donderdag 28 april 2011

Het moet maar eens gezegd!


Bon, waar waren we?
Nou, hier:


Klik op het omslag voor een gedetailleerde vergroting en neem vooral nota van de typografie van de vijfregelige titel. Het moet maar eens gezegd: Hergé is hier buitengewoon flodderig aan het spatiëren.

Zie eens hoe opzichtig de tekenaar...


...extra witruimte tussen AVENTURES en DE smokkelt om deze regel maar te laten lijnen met deze:


In regel 2 (TINTIN) bezondigt hij zich dan weer aan een lelijke afspatiëring om op lijn te blijven met regel 4 en 5 (AU PAYS en DES SOVIETS). Scheiden we de eerste TIN van de tweede TIN en plakken we ze onder elkaar...


... dan is in één oogopslag duidelijk hoe ongecoördineerd de jonge Georges hier te werk gaat.

In regel vier (ook al zo lelijk gespatieerd) en in regel vijf teistert nog een heel andere ongerijmdheid het oog van de lezer. De eigenaardige keuze van de tekenaar om de letter S om te draaien, pakt hier helemaal verkeerd uit.

Regel vier:


Regel vijf:


Bij PAYS is de aansluiting tussen de Y en de S nu zó beroerd dat je bijna zou wensen dat Hergé er een ligatuur van had gemaakt. Waarmee hij dan evenmin een schoonheidsprijs zou hebben gewonnen.

Enfin.

Binnenkort leggen we CONGO op de snijtafel.


MAANDAG: Wat hing er aan de muur op het Meiplein?

woensdag 27 april 2011

Terschelling


We wandelden bij paal 12 het vlakke, harde strand op, bij paal 14 kreeg ik kramp in mijn bovenbenen en bij paal 15 vond ik het alweer welletjes. Maar S. liep over het zand als een opgewekt steltlopertje, speelde kat-en-muis met de uitvloeiende golven en trok voortdurend aan mijn hand om me tot een hoger tempo te manen.
‘We mogen er pas af als we een handschoen vinden,’ zei ze.
- Dat is mooi. Daar ligt er eentje.
‘Hij moet natuurlijk wel oranje zijn. Wist je dat niet?’

Veel later, in een eethuis in Oosterend waarvan de wanden behangen waren met emaillen reclameborden, streek de kreukvrije samenzang van Brothers of Soul onze verwaaide haren glad. Hemels harmonieus, als mijn lijf niet zo verrekte zeer deed.
‘Niet slecht,’ loog S. over mijn inspanningen.
Zo voelde ik me ook.
Etat moyen.
In gemiddelde staat.
Met gebutste hoekjes.

woensdag 20 april 2011

Die ochtend, op de redactie


1958
‘Wat doen we met de paascover, jongens?’
- Iets met een ei? Dat Kuifje met een paasei loopt?


1959
‘En de paascover?’
- Kuifje? Met een ei?
‘Daar liep-ie vorig jaar al mee.’
- Ja. Maar nu rent-ie.


1960
‘Paascover? Iemand?’
- Dat ze met een ei rennen...
‘Ik meen toch echt dat we...’
- Nee. Ze rennen de andere kant op.


1961
‘Cover?’
- Hollen met een ei?
‘Alweer?’
- Klok erbij?
‘Klok erbij!’




Waarde lezer, een geïnspireerd Pasen!

Terug op woensdag 27 april.

dinsdag 19 april 2011

Ondertussen, bij Sotheby’s (2)


Gisteren de knagende vraag, vandaag het verlossende antwoord:

Peter Klasen, Camion bâché Bleu/rouge HER-GE.

Schilders die blauw dekzeil hebben geportretteerd, zijn stellig niet met velen.

Overigens was Klasens hommage aan Hergé een kwart eeuw geleden hier te zien:


1985.
Verdomd...
We moeten ons haasten om de tijd te doden. Hij heeft het op ons leven voorzien!

maandag 18 april 2011

Ondertussen, bij Sotheby’s (1)


Bobbie knaagt op een kluif, 1940. Dessin d’une grande qualité graphique où Hergé est au sommet de son art.
Meneer Alain van de 9th Art Gallery wil er graag vijfenzestighonderd euro voor vangen. Zelfs voor een tekenaar ‘op de toppen van zijn kunnen’ lijkt me dat wat hoog gegrepen.

Bij Sotheby’s, op de kijkdagen voor de tweede veiling van De Peter Stuyvesant Collectie (voluit: The Bat Artventure Collection formerly known as The Peter Stuyvesant Collection, Part Two), zocht ik zondagmiddag met S. naar een elegantere besteding. Er was weinig wat me werkelijk raakte, maar bij dit doek begon er wél iets te knagen:

Marcel Maeyer, Kermistent, ca. 1980.
Uren later begreep ik pas waarom ik uitgerekend bij dit kavel aan Hergé moest denken.

En u, lezer, weet u het antwoord?

Oplossing morgenmiddag om 14.00 uur.

donderdag 14 april 2011

Vooruit dan maar!



Een man mag nooit z’n beste broek aantrekken als hij gaat vechten voor vrijheid en waarheid.
Hendrik Ibsen

dinsdag 12 april 2011

Armando (2)



Geen mooier (en laconieker en onverbiddelijker) boek over een jeugd in oorlogstijd dan ‘De straat en het struikgewas’ van Armando.

De jongen fietste langs de weilanden...

... hij wist nog niet wat hem te wachten stond. Er stortte een vliegtuig neer. De piloot stond in brand. Niks meer aan te doen. En schelden dat ie deed! Hij ging tekeer! Hij was zeker nog te jong om dood te willen.

De jongen wilde stoer gekleed...

... er waren geen voorschriften of leefregels. Het ging vanzelf. Neem de plusfour. Geen prettig bedenksel. Toch vond men een manier om deze merkwaardige broek naar behoren te dragen. De hoge plusfour, met veel kous dus, dat leek naar niks. Hij moest laag zitten, je kon de pijpen zelfs helemaal laten afzakken. Niet te veel kous dus en dan het liefst witte kousen van schapewol, dat ging. Nog beter was een plusfour met laarzen. Geen geblokte kousen of iets dergelijks, of een plusfour met hoge schoenen. Stond bizonder stumperig.


Donderdag: het laatste woord over het kloffie van Kuifje.

maandag 11 april 2011

Armando (1)



Uit: Het Polygoon-journaal, 11 mei 1949.
Uit: Aankondiging van Veilinghuis Rops voor de ‘Speciale Hergé Verkoop’, 22 mei 2011.

Achter de rug van een monter werkje van Micha Patiniott, smokkel ik een litho met een onzegbaar grimmige voorstelling het huis in.
De verkoper stelde geen indiscrete vragen.
Hoe had mijn antwoord moeten luiden?

‘Omdat wij dol zijn en blijven op Armando die ons gitzwart gemoed zo smartelijk weerspiegelt!’

maandag 4 april 2011

Andere levenslijnen (6)


Nieuwsgierig gemaakt door een A la recherche-lezer die de loftrompet stak over Blue Lotus (‘I dig that album even more...’) deed ik een verwachtingsvolle greep in de platenkast. De oogst bleek karig. Geen Broken Ear-sessies en geen Ottokar’s Sceptre (met de kenmerkend stijve tonen van pianist Edgar Jacobs), maar gelukkig ook geen Picaros dat eerder een (matig) album van trompettist Bob de Moor is dan van Remi.
Wat trof ik wél aan?

The White Album - waarmee Remi zijn depressies wegblies. Het gebruik van Tibetaanse klankschalen in een aantal nummers was destijds ongekend, maar klinkt nu gedateerd. Openingsnummer (‘TCHANG!’) blijft in zijn ritmische en harmonische complexiteit een klassieker. Believers draaien het achterstevoren en horen ter hoogte van 2.44 Georges (?) een aantal malen ‘Germaine is dead’ zeggen.

Jewels - misschien wel het quintessentiële album van Remi. Met de karakteristieke korte modale thema’s en hier en daar een knipoog naar Django Reinhardt (zigeunerjazz). Let op het triomfale gastoptreden van Fanny Vlamynck die met haar zingende zaag een kleine, maar kleurbepalende bijdrage levert.

Flight 714 - het eerste nummer (‘Kemajoran’) borduurt weinig verrassend maar aangenaam voort op Jewels. Daarna is de inspiratie op en lijkt ook het spelplezier verdwenen. Klein lichtpuntje is nog het openingsnummer van kant 2 (‘Tell me the truth’) waarin altsax en trompet tegen elkaar ‘opbieden’ in (wat Remi later noemde) ‘schurkachtige improvisaties’.

Maar goed.

Piet Grijs noemde de muziek van Remi ooit: warme chocola over bevroren tranen.

Laten we het daar maar even bij laten.

Volgende week verder.