaarschijnlijke bedgenote en voormalig kampbewaakster - heeft zichzelf in de gevangenis leren lezen en zoekt ten slotte verlossing in de slachtofferliteratuur van de concentratiekampen. Hergé aan de basis plaatsen van die ontwikkeling is natuurlijk een typische Hollywood-streek. Maar ironisch is het wél: de geplaagde tekenaar zomaar een plekje geven in een moreel drama over de oorlog.
vrijdag 24 april 2009
”Picarros”

- En zal ik ’m voor u inpakken of verslindt u ’m ter plekke?
Vergeten gruwelen uit de jaren zeventig: middenstanders die met Mecanorma®-wrijfletters het publieke domein vervuilden.
donderdag 23 april 2009
Er stond sterke bries
En dan mijmeren we maar weer eens over de constellatie waarin De Moor de Man is die de Meester voorbijstreeft.
24 april 1976*). In een zalencentrum in Apeldoorn ontkent de knecht met kracht zijn dominante bemoeienissen met PICAROS. De onthulling dat hij de voorbije jaren in het diepste geheim gewerkt heeft aan DE BIGOTUDO’S slaat daarna in als een bom. Een Kuifje zonder Hergé! Het album verschijnt in 1978 en de rest… is geschiedenis.
Enfin.
De Moor bleef de man van de niet-ingeloste verlangens zoals hij eigenlijk ook nimmer de verlangens van zijn lezertjes kon inlossen. Maar in de eerste aanzet liet hij nooit een steek vallen. Ik bedoel:
*) Datum en locatie zijn niet uit de lucht gegrepen. Op deze dag, drieëndertig jaar geleden, verdedigde Bob de Moor (in een zaal vol muisstille leden van Het Stripschap) de kwaliteiten van PICAROS. Het album dat ik daarna door hem liet signeren, heette COKES IN VOORRAAD. Ik was een puber met een uitgesproken mening.
woensdag 22 april 2009
Nogal wat De Moor
Is het u ook opgevallen, schrijft een A la recherche-lezer naar aanleiding van mijn bijdrage van afgelopen vrijdag, dat er nogal wat De Moor op de markt is de laatste tijd?
Nu is mij, afgezien van mijn piepende respiratie, de voorbije weken niet zo heel veel opgevallen.
Maar De Moor...
In zekere zin berucht is het pakketje proefschetsen van zijn hand dat lange tijd een zwervend bestaan leidde. Onbetamelijk geprijsd studiemateriaal voor HET HOL VAN DE WOLF, een gelikt avontuurtje (laat dat maar aan Jacques Martin over) van de kreukvrije Guy Lefranc. Het gedateerde album heeft nog amusementswaarde door de moeite die De Moor zich getroost om een jong stel te portretteren: de pijprokende Roy en zijn popperige zuster Belinda:
Over de onhandige fysionomie van Belinda (panel rechts) laat ik me maar niet uit. Kijk vooral eens langere tijd naar Roy (links). Het hoofd is zo slordig op zijn schouders geplaatst dat ik me in gemoede afvraag: waar zat De Moor - die zo graag Kuifje wilde tekenen - eigenlijk met zijn eigen hoofd?
dinsdag 21 april 2009
Soundtrack

Wat is de volmaakte soundtrack bij JUWELEN? Met die kwestie zeilen we monter de binnenwateren van de tintinologie binnen. Iets van Gounod of Rossini mag dadelijk (want: te ontegenzeglijk) naar de prullenbak worden verwezen. Kind of Blue van Miles Davis komt daarentegen aardig in buurt. En ik noem die klassieker niet zomaar. Stripfactotum Claude Moliterni bekende ooit het openingsnummer So What te beschouwen als de ideale metgezel in het meest ambitieuze werk van Hergé. Luister naar de eerste, aftastende pianoakkoorden van Bill Evans, de omcirkelende bewegingen van bassist Paul Chambers, de stoïcijnse respons van Miles Davis (én Cannonball Adderley én John Coltrane) en het is moeilijk te geloven dat het anti-avontuur op Molensloot zich langs vloeiender lijnen kan ontvouwen.
Hoewel.
Liever nog is me het fenomenale In a Silent Way van dezelfde Miles Davis. Het is een transitiealbum (Davis’ uitgesproken overstap naar jazz fusion), net als JUWELEN waarin waarin Hergé de zekerheden van het beeldverhaal definitief overboord lijkt te zetten. Allicht dat ze daarom zo’n vanzelfsprekend en additioneel koppel vormen.
Davis ging verder op de ingeslagen weg en kwam al na zes maanden met de geweldige dubbelaar Bitches Brew. Op de opvolger van JUWELEN moest voordien een half decennium worden gewacht. Hergé zette al even geweldig in, maar VLUCHT 714 bleek na de openingssequentie op het vliegveld een mislukte (lees: halfslachtige) compositie. Met geen mogelijkheid kan ik er een soundtrack bij bedenken.
maandag 20 april 2009
Willen is kunnen

Idee-fixe van de verzamelaar: nu wordt er verzameld voor later. De vreedzame oude dag is het luchtkasteel waarin de vangst eindelijk met méér dan een oppervlakkige aandacht kan worden verschalkt.
Maar als er onverhoeds geen later meer blijkt te zijn, en het nu alleen nog maar de worsteling omvat om in leven te blijven, wat is zoiets triviaals als een verzameling dan nog waard?
Wel, voor wát het waard is: zelfs op de momenten dat ik werkelijk dacht dat ik zou stikken, heb ik geen moment gedacht dat die rotboekjes me gestolen konden worden. Mijn longen lieten me verschrikkelijk in de steek, maar de rug bleef recht!
Kinderachtig heldendom natuurlijk, maar toch.
Willen is kunnen, dat wist ook de chef van de Eekhoornpatrouille, Georges Rémi alias Leergierige Vos.
vrijdag 17 april 2009
Wonderen

En zo werd een ontdekkingsreis naar de begeerte van de verzamelaar een overlevingstocht naar de vertrouwde (zuurstofrijke) wereld. Op dit nimmer gewenste pad bleek de gedachte aan Frank Wolff onherroepelijk. Alleen een wonder kan me nog redden - Hergé veroordeelde de geplaagde ingenieur tot een sprong in het luchtledige en distantieerde zich vele jaren later bijna grimmig van de paapse (hem opgedrongen) stupiditeit van diens zelfmoordbriefje.
En wat mij betreft...
D. probeerde woensdagavond een door Bob de Moor gesigneerde (en van een aandoenlijke boodschap voorziene) VAARWEL HERGÉ aan me te slijten.
Ik heb ‘Nee’ gezegd.
Hij drong niet aan.
In het daaropvolgende kwartier luisterde ik naar zijn vrolijke gezemel over de verkrampte markt zónder naar adem te hoeven happen.
Zie, dat zijn zomaar drie (3) wonderen.
woensdag 4 maart 2009
Tsjoek-Tsjoek
Je kunt op vele manieren je vijftigste verjaardag vieren. Daarvan is wakker worden terwijl je longen gestaag vollopen met bloed, de minst feestelijke.
Maar dit is geen medisch blog.
En toch.
De verantwoording die hier al driekwart jaar naast staat, blijkt in onaangename zin profetisch. Met een gehalveerde vitale longcapaciteit bén ik inmiddels een Tsjoek-Tsjoek van de Karpaten.
Voor zuurstof ging Hergé, anderhalf jaar voor zijn dood, naar het Lago Maggiore. Bittere ironie: de lucht zat in de tekeningen, niet meer in de tekenaar. De geplaagde verzamelaar is thans in de huid van de meester gekropen en voelt aan den lijve wat het is: happend naar adem snakt hij naar een klare lijn.
dinsdag 10 februari 2009
Vogels
Griep? Dat had ik gedacht. Psittacosis. In goed Nederlands: de papegaaienziekte. De A la recherche-lezer mag voor 1 keertje zélf ironische verbanden leggen met het oeuvre van Hergé. En toch: ik heb niets met vogels. De hoofdpijn laat zich chemisch onderdrukken, de koude rillingen niet, de pijn in nek en schouders zijn gekmakend, maar we komen terug. Even geduld nog. We komen terug.










