dinsdag 31 januari 2012

Dag Doeschka



Kuifje niet politiek? Wie herinnert zich niet dat ene plaatje (in De blauwe Lotus) van de drie Japanse gedelegeerden die in 1935 op hoge poten de Volkenbond verlaten?
[Het Franse parlement zou] er goed aan doen de albums van Kuifje tot verplichte literatuur te stellen voor alle baccalaureaten: tot lering en inzicht in de corruptie van de macht, in een halve eeuw West-Europese politieke geschiedenis, in plot, constructie en scène-opbouw. Kuifjes windvangende D66-regenjas kan facultatief blijven.

Doeschka Meijsing in De Groene Amsterdammer, februari 1999, naar aanleiding van een debat in de Franse Assemblée of Kuifje politiek gezien links of rechts staat.

Triviale vondsten (24)



Geredigeerde kopij voor het ANP-radiobulletin van half 2 op vrijdag 4 maart 1983. Het bericht werd gevolgd door de mededeling dat er in 1982 opnieuw minder fietsen werden verkocht (< 1,2 miljoen).

maandag 30 januari 2012

IFFR



Lunch met de regisseur die zich in bedrukte bui een projectmanager noemt. Voor zijn laatste film deed S. de productie en met hem kibbelt ze over het aantal jaren dat sindsdien verstreken is. Zes, zeven? Daarin stapelden de onafgemaakte projecten zich op. Nu werkt hij een ‘ideetje’ uit over een museumkraak.
- Welk museum?
‘Iets in Amsterdam.’
Waarom niet in België? Louvain-la-Neuve, Museé Hergé.
Denk ik. Zeg ik.
Achilleshiel van De Portzamparcs ontwerp zijn de kolommen waarop het bouwwerk steunt. Als je die opblaast en daarna een bres slaat in de zijwanden, stuiteren de originele platen zó de loopbrug op.
Mooi beeld!
Maar onze tafelgenoot schudt zijn hoofd. Hij wil een psychologisch drama, geen heroic bloodshed in een Waals gewest.

donderdag 26 januari 2012

Kuifje onder de loep (44)


Besluiten we deze les met een snerpend anatomisch defect. Uit de oerversie van L’Ile Noir, verschenen op 15 juli 1937:


De borst recht, het hoofd zóver gedraaid dat de neus naar achteren wijst en het oor naar voren: het is een van de meest ongerijmde afbeeldingen van onze held.

Bij de omwerking naar de kleurenversie van 1943 zaagt Hergé een boom om (rechts), maar laat hij Kuifje ongemoeid:


Twee decennia later draait Bob de Moor, met nauwelijks fraaier resultaat, het hoofd een kwart slag terug:


Let overigens op de royale toevoeging van bomen. In de facultatieve workshop Hergé’s Arboretum - Apicale dominantie in het universum van Kuifje wordt de groenthematiek nader belicht.

dinsdag 24 januari 2012

Kuifje onder loep (41)


In een eerdere leergang zijn al in extenso de paradoxen en voetangels van de Klare Lijn aan bod gekomen. Vandaag onderzoeken we hoe Hergé zich in diverse albums en op diverse momenten uit de nesten moet werken als details in zijn narratieve ontwerp botsen met de tekenstijl die hij zich heeft toegeëigend.

Beginnen we met TIBET. Als iedereen zijn stock-exemplaar in nieuwstaat er even bij pakt en voorzichtig doorbladert naar de nog ongelezen pagina 2, tweede strook, eerste plaatje:


Hergé staat hier op het punt Kuifje in slaap te laten vallen. Punt is: indachtig de conventies van de Klare Lijn heeft zijn protagonist geen ogen, maar puntjes. En hoe verbeeld je gesloten puntjes? Toch niet zo:


De Tekenaar kan blijkbaar niet anders dan valsspelen:


Uit het niets zijn daar oogleden! Kuifje kan nu dus ook knipperen en dat betekent dat hij het vuil, dat zich decennialang aan zijn ogen heeft vastgekoekt, langs natuurlijke weg kan wegvagen. In combinatie met de kuif ziet hij er wél potsierlijk uit, maar laten we vooral stilstaan bij de les die zich hier aandient:

Wie de Kunst van het Weglaten tot in de puntjes wil beheersen, mag niet terugschrikken voor de Praktijk van het Toevoegen.


(Donderdag verder)

maandag 23 januari 2012

Profaan



Koud terug uit Canada troonde ik mijn S. mee naar de laatste dag van de Alina Szapocznikow-expo in Brussel. Mijn enthousiasme moest ook het hare worden.
Een riskante exercitie.
Het kunstwerk dat me in november bij de strot had gegrepen, was een door de kunstenaar verscheurd polyesterafgietsel van het lichaam van haar zoon.
S. vond het ‘niet zo bijzonder’, mij liet het ditmaal zelfs behoorlijk koud. Verwonderd was ik wél: hoe had ik destijds de zonneklare analogie met de laatste pagina’s van De Alfakunst zo over het hoofd kunnen zien?

En wat u betreft, jongeman, het spijt me zeer, maar u weet veel te veel. Wel, we gaan nu vloeibaar polyester over u uitgieten. Dan wordt u een expansie. Wees blij: uw lijk zal in een museum komen te staan. En geen mens zal ooit op het idee komen dat dit werk, dat we ‘reporter’ kunnen noemen, de laatste verblijfplaats van onze Kuifje is. Denk daar eens over na, vriend…

Dixit Endaddine Akass.
‘Misschien is dat wel een idee,’ zei S. ‘Je verzameling bevriezen in polyester.’
Ik huiverde bij dit profane voorstel, maar als laatste wilsbeschikking vond ik het een enerverend vooruitzicht.
Misschien moest ik mijn testament maar eens herzien.

vrijdag 20 januari 2012

Vrijdagochtend. Wisselvallig


I.
De Volkskrant herdenkt Rudi van Dantzig:


We moeten ons niet verliezen in tekenen.
We moeten iets willen.


II.
‘De wereld hangt van drukwerk aan elkaar,’ concludeert S. bij het wegwerken van de achterstallige post.
Haar verzuchting doet bij mij een dertig jaar oud belletje rinkelen:


Nee, nooit iets gewild, die Lodewijk. En daar dan nog trots op zijn ook.


III.
‘Natuurlijk dat ik je kan schrijven wat ik wil, hoewel ik ook heus wel mijn twijfels daarin ken. Maar geloof me, hoeveel meer verlang ik ernaar te horen wat jij wilt!’

Brief van Georges aan Germaine, zomer 1928.

donderdag 19 januari 2012

Acceptance speech



… to the Dalai Lama and to Franz Riklin who earns a posthumous salute as to the late Robert Smyth Baden-Powell, Badouin van den Branden de Reeth, Tchang Tchong-jen, France Ferrari and Émile-Joseph Porphyre Pinchon. I would like to thank Joost Swarte, officer in the order of Orange-Nassau, for his exceptional courage and inspiration. But above all I want to thank Raymond De Becker and all other wonderful people of the amazing Soir Volé who, in those dark days of atrocities, welcomed my dearest friend Georges with open arms…. Thank you! And... Good Night!


Eigenaardig was het overigens wel dat Spielberg de ongemakkelijke naam van de secretaris van Hergé (De Reeth) probleemloos over de tong liet rollen, maar struikelde over het simpele Joost dat ongeveer klonk als Djoehoest! Wie de opname nog eens goed beluistert, hoort daarna verschillende genomineerden in de zaal Bless you! zeggen.

dinsdag 17 januari 2012

Edgar R. Cloud



April 1971. Links Georges, rechts Edgar Red Cloud, achterkleinzoon van het illustere indianenopperhoofd Chief Red Cloud (en niet te verwarren met Edgar Pierre Jacobs. Daar is een simpel ezelsbruggetje voor: Sioux dragen geen vlinderdasjes).

‘Red Cloud’ is een gevleugelde naam in Nova Scotia sinds twee Canadezen in een Volvo 245-stationwagon (gebouwd in Halifax) rond de aardkloot reden. Ze noemden hun auto ‘Red Cloud’ en legden de 44.000 kilometer af in een recordtijd van 74 dagen, 1 uur en 11 minuten.
Maar dat was in 1980.

De zus van S. nam ons de laatste dag van het jaar mee naar een huiskamerrestaurant, een Geheimtipp dat ‘The Red Cloud Experience’ heette. Het eten was lekker, maar het was niet zozeer een lekker etentje – eerder een circusvoorstelling waarin de lokale gasten applaudisseerden voor elk kunstje dat op tafel werd gezet. Behaagzieke woordjes stuiterden onafgebroken over het papieren damast.
‘Ontspan je toch eens,’ zei S., toen ik tenslotte driftig in mijn binnenzakken naar een scalpeermes zocht.

maandag 16 januari 2012

Omzien



Nieuwjaar in Halifax, Nova Scotia. Temperatuur: min 15. Feels like min 23. Soms wordt de soep net zo koud gegeten als zij wordt opgediend.

In Nederland werkte de struise zus van S. op de kampeerafdeling van een sportzaak en was ze getrouwd met een man die de hele avond voor de televisie hing en scheten liet in bed (haar woorden). In Canada werkt ze al vijf jaar als crane operator in de offshore en woont ze samen met een zweminstructrice die een ultra-efficiënt pagekopje heeft en op Louise Brooks lijkt.

Over die ommezwaai verbaast ze zichzelf nog het meest.

Ik vond dat wel een mooi voornemen voor het nieuwe jaar: mezelf verbazen. Maar terug in Nederland trok ik me allengs terug in mijn werkkamer en warmde me aan de gloed van mijn nutteloze verzameling.
Alles was weer betoverend alledaags.