donderdag 26 april 2012

Toendertijdannodamals


Een Pep uit 1933? Och, het spooksel van een drinkgelag tussen Remi en De Smet is hoe dan ook attractief.



Korte mailwisseling, overigens, met die andere tekenaar op het omslag van het illusoire stripweekblad: Martin Lodewijk. Over de druktechniek en kleurenrijkdom van toendertijdannodamals en de gouden jaren van Hergé.
Lodewijk:

‘Te bedenken dat de meester in die dagen Kuifje schreef en tekende, alsmede Jo, Zette en Jocko zowel als Quick en Flupke en daarbovenop illustraties en covers voor Le Petit Vingtième gelardeerd met (soms prachtige) reclame-uitingen, kalenders en verder beeldschoon bric-à-brac. Alles tegelijk, door elkaar heen en in zijn eentje. Ok, misschien maakte Germaine zo nu en dan een vlekje zwart of gomde potloodlijnen uit, zoals de vrouw van Kresse in zijn goeie jaren ook deed. Net als mijn echtgenote! Nut kent geen gêne.
Het wonderbare is dat je de druk en de haast in vooral Jo, Zette en Jocko kunt zien en ruiken maar dat het er alleen maar mooier en beter van wordt. Ik moet er regelmatig naar kijken (en het dan gauw weer wegleggen!).’

maandag 23 april 2012

Humeur graves



Links: Jacques Martin. Rechts: tijdelijke grafmarkering Hergé. Net niet zichtbaar: blogger in erbarmelijke luim.

donderdag 19 april 2012

German Research (2)


Wie is hier nu eigenlijk de nerd? De Hergé-liefhebber die een exemplaar van German Research in World War II herkent in de boekenkast van Godfried Bomans? Of de blogger die die titel om God weet wat voor reden erin frummelde?

Een vraag die ik hier wijselijk niet ga beantwoorden. Over het waarom hoeven we dan weer niet ingewikkeld te doen: een kunstmatig bruggetje naar een gruwelbeeld uit mijn jongste jaren.

Van deze nachtmerrie lag ik toen allerminst wakker...


(de tekening rechts op de foto, bedoel ik)

… omdat ik als jochie de oversneden verschrikkingen al bij toeval had ontdekt in een bundeling (Capriolen, 1953) van veelschrijver Bomans. Het geheim van de roestige spijker, een ‘Leerzaam en Opbouwend Beeld-Verhaal’ over de bikkelharde speurneus Dick Parker en diens onderzoek naar het heengaan van graaf Bathmore:


Geperst in een strakke smoking en een meester van de Dubbele Schaar (‘een beweging die alleen in meer gevorderde Jiu Jitsu-kringen wordt toegepast’) is Parker direct herkenbaar als het satirische broertje van Dick Bos.

Met een vermogen om belangrijke conclusies te deduceren uit kleine aanwijzingen:


Een voorliefde voor snelle auto’s:


En een ontzagwekkende volharding:


Maar voor een kind dat geen kaas heeft gegeten van zoiets als een persiflage, zijn de getekende slachtpartijen (uit het fijne pennetje van Rein van Looy) werkelijk angstaanjagend:


En is de finale afrekening met de grootste schurk toch wel het nec plus ultra van de infantiele ontzetting:


Een leven lang achtervolgd door de laatste, gruwelijke momenten van John Nail meed ik telkens het pad van de misdaad en sleet ten slotte mijn dagen als eerzaam verzamelaar.*



*) Nu ja, bij wijze van spreken.

dinsdag 17 april 2012

Silence, on contourne!



Hét beeld van de Vietnamoorlog - zonder de 9-jarige Kim Phúc die naakt en verbrand door napalm op ons af komt rennen. De Tsjechische kunstenaar Pavel Maria Smejkal omzeilt op een reeks iconografische foto’s de personages en wat na digitale bewerking dan overblijft, is wat Armando aanduidde als ‘schuldig landschap’.

Bij Adesso deden ze iets vergelijkbaars met de omslagen van de Casterman-albums, om vervolgens de ongemakkelijke leegte om zeep te helpen met flauwe titels:



Dat kan beter, en vooral: stiller.

...


...


...


...


Eigenaardig toch hoe je door de leegte kunt volschieten.



Donderdag: Het gruwelijke einde van John Nail.

maandag 16 april 2012

German Research (1)


Mail van Scudder, met een fijne anekdote over German Research in World War II, het exemplaar van zijn vader, bomvol aantekeningen in potlood:

Hij had een complete bibliotheek over de Tweede Wereldoorlog, alle toespraken van Winston Churchill, noem maar op - en nog alles gelezen ook! Als Lou de Jong weer een nieuwe pil publiceerde over Nederland in de oorlogsjaren, pakte mijn vader zijn potloodje en las de publicatie zorgvuldig door. De correcties stuurde hij naar De Jong.

Na zijn overlijden ging een groot deel van zijn boeken naar het NIOD, maar het boek van Leslie Simon bleef bij ons thuis. Pas later, toen ik De Zaak Zonnebloem nauwkeuriger had gelezen én ik het boek in onze eigen boekenkast tegenkwam, realiseerde ik dat door een stom toeval juist dit boek voor mij bewaard is gebleven.


Met de bijgevoegde foto heeft hij andere intenties*, maar bij mij opende het plotsklaps de ogen:


C’est extraordinaire, capitaine!


Kuifje heeft een editie van German Research in handen waarin de foto’s van het ultrasone wapen op een rechterpagina liggen. Mille millions de tonnerres de Brest! Wat is dat voor uitgave? En waarom heb ik die niet?


*) Scudder: ‘Een foto van mij voor een stukje boekenkast. Niet gefotoshopt! Zoekplaatje: rechts van El Voltor de Wood-city tot en met Les Aventures du ciel staat een typische mengelmoes van boeken. Ja, ze hebben allemaal iets met Hergé te maken, maar niet op dezelfde manier. Welk boek heeft welke relatie? De tijd gaat nu in!’

vrijdag 13 april 2012

Mevrouw Kern



Maar wel eerst handen wassen...

Interview met Johanna Lucretia Kern, fanatiek verzamelaar van strips. Uit: Stripschrift 47/48, december 1972.

donderdag 12 april 2012

Nerdisme


Waar waren we? Hier waren we:


In het midden: Godfried Bomans (hij kan niet genoeg geprezen worden voor zijn hilarische Dick Bos-parodie Het geheim van de roestige spijker). Schuin boven hem een boek dat ik heimelijk in zijn kast heb gemoffeld:


Volstrekt onuitvlooibaar raadseltje. Dacht ik. Eén A la recherche-lezer schuurde onbewust langs de oplossing met een vakantiegroet uit het Deutsches Technikmuseum in Berlijn. Twee (2!) lezers mailden doodleuk het correcte antwoord:


Aldus wordt de German Research Award 2012 dit jaar ex aequo uitgereikt. En hoewel ik de winnaars niet wil beledigen, vraag ik me toch af of hier geen sprake is van een virulente vorm van Hergé-nerdism.

dinsdag 10 april 2012

Wulps


Ontmoeting met Dolores James, op de hoek van 89th Street en Fifth Avenue:


Wulps getitelde assemblage-kunst in het Guggenheim, van John Chamberlain (1927-2011) die graag met autowrakken hengstte.

When a sculpture is nearly done, you can put things on and you take them off and it doesn’t make any difference.

Bij al het lenig vervlochten plaatstaal op dit retrospectief moest ik rap aan Ferrari denken. France Ferrari.
Chamberlain was een geweldige colorist.

Overigens viel S. als een blok voor Miss Lucy Pink:


Exact een halve eeuw geleden geassembleerd. Georges had het indertijd direct van de kunstenaar kunnen kopen, een welgekozen afscheidscadeautje voor Germaine.
In 1962 ging de Tekenaar voor het eerst met Fanny op vakantie.



Donderdag: Breinbreker in Bomans’ boekenkast.

vrijdag 30 maart 2012

Zoekplaatje



Godfried Bomans, met postfrisse deerne voor zijn boekenkast (Bloemendaal, 1960).

Behoorlijk wat titels, maar appeltje-eitje voor de habiele Kuifje-kenner wiens oog onmiddellijk valt op... Ja, op wat?

De goede oplossing kunt u doorgeven aan juffrouw Fanny, toestel 421. Maar mailen mag natuurlijk ook: tintinperdu@gmail.com







Ik ben tot 10 april afwezig.

donderdag 29 maart 2012

Kavel 69



LE PETIT VINGTIÈME
No. 1, 4 januari 1934
NETTE STAAT
Buitenkansje om dit moeilijke nummer te bemachtigen! Binnenwerk en achterzijde zijn in onberispelijke staat, maar ontbreken. Omslag vertoont gebruikelijke ouderdomsvlekjes en aantal onderdelen missen. Steunkleur nog zeer fris, wat zeldzaam is bij drukwerk van deze leeftijd. Niet op geschreven, geen sporen van plakband. Zonder de kleine minpunten zou dit begeerde tijdschrift in bijna nieuwstaat verkeren. Wordt aangetekend verzonden in vier stevige enveloppen.

dinsdag 27 maart 2012

Let me play among the stars


He-le-maal vergeten: vorige maand was het zestig jaar geleden dat Georges zijn Lancia Aprilia in splinters reed (alsmede het dijbeen van zijn Germaine: zes weken in het gips, zes maanden geen beweging).

Dat ándere feestje laat ik me dus niet ontgaan.

Volgende week is het precies zestig jaar geleden dat Hergé zijn helden de ruimte injoeg. Dat wil zeggen:


Het weekblad van 2 april 1952: de aankondiging van de hervatting van het maanavontuur (dat begon op 30 maart 1950 en op 7 september van datzelfde jaar werd afgekapt).

Een week later begint het echt, met een fijne ontregeling van de traditioneel suffe paascover:


Vervolgens wordt er doodleuk nog zes (6!) maanden gekeuveld over (en vooral in) de ruimte voordat, op 1 oktober:


Clac! Merk op dat ook het sluiten van de toegang tot Zonnebloems maanraket hetzelfde geluid maakt als het dichttrekken van het portier van Arturo Cartoffoli’s Lancia Aurelia B20.

Lancering op 8 oktober?

Nee, pestkop Hergé krijgt het voor elkaar het vertrek nog drie weken uit te stellen. En dan, eindelijk, op 22 oktober 1952, de verlossing voor de inmiddels uitgevloerde weekbladlezertjes:


Historische gebeurtenis, weggemoffeld in een tijdschrift dat er verder geen enkele aandacht aan besteedt en waarover Hergé heeft opgemerkt: ‘Het is zwaar, onverteerbaar, stijf, niet vrolijk en monotoon.’

Naschrift:

Op dezelfde dag verschijnt in verschillende regionale dagbladen het volgende bericht:


1977… En wat een vooruitzicht. Nóg eens 25 jaar zeveren over een reis naar de maan.

maandag 26 maart 2012

Medeplichtig


Wonderlijk toch hoeveel lelijks je en passant voor de kiezen krijgt op een beurs als de TEFAF (The incomparable art fair). In de breed uitgemeten ontwikkeling om prijskaartjes op het aanbod te plakken, ontdekte ik de trend om toch vooral het afzichtelijke te prijzen. Een hoge koopsom vertroebelt de kritische blik, de gelikte omgeving doet de rest.

Ik bedoel: zet de Al Maaref-editie van Tintin en Amérique in je glossy veilingcatalogus, hang er goed zichtbaar het gewenste prijskaartje aan (estimation 5000 - 7000 €) en je zou zomaar vergeten wat een foeilelijke uitgave het eigenlijk is.

En zelfs dan kan het altijd nog erger:


Raket naar de maan, de Amerikaanse bibliotheekeditie, Golden Press, 1960. Fragment van het omslag. De raket komt uit een breimachine en Kuifje is dat ventje met mayonaise op zijn hoofd.

Lelijkheid is superieur aan schoonheid omdat het blijft duren. Verklaarde Serge Gainsbourg. Als verzamelaar ben ik daaraan medeschuldig. Ik heb dat blauwe monster en zijn wanschapen broertjes ooit gekocht.

vrijdag 23 maart 2012

Morose



Tintin en Amérique, de Egyptische uitgave van Al-Maaref Press, uit 1946. Volgende week in Parijs onder de hamer.

Ach, de vertroosting van Kuifje!

Ik worstelde weer eens met de levensonlust die elk voorjaar bij de eerste stampvolle terrassen de kop opsteekt. Tot wanhoop van S. die een basis van gezelligheid zocht.
‘Jij zoekt alleen maar de voldoening dat je een ander met je depressie hebt aangestoken,’ vond ze.

Laat ik dan toch deze fijne vent tot voorbeeld nemen:


Een pink zonder topje, stompjes… Maar wát een plezier.

woensdag 21 maart 2012

Ongesneden


Gekend bibliofiel struikelblok: wat te doen met de pagina’s in die zeldzame, honderd jaar oude uitgave die nimmer zijn opengesneden?

Dan danken we de Almachtige maar weer eens op onze blote knietjes dat Casterman geen onversneden albums over de schutting wierp.

En dan moet Alain van Neygen van de 9th Art Gallery weer zonodig lopen klieren:


Rarissime édition alternée non reliée de 1946:


Op vier grote vellen die ongesneden zijn.

Absolument introuvable! Maar voor de gevraagde 12.000 euro haal je wél een gruwelijk dilemma in huis.

maandag 19 maart 2012

Only in it for the money (2)



Waarom geld uitgeven aan een zwaargehavend boek dat een buitenstaander onbekommerd bij het oud papier zou leggen?

A) Je wilt het per se hebben en bent nimmer tegen een beter exemplaar aangelopen.
B) Je wilt het per se hebben en hebt geen budget voor een beter exemplaar.

A kunnen we wegstrepen. De oplage was destijds laag (5900 exemplaren voor de eerste twee edities) en toch is deze L’Ile Noire uit 1938 (eerste editie zonder auteursvermelding) stellig geen onvindbaar album. D. kocht en verkocht in 2011 twee exemplaren in goede staat en bemiddelde in december 2010 bij de verkoop van een ‘très bon etat’. Bij Banque Dessinée kwam het album de afgelopen jaren zeven maal onder hamer, bij Artcurial alleen al in 2011 drie maal. Dichter bij huis werden goede exemplaren afgehamerd bij Bernaerts en Rops. Het is het topje van de ijsberg. Cerca trova, wie zoekt, die vindt.

Ook door B kan in dit specifieke geval een streep. Hoe je het ook wendt of keert: € 900 is iets anders dan ‘geen budget’. Wie zo’n bedrag kan en wil neertellen voor een zwaargehavend album, zal ook het dubbele kunnen missen voor een exemplaar in (veel) betere staat.

Tijd om stelling C uit de hoge hoed te toveren:

C) Je wilt het per se hebben en je bent bang.

Waarmee we zijn we waar we wezen moeten: het levenslot van de verzamelaar, de hardnekkige angst dat het misschien wel de laatste kans is om iets aan de haak te slaan. Die vrees is bijna altijd ongegrond. Maar, zoals Boudewijn Büch beweerde in de spaarzame rustpauzes van zijn verzameldrift:

In de tijd die je besteedt aan het weerleggen van je angsten, slaat een ander zijn slag.



Binnenkort meer.

vrijdag 16 maart 2012

Only in it for the money (1)


Als een L’Ile Noire (A5, 1938) in bijna nieuwstaat € 19.000 opbrengt en een exemplaar in goede staat € 1.800, wat is dan een reële prijs voor hetzelfde boek in slechte staat?

Bon, gaat het toch weer over geld. De vraag werd me een week geleden in de mailbox geworpen en was - eerlijk is eerlijk - een tikkeltje ontstemder van toon: ‘900 euro voor zó’n boek, vindt u dat niet belachelijk?!’
Volgde een link naar dit album, vorige maand voor het beschimpte bedrag geveild op internet:


Vooropgesteld: stechelen over de kwestie of iets ‘zijn geld waard is’, is niet heel opwindend. De glassculptuur waar S. en ik vorig jaar alsnog voor vielen, is om geheimzinnige redenen het pispaaltje van mijn andere verzameling. Van voortdurend moeten aanhoren ‘wat dat nou kost’, raakt een mens gevloerd.

Mild geformuleerde realiteit: ‘Het is wat de liefhebber ervoor geeft.’

Daar kon ik die mail in een rap antwoord mee afhandelen, maar ergens begon het te wringen. Zo raar was de vraag nu ook weer niet. Geven we er nog een andere draai aan, dan zitten we zomaar met een kwestie die smeekt om een origineel antwoord:

Als een album in bijna nieuwstaat ruim tien keer zoveel opbrengt als een album in goede staat, is de reële prijs voor een album in slechte staat dan niet tien keer zoveel minder?


Maandag verder!

woensdag 14 maart 2012

Onklare lijnen



Met S. naar Utrecht, voor een weerzien met ‘Rom 87’. Na tientallen jaren hangt het kunstwerk voor het eerst weer in een publieke ruimte (op de knusse expo ‘God save the Queen - kunst, kraak, punk 1977 - 1984’ in het Centraal Museum).

Uiteindelijk komt alles toch weer samen.

In 1982 maakte ik, in de Nederlandse Métal Hurlant, kennis met een geëngageerde Moebius (‘Witte Nachtmerrie’). Datzelfde jaar zag ik, in krakersatelier W139, het krankjorume, nachtmerrieachtige debuut van ene Rob Scholte.
Zo kon je dus ook kunst maken!

Scholte en Sandra Derks, studiegenoot aan de Rietveldacademie, kochten een resem onnozele kleurplaten bij de Hema en kleurden ze in. De 64 afbeeldingen uit dit eerste blok combineerden ze in een tweede blok van 32 afbeeldingen, en zo verder, tot alle vellen ten slotte samenkomen in één enkel beeld.
Ik heb de camera van Walter Rizotto geleend om het ‘krankjorume’ en ‘nachtmerrieachtige’ ervan te verduidelijken.

Blok 1 met de (later nagetekende en toegevoegde) kleurplaten:


Fragment dat we een paar stappen volgen:


Uit blok 2 met de ingekleurde tekeningen:


Combinatie uit blok 3:


Combinatie uit blok 4:


Vakjes inkleuren, oké, maar het wordt pas spannend als je buiten de lijntjes treedt.

Blok 5:


De keuze om het, in eerste instantie doddige robotje te volgen, is overigens niet toevallig. Het deed me aan Erik Kriek denken. En bij Blok 9 fantaseerde ik zelfs over een overeenkomstige samenwerking van Kriek met Peter Pontiac: Rom 87 twee punt nul. Wees dat verlangen soms op een gesneefde bewondering voor het origineel? Ik durfde er niet goed over na te denken.



Vrijdag: De tariefkaart bij De Zwarte Rotsen.